日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘koppel’
日蘭辭典 (trefwoord)
fusai夫妻
zn. de heer en mevrouw; man en vrouw.
tsūgai

zn. (1) [對] paar o.; stel van twee. (2) [雌雄] paar o.; koppel o. (3) [關節] lasch m.; koppeling v. ¶ 番目 plaats der lassching; lasch.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <koppel>
カップル kappuru paar; koppel; duo; stel; span; tweetal
ツー・ショット tsūshotto (1) [filmk.] twoshot; shot; opname van twee mensen; (2) (foto van een) koppel
ベルト beruto (1) riem; gordel; ceintuur; lijfband; draagband; koppel; (2) drijfriem; (a) … zone; … gordel; -gebied
ペア pea paar; tweetal; koppel; stel
一対 ittsui een paar; duo; koppel; tweetal; stel
ryō (1) tweetal; twee; paar; koppel; span; stel; beide; allebei; (2) ryō [oude Japanse munteenheid]; (3) [maatwoord voor zware voertuigen of rijtuigen]
二人 futari twee personen; tweetal; twee; beiden; beidjes; paar; stel; koppel; duo
(a) pop; imitatie van een mensengedaante; (b) paar; koppel; duo; (c) even getal; (d) onverwacht; toevallig
夫妻 fusai de heer en mevrouw ~; echtpaar; paar; koppel
夫婦 fūfu echtpaar; getrouwd stel; koppel; paar; man en vrouw; echtelieden; echtgenoten
tsui paar; tweetal; koppel
帯革 obikawa (1) band van leer; leren gordel; riem; ceintuur; koppel; (2) aandrijfriem; drijfriem
番い tsugai (1) paar; stel; koppel; span; (2) groep; ploeg; troep; ensemble; team; toom; (3) partner; wederhelft; (4) ploegendienst; shift; (5) verbinding; verbindingsstuk; voeg; (6) gewricht; geleding; scharnier; (7) moment; gelegenheid; (8) [maatwoord voor groepen;ploegen]
hai (a) schikken; combineren; (b) partner; koppel; (c) uitdelen; distribueren; (d) portie; aandeel; (e) instruering; (f) waarschuwing; (g) verbanning
配偶 haigū (1) koppeling; paring; (2) partner; wederhelft; gade; (3) koppel; paar
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.96 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'koppel'). 
2005-2026