日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘omdraaien’
日蘭辭典 (trefwoord)
megurasuめぐらす

t.w. (1) [繞らす] omringen. (2) [廻らす] ronddraaien. ¶ 柵を廻らす omheinen. ¶ 踵をめぐらす zich omdraaien. ¶ をめぐらす omkijken; het hoofd omwenden; terugzien op. ¶ 一策をめぐらす een plan bedenken.

utsubuseru俯伏せる

t.w. ondersteboven zetten; op z'n kop zetten; i.w. het hoofd buigen. ¶ 茶碗を俯伏せる kopje omdraaien.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <omdraaien>
あべこべにする abekobenisuru omkeren; achterstevoren keren; omdraaien; andersom; omgekeerd doen; verkeerd doen; het paard achter de wagen spannen; [上下を] ondersteboven keren; [裏表を] binnenstebuiten keren
乗り換える;乗り替える norikaeru (1) overstappen; [van transportmiddel] verwisselen; veranderen [van vervoermiddel]; (2) [fig. gebruik] overgaan (naar); omschakelen; overschakelen; omzwaaien naar; veranderen van; switchen; [i.h.b.] overlopen; [i.h.b.] omdraaien
反す kaesu omkeren; omdraaien; omwenden; ondersteboven; binnenstebuiten keren
反転する hantensuru (1) tuimelen; buitelen; omwentelen; (2) zich omwenden; zich omkeren; zich omdraaien; (3) omwenden; omkeren; omdraaien; inverteren; op z'n kop zetten
回す;廻す mawasu (1) (doen) draaien; draaien aan; wentelen; omdraaien; aandraaien; omwenden; omwentelen; omzwenken; ronddraaien; laten rondwentelen; aan het rollen brengen; doen tollen; [wasmachine;ventilator e.d.] aanzetten; [een vat;hoepel e.d.] (voort)rollen; (2) omgeven met [een muur;gracht enz.]; (3) doen reiken tot; (4) rondgeven; doorgeven; laten rondgaan; overhandigen; [塩を] aangeven; (5) uitzenden; sturen; rondzenden; omsturen; overzenden; opsturen; doorzenden; doorsturen; doorverwijzen [naar de specialist enz.]; overplaatsen; doorverbinden [met een ander toestelnummer]; (6) uitzetten; [op interest enz.] zetten; beleggen; (7) rond-; om- [sluit aan op de ren'yōkei van dōshi]
回る mawaru (1) ronddraaien; omkeren; omdraaien; tollen; in het rond draaien; rondtollen; keren; draaien (om); rondwentelen; omwentelen; roteren; om een as draaien; rouleren; wentelen; rondgaan; rondcirkelen; cirkelen; gaan (om); gaan via; [een kaap enz.] ronden; zijn ronde doen; patrouilleren; toeren; circuleren; (2) afslaan naar; zwenken; omzwenken; omlopen; overgaan naar; overstappen naar; omzwaaien; (3) een omweg maken; omlopen; omgaan; (4) langskomen; aanlopen; aanwippen; (5) afwisselen; rouleren; (6) geheel doordringen; uitwerking hebben; (7) (vlot) draaien; (goed) functioneren; (vlug) werken; (8) het is over …; na …; (9) zich in een bepaalde positie begeven; in iemands schoenen gaan staan; (10) rond-; om- [sluit aan op de ren'yōkei van dōshi]
巡らす megurasu (1) omgeven; insluiten; omringen; omsingelen; omsluiten; omhullen; (2) omdraaien; (3) overdenken; overpeinzen; (4) uitdenken; bedenken; uitvinden; verzinnen; ontwerpen
引っ繰り返す;ひっくり返す hikkurikaesu (1) omdraaien; omkeren; omleggen; binnenstebuiten keren; ondersteboven keren; naar boven keren; naar boven draaien; (2) (doen) omslaan; doen omvallen; omstoten; omverwerpen; omgooien; omwerpen; omkantelen; kantelen; doen kapseizen; [inform.] kiepen; [inform.] kieperen; [iemands plannen enz.] ondersteboven gooien; verstoren; in de war sturen; overhoopwerpen; culbuteren
引っ繰り返る;ひっくり返る hikkurikaeru (1) kantelen; keren; omkantelen; omvallen; [inform.] omkukelen; omvervallen; kapseizen; omslaan; omdraaien; kenteren; omklappen; tuimelen; omtuimelen; culbuteren; [inform.] omkiepen; [inform.] omkieperen; (2) vallen; ten val komen; mislukken; in duigen vallen; overhoop raken; [i.h.b.] op zijn rug gaan liggen; [i.h.b.] achterovervallen
捩じる;捻じる;捩る;捻る;拗る nejiru (1) wringen; draaien; verdraaien; verwringen; [de nek enz.] omdraaien; omwringen; [een touw enz.] twisten; (2) schroeven; draaien
捲る mekuru (1) omdraaien; omkeren; omleggen; [ページを] omslaan; [本を] doorbladeren; doorlopen; doorkijken; (2) afhalen; wegnemen; weghalen; [カレンダーを] afscheuren; [床板を] uittrekken; [壁紙を] aftrekken; afristen
捻る;拈る;撚る hineru (1) draaien; wringen; aandraaien; [zijn haar rond zijn vingers] krullen; [i.h.b.] effect geven [aan een bal]; [zijn hersens enz.] pijnigen; (2) [iemands arm;een kip de nek enz.] omdraaien; verwringen; [zijn enkel e.d.] verdraaien; (3) [een geestesproduct] uitdenken; uitbroeden; uitwerken; (4) makkelijk verslaan; met gemak kloppen
方向転換する hōkōtenkansuru wenden; draaien; zich keren; ombuigen; zwenken; omdraaien; z'n koers verleggen; van koers; richting; front veranderen; een andere koers nemen; zich heroriënteren; [fig.] koers; z'n standpunt wijzigen; [fig.] het roer omgooien; [fig.] het over een andere boeg gooien
曲がる magaru (1) buigen; (zich) krommen; knikken; kronkelen; kromtrekken; scheeftrekken; scheluw trekken; kromgroeien; kromlopen; een bocht maken; een draai maken; draaien; [i.h.b.] meegeven; doorbuigen; abduceren; (2) afdraaien; keren; afbuigen; ombuigen; afslaan; [de hoek enz.] omgaan; omslaan; omdraaien; afzwenken; zwenken; (3) afwijken; deviëren; scheefgroeien; de verkeerde weg opgaan; verkeerd lopen; aberreren; ontaarden; verdorven raken
裏返す uragaesu [iets] binnenstebuiten keren; binnenstebuiten draaien; keren; omdraaien; omkeren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.97 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'omdraaien'). 
2005-2026