
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kans>
チャンス chansu kans; gelegenheid
公算 kōsan waarschijnlijkheid; probabiliteit; aannemelijkheid; kans; verwachting
切っ掛け kikkake (1) start; aanzet; begin; signaal; (2) kans; gelegenheid; aanleiding; (3) aanknopingspunt; hint; aanwijzing; houvast; spoor; [fig.] ingang
加減 kagen (1) het optellen en aftrekken; (2) toegeving; (3) de mate van ~; (4) smaak(toevoeging); kruiding; (5) aanpassing; (6) invloed; (7) gezondheidstoestand; conditie; (8) kans; (bij) toeval
可能性 kanōsei mogelijkheid; possibiliteit; kans
契機 keiki (1) kans; gelegenheid; geschikte omstandigheid; aanleiding; (2) (in de filosofie) moment
好機 kōki goede gelegenheid; kans
序で;序;次;第;次第;嗣 tsuide kans; gelegenheid; opportuniteit
折り ori (1) gelegenheid; moment; keer; kans; (2) wanneer; (3) vouw; (4) … keer gevouwen; toegevouwen
時分 jibun (1) periode; tijd; (2) juist moment; geschikt ogenblik; opportuniteit; gelegenheid; kans
時;秋 toki (1) tijd; [arch.] stond; (2) tijd; periode; [i.h.b.] seizoen; (3) [in die] tijden; [in die] dagen; toenmalig; (4) allesbeslissend moment; kritiek punt; scharniermoment [spelling: toki 秋]; (5) kans; gunstige gelegenheid; gelegen tijd; (6) [spraakk.] tijd; tempus; (7) geval; keer; gelegenheid; moment; ogenblik; (8) toen; wanneer
暇;隙;閑 hima (1) vrijaf; vrij; vrije tijd; vrije uren; (2) tijd (om iets te doen); gelegenheid; kans; (3) vakantie; [i.h.b.] verlof; (4) verbreking; [i.h.b.] ontslag; [i.h.b.] scheiding; (5) slappe tijd; slapte [in handel]; komkommertijd [in nieuws]; (6) vrij; ~ waarin niet gearbeid wordt; arbeidsloos; (7) [m.b.t. handel] slap; slapjes; slepend; stil; [van markt] traag
望み;望 nozomi (1) hoop; verwachting; [meton.;veroud.] betrouwen; (2) wens; verlangen; believen; (3) vooruitzicht; kans; veelbelovendheid; beloftevolheid
機会 kikai kans; gelegenheid; aanleiding
機縁 kien (1) [boeddh.] aanleg voor en voorbeschiktheid tot de leer; (2) aanleiding; gelegenheid; kans; motief; oorzaak; karma
機 ki (1) gelegenheid; kans; tijd; moment; opportuniteit; omstandigheden; juiste ogenblik; (2) machine; toestel; (werk)tuig; apparaat; installatie; (3) vliegtuig; toestel; [veroud.] vliegmachine; [w.g.] vliegtoestel; (4) [maatwoord voor vliegtuigen]
潮 shio (1) getijde; getij; tij; (2) zeewater; zeenat; (3) kans; gelegenheid; mogelijkheid; [Belg.N.] occasie
瀬 se (1) ondiepte; wad; voord; voorde; (2) stroomversnelling; krachtige stroom; snelle vliet; (3) stroming; getijdestroming; (4) positie; situatie; (5) kans; gelegenheid; (6) aspect; punt
率 ritsu (1) verhouding; ratio; proportie; percentage; coëfficiënt; (2) voordeligheid; lucrativiteit; (3) waarschijnlijkheid; kans; (a) -cijfer; -voet; -factor; -coëfficiënt; -schaal; -index; -constante; -modulus; -percentage
確率 kakuritsu waarschijnlijkheid; probabiliteit; kans
縁 en (1) kans; toevallige gebeurtenis; lot; toeval; karma; (2) band; betrekking; relatie; connectie; verwantschap; (3) verband; relatie; connectie; samenhang; (4) veranda; waranda; loggia
虞 osore gevaar; risico; dreiging; kans
運 un (1) lot; toeval; (2) geluk; voorspoed; fortuin; (3) kans; gelegenheid
間 ma (1) ruimte; plaats; tussenruimte; interval; entre-deux; (2) vertrek; kamer; ruimte; (3) pauze; onderbreking; tijdsinterval; (4) tijd; moment; poos; (5) gelegenheid; kans; ruimte; [i.h.b.] geluk; (6) [muz.] maat; [i.h.b.] cesuur; rustpunt; [oneig.] ritme; tempo; timing
隙;透き;透 suki (1) gat; opening; spleet; kier; speling; wat plaats; wat ruimte; plaatsruimte; (2) gaatje; vrij ogenblikje; (3) buitenkans(je); onbewaakt; geschikt; kwetsbaar ogenblik; gelegenheid; kans; opportuniteit
食い付き kuitsuki (1) [hengelsp.] beet bij het vissen; (2) kans; gelegenheid; (3) [variététheat.] eerste nummer na de pauze; (4) [barg.] [警察への] verrader; informant; klikspaan; politiespion
Tijd: 1.49 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 26 treffers (zoekopdracht: 'kans').
2005-2026
