日蘭辭典+

13 resultaten voor ‘beleggen’
日蘭辭典 (trefwoord)
tōka投下
zn. werping v.; belegging (資本の) v. ¶ 投下する laten vallen; storten; werpen; (資本を) beleggen; steken in. ¶ 投下資本 belegd kapitaal.
shusshi出資
zn. belegging v.; deelneming met kapitaal; bijdrage. ¶ 出資する geld bijdragen; geld beleggen; met kapitaal deelnemen; geld steken in. ¶ 出資者 belegger; aandeelhouder; contribuant. ¶ 共同出資で voor gemeenschappelijke rekening.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <beleggen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
催す moyoosu (1) aandrang hebben tot; [眠気が] een aanvechting hebben van; tot; zich manifesteren; (2) teweegbrengen; opwekken; wekken; prikkelen; zich … voelen; [便意を] aandrang hebben; voelen; (3) [会を] houden; geven; organiseren; beleggen; bijeenroepen; samenroepen; convoceren
出資する shusshisuru van geld; kapitaal voorzien; geld; kapitaal verschaffen; beleggen; investeren; steken in; inbrengen; geldelijk steunen; financieren
回す;廻す mawasu (1) (doen) draaien; draaien aan; wentelen; omdraaien; aandraaien; omwenden; omwentelen; omzwenken; ronddraaien; laten rondwentelen; aan het rollen brengen; doen tollen; [wasmachine;ventilator e.d.] aanzetten; [een vat;hoepel e.d.] (voort)rollen; (2) omgeven met [een muur;gracht enz.]; (3) doen reiken tot; (4) rondgeven; doorgeven; laten rondgaan; overhandigen; [塩を] aangeven; (5) uitzenden; sturen; rondzenden; omsturen; overzenden; opsturen; doorzenden; doorsturen; doorverwijzen [naar de specialist enz.]; overplaatsen; doorverbinden [met een ander toestelnummer]; (6) uitzetten; [op interest enz.] zetten; beleggen; (7) rond-; om- [sluit aan op de ren'yōkei van dōshi]
投ずる touzuru (1) [敵軍に] zich overgeven; capituleren; zwichten; (2) [時流に] meegaan; meedoen; te baat nemen; gebruik maken van; aangrijpen; inspelen op; benutten; (3) [意気相~] passen; overeenkomen; overeenstemmen; op één lijn zitten; klikken; (4) [旅宿に] logeren; verblijven; doorbrengen; z'n intrek nemen; (5) [直球を] werpen; gooien; smijten; keilen; (6) [白票を] uitbrengen; deponeren; [獄に] ingooien; inwerpen; (7) [身を] zich werpen op; zich storten in; zich inzetten voor; zich wijden aan; [Belg.N.] zich smijten; (8) [影;光を] tot ver vooruit werpen; (9) [資金を] verstrekken; investeren; besteden; beleggen; steken in; (10) [薬餌を] toedienen
投下する toukasuru (1) afwerpen; afgooien; laten vallen; droppen; (2) investeren; beleggen
投資する toushisuru investeren; beleggen; uitzetten; plaatsen; steken in
敷く shiku (1) [敷物を] spreiden; uitspreiden; leggen; uitleggen; uitstrekken; neerleggen; [蒲団を] maken; (2) [石を] plaveien; bestraten; bevloeren; bedekken; beleggen; [砂利を] begrinden; begrinten; (3) [座布団を] gaan zitten op; plaatsnemen op; (4) [鉄道を] aanleggen; [陣を] opslaan; optrekken; (5) uitvaardigen; promulgeren; afkondigen; over heel het gebied doen gelden
板を張る itawoharu beplanken; met planken bedekken; beschieten; betimmeren; bevloeren; beleggen; van planken voorzien
留める tomeru (1) vastmaken; bevestigen; vastzetten; vastbinden; vastklemmen; vasthechten; vastleggen; fixeren; hechten; op z'n plaats houden; [糸を] afhechten; [編み目を] afkanten; [ろーぷを] vastsjorren; beleggen; seizen; [鋲で] vastkloppen; vastklinken; [釘で] vastnagelen; vastspijkeren; [ぴんで] vastpinnen; [ぼたんで] dichtknopen; toeknopen; vastknopen; [ほっく;かぎで] aanhaken; vasthaken; dichthaken; (2) ophouden; tegenhouden; aanhouden; vasthouden; gevangen houden; in hechtenis houden; in arrest houden; in verzekerde bewaring houden; detineren; [学校で] laten nablijven; laten schoolblijven; (3) [心;気に] denken aan; ernstig overdenken; in acht nemen; acht slaan op; letten op; in gedachten houden; voor ogen houden; rekening houden met; zich aantrekken; aandacht schenken aan; ter harte nemen; indachtig zijn; gedachtig zijn; onthouden; in het hart prenten; in het gemoed prenten; (4) […に目を] de ogen vestigen op
置く;措く;擱く oku (1) plaatsen; zetten; leggen; stellen; installeren; (2) laten liggen; achterlaten; (3) laten; zo laten; toelaten; toestaan; (4) oprichten; vestigen; instellen; stichten; grondvesten; openen; houden; (5) bewaren; opslaan; stockeren; conserveren; houden; een voorraad vormen; (6) (措く) uitzonderen; terzijde leggen; (7) erbij laten; er zich verder niet meer mee bemoeien; (8) tewerkstellen; werk geven; in dienst hebben; [bedienden] houden; (9) huisvesten; logeren; logies verlenen; (10) aanstellen als; [een persoon] in een zekere functie plaatsen; benoemen; (11) [soldaten] posteren; legeren; plaatsen; opstellen; (12) een tussenruimte laten; een tijdsinterval laten; tijd tussen laten; afscheiden; op een afstand houden [zie ook het suffix -oki 置き]; (13) verpanden; belenen; in onderpand geven; (14) [m.b.t. een laagje goud;zilver etc.] voorzien; beleggen; bekleden; vergulden; verzilveren; (15) [m.b.t. dauw;rijp;rijm;nachtvorst etc.] zich vormen; (16) iets op voorhand doen; iets alvast doen [na een て-vorm van een werkwoord]; (17) (擱く) stoppen met schrijven; de pen neerleggen; een brief afsluiten
調える totonoeru (1) fiksen; arrangeren; organiseren; regelen; beleggen; (2) klaarzetten; gereedzetten; beschikbaar stellen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.66 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'beleggen'). 
2005-2026