
蘭
典
日蘭辭典+
zn. (1) [言語] taal v.; woorden o.mv. (2) [語] woord o.; term v. (3) [地方語] dialect v. (4) [話] spraak v.; uitlating v.; opmerking v. (5) [言方] spreekwijze v.; uitdrukking v. ¶ 言葉通り woordelijk; letterlijk. ¶ 無益の言葉を費す woorden verspillen. ¶ 言葉を違へる zijn woord breken. ¶ 言葉を換へて云へば met andere woorden; m.a.w. ¶ 言葉を掛ける het woord richten; zich wenden. ¶ 言葉爭ひ woordenwisseling; redetwist. ¶ 言葉返し vinnig antwoord. ¶ 言葉書 uiteenzetting; epistel. ¶ 言葉敵 iemand om teegen te praten; aanspraak. ¶ 言質 eerewoord. ¶ 言質を與へる zijn woord verpanden. ¶ 言葉尻 verspreking. ¶ 言葉尻を取る iemand betrappen doordat hij zich verspreekt; iemand in zijn eigen woorden vangen. ¶ 言葉違へ inconsequentie; woordbreuk. ¶ 言葉違へをする zichzelf tegenspreken; inconsequent zijn; zich niet houden aan zijn woord; zijn woord breken. ¶ 言葉咎 critiek. ¶ 言葉添へをする een goed woordje doen. ¶ 言葉遣ひ uitdrukking; spreekwijze. ¶ 言葉多きは問少し holle vaten klinken het hardst; veel geschreeuw, weinig wol.
t.w. (1) [與へる] geven; schenken. (2) [依賴の意] zoo goed zijn om; zoo vriendelijk zijn; de welwillendheid hebben. (3) [敬意として] u verwaardigen; mij de eer aandoen; als het u belieft; geliefen. ¶ 何か下さい geef mij iets. ¶ 此金は私に下さるのですか is dit geld voor mij bestemd? ¶ 聞いて下さい luister eens. ¶ 今少しお待ち下さい wees zoo goed nog even te wachten.
(薬) zn. (1) [醫藥] geneesmiddel o.; medicijn v. (2) [化學的藥品] chemicaliën v.mv. (3) [釉藥] glazuur o.; email o. (4) [火藥] kruit o. (5) [有益] voordeel o.; goed o. ¶ 運動は身體に藥だ sport is goed voor de gezondheid. ¶ 一に養生二に藥 voorkomen is beter dan genezen. ¶ 藥屋 apotheker. ¶ 藥指 ringvinger.
bw. (1) [詳細] omstandig; nauwkeurig; precies; uitvoerig; in bijzonderheden. i.w. (2) [熟知] goed op de hoogte zijn; goed met. ¶ 委しく述べる in bijzonderheden vertellen; precies vertellen. ¶ 彼は此邊の地理に詳しい hij is in deze streek goed bekend.
(瑞祥) zn. goed voorteeken o.
zn. goed voorteeken o.
zn. gestolen goed o. ¶ 贓物收受 heling. ¶ 贓物收受者 heler.
zn. goede nabuurschap v.
zn. goede hoedanigheid v.; superioriteit v. ¶ 優良の uitstekend; uitmuntend.
zn. kwaliteit v.; hoedanigheid v. ¶ 優劣を爭ふ zich met elkaar meten. ¶ 優劣なき van gelijke verdiensten; even goed; onbeslist.
zn. goede gezondheid v.; sterk gestel o.
zn. bevalligheid v.; bekooring v.; goede smaak m.; hoffelijkheid v.
zn. goede vooruitzichten o.mv. ¶ 有望の hoopvol; veelbelovend.
(雄弁) zn. welsprekendheid v.; welbespraaktheid v. ¶ 雄辯に welsprekend; vloeiend. ¶ 雄辯家 goed redenaar. ¶ 雄辯會 dispuutgezelschap.
(様子) zn. (1) [狀態] toestand m.; conditie v. (2) [姿態] uiterlijk o. (3) [態度] houding v.; manier van doen. ¶ 大體の樣子 de algemeene toestand; de staat van zaken. ¶ 樣子を窺ふ zien, hoe het ermee staat; kijken uit welken hoek de wind waait. ¶ 樣子がよい er goed uitzien. ¶ 樣子をする zich aanstellen; zich voordoen als; voorwenden. ¶ 樣子振る aanstellerig doen; zich aanstellen.
(善悪) zn. goed en kwaad; hoedanigheid v.; kwaliteit v.
bn. goed; billijk; rechtvaardig. yoi ¶ を見よ.
bn. (1) [善良] goed. (2) [より良い] beter. (3) [美なる] mooi; fraai. (4) [好ましい] lief; aangenaam; prettig. (5) [十分] voldoende. (6) [正しい] juist; oprecht. (7) [許可] geoorloofd. i.w. (8) [構はぬ] komt er niet op aan; doet er niet toe; laat maar. ¶ 好い天氣 mooi weer. ¶ 胃によい goed voor de maag. ¶ しなくてもよい niet noodig om te doen; onnoodig. ¶ よい樣にする doen als men wil; eigen zin volgen. ¶ 外出してもよいか mag ik uitgaan? ¶ 今日來ればよいが ik hoop maar, dat hij vandaag komt. ¶ 君と一緒に行つてもよい ik heb er geen bezwaar tegen met je mee te gaan.
zn. verhouding v.; reden v. ¶ 五對二の割合 verhouding van vijf tot twee. ¶ 割合に betrekkelijk; naar verhouding; in aanmerking genomen, dat…… ¶ 値の安い割合に品がよい de kwaliteit is goed voor den prijs.
zn. (1) [割合] verhouding v.; koers m. (2) [利益] voordeel o.; winst v. (3) [比較] vergelijking v. (4) [割當] aandeel o. (5) [比率] percentage v. ¶ 俸給割で naar verhouding van het salaris. ¶ 年一割の利息 tien percent rente per jaar. ¶ 割に合はぬ niet winstgevend zijn; geen voordeel opleveren; niet betalen. ¶ 五割引 50% reductie. ¶ 年の割に丈夫 kras voor zijn leeftijd. ¶ 一時間九哩の割で走る negen mijl per uur loopen. ¶ 割に betrekkelijk; in aanmerking nemend, dat…… ¶ 雨が降つた割には可なりの聽衆でした voor zulk regenweer was de zaal goed bezet.
(上辺) zn. buitenkant m.; oppervlakte v.; uiterlijk o. ¶ 上邊を飾る goed voorkomen geven; den schijn redden. ¶ 上邊の uiterlijk; schijnbaar; aan de oppervlakte; voor den schijn. ¶ 上邊だけの友達 een vriend in schijn.
i.w. (1) [投影] beeld geven; weerspiegelen; zich afteekenen. (2) [調和する] harmonieeren; goed passen bij; goed staan. ¶ 月が水に映つてゐる de maan weerspiegelt zich in het water. ¶ 人の影が障子に映つてゐる men ziet een menschelijke schaduw op de schuifdeur. ¶ 寫眞はよく寫つてゐる het is een goede fotografie.
(売口) zn. verkoop m.; vraag v.; afzetgebied o.; markt v. ¶ 賣口よき goed verkoopbaar; gewild; gevraagd.
bw. in goede gezondheid; gezond en wel.
(釣り合い) zn. evenwicht o.; balans v. ¶ 釣合のよい evenwichtig; goed gebalanceerd. ¶ 安定釣合 stabiel evenwicht. ¶ 不安定釣合 labiel evenwicht. ¶ 釣合惡しき onevenwichtig; slecht geproportionneerd. ¶ 釣合ふ tegen elkaar opwegen (平均する); in evenwicht zijn (均等を保つ); (恰好よし) in goede verhouding staan; overeenstemmen; goed passen bij elkaar; (對當する) zich met elkaar kunnen meten; aan elkaar gewaagd zijn.
zn. gezelschap o.; makker m.; kameraad m.; reisgenoot (旅の) m. ¶ いい連 goed gezelschap. ¶ 連になる gezelschap houden; meegaan. ¶ 連に外れる zijn gezelschap kwijtraken.
(尽くす) t.w. (1) [消費] verbruiken; opgebruiken; uitputten. (2) [果す] volbrengen; vervullen; voleindigen; voltooien. i.w. (3) [盡力する] zich inspannen. ¶ 喰ひ盡す opeten. ¶ 國の爲に盡す zijn krachten geven aan het vaderland. ¶ 深切を盡す zich uitputten in vriendelijkheid. ¶ 百方手を盡す geen middel onbeproefd laten. ¶ 己の分を能く盡す zijn taak goed volbrengen. ¶ 言語に盡し難き onbeschrijfelijk.
i.w. (1) [附着] kleven; plakken; blijven vastzitten. (2) [味方する] de zijde kiezen van; meegaan met. (3) [價する] waard zijn. t.w. (4) [習癖が] aannemen; i.w. zich aanwennen. i.w. (5) [火が] vlam vatten. t.w. (6) [痕が] achterlaten. (7) [利息が] opbrengen; opleveren. ¶ 惡錢身に附かず gestolen goed gedijt niet. ¶ 肉が附く dik worden. ¶ 敵方に附く overloopen naar den vijand. ¶ 一つが十錢につく ze kosten 10 sen per stuk. ¶ 惡い癖はつき易い slechte gewoonten worden gemakkelijk aangeleerd. ¶ 著物に火がついた zijn kleeren vlogen in brand. ¶ 電氣がついて居る het electrisch licht is aan. ¶ 年七分の利が附く 7% per jaar interest geven. ¶ 床に足跡がつく voetstappen op den vloer achterlaten.
(捕まる) i.w. gegrepen worden; gepakt worden; in handen vallen; (物によつて體を支へる) zich vastklemmen aan; goed vasthouden; vastklampen.
i.w. (1) [通過] passeeren; voorbijgaan. (2) [精通] grondig op de hoogte zijn; t.w. kennen. i.w. (3) [了解] verstaan worden; gangbaar zijn. (4) [姦通] onzedelijke betrekkingen hebben; liaison hebben. (5) [內應] in ’t geheim in verbinding staan t.w. (6) [通過さす] laten passeeren; doorlaten. (7) [連絡] verbinden. (8) [知らす] laten weten; bekend maken. ¶ 都市には鐵道が通じてゐます de voornaamste steden zijn door spoorwegen verbonden. ¶ 蘭語に通じる goed Hollandsch kennen. ¶ 英語の通じない處はない Engelsch wordt overal verstaan. ¶ 敵に通じる in geheime relatie staan met den vijand. ¶ 女と通じる scharrelen met een vrouw. ¶ 橋を通じる door een brug verbinden; brug slaan. ¶ 電流を通じる stroom sluiten. ¶ 意志を通じる bedoeling bekend maken. ¶ 電話が通じない de telefoon geeft geen gehoor.
(都合) zn. (1) [便宜] gemak o.; voordeel o. (2) [事情] omstandigheden v.mv.; situatie v. (3) [場合] gelegenheid v. (4) [機會] geschikte gelegenheid v. bw. (5) [合計] totaal. ¶ 雙方に都合が好い voordeelig voor beide partijen. ¶ 都合により wegens omstandigheden. ¶ 其の時の都合で al naar het dan uitkomt. ¶ 都合次第に zoodra het schikt. ¶ 都合を待つ goede gelegenheid afwachten. ¶ 都合惡しき ongelegen; ongunstig. ¶ 都合よき gelegen; geschikt; gunstig. ¶ 都合よく gelukkig; het trof goed, dat..... ¶ 都合する schikken; regelen; regeling treffen.
(償い) zn. vergoeding v.; schadeloosstelling v.; compensatie v.; indemniteit v.; boetedoening (贖罪) v.; zoengeld o. ¶ 償ふ vergoeden; schadeloosstellen; vergoeding geven; boete doen. ¶ 償ひ難き onherstelbaar; niet goed te maken. ¶ 損害を償ふ verlies vergoeden. ¶ 出費を償ふ de kosten dekken; zich bedruipen.
[taal] Japans; het Japans; de Japanse taal. ¶ 彼女は日本語が話せます。Kanojo wa nihongo ga hanasemasu. Zij kan Japans spreken [TTC] ¶ 日本語のソフトを落とすコツ・いいサイトありませんか? Nihongo no sofuto wo otosu kotsu / ii saito arimasen ka? Zijn er geen foefjes of goede websites om Japanse software binnen te halen? [TTC] ¶ 日本語版があったらいいな。 Nihongohan ga attara ii na. Het zijn zou fijn zijn als er een Japanse uitgave [editie] was. [TTC]
Tijd: 1.39 sec. jiten.nl: 110 treffers, warandict: 82 treffers (zoekopdracht: 'goed').
