
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (titelwoord)
SUPPLEMENT (trefwoord)
de wa nai ka・ではないか
(frase) In de spreektaal tevens ja nai ka じゃないか. Terwijl de wa nai / ja nai eenvoudigweg de voorafgaande stelling ontkent (kare wa nihonjin de wa nai 彼は日本人ではない ‘hij is geen Japanner’) is de wa nai ka / ja nai ka bevestigend op een suggestieve manier. ¶ 彼は日本人ではないかと思う。Kare wa nihonjin de wa nai ka to omou. ‘Ik denk dat hij een Japanner is’ ‘Is hij niet gewoon een Japanner? ’Letterlijker: ‘Ik vraag me af of hij niet een Japanner is.’ ¶ 彼は食べたのではないかと思う。 Kare wa tabeta no de wa nai ka to omou. ‘Ik denk dat hij het opgegeten heeft.’ ¶ 腱鞘炎ではないかと思うのです。 Kenshōen de wa nai ka to omou no desu. ‘Ik denk dat ik een peesontsteking heb.’ ‘Ik vraag me af of ik geen peesontsteking heb.’ ¶ 面倒が起こるのではないかと私は恐れている。 Mendō ga okoru no de wa nai ka to watashi wa osorete iru. ‘Ik ben bang dat het leidt tot problemen.’ ¶ 女は彼が寂しく思い忘れられてしまうのではないかと思ったのです。 Kanojo wa kare ga sabishiku omoiwasurerarete shimau no de wa nai ka to omotta no desu. ‘Ze dacht dat hij zich misschien alleen en vergeten zou voelen.’
Net als in het Nederlands, kan zo’n vorm verrassing uitdrukken. ¶ これは、私の車じゃないか! Kore wa, watashi no kuruma ja nai ka! ‘Hee, is dit niet mijn auto!’ ¶ 田中さんじゃないか!久しぶり。 Tanaka-san ja nai ka! Hisashiburi. ‘Hee, Tanaka. Lang geleden dat ik je heb gezien!’ ‘Als dat Tanaka niet is! Lang geleden man!’
Het kan ook gebruikt worden voor een aansporing of uitnodiging, wat ook op die manier niet onbekend is in het Nederlands. ¶ 飲みに行こうじゃないか。 Nomi ni ikō ja nai ka. ‘Laten we iets gaan drinken.’ Letterlijker: ‘Zullen we niet iets gaan drinken?’ ¶ ゲームで遊ぼうじゃないか。 Geemu de asobō ja nai ka. ‘Laten we gaan gamen.’ (yamasv) (TTC)
Net als in het Nederlands, kan zo’n vorm verrassing uitdrukken. ¶ これは、私の車じゃないか! Kore wa, watashi no kuruma ja nai ka! ‘Hee, is dit niet mijn auto!’ ¶ 田中さんじゃないか!久しぶり。 Tanaka-san ja nai ka! Hisashiburi. ‘Hee, Tanaka. Lang geleden dat ik je heb gezien!’ ‘Als dat Tanaka niet is! Lang geleden man!’
Het kan ook gebruikt worden voor een aansporing of uitnodiging, wat ook op die manier niet onbekend is in het Nederlands. ¶ 飲みに行こうじゃないか。 Nomi ni ikō ja nai ka. ‘Laten we iets gaan drinken.’ Letterlijker: ‘Zullen we niet iets gaan drinken?’ ¶ ゲームで遊ぼうじゃないか。 Geemu de asobō ja nai ka. ‘Laten we gaan gamen.’ (yamasv) (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ka>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
かな kana (1) […~] [vraagpartikel waardoorheen nadruk of bezorgdheid klinkt]; (2) […~] [vraagpartikel dat zelfbevraging uitdrukt]; (3) […ない~] [partikel dat een wens uitdrukt]; (4) […~] [partikel dat onbegrip of afkeuring uitdrukt]; (5) […~] [klassiek Japans partikel dat ontroering;bewondering;emotie uitdrukt]
か ka (1) […~] [zinsmediaal vraagpartikel: induceert RTK]; (2) […~] [zinsmediaal retorisch vraagpartikel: induceert RTK]; (3) […~] [zinsfinaal vraagpartikel]; (4) […~] [zinsfinaal retorisch vraagpartikel]; (5) […~…~] [nevenschikkend vraagpartikel in de constructie …か…か]; (6) […ぬか of …ぬかも] [drukt een wens uit]
か ka (1) [drukt;o.m. aangesloten op vraagwoorden;onbepaaldheid uit]; (2) [bakent alternatieven binnen een opsomming af]
か;乎;歟;耶 ka (1) [vraagpartikel]; (2) [partikel dat een retorische vraag uitdrukt]; (3) [partikel dat verbazing aangeeft]
下 ka onder [iemands leiding enz.]; onder [die en die omstandigheden enz.]
仮名 kana Japanse letters; Japans lettergrepenschrift; kana
仮 ka (a) vervangingsmiddel; noodmiddel; provisorium; (b) voorlopig; (c) lenen; (d) vergeven
佳 ka (1) prachtig; prima; puik; fijn; heerlijk; (a) prachtig; uitstekend; (b) heuglijk; voorspoedig; (c) mooi; knap
価 ka (1) prijs; waarde; (2) [chem.] -valent; -waardig; (a) prijs; waarde; (b) waarde; betekenis; faam
加 ka (1) toename; groei; aangroei; aanwas; vermeerdering; vergroting; uitbreiding; accres; increment; [w.g.] toeneming; (2) [Jap.gesch.] de provincie Kaga; (3) Canada; [afk.] Can.; (4) Californië; [afk.] Cal.; [afk.] Calif.
化 ka -isering; -isatie [achtervoegsel waarmee een meishi wordt gevormd dat betekent: de door het grondwoord uitgedrukte eigenschap of de daarmee geassocieerde kenmerken (doen) krijgen]
可 ka (1) mogelijkheid; (2) goedkeuring; instemming; voorstem; (3) [onderw.] voldoende; [Belg.N.] voldoening; [afk.] D; kan ermee door; goed genoeg; passabel; redelijk; (a) toelaten; toestaan; (b) kunnen
土手 dote ophoging; aardwal; aarden dijk; wal; dam; bedijking; kade; kaai; ka
家 ka (1) -huis; (2) beoefenaar van sport; beoefenaar van kunst; expert in ~
彼 ka (1) [~の;は] die; dat; (2) [drukt in combinatie met 何 een onbepaaldheid uit]
日 ka [maatwoord voor dagen van de maand]
果 ka (1) gevolg; consequentie; resultaat; effect; vergelding; [boeddh.] phala; (2) verlichting; inzicht; (3) vrucht; fruit; (4) [maatwoord voor fruitsoorten]
架 ka (1) baar; drager; steun; stut; legger; [Belg.N.] schap; (2) [maatwoord voor droogrekken;kimonorekken]; (3) [maatwoord voor rekken;boekenrekken;kisten]; (4) [maatwoord voor kamerschermen]; (5) [maatwoord voor hoog aangebrachte decoratie]; (a) rek; drager; legger; (b) overspanning
樺 ka berk
歌;哥 ka lied; zang; gedicht
河 ka (a) rivier; (b) Gele Rivier; (c) melkweg; (d) [Jap.gesch.] provincie Kawachi 河内
火 ka vuur
科 ka (1) [boeddh.] vraagstuk; (2) [onderw.] vak; onderdeel; les; (3) [onderw.] afdeling; departement; onderzoekseenheid; sectie; vakgroep; [mil.] component; (4) item; punt; (5) [biol.] familie; (6) [jur.] onderdeel; punt van een aanklacht; onderdeel van een tenlastelegging; beschuldiging; (7) [Chin.gesch.] examenvak voor ambtenaren; examenstof; (8) [Barg.] strafblad; strafregister; eerdere veroordeling; (9) gat; hol; kuil; (a) onderverdeling; rang; soort; (b) [biol.] familie; (c) strafbaar feit; fout; schuld; (d) [theat.] het acteren
花 ka (a) bloem; bloesem; (b) prachtig; (c) rosse buurt
荷 ka (1) [maatwoord voor de hoeveelheid vracht die één persoon op de schouder kan nemen;manlast]; (a) [plantk.] Indische lotus; (b) lasten dragen; sjouwen; op de schouders dragen; (c) pak; bagage; vracht; lading
華 ka (a) bloem; (b) prachtig; zwierig; (c) luister; schittering; glorie; (d) pracht; (e) wit poeder; (f) [Chinese zelfaanduiding] China; (g) eenenzestig jaar
蚊 ka mug; steekmug; [熱帯の] muskiet
課 ka (1) les; (2) afdeling [van een bedrijf;firma]
貨 ka (1) schat; (2) goederen; waren; (3) betaalmiddel; [i.h.b.] munt; geld; (a) kostbaarheid; schat; (b) goederen; handelswaar; (c) geld
貨 ka (a) geld; (b) vermogen; (c) koopwaar; spullen; bagage
過 ka (1) over-; hyper-; (2) [chem.] per-; (a) passeren; voorbijgaan; (b) verstrijken; omgaan; (c) gedogen; laten passeren; (d) overschrijden; te buiten gaan; (e) zich vergissen; vergissing
金 kana (a) metaal; ijzer; (b) geld; (c) ijzersterk; (d) volslagen; volkomen
霞 ka (a) waas; nevel; (b) ochtend- of avondgloed
顆 ka (1) [maatwoord voor korrels;bolletjes;kiezels;tranen]; (2) [veroud.] [maatwoord voor meloenen;yuzu-vruchten;ballen]; (3) [veroud.] [maatwoord voor zegels;stempels]; (a) korrel; bolletje
香 ka (1) geur; (2) luister; pracht; (a) (lekkere) geur
Tijd: 1.35 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 35 treffers (zoekopdracht: 'ka').
2005-2026
