日蘭辭典+

38 resultaten voor ‘weten’
日蘭辭典 (trefwoord)
yarikuri遣繰
(遣り繰り) zn. tijdelijk hulpmiddel o.; lapmiddel o. ¶ 遣繰する tijdelijk hulpmiddel vinden; zich voorloopig weten te redden.
wakaru解る
(解る、分かる、判る、分る) t.w. (1) [了解] begrijpen; weten; verstaan; onderscheiden; i.w. duidelijk zijn. (2) [露見する] aan den dag komen; blijken; aan het licht komen; ontdekt worden. (3) [理解がある] voor rede vatbaar zijn; intelligent zijn; royaal zijn (吝嗇でない). ¶ 意味が分る de beteekenis begrijpen. ¶ 解かって來る duidelijk worden; blijken. ¶ 解かりましたか begrijp je?; (俗) snap je? ¶ の言ふ事は解らない ik versta je niet; ik begrijp niet, wat je zegt. ¶ 確かな處は解かりません ik kan het niet met zekerheid zeggen. ¶ それで解った o, nu begrijp ik het. ¶ 言はんでも解かってゐる het spreekt vanzelf. ¶ 道が解かって居るか weet je den weg? ¶ あの人は譯が解ってる hij heeft gezond verstand.
shiru知る
t.w. weten; kennen; i.w. op de hoogte zijn van; t.w. (解る) begrijpen; inzien. ¶ 知る限りでは voor zoover ik weet; ¶ 手紙知る uit een brief te weten komen.
sejin世人
zn. de wereld v.; het publiek o.; vnw. men. ¶ 世人之を知る het is algemeen bekend; iedereen weet het.
ka
part. (1) [疑問] is er?; bw. hoe? wat? vw. (2) [或は] of......of; nauwelijks......of. ¶ 成行はどうなることwat zal er van terecht komen? ¶ どうして分るものhoe zou ik het weten? ¶ 風呂が出來たかどうか vraag eens of het bad al klaar is. ¶ 君が歸るか歸らないかにあのが來た nauwelijks was je naar huis gegaan of hij kwam.
kokoro-e心得
zn. (1) [知識、會得] kennis v.; begrip o. (2) [準則] aanwijzing v. mv. (3) [規則] voorschriften v. mv. (4) [覺悟 ] voorbereid v. (5) [官職の心得] vervanger m. ¶ 局長心得 waarnemend directeur. ¶ 一通り科料を心得て居る zij kan goed koken. ¶ 商人の心得 voorschriften voor kooplieden; wat een koopman behoort te weten.
tashinamu嗜む
i.w. (1) [好む] houden van; smaak hebben voor; gevoel hebben voor. (2) [愼み] zich weten te beheerschen; zich beschaafd gedragen; bescheiden zijn; zedig zijn.
kokoroeru心得る
t.w. (1) [會得する] weten; begrijpen; inzien. i.w. (2) [と思ふ] beschouwen als; houden voor. ¶ 心得ました ik heb u begrepen; ik zal er voor zorgen.
hazu
(はず) zn. noodzakelijkheid v.; wenschelijkheid v.; verplichting v. ¶ 行く筈だ ik dien wel te gaan; ik behoor te gaan. ¶ 知らぬ筈はない hij behoort het te weten. ¶ が晚餐に來る筈だ ik krijg mijn moeder te eten; mijn moeder komt vanavond eten. ¶ ひとりでにこはれる筈はない het kan niet vanzelf gebroken zijn.
kōsan降參

zn. (1) [降服] overgave v.; onderwerping v. (2) [閉口] stomheid v.; mond vol tanden. ¶ 降參する zich overgeven; zich gewonnen geven; den strijd opgeven. ¶ 閉口する met stomheid geslagen zijn; niets weten te antwoorden; met den mond vol tanden staan; geen uitweg weten.

hatato礑と

bw. (1) [音] met een klap. (2) [突然] plotseling. [全然] geheel. ¶ 礑と實感する niet weten, wat te doen; uit het veld geslagen zijn.

kumen工面

zn. middel o.; plan v.; methode v. ¶ 金を工面する middelen beramen; zich geld weten te verschaffen.

kureru暮れる

i.w. (1) [夜になる] donker worden; beginnen te schemeren. (2) [終る] ten einde loopen; eindigen; afloopen. ¶ 泪に暮れる in tranen zijn. ¶ 全く途方に暮れる niet meer weten, wat te doen; geen uitweg meer zien.

kurushimu苦む

i.w. (1) [痛む] lijden. (2) [悩む] gekweld worden; zuchten onder. ¶ 返答に苦む niet weten, wat te antwoorden.

zonzuru存ずる

t.w. (1) [知る] weten; i.w. zich bewust zijn. (2) [思ふ] denken; vinden; van oordeel zijn; gevoelen. ¶ 光榮と存ずる het als een eer beschouwen; zich vereerd achten. ¶ 御存じの通り zooals u bekend is. ¶ 御愉快の事と存じ候 ik kan mij voorstellen, hoe gij u verheugt.

zettaisetsumei絶體絶命

(絶体絶命) zn. wanhopige toestand m.; uiterste o. ¶ 絶體絶命になる geen raad meer weten; ten einde raad zijn; wanhopig zijn.

yukue行方

zn. adres o.; verblijfplaats v. ¶ 行方不明 adres onbekend. ¶ 行方を晦ます zich schuilhouden. ¶ 行方を知らぬ niet weten waar iemand (iets) gebleven is.

yowarihateru弱り果てる

i.w. uitgeput zijn; op zijn; geen raad meer weten.

yowaru弱る

i.w. (1) [衰弱] verzwakken. (2) [困口] in moeilijkheden zijn; geen raad weten. (3) [落膽] moedeloos zijn; terneergeslagen zijn.

yokuよく

bw. (1) [上手に] wel; goed; juist. (2) [屢々] dikwijls; menigmaal. (3) [非常に] zeer. ¶ よくなる beter worden. ¶ よくは知らぬ niet zeker weten. ¶ よく見ても op z’n best.

yochi豫知

(予知) zn. vooruitweten o. ¶ 豫知する vooruit weten; voorzien.

wakaru解る

t.w. (1) [了解] begrijpen; weten; verstaan; onderscheiden; i.w. duidelijk zijn; i.w. (2) [曉見する] aan den dag komen; blijken; aan het licht komen; ontdekt worden. (3) [理解がある] voor rede vatbaar zijn; intelligent zijn; royaal zijn (吝嗇でない). ¶ 意味が分る de beteekenis begrijpen. ¶ 解つて來る duidelijk worden; blijken. ¶ 解りましたか begrijp je?; (俗) snap je? ¶ 君の言ふ事は解らない ik versta je niet; ik begrijp niet, wat je zegt. ¶ 確な處は解りません ik kan het niet met zekerheid zeggen. ¶ それで解つた o, nu begrijp ik het. ¶ 言はんでも解つてゐる het spreekt vanzelf. ¶ 道が解つて居るか weet je den weg? ¶ あの人は譯が解つてる hij heeft gezond verstand.

tsutsushimu愼む

(慎む) i.w. (1) [謙遜] bescheiden zijn. (2) [用心深い] voorzichtig zijn. (3) [抑制] zich weten te beheerschen. ¶ 將來を愼む bedachtzaam zijn voor de toekomst. ¶ 口を謹む zijn tong bedwingen. ¶ 謹んで eerbiedig; bescheiden; in alle nederigheid. ¶ 謹んで申す eerbiedig opmerken.

tsutae

(伝) zn. overlevering v.; traditie v.; legende v. ¶ 傳へる (傳授) mededeelen; laten weten; overleveren (傳移); overbrengen (傳達); doorzenden (傳送). ¶ 父より子に傳へる van vader op zoon overleveren. ¶ 私より宜しくとお傳へ下さい doe hem mijn hartelijke groeten. ¶ 財產を傳へる fortuin nalaten.

tsukaikata使方

zn. wijze van gebruik. ¶ 使方が分らぬ niet weten hoe te gebruiken; niet kunnen omgaan met.

tsūjiru通じる

i.w. (1) [通過] passeeren; voorbijgaan. (2) [精通] grondig op de hoogte zijn; t.w. kennen. i.w. (3) [了解] verstaan worden; gangbaar zijn. (4) [姦通] onzedelijke betrekkingen hebben; liaison hebben. (5) [內應] in ’t geheim in verbinding staan t.w. (6) [通過さす] laten passeeren; doorlaten. (7) [連絡] verbinden. (8) [知らす] laten weten; bekend maken. ¶ 都市には鐵道が通じてゐます de voornaamste steden zijn door spoorwegen verbonden. ¶ 蘭語に通じる goed Hollandsch kennen. ¶ 英語の通じない處はない Engelsch wordt overal verstaan. ¶ 敵に通じる in geheime relatie staan met den vijand. ¶ 女と通じる scharrelen met een vrouw. ¶ 橋を通じる door een brug verbinden; brug slaan. ¶ 電流を通じる stroom sluiten. ¶ 意志を通じる bedoeling bekend maken. ¶ 電話が通じない de telefoon geeft geen gehoor.

SUPPLEMENT (trefwoord)
kōkutsu後屈
zn., suru-ww. achterovergebogen; achterover buigen. ¶ 今日はヨガの後屈のポーズのおですKyō wa yoga no kōkutsu no pōzu no hanashi desu. Vandaag ga ik het hebben over houdingen in yoga waarbij je achteroverbuigt. ¶ 後屈のポーズには、全身のエネルギーを活性化して、自分でも気づかなかった感情と出会うがあります。 Kōkutsu no pōzu ni wa, zenshin no enerugī wo kasseikashite, jibun de mo kizukanakatta kanjō to deau toki ga arimasu. Bij achterovergebogen houdingen activeer je energie in je hele lichaam en zul je op momenten emoties tegenkomen waarvan je zelf niet eens wist dat je ze had. (blog) NB antoniem: zenkutsu 前屈

ingaritsu因果律
(identiek aan 因果法則 inga hōsoku) zn. het principe dat ieder verschijnsel een oorzaak heeft; wet van oorzaak en gevolg; causaliteit. ¶ が知りたいのは、科学の最先端で因果律がどう扱われているか? Watashi ga shiritai no wa, kagaku no saisentan de ingaritsu ga dō atsukawarete iru ka? [vert. lett.:] Wat ik weten wil is, hoe gaat men in de voorhoede van de wetenschap om met causaliteit? (blog) ¶ 十如是(じゅうにょぜ)とは、『法華経』方便品に説かれる因果律をいうJū'nyoze to wa, Hokekyō Hōbenbon ni tokareru ingaritsu to iu. Jū'nyoze (de tien staten of factoren in bepaalde vormen van Boedhisme) is de wet van oorzaak en gevolg die wordt uiteengezet in [het hoofdstuk] ‘Geschikt middel’van de Lotus Sutra. (BCWK) ¶ 因果律を信じ大乗を誹謗せず、ただただ無上道心を起すIngaritsu wo shinji Daijō wo hibōsezu, tadatada mujō dōshin wo okosu mono. Mensen die geloven in de wet van oorzaak en gevolg, geen kwaad spreken van Mahayana Boedhisme en slechts hopen verlichting te bereiken. (BCWK)
nan to ka何とか
(frase) (1) op de een of andere wijze; op een of andere manier; enigerlei wijze; het een of ander; dit of dat; zus of zo. ¶ なんとかそのテストに受かった。 Nan to ka sono tesuto ni ukatta. Op een of andere manier ben ik geslaagd voor de test. ¶ なんとか日曜日までに家賃を払わないといけない。 Nan to ka nichiyōbi made ni yachin wo harawanai to ikenai. Op een of andere manier moet ik uiterlijk zondag de huur betalen. ¶ はなんとか時間までそこに着いた。 Boku wa nan to ka jikan made ni soko ni tsuita. Op een of andere manier lukte het me om er op tijd te komen. ¶ 彼女はなんとかして世間体をつくろった。 Kanojo wa nan to ka shite sekentei wo tsukurotta. Op een of andere wijze wist ze haar gezicht te bewaren. (2) (in plaats van de naam van iets of iemand) zus of zo; je-weet-wel; nog wat; hoe-heet-hij [zij, het]-ook al weer; ding; dinges. ¶ 田中なんとかというから電話がありました。 Tanaka nan to ka to iu hito kara denwa ga arimashita. Er was een telefoontje van een Tanaka-nog-wat voor je. ¶ 事部長のなんとかさんが捜してたよ。 Jinji buchō no nan to ka-san ga sagashite ta yo. De manager van personeelszaken, hoe heet hij ook al weer, was naar je op zoek. (yamasv) (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <weten>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
分かる wakaru (1) begrijpen; verstaan; snappen; vatten; zien; inzien; beseffen; te weten komen; beetkrijgen; er achter komen; hoogte krijgen van; er wijs uit kunnen (worden); herkennen; onderkennen; kunnen volgen; begrijpelijk zijn; zich een begrip vormen van; (2) begrip kunnen opbrengen voor; begip tonen; begripvol zijn; redelijk zijn; (3) blijken (te zijn); duidelijk worden; aan het licht komen; vinden; weten; kennen; geïdentificeerd zijn; (4) waarderen; appreciëren; gevoel hebben voor; verstand hebben van; smaken
存じる zonjiru (1) denken; vinden; geloven; menen; houden voor; achten; beschouwen; aannemen; veronderstellen; (2) weten; kennen; begrijpen; bekend zijn met; beseffen; zich bewust zijn van; inzien
存じ上げる zonjiageru (1) kennen; weten; bekend zijn met; ergens van af weten; (2) denken; menen; vinden; achten; beschouwen; [gew.] peinzen
存ずる zonzuru (1) denken; vinden; geloven; menen; houden voor; achten; beschouwen; aannemen; veronderstellen; (2) weten; kennen; begrijpen; bekend zijn met; beseffen; zich bewust zijn van; inzien
承知する shouchisuru (1) begrijpen; weten; kennen; beseffen; inzien; onderkennen; snappen; verstaan; zich bewust zijn van; (2) instemmen (met); akkoord gaan; toestemmen (in); inwilligen; ingaan op; (3) toestaan; toelaten; goedkeuren; zijn fiat; goedkeuring geven aan; accepteren; over zijn kant laten gaan; [inform.] pikken
気付く kizuku opmerken; bemerken; weten; zien; bespeuren; ontwaren; waarnemen; voelen; beseffen; erg hebben in
知っている shitteiru weten; kennen; bekend zijn met
知る;識る shiru (1) kennen; weten; bekend zijn met; weet hebben van; [veroud.] kundig zijn van; (2) beseffen; zich realiseren; (zich) bewust zijn (van); erkennen; inzien; begrijpen; gewaarworden; ontdekken; aan de weet komen; snappen; (3) ondervinden; ervaren; leren kennen; (be)merken; bespeuren; voelen; [i.h.b.;bijb.] bekennen; (4) enig idee; vermoeden hebben; eruit opmaken; afleiden; [form.] bevroeden; (5) te maken hebben met; bemoeienis hebben met; aangaan
知識;智識 chishiki kennis; weten; weet; wetenschap; informatie
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.43 sec. jiten.nl: 29 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'weten'). 
2005-2026