日蘭辭典+

62 resultaten voor 「こう」
日蘭辭典 (titelwoord)
斯う
(こう) bw. zoo; op deze wijze; aldus. ¶ の考へは斯うです zoo denk ik erover.
kou乞ふ、請ふ

(乞う、請う) t.w. vragen; verzoeken; bidden. ¶ を請ふ gast uitnoodigen. ¶ を請ふ ontslag vragen wegens hoogen leeftijd. ¶ 施を乞ふ bedelen. ¶ 人に物を乞ふ van iemand iets vragen. ¶ 助命を乞ふ om genade vragen. ¶ 貴答を乞ふ verzoeke beleefd om antwoord.

unaji

zn. nek m.

日蘭辭典 (trefwoord)
dōyaraどうやら
bw. vermoedelijk; wel. ¶ どうやら天氣になりそうだ het zal wel goed weer worden. ¶ どうやらかうやら op de een of andere manier; zoo goed en zoo kwaad mogelijk.
dōkakōkaどうかかうか
dōnimokōnimoどうにもかうにも
(どうにもこうにも) bw. hoe ook; op welke manier ook. ¶ どうにもかうにもならない het is hopeloos; er is volstrekt geen kans op; het gaat stellig niet, wat wij ook doen.
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:Aozora Bunko╱Mori Ōgai╱De wilde gans 〈1:10-11〉〈青空文庫〉森鴎外『雁』
先ずざっとこう云う性の尊敬を受け、それに乗じて威福を擅にすると云うのが常である。然るに上条でを利かせている、の壁は頗るを殊にしていた。

Mazu zatto kō yū tachi no otoko ga sonkei wo uke, sore ni jōjite ifuku wo hoshiimama ni suru to yū no ga tsune de aru. Shikaru ni Kamijō de haba ga kikasete iru, boku no kabe tonari no otoko wa sukoburu omomuki wo koto ni shite ita.

Wel, het was normaal dat zo’n soort man respect kreeg en zich daarvan bediende om naar wens zijn invloed uit te oefenen. Echter, als ik het heb over de man die mijn buurman was in Kamijou en daar zijn invloed deed gelden, die had een uitzonderlijke stijl.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <こう>
omspannen
(1) omgang; betrekking; contact; (2) overgang; wisseling; (a) omgang; betrekking; contact; (b) elkaar kruisen; samenkomen; (c) gemengd raken; mengen; (d) wisselen; ruilen; uitwisselen; (e) leveren; (f) onderling; bij beurten
rimpelloos verlopen; goed vorderen
(1) [Jap.gesch.;verzameln.] edellieden; edelen; lords; (2) markies; markgraaf; (a) feodale heer; leenheer; leenvorst; daimio; (b) markies
(1) tijd van het jaar; jaargetij; jaargetijde; weer; weersgesteldheid gedurende een bepaalde tijd van het jaar; (2) [Chin.gesch.] pentade; periode van vijf dagen; (a) informeren naar iemands toestand; onderzoek; verkenning van de gesteldheid; (b) wachten; (c) verschijning; veruitwendiging; manifestatie; teken; (d) weersverschijnsel; weersomstandigheden; (e) jaargetijde; seizoen
(a) schijnen; beschijnen; (b) licht; schittering; luister; (c) tijd; (d) toestand; uitzicht; (e) eer; roem
(1) prins; (2) hertog
(a) uitwerking; effect; (b) imiteren; nadoen
(a) dik; (b) hartelijk; joviaal; (c) brutaal; onbeschaamd; (d) verrijken
口† (1) [maatwoord voor personen;m.n. beroepsgenoten]; (2) [maatwoord voor zwaarden;degens;scheermessen;schoffels]; (3) [maatwoord voor potten;kruiken;kannen;kommen;ketels]; (4) [maatwoord voor (tempel)klokken]; (5) [maatwoord voor blaasbalgen]; (6) [maatwoord voor geweermonden]; (7) [maatwoord voor zadels;mondstukken;bitten]
(a) zich wenden; een kant opgaan; (b) intentie; streven; (c) volgen; (d) richting
坑;阬 (1) mijn; groeve; (2) mijngang; mijnschacht
(1) schoonheidskenmerk; lakṣaṇa; [boeddh.] secundair fysiek kenmerk van Boeddha; (2) goed; gunstig; (a) houden van; verkiezen; (b) knap; (c) uitstekend; prima; (d) goed; gunstig; (e) vriendschap; (f) meug; voorkeur
(1) kinderlijke gehoorzaamheid; piëteit jegens z'n ouders; ouderliefde; (a) goed zijn voor z'n ouders
(a) wijd; grootschalig; (b) ruimhartig
(1) technische school; (2) -arbeider; (a) vervaardigen; produceren; (b) vervaardiger; handwerksman; ambachtsman; (c) productie-industrie; industriële technologie
(1) behendige techniek; (a) behendig; vaardig; (b) techniek; vaardigheid; (c) geveinsd
straat; [fig.] dorpsstraat; het publiek
(a) ruim; uitgestrekt; (b) uitspreiden; verruimen
(a) veilig en wel; rustig; (b) gezond
(a) uitgestrekt; groot; (b) verdraagzaamheid; (c) (zich) verbreiden
(1) achterkant; achterste gedeelte; (2) na; later; achteraf; (3) achterblijven
恋う kou liefhebben; beminnen; houden van; [Belg.N.] graag zien; [veroud.;lit.t.] minnen
(a) optillen; opheffen
(1) anti-; contra-; (a) wedijveren; zich verzetten tegen; (b) vrijwaren; weerstaan
(a) aanvallen; (b) zich eigen maken; diepgaand begrijpen; (c) slijpen
斯う kou zo; op deze wijze
klaar; schijnen; schitteren
(1) school; (2) correctie van drukproeven
(1) grote rivier; stroom; (2) Blauwe Rivier; Jangtsekiang; (3) Biwameer; (a) grote rivier; [i.h.b.] Blauwe Rivier; (b) provincie Ōmi
(a) diep en uitgestrekt; (b) afwezig; verstrooid
(a) overstromen; extensief zijn; (b) zeer; volop
haven
(1) honderd noniljoen [= 1 met 56 nullen erachter]; (a) gracht; kanaal; [anat.] plooi
aap
(1) [dierk.] pantser; [蟹の] schaal; [亀の] schild; (2) [手の] rug; bovenkant; (3) [astrol.] eerste van de tien hemelse stammen; (4) eerste klasse; eerste rang; (5) eerste veronderstelde persoon of zaak; A; (6) wapenrusting; helm; (7) gebogen vlak van een citer; luit; (8) [Jap.muz.] hoge register; hoge toon; [i.h.b.] octaaf hogere toon; (a) pantser; schaal; schild; harnas; (b) [astrol.] eerste van de tien hemelse stammen; (c) begin; eerste; (d) provincie Kai
(a) steenhard; (b) hard; stug; onbuigzaam
(1) karmozijnrood; karmozijn; karmijnrood; karmijn; vuurrood; (a) karmozijn; karmijn; vuurrood; (b) rouge; (c) werk; arbeid
(1) touw; koord; kabel; tros; (2) basis; grondslag; grondbeginsel; programma; (3) [Jap.gesch.] pachter van de staatsinkomsten; tollenaar; (4) [biol.] klasse; (a) basis; grondbeginsel; hoofdlijnen; (b) hoofdafdeling; klasse
(a) denken; studie; (b) onderzoeken; nagaan; (c) overleden vader
tot bloei komen; brengen
scheepvaart; luchtvaart
(1) het gaan; gang; tocht; reis; toer; (2) [Chin.gesch.] winkelwijk; handelswijk (in Suí; Táng-China); (3) [Chin.gesch.] ambachtsgilde; gilde; gild (in Táng-China); (4) [Chin.gesch.] xíng; ballade [= klassiek Chinees episch dichtstuk]; (a) gaan; (b) reis; toeren; (c) uitvoeren; daad; handeling; (d) winkel; handel; [i.h.b.] bank
請う kou vragen; aanvragen; [援助を] aankloppen om
(1) [onderw.] hoorcollege; college; les; lezing; leerrede; (2) [boeddh.] boeddhistische bijeenkomst; catechetische bijeenkomst; (3) [boeddh.] boeddhistische dienst; liturgie; (4) [boeddh.;shintoïstische] congregatie; vereniging; (5) [fin.] coöperatieve kredietvereniging; lokale vereniging voor onderlinge hulp en bijstand; (a) uitleggen; preken ; (b) lezing; onderricht; college; (c) leren; studeren; (d) tot een schikking komen; beslechten; bijleggen; (e) [boeddh.] catechetische bijeenkomst; (f) godsdienstige vergadering; bijeenkomst; gemeente; (g) [fin.] spaar- en kredietvereniging
(1) tribuut; schatting; (a) tribuut betalen; offeren; (b) aanbevelen; voordragen
toevallig ontmoeten; tegen het lijf lopen
staal
sluisdeur; sasdeur; sluistoegang
(1) overgave; (a) uit een hoger gelegen punt naar beneden komen; vallen; (b) uit de lucht vallen; (c) in rang verlagen; (d) zich overgeven; (e) sindsdien
(1) item; artikel; punt; [jur.] lid; rubriek; (2) [wisk.] term; element; (3) [anat.] achterkant van de nek; nucha; (a) nek; (b) item; punt; (c) [wisk.] term
(1) geur; parfum; aroma; (2) reukhout; reukstof; geurstof; reukwerk; [i.h.b.] wierook; (3) [theeceremonie] wierook voor het reinigingsritueel; (4) [rel.] offerwierook; offerstokje; (5) kunst van het wierookbranden; (6) wierook-herkenningsspel; (7) kruidnagel-kleur; vaalrood [= de kleur █]; (8) in kruidnagelpigment geverfde stof; (9) [m.b.t. kimono-drapering] kruidnagel-kleurschakering; (10) [hofdamesjargon] miso; (11) kruid; specerij; kruiderij; (a) aangename geur; aroma; parfum; (b) reukwerk; parfumerie; wierook
(1) hoog; hoog- [kō 高 moet in het Nederlands in sommige gevallen vertaald worden door een combinatie van een adjectief "hoog" of "hoge" met een erop volgend substantief. Bv. kōka 高価 "hoge prijs";kōrei 高齢 "hoge leeftijd";kōkyū 高級 "hoge rang;hoge klasse." In andere gevallen moet kō 高 vertaald worden als "hoog-," zijnde het eerste deel van een samenstelling. Bv. kōatsu 高圧 "hoogspanning".]; (2) uw; uwedele zijn; uwedele haar [Binnen deze betekenis heeft het prefix kō 高 bijna de semantische waarde van een zeer eerbiedig bezittelijk voornaamwoord (keigo 敬語;honorifieke taal). Bv. kōhyō 高評 "uw kritiek."]; (3) de laatste drie jaar van de middelbare school; hogere middelbare school [Dit suffix is een afkorting van kōtōgakkō 高等学校. Bv. danshikō 男子高 "hogere middelbare school voor jongens."]
(1) [dierk.] rietgans; taigarietgans; (2) [dierk.] ooievaar
(1) [dierk.] zwaan; (2) roos van een doelwit
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.38 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 55 treffers (zoekopdracht: 'こう'). 
2005-2026