日蘭辭典+

92 resultaten voor ‘plaats’
日蘭辭典 (trefwoord)
tokoro處、所

(処) (1) [場所] plaats v. (2) [住所] woonplaats v.; verblijfplaats v. (3) [位置] positie v. (4) [土地] streek v. (5) [] punt o. (6) [] ding o. (7) [] moment o. (8) [場合] gelegenheid v. ¶ hoewel. ¶ では voor zoover; in zooverre als. ¶ 僕の見るでは naar mijn oordeel; mijns inziens.

basho場所
zn. plaats v.; plek v.; ligging v.; positie v.
ichi位置
zn. (1) [所在] plaats v.; ligging v.; situatie v. (2) [身分] stand m.; rang m. (3) [] positie v.; betrekking v. ¶ 僕の位置に立てばどうするか wat zou jij in mijn plaats doen? ¶ 位置エネルギー arbeidsvermogen van plaats. ¶ 店の位置は上等だ de winkel is zeergunstig gelegen.
asase淺瀨
(浅瀬) zn. ondiepte v.; doorwaadbare plaats (徒步地) v.
aki
(き) zn. (1) [間隙] ruimte v.; open plaats v. (2) [位] vacature v. (3) [暇] vrije tijd m. ¶ いた vrij; vacant; onbezet; ledig; leeg. (4) [椅子] vrije stoel. ¶ 罎 leege flesch. ¶ どこにも席がない er is nergens plaats.
akuあく
(開く・空く) i.w. (1) [開く] opengaan; geopend worden. (2) [始まる] beginnen; aanvangen. (3) [空く] vrij komen; open komen; vacant worden; leeg komen. ¶ を開いて met open mond. ¶ があいて居る niets te doen hebben. ¶ 場所が空いて居る de plaats is vrij. ¶ 罎が空いて居る de flesch is leeg. ¶ 此の机は空いて居ない deze tafel is bezet.
yariba遣場
(遣り場) zn. plaats voor een ding. ¶ 遣場に困る ik weet niet, waar ik er mee blijven moet; ik weet niet waar ik het laten zal.
tokai都會
(都会) zn. stad v. ¶ 都會住民 stadsbevolking; stedelijke bevolking; stadsbewoner.
toshi都市
(都市) zn. stad v.; gemeente.
fusagaru塞がる
i.w. (1) [閉塞] omkneld zijn; ingesloten zijn; versperd zijn. (2) [が] bewoond zijn. (3) [が] bezet zijn; genomen zijn. (4) [が] bezet zijn; geen tijd hebben. (5) [息が] stikken v. ¶ 胸が塞がる overweldigd door smart. ¶ あののあとは塞がりました zijn plaats is weer vervuld. ¶ 下水はも泥土で塞がってゐる de goot is verstopt door modder. ¶ 傷口が塞がって居る de wond is gesloten.
tokubetsu特別
zn. uitzondering v.; bijzonderheid v. ¶ 特別extra nummer; speciale aflevering; speciale correspondent. ¶ 特別の speciaal; bijzonder. ¶ 特別に speciaal; in het bijzonder; vooral; voornamelijk. ¶ 特別授權 speciale machtiging. ¶ 特別席 speciaal gereserveerde plaatsen. ¶ 特別手當 bijzondere toelage; extra-vergoeding. ¶ 特別税 speciale belasting; extra-heffing.
kaijō會場
(会場) zn. vergaderzaal v.; plaats van bijeenkomst.
kuchi
zn. (1) [] mond m. (2) [言語] taal v. ; woord v. (3) [味感] smaak m. (4) [入] deur v.; ingang m. (5) [吸] mondstuk o. (6) [] opening v.; gat o. (7) [空位] vacature v.; vacante plaats v.; betrekking v. (8) [人數] aantal personen m. (9) [割前] aandeel o.; portie v.; (10) [部類] soort v.; artikel o.; merk o. ¶ 開く den mond opendoen. ¶ をきく spreken met. ¶ 出す zich mengen in; zich bemoeien met. ¶ がすべる zich verspreken. ¶ 惡い gemeene taal uitslaan. ¶ と腹とは違ふ niet meenen wat men zegt. ¶ 合ふ naar den smaak zijn. ¶ を探す een baantje zoeken. ¶ 此のは品切れになりました dit artikel is uitverkocht; deze soort hebben wij niet meer. ¶ にて mondeling.
isu椅子
zn. (1) [座席] stoel m. (2) [空位] plaats v.; vacature v.
kiseki軌跡
zn. meetkundige plaats v.
ugoku動く
i.w. (1) [動く] bewegen; zich bewegen. (2) [移動] van plaats veranderen; zich verplaatsen. (3) [運轉] loopen; gaan; werken. (4) [變動] veranderen; zich wijzigen. (5) [搖ぐ] schommelen; schudden. (6) [感ずる] geroerd worden; getroffen zijn. ¶ 動かざる onbewegelijk; roerloos; (の) onbewogen; onverschillig. ¶ 動かざる泰山の如し rotsvast; onwankelbaar. ¶ 一寸も動かない er wordt niets verkocht. ¶ 時計が動かなくなった het horloge staat stil. ¶ 一寸も動くことならぬぞ verroer je niet!; blijf stokstil staan!
sanshutsu產出

(産出) zn opbrengst v.; productie v. ¶ 產出する produceeren. ¶ 產出物 product; voortbrengsel. ¶ 產出力 productievermogen; vruchtbaarheid. ¶ 產出地 plaats van herkomst; plaats, waar iets voorkomt.

koshikakeru腰掛ける
kotosara ni殊更に

bw. (1) [故意に] opzettelijk; met voorbedacht; expres. (2) [殊に] bijzonder; vooral; bovenal; speciaal; in de eerste plaats.

kugiru句切る

t.w. (1) [句讀] interpuncteeren; in zinnen verdeelen. i.w. leestekens plaatsen. t.w. (2) [止める] stoppen.

kumi-ireru組入れる

t.w. classificeeren; plaatsen in de klasse van.

kuseki空席

zn. ledige plaats v.

kutō句讀

(句読) zn. indeeling der zinnen; interpunctie v. ¶ 句讀點をつける interpuncteeren; leesteekens plaatsen.

zokusaisuru續載する

(続載する) t.w. bij gedeelten achtereenvolgens opnemen; geleidelijk plaatsen.

yukisaki行先

zn. bestemming v.; plaats, waarheen iemand gegaan is.

yukigata行方
yukidokoro行所
yoyaku豫約

(予約) zn. toezegging v.; inteekening v. ¶ 豫約席 besproken plaatsen. ¶ 豫約する toezegging doen; zich vooraf verbinden; inteekenen. ¶ 豫約者 inteekenaar. ¶ 豫約簿 inteekenlijst.

yoso餘所

(余所) zn. andere plaats v.; bw. elders; ergens anders. ¶ 餘所の van elders; ander. ¶ 餘所から van elders. ¶ 餘所へ行く ergens heengaan; uitgaan; weggaan. ¶ 餘所に見る zich er niets van aantrekken. ¶ 業務を餘所にする zijn werk niet doen; zijn plicht verzuimen.

yoriba寄場

zn. plaats van samenkomst; (立寄地) stopplaats v.; plaats, die aangedaan wordt.

yokotaeru橫たへる

(横たへる) t.w. zijwaarts plaatsen; dwars leggen. ¶ 身を橫へる gaan liggen.

yochi餘地

(余地) zn. ruimte v.; plaats v.

yakeato燒跡

(焼跡) zn. plaats waar brand geweest is; uitgebrand huis o.

waku沸く

i.w. (1) [沸騰] koken; borrelen; zieden; gisten. (2) [湧出] opspuiten. (3) [發生] ontstaan; krioelen. (4) [起る] uitbreken; gebeuren; voorkomen. ¶ 沸き溢れる overkoken. ¶ 血の沸く樣な話 een opwindend verhaal. ¶ 風呂が沸きました het bad is klaar. ¶ 其處には蚊が涌いて居る die plaats is verpest van muskieten; het krioelt daar van muskieten.

utsurikawari移變

(移変) zn. verandering v.; wisseling v. ¶ 移變る veranderen; van plaats verwisselen.

unchin運賃

zn. vracht v.; vervoerkosten m.mv. ¶ 旅客運賃 reiskosten; passage. ¶ 運賃拂濟 franco. ¶ 運賃保險料込み c.i.f. (kosten, verzekering en vracht inbegrepen). ¶ 運賃前拂 vooraf betaalde vracht. ¶ 運賃元拂 vracht betaald ter plaats van afzending. ¶ 運賃無料 vrij van vervoerkosten. ¶ 運賃率 vrachttarief. ¶ 運賃先拂 vracht betaalbaar ter plaatse van bestemming.

uchikabuto內兜

(内兜) zn. binnenkant van den helm; kwetsbare plaats v.; achilleshiel m.

tsuku就く

t.w. (1) [就任] nemen; aanvaarden; i.w. (2) [著席] gaan zitten. (3) [師に] les nemen van; studeeren onder. ¶ 席に就く plaats nemen. ¶ 官途に就く in gouvernementsdienst gaan; ambtenaar worden. ¶ 寢に就く naar bed gaan. ¶ 僧職に就く priester worden.

tsukaisaki使先

zn. bestemming van een bode; plaats waar men een boodschap moet brengen.

tsūgai

zn. (1) [對] paar o.; stel van twee. (2) [雌雄] paar o.; koppel o. (3) [關節] lasch m.; koppeling v. ¶ 番目 plaats der lassching; lasch.

tsugi

zn. volgende m., v. & o. ¶ 次の volgend. ¶ 次に vervolgens; ten vervolge; daarna; voorts; in de tweede plaats. ¶ 此次に den volgenden keer. ¶ 次の月曜 aanstaanden maandag. ¶ 次に位する in de tweede plaats komen; volgen op. ¶ 其の次は wat volgt dan?; wat komt hierna? ¶ 次の如し als volgt.

tsugime接目

(継ぎ目) zn. naad m.; lasch v.; plaats, waar iets gehecht is. ¶ 接目が離れる uit de voegen raken.

SUPPLEMENT (trefwoord)
kaigijō会議場
zn. vergaderzaal; vergaderruimte; conferentiezaal; congreszaal; congres centrum (het); conventie centrum (het); plaats van bijeenkomst. ¶ 会議場で自社の製品の展示場を設けたいとお考えでしたら、早急にご連絡下さい kaigijōnai de jisha no seihin no tenjijō wo mōketai to okangae deshitara, sakkyū ni gorenraku kudasai Laat u me het alstublieft zo snel mogelijk weten als u een deel van de conferentiezaal zou willen opzetten om uw producten te tonen. (TTC) ¶ もっと会議場に近い場所部屋がよろしければ、ご連絡下さいMotto kaigijō ni chikai basho no heya no hō ga yoroshikeraba, gorenraku kudasai Neemt u alstublieft contact met mij op als u de voorkeur geeft aan een kamer dichter bij de conferentiezaal. (TTC)
chikaba近場
pittariぴったり
(1) zonder tussenruimte; strak; nauw; naadloos; hermetisch. ¶ 全部ぴったり閉まってたのにどうやってそのに入ったんだろうMado wa zenbu pittari shimatte ta no ni, dō yatte sono neko wa ie no naka ni haittan darō. Dat ondanks dat alle ramen potdicht waren die kat toch is binnengekomen. Ik vraag me af hoe. ¶ はぴったりしたジーンズが好きですWatashi wa pittarishita jīnzu ga suki desu. Ik houd van strakke spijkerbroeken. (yamasv) (2) precies; exact. ¶ 2つの指紋がぴったり一致した。つまりが殺人犯だ。 Futatsu no simon ga pittari itchishita. Tsumari kare ga satsujinhan da. De twee vingerafdrukken zijn een exacte match. Dat betekent dat hij de moordenaar is. ¶ 日本電車いつもぴったりの時間来るNihon no densha wa itsu mo pittari no jikan ni kuru. Treinen in Japan zijn altijd precies op tijd. (yamasv) (3) past; past goed bij; geschikt [voor, om]. ¶ この料理はこのワインにぴったりだ。 Kono Ryōri wa kono wain ni pittari da. Dit gerecht past goed bij deze wijn. ¶ 温泉はリラックスするのにぴったりの場所だ。 Onsen wa rirakkususuru no ni pittari no basho da. Hete (natuur)baden zijn heel geschikte plaatsen om te ontspannen. (yamasv) ¶ その帽子彼女にぴったりだ。 Sono bōshi wa kanojo ni pittari da. Die hoed [muts, pet] staat haar precies goed. ¶ ぴったり合うどうか、この新調のを着てみなさいPittari au ka dō ka, kono shinchō no fuku wo kite minasai. Probeer eens of dit nieuwe pak goed past. (TTC) (4) opeens; plotsklaps (stoppen).
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <plaats>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ゆとり yutori (1) ruimte; plaats; gelegenheid; [fig.] speelruimte; speling; vrije tijd; (2) financiële ruimte; marge; manoeuvreerruimte; bewegingsruimte; bewegingsvrijheid; armslag; (3) experimenteerruimte
スペース supeesu (1) plaats; ruimte; (2) [drukk.] spatie; tussenruimte; (3) ruimte; heelal
スポット supotto (1) [radio;tv] spot; spotje; (2) plek; plaats; (3) spotlight; schijnwerpers; [fig.] belangstelling; (4) [biljart] acquit
一節 issetsu (1) passage; passus; fragment; paragraaf; plaats; greep; (2) alinea; (3) strofe; couplet; stanza; (4) [bijb.] vers; (5) lettergreep; woorddeel; syllabe
位置 ichi (1) positie; ligging; plaats; situatie; context; (2) maatschappelijke positie; stand; rang; status; (3) positie; betrekking
kurai (1) rang; stand; klasse; (2) graad; maat; mate; (3) waardigheid; (4) positie; plaats; ligging; (5) troon; kroon; het koningschap; (6) (in een getal) cijfer; (7) […~] [partikel dat een hoeveelheid;mate bij benadering uitdrukt] ongeveer; circa; om en bij; omtrent; bij benadering; […~] hoeveel?; hoe lang?; hoeveel tijd?; (8) […~] [partikel dat een referentiepunt bij benadering uitdrukt] bijna; nagenoeg; haast; bijkans; zo … als; even … als; in die mate; genoeg om te …; (9) […~なら] [partikel dat een extreem voorbeeld geeft;of het belang van een voorbeeld nuanceert;overdrijft] tenminste; eerder … dan; liever … dan
余地 yochi ruimte; plaats
個所;箇所 kasho plek; plaats; punt
僻地 hekichi afgelegen gebied; plaats; verlaten streek; buitenplaats; uithoek; ergens ver weg; periferie; [fig.] rimboe
sho (a) zich bevinden; zijn; (b) thuisblijven; wegblijven uit het openbare leven; (c) zaken correct afhandelen; (d) plaats; plek
bun (1) deel; part; portie; (2) gedeelte; segment; (3) status; positie; plaats; stand; standing; hoedanigheid; capaciteit; (4) plicht; taak; (5) staat; omstandigheden; (6) veronderstelling; (7) soort; allooi; (8) enkel dat; (9) portie; dosis; hoeveelheid; (10) hoedanigheid; (11) -gehalte; (12) -tijd; (13) tiende; tiende deel; gedeelte; tien procent; (14) [oude lengtemaat] 0,1 sun 寸 [= ca. 3,03 mm]; (a) verdeling; opdeling; scheiding; (b) verduidelijking; (c) aftakking; apart deel; (d) bestanddeel; element; (e) tijdsgewricht; (f) attributie; plicht; (g) kwalificatie; hoedanigheid; positie; (h) staat; toestand; mate
sono (1) tuin; gaard; gaarde; [Belg.N.] hof; (2) plek; plaats
土地 tochi (1) grond; land; aarde; [vaderlandse enz.] bodem; (2) terrein; domein; stuk land; lap grond; [pregn.] lap; [pregn.] perceel; [lit.t.] landouw; (3) plaats; gebied; gewest; streek; regio; buurt; (4) territorium; domein; grondgebied
do (1) grond; bodem; aarde; (2) terrein; gebied; domein; land; territorium; streek; plaats; (3) tǔ [= 3e fase binnen de wǔxíng 五行]]; (4) zaterdag; [afk.] za.; (5) provincie Tosa; (6) Turkije; (a) grond; aarde; (b) land; gebied; streek; (c) tǔ; (d) Saturnus; (e) provincie Tosa
地位 chii status; stand; rang; positie; plaats; standing; stelling
地点 chiten punt; plaats; plek
地理 chiri (1) topografische situatie; bijzonderheden van een landstreek; plaats; buurt; omgeving; (2) aardrijkskunde; geografie
ji (1) grond; aarde; bodem; (2) streek; land; (3) basis; fundering; grondslag; (4) natuurlijke huid; (5) ondergrond; grondlaag; fond; veld; (6) stof; weefsel; textiel; (7) aard; karakter; (8) grondtekst; (9) werkelijkheid; realiteit; feit; (10) [go] ingenomen gebied; (11) muzikale begeleiding bij Japanse dans; (12) [Jap.muz.] motief; (13) [shamisen-muz.] grondtoon; (14) [nō-theater] koorgezang; koorzang; koorlied; koorstuk; (15) jiai-recitatie [= intonering onder shamisen-begeleiding]; (a) grond; aarde; land; (b) streek; plaats; (c) [boeddh.] bhūmi [= stadium binnen iems. religieuze ontwikkeling]; (d) grondstof; onbewerkt materiaal; (e) aard; karakter; natuur
chi (1) aarde; bodem; land; grond; gebied; terrein; (2) plek; plaats; (3) [m.b.t. boek;bladzijde] voet
場所 basho (1) plaats; plek; oord; lokaliteit; het waar; (2) plaats; ligging; lokatie; situering; zetel; haard; [fig.] toneel; (3) plaats; ruimte; [i.h.b.] zitplaats; (4) sumō-toernooi; één van de kampioenschappen in het sumō; basho
jou -terrein; -veld; -plaats; -ruimte; -perk; -stadium; [i.h.b.] -baan; [i.h.b.] -droom; [i.h.b.] -piste; [m.b.t. golf] -links
ba (1) plek; plaats; [i.h.b.] zitplaats; (2) ruimte; plaats; (3) omstandigheden; gelegenheid; (4) [ton.;film] scène; (5) beursvloer; beurssessie; effectenhandel; effectenmarkt; (6) veld; terrein
kyou (1) plaats; streek; gebied; (2) gemoedstoestand; stemming; staat; (3) omgeving; situatie; (4) [boeddh.] viṣaya [= cognitief object]; vastu [= ding]; (a) grens; (b) gebied; terrein; domein; (c) situatie; toestand; (d) [boeddh.] viṣaya; gebied van de zintuigen
局所 kyokusho (1) deel; plaats; (2) [geneesk.] aangetast deel; zieke plek; (3) [anat.] schaamstreek; schaamdelen; geslachtsdelen
局部 kyokubu (1) deel; plaats; (2) geslachtsdelen; genitaliën; edele delen
seki (1) zitplaats; plaats; zitgelegenheid; zitje; zetel; gestoelte; (2) locatie; gelegenheid; [i.h.b.] bijeenkomst; (3) positie; betrekking; post; functie; (4) variététheater; (5) rieten mat; bamboemat; (6) [maatwoord voor zitplaatsen;plaatsen]
座席 zaseki plaats; zitplaats; zitje; bank
弱点 jakuten zwakke plek; plaats; zwak; teer punt; zwak; achilleshiel; zwakheid; kwetsbare plaats; zijde; gevoelige; pijnlijke; zere plek; gebrek; tekortkoming
所;処 tokoro (1) plaats; plek; stee; oord; zetel [der regering enz.]; gebied; lokatie; ruimte; afstand; ligging; (2) adres; verblijfplaats; (3) [bij iem.] thuis; (4) [~の] streek-; … van het platteland; plaatselijk; plaatselijke; gewestelijk; gewestelijke; (5) deel; gedeelte; stuk; passage; (6) [弱い;強い] punt; kant; trek; (7) positie; rol; (8) omstandigheid; geval; gelegenheid; (9) [maatwoord voor plekken;stuks e.d.]; (10) [maatwoord voor godheden;edellieden e.d.]; (11) [op het] moment [dat …]; de tijd dat …; [op het] punt [staan te …]; [op het] ogenblik [dat …]; (12) een kwestie van …; in de orde van …; (13) dat wat …; datgene wat …; (14) waaraan; waarover; (15) toen …; wanneer …
toko (1) plaats; plek; (2) huis; thuis; (3) familie; afkomst; (4) moment; (5) geval; (6) […がとこ] ten bedrage van
文章 bunshou (1) zin; passage; locus; plaats; tekst; (2) opstel; artikel; schriftstuk; geschrift; [i.h.b.] stijl
bou (1) zeker iemand; dinges; die en die; zekere plaats; zeker tijdstip; x [= onbekende;geanonimiseerde persoon;plaats of datum]; (2) [♂;hum.] ik; (a) x; onvernoemde persoon; plaats; datum
椅子 isu (1) stoel; zetel; divan; (2) plaats; vacature; openstaande betrekking; (3) [大臣の~] portefeuille
ran (1) rubriek; kolom; -berichten; kroniek; (2) vakje; hokje; plaats; ruimte; veld
番手 bante (1) garennummer; (2) slotwachter; kasteelbewaker; schildwacht; (3) rotatie; toerbeurt; wisselbeurt; (4) [sportt.] positie; plaats; (5) [mil.] linie
ban (1) volgorde; rangorde; orde; plaatsing (in een volgorde); plaats; (2) beurt; speelbeurt; (3) nummer; nr.; (4) wacht; het waken; het oppassen; bewaking; hoede; uitkijk; waak; [arch.] wake; (5) dienst; werkbeurt; (6) wacht; bewaker; hoeder; wachter; oppasser; (7) partij; spel; wedstrijd; rondje; potje
tan (1) gebrek; onvolkomenheid; tekortkoming; fout; mankement; tekort; behepsel; euvel; zwakke plek; plaats; zijde; zwak punt; manco; defect; [form.] feil; (2) [muz.] mineur; (3) tanka [verkorting van tanka 短歌]; (4) kort; kortstondig
短所 tansho gebrek; onvolkomenheid; tekortkoming; fout; mankement; tekort; behepsel; euvel; zwakke plek; plaats; zijde; zwak punt; zwakte; zwakheid; nadeel; ongunstige factor; min(punt); tegen; deficiëntie; imperfectie; onvolmaaktheid; manco; defect; [form.] feil
空間 kuukan (1) ruimte; plaats; (2) [maatwoord voor ruimtes]
立場 tachiba (1) positie; situatie; plaats; stelling; hoedanigheid; [fig.] iems. schoenen; [対等の] voet; [苦しい~] parket; (2) standpunt; stellingname; houding; opstelling; opvatting; [oneig.] gezichtspunt; [oneig.] oogpunt; [fig.] hoek
fushi (1) [plantk.] knoop; nodus; [i.h.b.] stengelknoop; knorf; kwast; knoest; war; noest; kwar; knobbel; gewricht; gewrichtsknobbel; geleding; kneukel; knokkel; knokel; kluwen; knot; knoedel; (2) punt; plek; plaats; passage; locus; (3) moment; gewichtige gebeurtenis; tijdsgewricht; overgangspunt; sluitstuk; (4) [muz.] melodie; toon; noot; [muz.] passage; (5) intonatie; klemtoon; accent; (6) gedroogde bonito (Katsuwonus pelamis); (7) [maatwoord voor knopen;kneukels]
船位 seni [scheepv.] bestek; plaats; positie van een schip; scheepspositie
辺地 henji (1) [boeddh.] plaats waar Amida-sceptici herboren worden; (2) [vanuit China's of India's standpunt] Japan; (3) uithoek; afgelegen oord; plaats; streek; buitenplaats; buitengewest; buitenpost; boerengat; negorij; negerij
辺地 henchi (1) uithoek; afgelegen oord; plaats; streek; buitenplaats; buitengewest; buitenpost; boerengat; negorij; negerij; (2) [boeddh.] plaats waar Amida-sceptici herboren worden; (3) [vanuit China's of India's standpunt] Japan
kyou (1) heimat; geboortestreek; vaderland; (a) platteland; (b) heimat; geboortestreek; vaderland; (c) plaats; oord
gou (1) platteland; dorp; (2) [ritsuryō] gemeente; (3) [ritsuryō] ± kanton; (4) Gō; (a) dorp; (b) thuisdorp; geboortestreek; (c) plaats; plek; oord
ma (1) ruimte; plaats; tussenruimte; interval; entre-deux; (2) vertrek; kamer; ruimte; (3) pauze; onderbreking; tijdsinterval; (4) tijd; moment; poos; (5) gelegenheid; kans; ruimte; [i.h.b.] geluk; (6) [muz.] maat; [i.h.b.] cesuur; rustpunt; [oneig.] ritme; tempo; timing
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.66 sec. jiten.nl: 45 treffers, warandict: 47 treffers (zoekopdracht: 'plaats'). 
2005-2026