日蘭辭典+

39 resultaten voor ‘taak’
日蘭辭典 (trefwoord)
yakume役目
zn. taak v.; werk o.; ambtsplicht v.; functie v. ¶ お役目的に zonder veel zorg; omdat het nu eenmaal zijn plicht is. ¶ 役目柄で in qualiteit van; ambtelijk.
yakuwari役割
zn. rolverdeeling v.; verdeeling van werk; aanwijzing van ieders taak.
tantō擔當
(担当) zn. taak v.; opdracht v.; verantwoordelijkheid v. ¶ 擔當する taak aanvaarden; op zich nemen; zich belasten met.
shigoto仕事
zn. werk o.; arbeid (勞働) m.; taak () v. ¶ 仕事をする werken. ¶ 仕事日 werkdag. ¶ 仕事賃 werkloon; arbeidsloon. ¶ 仕事著 werkpak. ¶ 仕事嫌ひ arbeidschuw. ¶ 仕事werker. ¶ 針仕事 naaiwerk.
yōji用事
zn. zaken. v.mv ¶ 用事ある zaken hebben; bezig zijn; wat te doen hebben.
waza
(技、伎) zn. (1) [所] daad v.; handeling v.; werk o. (2) [職業] beroep o. (3) [技術] kunstgreep m.; kunstje o. ¶ それ容易ではない het is geen gemakkelijke taak. ¶ 人間業とは思へない geen menschenwerk; wonder. ¶ 彼奴のしたに相違ない natuurlijk heeft hij dat gedaan.
koto

zn. (1) [事物] ding o.; voorwerp o. (2) [事件] zaak v.; aangelegenheid v. (3) [事實] feit o. (4) [出来事, 事變] voorval o.; gebeurtenis o. (5) [仕事] taak v. (6) [事情] omstandigheden v.mv. (7) [經驗] ondervinding v. ¶ の事 wat betreft..... ¶ 事なく zónder moeilijkheden. ¶ 事處に行った事があるか ben je daar wel eens geweest? ¶ 私の事ですか bedoel je mij?; moet je mij hebben? ¶ 一分の事で汽車に乘り遲れた ik was net één minuut te laat voor den trein. ¶ 事を缺く gebrek hebben aan.

kurushii苦しい

bn. (1) [苦痛] pijnlijk; bedroevend. (2) [困難] moeilijk; hard; zwaar. (3) [困窮] ellendig. ¶ 苦しい思をする zich kwellen; zijn hersens pijnigen. ¶ 苦しい仕事 zware taak. ¶ 苦しい境遇 droevige omstandigheden; ellende. ¶ 苦しい立場 vergezochte grap. ¶ 苦しい立場 moeilijke positie. ¶ 苦し紛れに door wanhoop gedreven. ¶ 苦します pijnigen; martelen; plagen; kwellen.

zanmu殘務

(残務) zn. onafgedane taak v.; nog te verrichten werk o.

yōmu用務

zn. zaak v.; taak v. ¶ 用務を果す zaken afdoen.

yaku

zn. (1) [官職] ambt o.; post v.; betrekking v. (2) [職務] taak v.; ambtsplicht v.; functie v.; werkkring m. (3) [芝居の] rol v. (4) [效用] nut o. ¶ 役に立つ nuttig; bruikbaar; geschikt. ¶ 役に立てる nuttig gebruik maken van. ¶ 役に立たぬ onbruikbaar; nutteloos; het geeft niets. ¶ 役を勤める functie vervullen; rol spelen; dienst doen als; fungeeren als.

ukemochi受持

zn. taak v. ¶ 受持區域 ressort. ¶ 受持時間 uren, dat men les geeft; lesuren.

uketsugi受繼

(受継) zn. opvolging v.; erfopvolging v. ¶ 受繼ぐ opvolgen; erven. ¶ 事務を受繼ぐ taak overnemen; taak voortzetten.

tsukusu盡す

(尽くす) t.w. (1) [消費] verbruiken; opgebruiken; uitputten. (2) [果す] volbrengen; vervullen; voleindigen; voltooien. i.w. (3) [盡力する] zich inspannen. ¶ 喰ひ盡す opeten. ¶ 國の爲に盡す zijn krachten geven aan het vaderland. ¶ 深切を盡す zich uitputten in vriendelijkheid. ¶ 百方手を盡す geen middel onbeproefd laten. ¶ 己の分を能く盡す zijn taak goed volbrengen. ¶ 言語に盡し難き onbeschrijfelijk.

tsukiban月番
SUPPLEMENT (trefwoord)
ganbatte頑張って
Uitdr. Houd vol! Geef niet op! Zet door! Doorzetten! Volhouden! ¶ なら成功できるよ、がんばって。は見捨てない。 ♂ Jij kunt het echt wel, houd vol. Ik zal je niet in de steek laten. ¶ できるだけがんばってやってみます。Ik zal mijn uiterste best doen. ¶ はその難しい課題をがんばってやった。Hij bleef zijn best doen op die lastige lessen. ¶ 新しい仕事がんばってください。Zet hem op met je nieuwe baan / succes met je nieuwe baan.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <taak>
タスク tasuku (1) taak; opdracht; karwei; (2) [comp.] taak
パート pāto (1) deel; onderdeel; (2) rol; taak; (3) partij [in een muziekstuk]; stem; (4) parttime; deeltijd; parttimer; deeltijdwerker [afkorting van pātotaimu パートタイム;pātotaimā パートタイマー]
ミッション misshon (1) opdracht; taak; missie; (2) missie; gezantschap; legatie; (3) [rel.] missie; zending; (4) zendingsschool; (5) [techn.] transmissie; overbrenging; versnellingsbak; (6) Mission [= stad in de Amerikaanse staat Texas]; (7) The Mission [= Britse film;1986]
一仕事 hitoshigoto (1) stuk werk; werkje; karwei; klus; taak; opdracht; (2) zwaar werk; pittige klus; lastig karwei; vervelend karweitje; hele opgave; hele kluif; geen sinecure
koto (1) ding; voorwerp; zaak; (2) zaak; aangelegenheid; affaire; omstandigheid; belang; (3) probleem; vraagstuk; kwestie; vraag; (4) feit; feitelijkheid; (5) omstandigheid; omstandigheden; toestand van een zaak; staat van zaken; toestand; situatie; (6) geval; (7) voorval; incident; onverwachte gebeurtenis; ongewone gebeurtenis; (8) ongeluk; ongeval; tegenspoed; pech; onheil; moeilijkheid; verwikkeling; (9) werk; werkzaamheid; ambtelijke werkzaamheid; functie; taak; opdracht; plicht; wat van iemand geëist wordt; (10) oorzaak; motief; reden; beweeggrond; (11) ervaring; ondervinding
仕事 shigoto (1) werk; arbeid; karwei; klus; taak; affaire; zaak; opgave; bezigheid; werkzaamheid; (2) werk; baan; job; beroep; betrekking; emplooi; (3) [nat.;techn.] arbeid
任務 ninmu plicht; taak; functie; missie
nin (1) opdracht; taak; missie; plicht; verantwoordelijkheid; (2) ambt; positie; betrekking; post; (a) opdragen; met een taak belasten; (b) overheidsambt; functie; (c) overlaten; laten
使命 shimei (1) opdracht; taak; missie; (2) roeping; levenstaak
bun (1) deel; part; portie; (2) gedeelte; segment; (3) status; positie; plaats; stand; standing; hoedanigheid; capaciteit; (4) plicht; taak; (5) staat; omstandigheden; (6) veronderstelling; (7) soort; allooi; (8) enkel dat; (9) portie; dosis; hoeveelheid; (10) hoedanigheid; (11) -gehalte; (12) -tijd; (13) tiende; tiende deel; gedeelte; tien procent; (14) [oude lengtemaat] 0,1 sun 寸 [= ca. 3,03 mm]; (a) verdeling; opdeling; scheiding; (b) verduidelijking; (c) aftakking; apart deel; (d) bestanddeel; element; (e) tijdsgewricht; (f) attributie; plicht; (g) kwalificatie; hoedanigheid; positie; (h) staat; toestand; mate
務め;務 tsutome plicht; verantwoordelijkheid; taak
mu plicht; taak; dienen als
宿題 shukudai (1) huiswerk; huistaak; schoolwerk; [Belg.N.;onderw.] taak; (2) onuitgemaakte zaak; onafgedane; onbesliste; onbeslechte kwestie; onopgelost vraagstuk; open vraag; issue
役割 yakuwari (1) rolverdeling; rolbezetting; casting; taakverdeling; (2) rol; taak; plicht; functie; opdracht; verantwoordelijkheid; pakkie-an
役目 yakume plicht; taak; functie; rol; opdracht; dienst; verantwoordelijkheid; pakkie-an
yaku (1) plicht; taak; functie; rol; opdracht; verantwoordelijkheid; pakkie-an; (2) (openbare) betrekking; (regerings)ambt; staatsbetrekking; post; positie [bij het Rijk]; officie; officium; [in zijn] hoedanigheid [van]; portefeuille; baan; job; dienst; (3) toneelrol; rol; (4) vroondienst; corvee; herendienst; hand- en spandienst; (5) cijns; schatting; tiend; belasting; recht; (6) [m.b.t. kaartspel;mahjong] roemer; roem in het kaartspel of bij mahjong; roemkaarten of -schijven; (7) menstruatie; maandbloeding; ongesteldheid; menses; maandstonden; (8) [maatwoord voor taken;functies;(toneel)rollen]
本分 honbun (1) plicht; taak; (2) wezenskenmerk; wezenstrek; wezenlijke eigenschap; wezenlijk kenmerk
(1) nut; bruikbaarheid; dienst; (2) gebruik; (3) taak; werk; boodschap; klus; karwei; (4) kosten; prijs; uitgaven; (5) (kleine en grote) boodschap; urine en poep; (a) voor; bestemd voor; bedoeld voor; ten gebruike van; ten behoeve van; ad; in usum
ni (1) lading; last; vracht; cargo; carga; vrachtgoed; vrachtgoederen; bagage; (2) last; pak; taak; verantwoordelijkheid
課題 kadai (1) onderwerp; thema; (2) oefening; opgave; taak; opdracht; [i.h.b.] huiswerk; (3) probleem; vraagstuk; kwestie; (4) [maatwoord voor onderwerpen;thema's;opgaven]
負担 futan last; draaglast; [jur.] modus; druk; bezwaar; belasting; onus; onera; [pregn.] taak; [pregn.] verplichting
seki (1) verantwoordelijkheid; plicht; verplichting; (a) ter verantwoording roepen; vermanen; (b) taak; plicht
責務 sekimu plicht; verplichting; taak; verantwoordelijkheid
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.61 sec. jiten.nl: 16 treffers, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'taak'). 
2005-2026