
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <naru>
成る naru (1) worden; raken; geraken; [i.h.b.] worden van; [i.h.b.] terechtkomen van; [i.h.b.] gebeuren met; [i.h.b.] aflopen met; (2) worden; beginnen te; [het warm enz.] krijgen; (3) [m.b.t. hoogte;lengte;gewicht enz.] worden; bedragen; uitmaken; komen op; bereiken; neerkomen op; (4) worden; veranderen (in); overgaan (in); [m.b.t. positie;status;toestand enz.] bereiken; uitlopen op; zich ontwikkelen tot; (5) verwezenlijkt worden; volbracht worden; voltooid worden; bereikt worden; (ten slotte ~) blijken; uitlopen op; (6) bestaan uit; omvatten; samengesteld zijn uit; opgebouwd zijn uit; [x leden enz.] tellen; [deel enz.] uitmaken; vormen; (7) kunnen; mogen [vaak i.c.m. ontkenning of retorische vraag]; (8) dienen als; [de rol van ~] vertolken; (9) promoveren (tot) [m.b.t. shōgipion]; (10) zich verwaardigen te ~ [Tangconstructie waarbij tussen het beleefdheidsprefix (o お of go ご) en de combinatie ni naru になる een dōshi in de ren'yōkei of een deverbatief meishi staat. Drukt respect voor het onderwerp van het gezegde uit.]
為る naru (1) worden; raken; geraken; [i.h.b.] worden van; [i.h.b.] terechtkomen van; [i.h.b.] gebeuren met; [i.h.b.] aflopen met; (2) worden; beginnen te; [het warm enz.] krijgen; (3) [m.b.t. hoogte;lengte;gewicht enz.] worden; bedragen; uitmaken; komen op; bereiken; neerkomen op; (4) worden; veranderen (in); overgaan (in); [m.b.t. positie;status;toestand enz.] bereiken; uitlopen op; zich ontwikkelen tot; (5) zich verwaardigen te ~ [tangconstructie waarbij tussen het beleefdheidsprefix (o お of go ご) en de combinatie ni naru になる een dōshi in de ren'yōkei of een deverbatief meishi staat. Drukt respect voor het onderwerp van het gezegde uit.]
生る naru (vrucht) dragen; (vruchten) voortbrengen; (vruchten) leveren; (vrucht) zetten; (in de vrucht) gaan staan; [m.b.t. fruit] groeien
鳴る naru (1) klinken; luiden; [van bel;fluitje;telefoon enz.] gaan; galmen; schallen; weerklinken; [van wekker] aflopen; [i.h.b. van bel] rinkelen; klingelen; [i.h.b. van klok] beieren; slaan; kleppen; [van sirene] loeien; [van wind] ruisen; [van oren] suizen; tuiten; [van donderslag] rollen; rommelen; (2) [fig.;van roem;faam] weerklinken; befaamd zijn; beroemd zijn; gevierd zijn; vermaard zijn; bekendstaan om
Tijd: 1.3 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 4 treffers (zoekopdracht: 'naru').
2005-2026
