日蘭辭典+

20 resultaten voor ‘arbeid’
日蘭辭典 (trefwoord)
kasegi
zn. werk o.; arbeid o. ¶ 稼高 inkomst. ¶ 稼ぐ werken voor zijn brood; zijn brood verdienen. ¶ を稼ぐ zijn brood verdienen. ¶ 日當一圓で稼いで居る hij verdient een yen per dag.
hataraki

(働き) zn. (1) [勞働] arbeid m.; werk o.; verrichting v. (2) [才能] bekwaamheid v.; geschiktheid v.; talent o. (3) [功績] verdienste v. (4) [骨折] inspanning v. (5) [動作] actie v. (6) [運轉] beweging v. ¶ 働者 bekwaam man; energiek persoon.

arakasegi荒稼
(荒稼ぎ) zn. (1) [勞働] ruw werk o.; harde arbeid m.; . (2) [追剥] roof m.
shigoto仕事
zn. werk o.; arbeid (勞働) m.; taak () v. ¶ 仕事をする werken. ¶ 仕事日 werkdag. ¶ 仕事賃 werkloon; arbeidsloon. ¶ 仕事著 werkpak. ¶ 仕事嫌ひ arbeidschuw. ¶ 仕事werker. ¶ 針仕事 naaiwerk.
ku

zn. (1) [苦痛] smart v.; leed o. (2) [骨折] zware arbeid m.; moeite v. (3) [心配] ongerustheid v.; zorg v. ¶ 苦になる zorg baren. ¶ 苦にする zich bezorgd maken over; tobben over. ¶ 苦もなく zonder moeite; gemakkelijk.

kueki苦役

zn. (1) [激勞] harde arbeid m.; zwaar werk o. (2) [徵役] dwangarbeid. ¶ 苦役する hard werken; zwaren arbeid verrichten.

kurō苦勞

(苦労) zn. zorg (心配) v.; last m.; moeite v.; zware arbeid. ¶ 苦勞のない onbezorgd; luchthartig. ¶ 御苦勞樣でした dank voor uwe moeite. ¶ 苦勞する zich bezorgd maken; veel moeite doen; worstelen. ¶ 苦勞性の zwaar op de hand; pijnlijk nauwgezet.

yokei餘慶

(余慶) zn. welverdiend geluk o.; vrucht van den arbeid.

yobataraki夜働
yasumu休む

i.w. (1) [休息] rusten. t.w. (2) [中止] ophouden; stoppen; pauzeeren. i.w. (3) [缺席] afwezig zijn. (4) [就寢] naar bed gaan; gaan slapen. ¶ 一日休む een dag vacantie nemen. ¶ 仕事を休む rusten van den arbeid. ¶ お休みなさい wel te rusten!; slaap lekker! ¶ 休め rust! ¶ 休む間もない geen tijd om te rusten.

yasumeru休める

i.w. (1) [休息] rust geven. t.w. (2) [安心] geruststellen. i.w. (3) [休止] pauzeeren; rust houden. ¶ 骨を休める rusten van den arbeid. ¶ 體を休める rust nemen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <arbeid>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ワーク waaku (1) werk; arbeid; (2) werkboekje; opgavenboek; oefenboek; (3) World Administrative Radio Conference; (4) Work
仕事 shigoto (1) werk; arbeid; karwei; klus; taak; affaire; zaak; opgave; bezigheid; werkzaamheid; (2) werk; baan; job; beroep; betrekking; emplooi; (3) [nat.;techn.] arbeid
働き hataraki (1) arbeid; werk; verrichting; bezigheid; activiteit; emplooi; (2) werking; functie; functionering; werkzaamheid; uitwerking; [i.h.b. taalk.] vervoeging; uitoefening; (3) bekwaamheid; kundigheid; dienstigheid; verdienstelijkheid; resultaten; prestatie
労働 roudou arbeid; werk
勤労 kinrou werk; arbeid; dienst
手間 tema (1) moeite; tijd; inspanning; arbeid; (2) arbeidsloon; tijdloon; uurloon; salaris; wedde [verkorting van temachin 手間賃]; (3) per uur betaald werk; (4) uurloner
稼ぎ kasegi (1) werk; arbeid; (2) inkomen uit arbeid; inkomsten; loon
稼働;稼動 kadou (1) arbeid; werk; het werken; (2) werking; het functioneren; bedrijf; operationaliteit
kou (1) karmozijnrood; karmozijn; karmijnrood; karmijn; vuurrood; (a) karmozijn; karmijn; vuurrood; (b) rouge; (c) werk; arbeid
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.7 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'arbeid'). 
2005-2026