日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘activiteit’
日蘭辭典 (trefwoord)
shigoto仕事
zn. werk o.; arbeid (勞働) m.; taak () v. ¶ 仕事をする werken. ¶ 仕事日 werkdag. ¶ 仕事賃 werkloon; arbeidsloon. ¶ 仕事著 werkpak. ¶ 仕事嫌ひ arbeidschuw. ¶ 仕事werker. ¶ 針仕事 naaiwerk.
mameまめ
(マメ、忠実、忠實) zn. (1) [忠實] eerlijkheid v.; trouw v. (2) [壯健] goede gezondheid v.; flinkheid v. (3) [活動] activiteit v. ¶ まめな eerlijk (正直); flink (達者); ijverig (勤勉な). ¶ まめな een flinke vent (達者な); een ijverig werker (良く働く).
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <activiteit>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
作業 sagyou werk; activiteit; werkzaamheden; bezigheden
働き hataraki (1) arbeid; werk; verrichting; bezigheid; activiteit; emplooi; (2) werking; functie; functionering; werkzaamheid; uitwerking; [i.h.b. taalk.] vervoeging; uitoefening; (3) bekwaamheid; kundigheid; dienstigheid; verdienstelijkheid; resultaten; prestatie
動き ugoki (1) beweging; verroering; roersel; (2) trend; tendens; ontwikkeling; verandering; (3) teken; indicatie; (4) iems. gangen; iems. doen en laten; iems. handel en wandel; activiteit; manoeuvre
奔走 honsou (1) goede diensten; inspanningen; moeite; inzet; toedoen; toewijding; bedrijvigheid; drukte; activiteit; (2) onthaal; (3) zorg
年中行事 nenchuugyouji jaarlijks evenement; event; jaarlijkse plechtigheid; activiteit
活力 katsuryoku levenskracht; vitaliteit; energie; activiteit
活動 katsudou activiteit; actie; bedrijvigheid; operaties; krachtige inspanning
活性 kassei (1) [chem.] activiteit; (2) [natuurk.] radioactiviteit
活気 kakki kracht; energie; vitaliteit; levendigheid; activiteit; bedrijvigheid
活況 kakkyou activiteit; tekenen van activiteit; levendig voorkomen; leven; drukte; animo; roerigheid; tierigheid; dynamiek; fut; pep; pit; energie
活躍 katsuyaku activiteit; actie; bedrijvigheid
現役 geneki (1) [ook mil.] actieve dienst; werkelijke dienst; feitelijke dienst; effectieve dienst; (2) activiteit; (3) abituriënt die geslaagd is voor het toelatingsexamen; doorstromer
能動 noudou (1) activiteit; bedrijvigheid; (2) [spraakk.] activum; actief
足取り ashidori (1) manier van lopen; gang; pas; tred; (2) [sumō-jargon] beengreep [het onderuithalen of uit de ring stoten van de tegenstander na vastgrijpen van diens been]; (3) [犯人の] gangen; spoor; [i.h.b.] vluchtroute; (4) traject; proces; vorderingen; evolutie; ontwikkeling; (5) [econ.] trend; tendens; koersbeweging; activiteit; conjunctuur; stemming; markt; (6) [econ.] koersgrafiek; chart; (7) [shamisen-muz.] tempoverandering in het midden van een stuk
足腰 ashikoshi (1) benen en heup; benen en lendenen; het onderlijf met de benen; [scherts.] onderwerk; [scherts.] onderstel; (2) [fig.] motoriek; activiteit; (3) [fig.] draagkracht; prestatievermogen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.16 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'activiteit'). 
2005-2026