日蘭辭典+

124 resultaten voor ‘worden’
日蘭辭典 (trefwoord)
naru成る
(なる) i.w. worden; tot stand komen; ontstaan. ¶ 大きくなる groot worden. ¶ 病氣になる ziek worden. ¶ 辯護士になる advocaat worden. ¶ 六十となる het komt op zestig cent. ¶ は酸素と素とより成る water bestaat uit zuurstof en waterstof. ¶ あの人が死んでからもう五年になります het is al vijf jaar geleden, dat hij stierf.
ashiki惡しき
(悪しき) bn. (1) [不正] slecht; boos; kwaad; euvel. (2) [慘な] ellendig; miserabel. ¶ 惡しくなる degenereeren; slechter worden; achteruitgaan;
hito
zn. (1) [人類] menschdom o. (2) [個] een man m.; persoon m. & v. (3) [世人] volk o. (4) [成] volwassene m. & v. (5) [他人] een ander m.; anderen m.mv. ¶ 伊藤と言ふ een zekere Ito. ¶ de ouden. ¶ 好き好き ieder zijn smaak. ¶ 惡い iemand met onaangenaam karakter. ¶ なる een man worden; volwassen zijn. ¶ と言ふだろう wat zal men er van zeggen? wat zullen de menschen er van zeggen? ¶ 中で in het publiek. ¶ がなくて困って居る wij hebben gebrek aan volk.
jitsu
() zn. (1) [眞實] waarheid v.; werkelijkheid v.; ware toestand m. (2) [誠意] oprechtheid v. (3) [割算] factor m.; getal dat gedeeld kan worden op. ¶ を明かす de waarheid aan het licht brengen. ¶ を盡す oprechtheid toonen; vriendelijkheid bewijzen. ¶ は inderaad; feitelijk. ¶ を言へば om de waarheid te zeggen; ronduit gezegd; openhartig gesproken. ¶ werkelijk; waar; feitelijk. ¶ inderdaad; zeer (甚だ).. ¶ らしい aannemelijk; plausibel.
akahadaka赤裸
zn. naaktheid v. ¶ 赤裸の spiernaakt. ¶ 赤裸になる spiernaakt uitkleeden. ¶ 無一文になる arm worden; doodarm worden.
akaruku明るく
bw. licht; helder; duidelijk. ¶ 明るくなる dagen (夜が明ける); (通曉する) op de hoogte komen van; bekwaam worden in. ¶ 明るくする licht maken. ¶ ランプを明るくする de lamp opdraaien.
akiraka ni明かに
(明らかに) bw. (1) [明白] duidelijk; blijkbaar; klaarblijkelijk. (2) [輝く] helder. ¶ 明かになる duidelijk worden; blijken. ¶ 明かにする duidelijk maken; ophelderen; te verstaan geven.
akka惡化
yamai
zn. ziekte v.; ongesteldheid v. (癖) slechte gewoonte v.; aanwensel o. ¶ に罹る ziek worden. ¶ が癒える herstellen; beter worden.
yamikaeshi病返し
(病み返し) zn. instorting v. ¶ 病返す instorten; wederom erger ziek worden.
ki
(気) zn. (1) [力] geest m.; hart o.; ziel v. (2) [質] karakter o. (3) [分] humeur o.; stemming v. (4) [傾向] neiging v.; geneigdheid v. (5) [注意] zorg v.; aandacht v. (6) [呼吸] adem m. (7) [空] lucht v.; atmosfeer v. (8) [蒸] damp m.; uitwaseming v.(9) [香] smaak m.; geur m. (10) [精] ether m. ¶ がある lust hebben; geneigd zijn. ¶ がさす ongerust zijn. ¶ が狂ふ gek worden. ¶ が違って居る niet goedwijs zijn. ¶ がふれる buiten zich zelven zijn; niet wel bij het hoofd zijn. ¶ が長い geduldig. ¶ が拔けた afgetrokken; verstrooid. ¶ が塞ぐ somber gestemd zijn; tobben; (俗) in de put zitten. ¶ が詰まる benauwd zijn. が進む volgaarne; van ganschen harte. ¶ が進まぬ geen zin hebben. ¶ が立って居る opgewonden zijn.¶ が向く geneigd zijn; lust hebben. ¶ が濟まぬ niet op zijn gemak zijn. ¶ が重くなる gedrukt zijn; somber zijn. ¶ が遠くなる bewusteloos worden; bezwijmen; flauw vallen. ¶ が咎める niet op zijn gemak zijn; zelfverwijt gevoelen. ¶ に病む ongerust zijn. ¶ ....... するになる er toe komen om; lust krijgen om. ¶ に障る hinderen; ergeren. ¶ の強い stoutmoedig; dapper. ¶ の弱い slap. ¶ の合った gelijkgezind; sympathiek. ¶ のない zouteloos; laf. ¶ の小さい kleinmoedig.¶ の狹い bekrompen; kleinzielig. ¶ 樹の大きい grootmoedig; edelmoedig (寬大); moedig. ¶ の早い driftig; opvliegend. ¶ の好い goedhartig. ¶ の利いた behendig; knap. ¶ 變り易い wispelturig. ¶ を揉む tobben; zich bezorgd maken.¶ をゆるす aandacht laten verslappen; niet goed opletten. ¶ を勵ます moedvatten. ¶ を晴らす zich ontspannen. ¶ を養ふ geest voedenを失ふ flauw vallen; bewusteloos worden; bezwijmen; bewustzijn verliezen. ¶ を探る polsen. ¶ を變へる van opinie veranderen. ¶ を配る zijn aandacht gevestigd houden op; (俗) in de gaten houden. ¶ を持つ (心をかける) zich wijden aan.¶ を長くする geduld oefenen. ¶ を拔く verslappen. ¶ を落ちつける zijn gedachten verzamelen; tot zich zelven komen. ¶ を落す den moed verliezen; den moed laten zinken. ¶ を負ふ zich laten voorstaan op; prat gaan op. ¶ を惡くする kwalijk nemen. ¶ 人のを惡くする iemand’s gevoelens kwetsen. ¶ を利かせる een wenk begrijpen. ¶ を廻す achterdocht koesteren. ¶ を附ける goed opletten; oppassen. ¶ を附け pas op !; geef acht ! (號令). ¶ は心 neem den wil voor de daad; waardeer de goede bedoeling. ¶ 何のもなしに zonder eenige (kwade) bedoeling. ¶ に懸けるな trek je er niets van aan ! ¶ あとでがついた later viel mij in ....... . ¶ が濟んだ het is mij een pak van het hart.
omomuku赴く
i.w. (1) [行く] gaan; zich begeven naar. (2) [なる、傾く] worden; neiging hebben. ¶ 快方に赴く aan de beterende hand zijn; herstellende zijn; beter worden. ¶ 援助赴く gaan helpen; te hulp komen. ¶ 風潮の赴く de richting van den stroom; de geest des tijds.
chiisai小さい
bn. klein; onbeduidend. ¶ 気が小さい verlegen. ¶ 小さくなる kleiner worden.
dōyaraどうやら
bw. vermoedelijk; wel. ¶ どうやら天氣になりそうだ het zal wel goed weer worden. ¶ どうやらかうやら op de een of andere manier; zoo goed en zoo kwaad mogelijk.
kōmuru蒙る
t.w. (1) [受ける] krijgen; ontvangen. (2) [損害等を] lijden; ondergaan. (3) [被る] dragen. ¶ を蒙る gunsten ontvangen. ¶ を蒙る beschuldigd worden. ¶ 損害を蒙る verlies leiden. ¶ を蒙る straf ondergaan.
oibore老耄
zn. suffigheid v. ¶ 老耄れる afgeleefd zijn; kindsch worden.
fuchō不調
zn. geen overeenstemming v. ¶ 談判は不調に終った de onderhandelingen werden afgebroken.
haietsu拜謁
(拝謁) zn. audientie v. ¶ 拜謁する op audientie gaan bij den keizer; in gehoor ontvangen worden.
kanji感じ
zn. (1) [感覺] gewaarwording v.; gevoel o. (2) [印象] indruk m. (3) [效驗] resultaat o.; effect o. (4) [感應] invloed m. ¶ 感じがなくなる gevoelloos worden. ¶ 感じを與へる een goeden indruk maken. ¶ 好い感じを持って居る welwillende gevoelens koesteren.
ugoku動く
i.w. (1) [動く] bewegen; zich bewegen. (2) [移動] van plaats veranderen; zich verplaatsen. (3) [運轉] loopen; gaan; werken. (4) [變動] veranderen; zich wijzigen. (5) [搖ぐ] schommelen; schudden. (6) [感ずる] geroerd worden; getroffen zijn. ¶ 動かざる onbewegelijk; roerloos; (の) onbewogen; onverschillig. ¶ 動かざる泰山の如し rotsvast; onwankelbaar. ¶ 一寸も動かない er wordt niets verkocht. ¶ 時計が動かなくなった het horloge staat stil. ¶ 一寸も動くことならぬぞ verroer je niet!; blijf stokstil staan!
renbo戀慕
(恋慕) zn. liefde v.; genegenheid v. ¶ 戀慕する verliefd worden; zijne liefde schenken.
shikaru叱る
i.w. standje geven; t.w. berispen. ¶ 叱れる standje krijgen; berispt worden.
bokeruぼける

(呆ける, 惚ける, 耄ける,ボケる ) i.w. (1) [老耄] geestelijk achteruitgaan; kindsch worden; seniel worden. (2) [褪色] verschieten; flets worden.

fukeru更ける

i.w. (1) [が] laat worden. (2) [老ける] oud worden.

kubomu窪む

(凹む) i.w. hol worden; inzinken. ¶ 窪んだ hol; ingezonken; ingevallen.

kotai固體

(固体) zn. vast lichaam o. ¶ 固體化する vast worden; stollen.

kōtan降誕

zn. geboorte v.; vleeschwording v. ¶ 降誕する geboren worden. ¶ 基督降誕祭 kerstmis.

kowabaru强張る

i.w. stijf worden. ¶ 糊をつけて强張らせる stijven.

kowamote强持

zn. beleefde behandeling uit vrees. ¶ 強持がする uit vrees beleefd behandeld worden.

kōzai絞罪

zn. doodstraf door ophanging. ¶ 絞罪になる aan de galg komen; opgehangen worden.

kubari配り

zn. uitdeeling v.; verdeeling v. ¶ 配り番 beurt om te geven. ¶ 配牌 presenteren, welke worden uitgedeeld.

kubi

zn. nek m.; hals m.; hoofd (頭) o. ¶ 德利の首 hals van een flesch. ¶ 手首 pols. ¶ 足首 enkel. ¶ 首を振る het hoofd schudden. ¶ 首を切る onthoofden. ¶ 首になる ontslagen worden. ¶ 首にする ontslaan.

kugai苦界

zn. (1) [苦しい社會] wreede wereld v.; droevig bestaan o. (2) [花柳界] bordeelleven o. ¶ 苦界に身を沈める prostituée worden.

kumoru曇る

i.w. (1) [空が] bewolkt worden; betrekken. (2) [不明瞭] duister worden; dof worden.

kureru暮れる

i.w. (1) [夜になる] donker worden; beginnen te schemeren. (2) [終る] ten einde loopen; eindigen; afloopen. ¶ 泪に暮れる in tranen zijn. ¶ 全く途方に暮れる niet meer weten, wat te doen; geen uitweg meer zien.

kurushimu苦む

i.w. (1) [痛む] lijden. (2) [悩む] gekweld worden; zuchten onder. ¶ 返答に苦む niet weten, wat te antwoorden.

kutsugaeru覆る

i.w. omvallen; omgeworpen worden; omslaan (船が). ¶ 覆す omgooien; omverwerpen; doen omslaan (船を).

kyōki狂氣

(狂気) zn. krankzinnigheid v.; verstandsverbijstering v. ¶ 狂氣の krankzinnig; gek; waanzinnig. ¶ 狂氣する waanzinnig worden; het verstand verliezen.

kyōkō恐慌

zn. paniek v.; consternatie v. ¶ 恐慌を來す door paniek aangegrepen worden; in paniek zijn.

zentsū全通

zn. volledige openstelling voor het verkeer. ¶ 全通する geheel opengesteld worden.

zenmetsu全滅

zn. vernietiging v.; uitroeiing v. ¶ 全滅する vernietigd worden.

zawatsuku騷つく

(騒つく) i.w. opgewonden raken; luidruchtig worden.

yūtai no有體の

(有体の) bn. materieel; stoffelijk. ¶ 有體物 stoffelijk lichaam. ¶ 有體化する belichaamd worden; materialiseeren. ¶ 有體財產 stoffelijke goederen; materieele rijkdom.

yurumeru緩める

t.w. (1) [繩等を] losmaken; vieren. (2) [速力を] verlangzamen; vertragen. (3) [稀薄] verdunnen. ¶ 手を緩める loslaten; laten schieten; houvast verliezen. ¶ 心を緩める aandacht laten verslappen. ¶ 罰を緩める straf verlichten. ¶ 腹を緩める purgeeren; laxeeren. ¶ 手綱を緩める teugels vieren. ¶ 緩み verslapping; vertraging; vermindering van spanning; verlichting; verzachting. ¶ 緩む losraken; slapper worden; minder worden; vertraagd worden; verzacht worden. ¶ 腹が緩む loslijvig zijn; diarrhee hebben.

yurui緩い

bn. (1) [弱い] los; slap. (2) [寬大な] zachtmoedig; zacht. (3) [緩調な] langzaam. (4) [稀薄な] slap; dun. ¶ 緩くなる losraken; slap worden. ¶ 緩くする verdunnen; aanlengen; verslappen.

yukitsumaru行詰る

i.w. niet verder kunnen; gestremd worden; blijven steken; geen uitweg zien. yukizumari ¶ を見よ.

yukikureru行暮れる

i.w. door de duisternis overvallen worden.

yūka融化

zn. zacht-worden o. ¶ 融化する zacht worden; smelten.

yūgō融合

zn. samensmelting v.; fusie v. ¶ 融合する samensmelten met; één worden; harmonieeren.

yōshi養子

zn. pleegkind o.; geadopteerd kind o.; aangenomen zoon (dochter v.) m. ¶ 養子に行く geadopteerd worden. ¶ 養子にする adopteeren; aannemen als kind. ¶ 養子緣組 adoptie.

yopparai醉つぱらい

(酔つぱらい) zn. dronken kerel m. ¶ 醉つぱらふ zich bedrinken; dronken worden.

yomikata讀方

(読方) zn. leeswijze v.; lezing v.; uitspraak v.; manier waarop een karakter gelezen moet worden.

yoku-suru浴する

i.w. (1) [水に] baden. (2) [恩惠に] genieten van; overladen worden met; begunstigd worden.

yokuよく

bw. (1) [上手に] wel; goed; juist. (2) [屢々] dikwijls; menigmaal. (3) [非常に] zeer. ¶ よくなる beter worden. ¶ よくは知らぬ niet zeker weten. ¶ よく見ても op z’n best.

yōkai溶解

zn. smelting v.; oplossing v. ¶ 溶解する vloeibaar worden; smelten; oplossen (液體中に). ¶ 溶解せぬ onoplosbaar. ¶ 溶解液 oplossing. ¶ 溶解力 mate van oplosbaarheid. ¶ 溶解性 oplosbaarheid. ¶ 溶解劑 oplossingsmiddel.

yoi

(酔) zn. dronkenschap v. ¶ 醉が醒める uit zijn roes ontwaken; weer nuchter worden.

yogore

zn. vlek v.; vuile plek v.; smet v. ¶ 汚なき smetteloos; vlekkeloos; rein. ¶ 汚つぽい besmettelijk; spoedig vuil. ¶ 汚れる vuil worden.

yobareru呼ばれる

i.w. uitgenoodigd worden.

yawaragu和ぐ
yatsure窶れ

zn. vermagering v. ¶ 窶れる vermageren; mager worden; wegkwijnen.

yakedasareru燒出される

(焼出される) i.w. dakloos worden door brand.

yakeru燒ける

(焼ける) i.w. (1) [燃燒] branden; verbranden. (2) [パンが] gebakken worden; geroosterd worden. (3) [焦げる] schroeien; verschroeien; verschroeid worden. (4) [變色] verschieten. (5) [日に焦げる] verbrand zijn. (6) [胸が] branderig gevoel hebben; maagvlam hebben. (7) [妬む] jaloersch zijn. (8) [空が] gloeien; in vlam staan. ¶ 眞赤に燒けた roodgloeiend.

waruku惡く

(悪く) bw. slecht; verkeerd. ¶ 惡く言ふ kwaad spreken van. ¶ 惡く取る kwalijk nemen; euvel duiden. ¶ 惡くなる bederven; erger worden. ¶ 惡くする bederven. ¶ 惡く甘い te zoet; erg zoet. ¶ 病氣が益々惡くなる de ziekte wordt hoe langer hoe erger.

waruzure惡擦

(悪擦) zn. verderfelijke omgang m.; verdorvenheid v. ¶ 惡擦れる door slecht gezelschap bedorven worden; verdorven zijn.

warai

zn. lach m.; spotlach (嘲笑) m.; glimlach (微笑). ¶ 世人の笑を招く zich belachelijk maken. ¶ 笑出す beginnen te lachen; in lachen uitbarsten (大きな聲で). ¶ 笑顔 lachend gezicht. ¶ 笑事 belachelijks. ¶ 笑草にする belachelijk maken; bespotten. ¶ 笑草になる zich bespottelijk maken; uitgelachen worden. ¶ 笑上戸 iemand, die een vroolijken dronk heeft; goedlachsch iemand.

wakudeki惑溺

zn. verslaafdheid v. ¶ 惑溺する overslaafd zijn aan; opgaan in; bekoord zijn door; verleid worden door.

wakaru解る

t.w. (1) [了解] begrijpen; weten; verstaan; onderscheiden; i.w. duidelijk zijn; i.w. (2) [曉見する] aan den dag komen; blijken; aan het licht komen; ontdekt worden. (3) [理解がある] voor rede vatbaar zijn; intelligent zijn; royaal zijn (吝嗇でない). ¶ 意味が分る de beteekenis begrijpen. ¶ 解つて來る duidelijk worden; blijken. ¶ 解りましたか begrijp je?; (俗) snap je? ¶ 君の言ふ事は解らない ik versta je niet; ik begrijp niet, wat je zegt. ¶ 確な處は解りません ik kan het niet met zekerheid zeggen. ¶ それで解つた o, nu begrijp ik het. ¶ 言はんでも解つてゐる het spreekt vanzelf. ¶ 道が解つて居るか weet je den weg? ¶ あの人は譯が解つてる hij heeft gezond verstand.

wakagaeri若返り

zn. verjonging v. ¶ 若返る zich verjongen; weer jong worden.

wadakamari

zn. (1) [疑ぐり] achterdocht v.; argwaan m. (2) [恨] wrok v. (3) [誤解] misverstand o. (4) [隔意] voorbehoud o. ¶ 心中に蟠がある iets op het hart hebben; verborgen bedoelingen hebben. ¶ 蟠る gekronkeld liggen (蛇が); gekoesterd worden (考が). ¶ 兩者の間に惡感情が蟠って居る zij koesteren wrok tegen elkaar.

utareru打たれる

i.w. getroffen worden; geslagen worden; geraakt worden; (感に) aangegrepen worden; bewogen worden.

usureru薄れる

i.w. flauwer en flauwer worden; geleidelijk verdwijnen.

usuragu薄らぐ

i.w. lichter worden; flauwer worden; verflauwen; verslappen.

uruoi潤、沾

zn. (1) [濕氣] vocht v.; damp m. (2) [利潤] voordeel o. (3) [滋味] bekoring v.; smaak m. ¶ 潤ある voordeelig; gunstig; bekoorlijk; aantrekkelijk; innemend; (潤なき) vervelend; saai. ¶ 潤す(ぬらす) bevochtigen; nat maken; (富ます) verrijken; bevoordeelen; gunst bewijzen (恩澤を受けしむ). ¶ 潤ふ vochtig zijn; voordeel behalen; verdienen; begunstigd worden; gunsten ontvangen.

ureru賣れる

(売れる) i.w. (1) [賣が良い] gewild zijn; vlot verkocht worden; veel gevraagd worden. (2) [賣却し得る] verkoopbaar zijn. (3) [顏が] goeden naam hebben; wel bekend zijn; populair zijn. (4) [或値に] verkoopbaar zijn voor. ¶ 五圓で賣れる verkoopbaar zijn voor vijf yen; vijf gulden halen.

ure

(売) zn. afzet m.; vraag v. ¶ 賣がよい vlot verkocht worden; veel gevraagd worden; zeer gewild zijn; goeden afzet vinden. ¶ 賣れ足が早い vlot van de hand gaan. ¶ 賣れ足の早い品物 gewild artikel. ¶ 賣高 verkochte aantal.

umuうむ

i.w. (1) [熟す] rijp worden. (2) [化膿] etteren; dragen.

umu倦む

i.w. moede worden; er genoeg van krijgen; beu zijn. ¶ 倦まずる onvermoeid; met onverflauwden ijver.

umareru生れる

i.w. geboren worden; het levenslicht aanschouwen.

ukiagaru浮上る

i.w. aan de oppervlakte komen; uit het water gehaald worden; bovendrijven; voor den dag komen.

uketsuke受附

zn. informatiebureau; bureau van den portier. ¶ 受附掛 portier; concierge. ¶ 受附ける in ontvangst nemen. ¶ 願書は三日以後は受附けず verzoeken na den derden ontvangen worden zonder meer ter zijde gelegd; verzoeken uiterlijk in te dienen den derden van deze maand.

uchitsuzuku打續く

(打続く) i.w. lang voortgezet worden; lang voortduren.

uchikubi打首

zn. onthoofding v. ¶ 打首になる onthoofd worden. ¶ 打首にする onthoofden; het hoofd afslaan.

uchikomu打込む

t.w. inslaan; indrijven; i.w. schieten in (砲を); verliefd worden op (女に); zich wijden aan (仕事に). ¶ 杭を深く打込む paal diep in den grond slaan.

uchijini討死

zn. dood op het slagveld; sneuvelen o. ¶ 討死する sneuvelen; in den strijd gedood worden. ¶ 美事に討死する vallen op het veld van eer.

uchiagaru打上がる

i.w. geworpen worden; aanspoelen.

uchiai打合

zn. handgemeen o.; gevecht o. ¶ 打合をする handgemeen worden; met elkaar vechten.

tsuzumari約り

zn. samenvatting v.; besluit o.; conclusie. ¶ 約る samengevat worden; neerkomen op.

tsuzuku續く

(続く) i.w. voortduren; voortgezet worden; (後に續く) volgen; erna komen; bn. voortdurend; voortgezet. ¶ 本日より續いて van nu af aan; in ’t vervolg. ¶ 續いて voortdurend; achtereenvolgens.

tsutawaru傳はる

(伝はる) i.w. (1) [傳飛] uit overlevering bekend zijn. (2) [傳來] ingevoerd zijn. (3) [傳播] verspreid worden. ¶ 昔から傳はつた話 oude legende; overlevering. ¶ 音響の傳はる時間 tijd benoodigd voor de overbrenging van een geluid. ¶ 手から手へと傳はる van hand tot hand gaan. ¶ 後繼者に傳はる overgaan op de erfgenamen. ¶ 針金には電氣が傳はつてゐる er gaat stroom door de draden; de draden zijn electrisch geladen.

tsumoru積る

(積もる) i.w. zich ophoopen; opgestapeld worden; oploopen; t.w. begrooten; berekenen; schatten. ¶ 積り積りて八百圓 het is geleidelijk opgeloopen tot een bedrag van 800 yen.

tsumu積む

t.w. (1) [積重ねる] opstapelen; ophoopen. (2) [積載] laden; inladen. (3) [蓄積] vergaren; verzamelen. (4) [貯蓄] sparen; op zij leggen; reserveeren. ¶ 年を積む oud worden. ¶ 練習を積む veel ervaring hebben.

tsukuru作る

t.w. (1) [製作] maken; vervaardigen. (2) [構成] vormen. (3) [建設] bouwen. (4) [耕作] bebouwen; bewerken. (5) [培養] verbouwen; telen. ¶ 木で造る van hout maken. ¶ 酒を造る arak stoken; sake brouwen. ¶ 野菜を作る groenten kweeken. ¶ 財產を作る fortuin maken; rijk worden. ¶ 顏を作る toilet maken; zich werven en poeieren. ¶ 列を作る een rij vormen; in ’t gelid gaan staan. ¶ 家庭を作る huishouden opzetten. ¶ 罪を作る zonde begaan.

tsuku就く

t.w. (1) [就任] nemen; aanvaarden; i.w. (2) [著席] gaan zitten. (3) [師に] les nemen van; studeeren onder. ¶ 席に就く plaats nemen. ¶ 官途に就く in gouvernementsdienst gaan; ambtenaar worden. ¶ 寢に就く naar bed gaan. ¶ 僧職に就く priester worden.

tsuku附く

i.w. (1) [附着] kleven; plakken; blijven vastzitten. (2) [味方する] de zijde kiezen van; meegaan met. (3) [價する] waard zijn. t.w. (4) [習癖が] aannemen; i.w. zich aanwennen. i.w. (5) [火が] vlam vatten. t.w. (6) [痕が] achterlaten. (7) [利息が] opbrengen; opleveren. ¶ 惡錢身に附かず gestolen goed gedijt niet. ¶ 肉が附く dik worden. ¶ 敵方に附く overloopen naar den vijand. ¶ 一つが十錢につく ze kosten 10 sen per stuk. ¶ 惡い癖はつき易い slechte gewoonten worden gemakkelijk aangeleerd. ¶ 著物に火がついた zijn kleeren vlogen in brand. ¶ 電氣がついて居る het electrisch licht is aan. ¶ 年七分の利が附く 7% per jaar interest geven. ¶ 床に足跡がつく voetstappen op den vloer achterlaten.

tsūkan通關

(通関) zn. inklaring v. ¶ 通關する de douane passeeren; ingeklaard worden. ¶ 通關手續 douane formaliteiten. ¶ 通關代辦人 boomklerk.

tsukaide使で

(使い出) zn. bruikbaarheid v.; duurzaamheid v. ¶ 使でがある lang gebruikt kunnen worden; langdurige diensten bewijzen. ¶ 田舍の百圓は使でがある op het platte land kan men met honderd yen lang toekomen.

tsukamaru捉まる

(捕まる) i.w. gegrepen worden; gepakt worden; in handen vallen; (物によつて體を支へる) zich vastklemmen aan; goed vasthouden; vastklampen.

tsūka通過

zn. doorgang m.; doorvoer m.; voorbijgang m. ¶ 通過貿易 doorvoerhandel. ¶ 通過貨物 doorvoergoederen; transito-goederen. ¶ 通過列車 doorgaande trein. ¶ 通過する doorgaan; toegelaten worden; passeeren. ¶ 下院を通過する door de Tweede Kamer (Lagerhuis) aangenomen worden.

tsūjiru通じる

i.w. (1) [通過] passeeren; voorbijgaan. (2) [精通] grondig op de hoogte zijn; t.w. kennen. i.w. (3) [了解] verstaan worden; gangbaar zijn. (4) [姦通] onzedelijke betrekkingen hebben; liaison hebben. (5) [內應] in ’t geheim in verbinding staan t.w. (6) [通過さす] laten passeeren; doorlaten. (7) [連絡] verbinden. (8) [知らす] laten weten; bekend maken. ¶ 都市には鐵道が通じてゐます de voornaamste steden zijn door spoorwegen verbonden. ¶ 蘭語に通じる goed Hollandsch kennen. ¶ 英語の通じない處はない Engelsch wordt overal verstaan. ¶ 敵に通じる in geheime relatie staan met den vijand. ¶ 女と通じる scharrelen met een vrouw. ¶ 橋を通じる door een brug verbinden; brug slaan. ¶ 電流を通じる stroom sluiten. ¶ 意志を通じる bedoeling bekend maken. ¶ 電話が通じない de telefoon geeft geen gehoor.

tsuie

(費え) zn. uitgaven v.mv.; verkwisting (冗費) v. ¶ 不時の費 onvoorziene uitgaven. ¶ 費の多い duur; kostbaar. ¶ 費える verspild worden; verkwist worden.

SUPPLEMENT (trefwoord)
teishō提唱
(zn., suru-ww) (1) Het bepleiten [voorstellen; voorstaan; voorstellen; verdedigen; presenteren] van een zaak; voorstel; verdediging; presentatie. ¶ 提唱する teishōsuru [een zaak; iets] bepleiten; voorstaan; voorstellen; verdedigen; presenteren. ¶ 提唱者 teishōsha voorsteller; pleiter; verdediger; presentator. ¶ 彼の学説が初めて提唱されたは、それを信じなかった。 Kare no gakusetsu ga hajimete teishōsareta toki wa, dare mo sore wo shinjinakatta. Toen zijn theorie voor het eerst werd gepresenteerd vond die geen enkele steun. ¶ 電力不足対策のスーパークールビズとして、ポロシャツやアロハシャツの着用が提唱された。Denryokubusoku taisaku no sūpākūrubizu to shite, poroshatsu ya arohashatsu no chakuyō ga teishōsarete. In het kader van de Super Cool Biz maatregel voor het bestrijden van energietekorten werd het dragen van poloshirts en alohashirts [hawaïshirts] bepleit. [NB Cool Biz en later Super Cool Biz waren initiatieven van de Japanse overheid om bedrijven te stimuleren het mogelijk te maken om de airco op een lagere temperatuur zetten door werknemers zich luchtiger te laten kleden] (2) (a) Het uitleggen [verklaren; uiteenzetten; behandelen] van iets; uitleg; verklaring; uiteenzetting; lezing. (b) specifiek het uitleggen van de doctrines in Zenboeddhisme. ¶ 提唱する teishōsuru uitleggen; verklaren; behandelen; uiteenzetten. ¶ 禅家の提唱 Zenke no teishō Catechetische vraag voor meditatie in Zen.
seikai正解
(znw) (1) het juiste antwoord; de juiste verklaring [interpretatie]; correct; juist; goed. ¶ 正解をまるで囲みなさいSeikai wo maru de kakominasai. Omcirkel het juiste antwoord alsjeblieft. (TTC) ¶ そっか!!それ正解だよね Sokka! Sore ga seika da yo ne! Ja toch! Zo is het toch! (twitter) (2) (als evaluatie achteraf) de juiste beslissing; de juiste keuze. ¶ どんどんひどくなっていく今日は出かけなくて正解だったAme ga dondon hidoku natte iku. Kyō wa dekakenakute seikai datta. De regen wordt steeds erger. Ik ben blij dat we niet weg zijn gegaan. (yamasv)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <worden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
冷静になる reiseininaru bedaren; kalmeren; bekoelen; tot rust; bedaren komen; rustig(er); kalm(er) worden; opnieuw z'n evenwicht vinden
化す kasu veranderen; zich veranderen; zich wijzigen; worden
向かう mukau (1) staan tegenover; uitzien op; uitkijken op; het gezicht toekeren; aanzitten aan [de dis enz.]; (2) gaan in de richting van; trekken naar; vertrekken naar; zich begeven naar; op weg gaan naar; weggaan naar; aanlopen op; afgaan op; afkomen op; aangaan op; afstevenen op; aanhouden op; aansturen op; tegemoet gaan; zich keren tot; (3) worden; naderen; nabij zijn; (4) tegen [de wind enz.] in gaan; trotseren; zich keren tegen; er op losgaan; aanvallen; oprukken naar
和らぐ yawaragu milder; zachter worden; verslappen; bedaren; zich matigen; afnemen; verminderen; minder (intens; streng) worden; luwen; [風が] gaan liggen
失踪する shissousuru vermist raken; worden; verdwijnen
kyou (1) [sportt.;econ.;pol.] machtige; grote; sterkhouder; reus; gigant; (2) [elektr.] de stand "hard" (van een elektrisch apparaat); (3) iets meer dan …; een goeie …; een dikke …; ruim …; … en nog wat; (a) sterk; (b) versterken; sterk maken; worden; (c) dwingen; forceren
悪化する akkasuru achteruitgaan; verergeren; verslechteren; [inform.] achteruitkachelen; de verkeerde kant opgaan; slechter gaan; worden; minder worden; een ongunstige wending nemen; er niet beter op worden
成る naru (1) worden; raken; geraken; [i.h.b.] worden van; [i.h.b.] terechtkomen van; [i.h.b.] gebeuren met; [i.h.b.] aflopen met; (2) worden; beginnen te; [het warm enz.] krijgen; (3) [m.b.t. hoogte;lengte;gewicht enz.] worden; bedragen; uitmaken; komen op; bereiken; neerkomen op; (4) worden; veranderen (in); overgaan (in); [m.b.t. positie;status;toestand enz.] bereiken; uitlopen op; zich ontwikkelen tot; (5) verwezenlijkt worden; volbracht worden; voltooid worden; bereikt worden; (ten slotte ~) blijken; uitlopen op; (6) bestaan uit; omvatten; samengesteld zijn uit; opgebouwd zijn uit; [x leden enz.] tellen; [deel enz.] uitmaken; vormen; (7) kunnen; mogen [vaak i.c.m. ontkenning of retorische vraag]; (8) dienen als; [de rol van ~] vertolken; (9) promoveren (tot) [m.b.t. shōgipion]; (10) zich verwaardigen te ~ [Tangconstructie waarbij tussen het beleefdheidsprefix (o お of go ご) en de combinatie ni naru になる een dōshi in de ren'yōkei of een deverbatief meishi staat. Drukt respect voor het onderwerp van het gezegde uit.]
sei (1) [Chin.gesch.] het rijk Chéng Hàn (306-347); (a) volbrengen; tot stand brengen; komen; worden; (b) volwaardig worden; opgroeien; grootbrengen; (c) pacificatie; vredestichting; herstelling van rust en vrede; (d) oprechtheid; (e) verbanningsoord; (f) [onderdeel van eigennamen]
来る kuru (1) komen; verschijnen; opdagen; naderen; niet achterwege blijven; (2) aankomen; arriveren; (zijn bestemming) bereiken; (3) bezoeken; een visite brengen; op bezoek gaan bij; te gast zijn bij; (4) aanbreken; beginnen; voor de deur staan; (5) worden; in een bepaalde toestand raken; in een bepaalde hoedanigheid raken; (6) (een houding) aannemen; (7) invoeren; introduceren; in gebruik laten komen; in zwang brengen; (8) zijn oorzaak vinden in; toe te schrijven zijn aan; te wijten zijn aan; veroorzaakt zijn door; (9) ontsproten zijn uit
浅せる aseru ondiep(er) worden; oppervlakkig(er) worden; opdrogen; toeslibben; dichtslibben
湿る shimeru (1) vochtig; nat(tig) worden; van water doortrokken worden; inwateren; (2) neerslachtig worden; gedeprimeerd raken; in mineur raken; down raken; terneergeslagen raken; bedrukt raken; ontmoedigd raken; [m.b.t. geestdrift;sfeer] versomberen; bekoelen; getemperd raken
為る naru (1) worden; raken; geraken; [i.h.b.] worden van; [i.h.b.] terechtkomen van; [i.h.b.] gebeuren met; [i.h.b.] aflopen met; (2) worden; beginnen te; [het warm enz.] krijgen; (3) [m.b.t. hoogte;lengte;gewicht enz.] worden; bedragen; uitmaken; komen op; bereiken; neerkomen op; (4) worden; veranderen (in); overgaan (in); [m.b.t. positie;status;toestand enz.] bereiken; uitlopen op; zich ontwikkelen tot; (5) zich verwaardigen te ~ [tangconstructie waarbij tussen het beleefdheidsprefix (o お of go ご) en de combinatie ni naru になる een dōshi in de ren'yōkei of een deverbatief meishi staat. Drukt respect voor het onderwerp van het gezegde uit.]
熱中する netchuusuru enthousiast raken; in vuur en vlam raken; warm lopen voor; opgaan in; gepassioneerd raken; geabsorbeerd raken; weg raken van; in beslag genomen worden; begeesterd raken; bevlogen raken; bezield raken; gedreven raken; in geestdrift geraken; vurig worden; geestdriftig worden; in gloed geraken; zich passioneren; laaiend (enthousiast) worden; zich storten op; gebrand raken op; gespitst raken op
知り合いになる shiriaininaru [〈人〉と~] leren kennen; kennismaken met; met iemand bekend raken; worden; maatjes worden met; [inform.] gaan aanpappen met
緩む;弛む yurumu (1) losgaan; loskomen; losraken; los(ser) worden; gaan loszitten; [Belg.N.] lossen; (2) ontspannen; verslappen; verminderen; afnemen; slappen; slabakken; verflauwen; vervlakken; kwijnen; [すぴーどが] minderen; [勾配が] minder steil; scherp worden; [氷が] smelten; (3) [気が] relaxen; ontstressen; [fig.] de teugels vieren; [m.b.t. aandacht] scherpte; intensiteit verliezen
罷り成る makarinaru [hum.] worden
罹る kakaru (ziek) worden; iets krijgen
至る;到る itaru (1) gaan naar; zich begeven naar; tijgen naar; (2) aankomen; arriveren; bereiken; (3) [m.b.t. een weg] leiden naar; (4) leiden tot; resulteren in; als gevolg hebben; worden
表面化する hyoumenkasuru aan de oppervlakte komen; aan het licht komen; publiek bekend raken; worden
走る hashiru (1) rennen; lopen; hollen; snellen; vliegen; stormen; stuiven; [arch.;door het gebeente;de leden enz.] varen; [w.g.;lit.t.] reilen; [Barg.] dinkelen; (2) zich snel voortbewegen; rijden [bv. van voertuigen]; karren; lopen [bv. van vaartuigen]; [Barg.] poken; (3) weglopen; wegrennen; wegvluchten; vluchten; op de loop gaan; op de vlucht gaan; het hazenpad kiezen; (4) overlopen; overgaan; deserteren; (5) [geëmotioneerd enz.] raken; worden; [tot uitersten enz.] vervallen; gaan doen aan; zich overgeven aan; [het dievenpad enz.] opgaan; (6) vlotten; lopen; (7) lopen; zich uitstrekken; gelegen zijn; (8) schieten [bv. pijn]; flitsen
赴く omomuku (1) gaan naar; zich bewegen naar; zich begeven naar; zich verplaatsen naar; vertrekken naar; op weg gaan naar; koers zetten naar; koersen naar; stevenen naar; z'n schreden wenden naar; (2) worden; raken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.37 sec. jiten.nl: 102 treffers, warandict: 22 treffers (zoekopdracht: 'worden'). 
2005-2026