
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gepast>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ちゃんとした chantoshita keurig; ordelijk; geordend; net; gepast; passend; juist; fatsoenlijk; welvoeglijk; betamelijk; [~職業] vast; [~妻] wettig
ぴったりした pittarishita (1) juist; gepast; geschikt; geëigend; passend; (2) dicht; spannend; strak; nauw; nauwsluitend; strakgespannen; krap; hermetisch; [veroud.] streng
ぴったりの pittarino juist; gepast; geschikt; geëigend; passend
填まる;嵌まる hamaru (1) geraken in; (verzeild) raken in; vallen in; terechtkomen in; belanden in; (2) passen; geschikt; gepast; geknipt zijn voor; [条件に] voldoen aan; (3) klem raken; lopen; varen in; vast komen te zitten in; vastraken in; blijven steken in; (4) verliefd; smoorverliefd; dolverliefd zijn op; smoor; gek; dol zijn op; helemaal weg zijn van; stapel zijn op; (5) trappen in; beetgenomen worden; [計略に] in de val lopen; (6) gek; verzot; dol; verkikkerd; wild; tuk zijn op; weg zijn van; helemaal bezeten zijn van; zich zwaar interesseren voor; een ~freak zijn; helemaal into ~ zijn; geheel vervuld zijn van; warm lopen voor; enthousiast zijn over; verslaafd zijn aan
好い加減 iikagen (1) gematigd; matig; (2) juist; gepast; geschikt; passend; adequaat; aangewezen; geëigend; (3) lukraak; willekeurig; ongegrond; ongefundeerd; gratuit; boud; (4) niet erg overtuigend; twijfelachtig; onvolkomen; halfslachtig; half; halfbakken; met de Franse slag gedaan; lauw; mat; lauwhartig; niet erg enthousiast; halfhartig; vrijblijvend; vaag; onbestemd; een slag om de arm houdend; onzorgvuldig; zozo; maar net aan; (5) enigszins; tamelijk; redelijk; nogal; vrij
好い加減な iikagenna (1) gematigd; matig; (2) juist; gepast; geschikt; passend; adequaat; aangewezen; geëigend; (3) lukraak; willekeurig; ongegrond; ongefundeerd; gratuit; boud; (4) niet erg overtuigend; twijfelachtig; onvolkomen; halfslachtig; half; halfbakken; met de Franse slag (gedaan); lauw; mat; lauwhartig; niet erg enthousiast; halfhartig; vrijblijvend; vaag; onbestemd; een slag om de arm houdend; onzorgvuldig
好い加減に iikagenni (1) gematigd; matig; met mate; met matigheid; (2) juist; gepast; passend; adequaat; behoorlijk; voegzaam; (3) op goed geluk (af); lukraak; er maar op los; in het wilde weg; op de tast; op de gok; op de pof; zomaar wat; willekeurig; ongegrond; ongefundeerd; zonder grond; zonder (enige) basis; (4) niet erg overtuigend; halfslachtig; lauw; niet erg enthousiast; met de Franse slag; halfhartig; vrijblijvend; een slag om de arm houdend; onzorgvuldig; zozo; maar net aan
妥当 datou (1) terechtheid; gepastheid; juistheid; passendheid; billijkheid; gerechtvaardigdheid; adequatie; toepasselijkheid; passendheid; geëigendheid; geschiktheid; gegrondheid; steekhoudendheid; [veroud.] validiteit; (2) terecht; gepast; aangewezen; juist; billijk; gerechtvaardigd; adequaat; toepasselijk; passend; geëigend; geschikt; gegrond; steekhoudend; valabel; [veroud.] valide
妥当な datouna terecht; gepast; aangewezen; juist; billijk; gerechtvaardigd; adequaat; toepasselijk; passend; geëigend; geschikt; gegrond; steekhoudend; valabel; [veroud.] valide
宜しく;宜敷 yoroshiku (1) goed; zoals het hoort; gepast; op de juiste manier; geschikt; in orde; passend; naar eigen goedvinden; (2) de groeten aan ~; (3) als ware ~; alsof ~; (4) aangenaam (met u kennis te maken); (5) laten we goed met elkaar opschieten
宜 gi (1) het passend-zijn; het geschikt-zijn; passendheid; geschiktheid; (a) geschikt; passend; gepast; goed; juist
当たり前の atarimaeno (1) passend; juist; gepast; fair; billijk; behoorlijk; [~罰] verdiend; (2) gegrond; terecht; gerechtvaardigd; verantwoord; logisch; redelijk; rechtmatig; vanzelfsprekend; (3) normaal; natuurlijk; gewoon; gebruikelijk
当て嵌まる atehamaru passen; geschikt; gepast; passend zijn; van toepassing zijn op; zich lenen; gelden; slaan op
当然の touzenno rechtvaardig; fair; eerlijk; billijk; verdiend; passend; juist; gepast; terecht; rechtmatig; gerechtvaardigd; natuurlijk; logisch; vanzelfsprekend
応分 oubun (1) [~の] passend; geschikt; aangewezen; gepast; billijk; schappelijk; (2) [~の] behapbaar; haalbaar; (3) [~の] behoorlijk; fatsoenlijk; redelijk; [Belg.N.] treffelijk
手頃 tegoro (1) handig; praktisch; gerieflijk; handzaam; (2) geschikt; gepast; passend; voegzaam; schappelijk; redelijk; billijk
手頃な tegorona (1) handig; praktisch; gerieflijk; handzaam; (2) geschikt; gepast; passend; voegzaam; schappelijk; redelijk; billijk
打って付け uttetsuke ideaal; aangewezen; perfect; volmaakt; meest geschikt; gepast
打って付けの uttetsukeno ideaal; aangewezen; perfect; volmaakt; meest geschikt; gepast
正しい tadashii (1) correct; juist; goed; zuiver; waar; recht; [m.b.t. antwoord e.d.] kloppend; (2) correct; juist; gepast; aangewezen; terecht; passend; gerecht; billijk; gerechtvaardigd; rechtmatig; (3) braaf; goed; deugdzaam; rechtschapen
正当な seitouna (1) eerlijk; fatsoenlijk; fair; billijk; schappelijk; rechtvaardig; redelijk; (2) gepast; aangewezen; passend; juist; gerechtvaardigd; gewettigd; adequaat; geëigend; geschikt; geijkt; gegrond; steekhoudend; valabel; legitiem; verantwoord; [veroud.] valide
正当 seitou (1) eerlijk; billijk; fair; schappelijk; redelijk; rechtvaardig; fatsoenlijk; (2) gepast; aangewezen; passend; juist; gerechtvaardigd; gewettigd; adequaat; geëigend; geschikt; geijkt; gegrond; steekhoudend; valabel; legitiem; verantwoord; [veroud.] valide
然るべき shikarubeki (1) geëigend; aangewezen; passend; gepast; toepasselijk; juist; geschikt; bekwaam; behoorlijk; (2) […て~] voordehandliggend; terecht; logisch; billijk; vanzelfsprekend; [Belg.N.] evident; (3) voorbestemd; gedoodverfd; te verwachten; (4) mogelijk; aannemelijk; plausibel; (5) voortreffelijk; uitstekend; prima; degelijk
然る saru (1) een of andere; een zekere; een bepaalde; ene; (2) gepast; passend; aangewezen; (3) zo'n; zulk; zo een
相当 soutou (1) passend; geschikt; gepast; evenredig; voegzaam; geëigend; toepasselijk; in aanmerking komend; doelmatig; berekend op; (2) behoorlijk; flink; heel; redelijk; aardig; aanmerkelijk; merkelijk; aanzienlijk; beduidend; considerabel; (3) behoorlijk; flink; heel; redelijk; aardig; tamelijk; aanmerkelijk; merkelijk; aanzienlijk; considerabel; nogal wat; best wel; vrij
相当な soutouna (1) passend; geschikt; gepast; evenredig; voegzaam; geëigend; toepasselijk; in aanmerking komend; doelmatig; berekend op; (2) behoorlijk; flink; heel; redelijk; aardig; aanmerkelijk; merkelijk; aanzienlijk; considerabel
相応 souou geschikt; gepast; passend; voegzaam; betamelijk; behoorlijk; billijk
相応しい fusawashii geschikt; gepast; passend; behoorlijk; voegzaam; betamelijk
相応した sououshita geschikt; gepast; passend; voegzaam; betamelijk; behoorlijk; billijk; [〃値段] ordentelijk; schappelijk
相応な sououna geschikt; gepast; passend; voegzaam; betamelijk; behoorlijk; billijk; [〃値段] ordentelijk; schappelijk
相応に sououni geschikt; gepast; passend; voegzaam; betamelijk; behoorlijk; billijk
真面 matomo (1) [~に] pal van voren; vlak in het gezicht; en face; recht; lijnrecht; precies tegenover; (2) keurig; correct; eerlijk; rechtgeaard; ernstig; zichzelf respecterend; normaal; (3) degelijk; fatsoenlijk; passend; netjes; behoorlijk; gepast
確当 kakutou (1) overeenkomst; overeenstemming; correspondentie; (2) passend; gepast; geschikt; adequaat; toepasselijk; toepasbaar
穏当 ontou (1) redelijk; gepast; aanvaardbaar; passend; betamelijk; juist; geschikt; toepasselijk; (2) volgzaam; gedwee
適した tekishita gepast; geschikt; passend; adequaat; geknipt
適任 tekinin (1) aangewezen persoon; juiste man; vrouw; (2) geschikt; passend; gepast; geknipt; geëigend; uit het goede hout gesneden; bekwaam; competent; gekwalificeerd
適切 tekisetsu (1) gepastheid; geschiktheid; juistheid; adequatie; aangewezenheid; toepasselijkheid; raakheid; relevantie; pertinentie; (2) gepast; passend; juist; geschikt; behoorlijk; geëigend; adequaat; aangewezen; voegzaam; toepasselijk; treffend; raak; relevant; afdoend; pertinent; naar behoren; naar den eis
適切な tekisetsuna gepast; passend; juist; geschikt; geknipt; geëigend; adequaat; aangewezen; voegzaam; toepasselijk; treffend; raak; ad rem; relevant; afdoend; pertinent
適切に tekisetsuni passend; gepast; behoorlijk; naar behoren; voegzaam
適宜 tekigi geschikt; gepast; passend; toepasselijk; aangewezen; gelegen; juist
適宜な tekigina geschikt; gepast; passend; toepasselijk; aangewezen; gelegen; juist
適宜に tekigini (1) geschikt; gepast; passend; (2) volgens eigen goeddunken; naar eigen believen; naar verkiezing; naar smaak; naar wens; naar eigen oordeel; naar eigen inzicht; naar bevind van zaken
適当 tekitou (1) geschiktheid; gepastheid; toepasselijkheid; (2) gepast; geschikt; doelmatig; bekwaam; passend; voegzaam; toepasselijk; geëigend; aangewezen; adequaat; treffend; juist; billijk; (3) gepast; juist schikkend; niet overdreven; vrijblijvend; neutraal
適当な tekitouna (1) gepast; geschikt; passend; voegzaam; toepasselijk; geëigend; aangewezen; adequaat; treffend; juist; billijk; (2) gepast; juist schikkend; niet overdreven; vrijblijvend; neutraal
Tijd: 1.45 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 44 treffers (zoekopdracht: 'gepast').
2005-2026
