
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
hito・人
zn. (1) [人類] menschdom o. (2) [個人] een man m.; persoon m. & v. (3) [世人] volk o. (4) [成人] volwassene m. & v. (5) [他人] een ander m.; anderen m.mv. ¶ 伊藤と言ふ人 een zekere Ito. ¶ 昔の人 de ouden. ¶ 人は好き好き ieder zijn smaak. ¶ 人の惡い人 iemand met onaangenaam karakter. ¶ 人となる een man worden; volwassen zijn. ¶ 人が何と言ふだろう wat zal men er van zeggen? wat zullen de menschen er van zeggen? ¶ 人中で in het publiek. ¶ 人がなくて困って居る wij hebben gebrek aan volk.
ikaga・如何
bw. hoe?; wat? ¶ 如何ですか hoe gaat het ermee? hoe maakt u het?; hoe is het?. ¶ 如何お思ひになりますか wat zou je ervan zeggen? ¶ 昨夜は如何でしたか hoe was het gisterenavond?; hoe heb je het gisterenavond gehad? ¶ 今度の芝居は如何でしたか hoe vond je de comedie?; wat zeg je van de comedie? ¶ もう一つ如何ですか wil je er niet nog eentje nemen? ¶ 明日では如何ですか schikt het u morgen?
donna・どんな
vnw. wat voor?; wat voor soort?; welk soort van?; bw. hoe. ¶ どんな譯で waarom? ¶ どんなでも welke ook; ¶ どんなにも hoe zeer ook. ¶ どんなにしても in elk geval; hoe het ook zij; wat er ook gebeure. ¶ 彼はどんな人か wat is hij voor een man? ¶ 御商買の方は此頃どんなです hoe staat het met de zaken tegenwoordig? ¶ どんなに彼は嬉しいだらう wat zal hij blij zijn!
nan to・何と
tw. wat!; bw. hoe; hoezeer. ¶ 何と暑いことね wat is het warm! ¶ 何とか het een of ander; dit of dat; zus of zoo. ¶ 何とも niets; volstrekt niets. ¶ 何とも言へぬ men kan er niets van zeggen; onbeschrijfelijk. ¶ 何とも思はぬ onbeduidend; er niets om geven; het kan mij niets schelen; ¶ 何となく eenigszins; eenigermate; op de een of andere wijze; onbestemd. ¶ 何となく氣味が惡い ik voel me, waarom weet ik niet, niet erg op mijn gemak. ¶ 何となれば want; omdat.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <wat>
あれ are [drukt verrassing;ontgoocheling;argwaan uit] hé!; wat nou?; kijk eens aan!; nee maar!; dat is me (toch) wat!; o nee!; 't is niet waar!; nou zeg!; kom nou!; wow!; hemel!
些か isasaka (1) een beetje; iets; ietsje; wat; lichtjes; enigszins; in zekere mate; (2) [~も…ない] helemaal niets; volstrekt niet; niet in het minst; niet de minste …; geenszins; (3) gering; weinig
おやおや oyaoya (1) hé?; o?; wat?; (2) goeie genade!; lieve hemel!; nee maar!; wel; heb je me ooit!; asjemenou!; ach jee!; o nee!; goeie help!; gottegot!; och gunst!; hemeltje!; mamma mia!; olala!
たら tara (1) [partikel dat een topic met lichte kritiek;minachting of genegenheid aangeeft;vaak ttara ったら gespeld]; (2) wat!; hoe! [uitgang waarmee iems. gebrek aan inzicht bekritiseerd;berispt wordt]; (3) als; wanneer; toen
どれか doreka iets; één; enige; enkele; wat
どんな donna (1) wat voor; welk (soort); wat ~ zoal; [arch.] hoedanig; (2) wat; wie; hoe ~ ook; om het even ~; het geeft niet ~; n'importe ~ [in combinatie met de て-vorm + も]
はあ haa (1) ja; mmm [als bevestiging]; (2) hè?; wat?; wablief?; (3) a!; ha!; ach!; tjonge; wel wel; hé; hm; poe; nou ja [brengt een gevoel van verrassing;verbazing;bewondering;verwarring e.d. tot uitdrukking]; (4) juist; precies; inderdaad; ik begrijp het; goed dan; nou goed
へえ hee hé!; gut!; wat!; [veroud.] ei!; [gew.] alla!
一寸;鳥渡 chotto (1) (een) beetje; wat; een tikkeltje; ietsje(s); een tikje; iets; een weinig; ietwat; lichtjes; lichtelijk; enigszins; even; eventjes; (een) ogenblikje; (een) momentje; (2) nogal; best (wel); vrij; tamelijk; behoorlijk; (3) (niet enz.) zomaar; (niet enz.) meteen [i.c.m. negatie]; (4) hé; hei; hallo (daar); excuseer; hoor eens; [i.h.b.] kom eens
一 hito (1) één; één rondje ~; (2) wat; een beetje; (3) [voorvoegsel dat de onbepaaldheid;vaagheid van het grondwoord suggereert]
何々 naninani (1) het een en ander; een zekere; dat en dat [zeggen enz.]; die en die [dingen enz.]; (2) wat; wablief; kom kom; toe
何か nanika (1) allerlei dingen; het een en ander; (2) iets; wat; wat dan ook; het een of ander
何か nanka (1) iets; ergens iets; wat; (2) […か~] of zo; of zoiets; of iets dergelijks
何と nanito (1) waarom; (2) hoe; (3) wat?; hoezo?; (4) zeg; (5) enzovoort; en dergelijke; et cetera
何と nanto (1) hoe; op welke wijze; (2) wat!; hoe!; zo'n!; (3) hoezo; (4) allemachtig; asjemenou; hemeltje; menslief; wow; [Belg.N.] amai; (5) wel
何らかの;何等かの nanrakano enig; enige; enkele; wat
何事 nanigoto (1) wat; wat voor iets; (2) [~も] alles; [~も…ない] niets; (3) wat nou?; hoezo?; dat kun je (toch) niet maken!; het is een schande!; (4) dinges; een of andere
何分 nanibun (1) een of andere; een; enig; wat; enigszins; (2) [bedankt voor] alles; zovele dingen; (3) [i.c.m. verzoek] alstublieft; alsjeblieft; gelieve; wees zo goed; (4) in elk geval; in ieder geval; althans; toch
何奴 doitsu (1) [inform.;♂] wie; (2) [inform.;♂] wat; welk; welke
何方 izukata (1) waar; (2) waarheen; waarnaar; (3) wat; welk; (4) wie
何 dore (1) welke (ervan); wat; (2) nu dan; welnu; zo; nou; wel; goed
何 nani (1) wat; welk; wat … ook; (2) ding; (3) (niet) in het minst; (zonder) de minste [doorgaans i.c.m. negatie]; (4) wat?; hè?; wablief?; kom nou
何 nan (1) wat; (2) wat; hè; (3) hoeveel
僅か;纔か wazuka (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; luttel; greintje; ietwat; enigermate; enigszins; (2) gering; klein; licht; schaars; karig; amper; nauwelijks; maar net; ternauwernood; (3) krap; nauw; eng; (4) slechts; maar; enkel
僅かな;纔かな wazukana (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; luttel; greintje; (2) gering; klein; licht; schaars; karig; (3) krap; nauw; eng
嘸 sazo (1) vast; zeker; ongetwijfeld; zonder twijfel; gegarandeerd; beslist; stellig; naar men mag aannemen; (2) hoe!; wat!
多少 tashō (1) aantal; hoeveelheid; talrijkheid; grootte; omvang; getal(sterkte); (2) wat; enigszins; ietwat; enig; een beetje; enigermate; nogal; min of meer; best wel; in zekere mate; tot op zekere hoogte; vrij; tamelijk; in zekere zin
多少の tashōno een zekere hoeveelheid; een dosis; enig; wat; een beetje
如何 ikaga hoe?; wat?
寺 tera [boeddh.] tempel; [タイ;カンボジアの] wat
少々;少少 shōshō (1) een beetje; een tikje; een kleinigheid; een weinig; (2) even; wat; ietsjes; eventjes
少し;寡し;些し sukoshi (1) een beetje; een kleinigheid; een tikkeltje; een tikje; een scheutje; een snufje; een vleugje; een spoortje; een tintje; een zweempje; een ietsje; ietwat; lichtelijk; enigermate; [m.b.t. afstand] een klein eindje; (2) iets; wat; enige; een paar; enkele; een weinig; een klein aantal; (3) een beetje; even(tjes); een ogenblikje; een momentje
少しの sukoshino (1) een beetje; wat; een weinig; een kleine hoeveelheid; een vleugje; een zweempje; (2) een paar; enkele; enig; een klein aantal; (3) gering; onbeduidend; onbelangrijk; te verwaarlozen
幾らか ikuraka (1) beetje; geringe hoeveelheid; gering aantal; (2) een beetje; wat; iets; enigszins; (3) [~でも] hoe bescheiden ook; al is het maar een beetje
幾何かの ikubakukano enig; een zekere mate; hoeveelheid (van); wat
幾分 ikubun (1) iets; wat; (2) deel; part; (3) [gevolgd door ka か] een beetje
幾分か ikubunka een beetje; wat; enigszins; in zekere mate; enigermate
心持ち kokoromochi (1) karakter; aard; mood; stemming; gemoedsgesteldheid; geestesgesteldheid; gemoedstoestand; houding; (2) gevoel; indruk; (3) een beetje; iets; wat; een kleinigheid; ietsje; een stukje
稍;漸 yaya (1) enigszins; enigermate; wat; een beetje; lichtelijk; min of meer; ietsje; (2) eventjes; effen; (3) (zo) nu en dan; soms; [het gebeurt] wel eens; (4) langzaam; bij beetjes; geleidelijk; (5) uiteindelijk; (6) hallo; hé; hé daar; jij daar; hola [gebruikt wanneer men mensen roept]; (7) o!; oei; (o) jee; lieve help; o god; gos; sjonge [onwillekeurige uiting bij een verrassing;of wanneer plotseling iets iemand te binnen schiet]
縦い;仮令;縦令;縦;縦使 tatoi al; zelfs al; ook al; zelfs; ook als ~; wat; wie; hoe; waar; wanneer ~ ook; n'importe ~; ongeacht (of) ~; onverschillig (of) ~
縦え;仮令;縦令;縦;縦使 tatoe al; zelfs al; ook al; aangenomen dat; zelfs; ook als ~; wat; welk; wie; hoe; waar; wanneer ~ ook; n'importe ~; ongeacht (of) ~; onverschillig (of) ~; het doet er niet toe hoe; wat; welk; waar; wanneer; wie
若干の jakkanno (1) een aantal; meerdere; enkele; een paar; enige; ettelijke; (2) wat; een beetje
若干の sokobakuno (1) een aantal; meerdere; wat; enkele; een paar; enige; ettelijke; (2) heel wat; veel; een heleboel; een massa
若干 jakkan (1) een aantal; meerdere; enkele; een paar; enige; ettelijke; (2) wat; een beetje
若干 sokobaku (1) een aantal; meerdere; wat; enkele; een paar; enige; ettelijke; (2) heel wat; veel; een heleboel; een massa
遅蒔き osomaki (1) late zaai; (2) [fig.] aan de late kant; wat; vrij laat
遅蒔きながら osomakinagara wat; vrij laat; met vertraging; [Belg.N.] laattijdig
遅蒔きの osomakino (1) laat; laat gezaaid; (2) [fig.] wat; vrij laat; [Belg.N.] laattijdig
那 na (a) wat; welk; (b) [fonet.] fonetisch teken met uitspraak "na"
Tijd: 1.55 sec. jiten.nl: 18 treffers, warandict: 49 treffers (zoekopdracht: 'wat').
2005-2026
