
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
atama・頭
zn. (1) [頭] hoofd o.; kop m. (2) [頭腦] hersens m. (3) [頭初] begin o. (4) [首領] hoofd o.; aanvoerder m. ¶ 頭の天邊から足の爪迄 van top teen. ¶ 頭をはねる commissie nemen op loon, dat men uitbetaalt. ¶ 頭を痛める zich het hoofd breken; zich ongerust maken. ¶ 頭を刈って貰ふ zijn haar laten knippen. ¶ 頭を上げる het hoofd buigen. ¶ 頭がある verstandig. ¶ 頭なき onverstandig; dom; zinneloos.
atamawari・頭割
(頭割り) hzn hoofdelijke verdeeling v. ¶ 頭割で per hoofd; hoofdelijk. ¶ 頭割にする hoofdelijk verdeelen; gelijk verdeelen.
jitō・地頭
zn. hoofd van een district.
zagashira・座頭
zn. leidend figuur.
taishō・大將
(大将) zn. generaal m.; admiraal (海軍) m; (首領) hoofd o.; aanvoerder m.; leider m.; baas m.; (俗) ouwe m.
chō・長
zn. (1) [首領] hoofd o.; chef m.; voornaamste m.; leider m. (2) [長所] verdienste v.; voortreffelijkheid v.
shuchō・首長
kyokai・匡廓
zn. aanvoerder m.; hoofd o.; belhamel m.
zunetsu・頭熱
zn. gloeiend hoofd o.; congestie v.; hersenkoorts v.
yōbu・要部
zn. hoofd bestanddeel v.; voornaamste deel o.
utsumukini・俯向に
bw. ondersteboven; met het gezicht naar den grond; voorover. ¶ 俯向に倒れる voorover vallen. ¶ 俯向の neergeslagen; voorovergebogen. ¶ 俯向く het hoofd laten hangen; de oogen neerslaan.
uchikubi・打首
zn. onthoofding v. ¶ 打首になる onthoofd worden. ¶ 打首にする onthoofden; het hoofd afslaan.
tsumuri・頭
zn. hoofd o.
SUPPLEMENT (trefwoord)
unazuku・頷く
(iw) (1) een bevestigende of instemmende knik met het hoofd geven; instemmen (met). (2) het hoofd laten hangen. (3) (frase) …のも頷ける ...no mo unazukeru het is begrijpelijk dat...; het is geen wonder dat. ¶ 寂しい子供時代を慰めてくれた存在が櫻子ちゃんだったのかな…と思うと、あれだけ妹を溺愛するのも頷ける。Sabisii kodomo jidai wo nagusamete kureta sonzai ga Sakurako-chan datta no ka na ... to omou to, aredake imōto wo dekiaisuru no mo unazukeru. Als ik erover nadenk dat het Sakurako was die zijn eenzame kindertijd verzachtte... dan is het geen wonder dat hij zijn zus zo verafgoodde. (twitter)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <hoofd>
キャップ kyappu (1) pet; muts; [Belg.N.;spreekt.] klak; (2) dop; beschermkapje; sluiting; (3) baas; meerdere; chef; hoofd; leider; [チームの] aanvoerder; captain; [Belg.N.] kapitein
キャプション kyapushon (1) onderschrift; opschrift; bijschrift; (2) titel; kop; hoofd
キー kī (1) [ピアノ;タイプライターの] toets; (2) sleutel; (3) oplossing; verklaring; (lijst met) antwoorden; (4) Key; Francis Scott [Amerikaans jurist;auteur van het Amerikaanse volkslied;1779-1843]; (5) sleutel-; hoofd-; voornaamste …; belangrijkste …; (6) [krassend geluid van een viool]; (7) [schurend geluid van een scharnier]; (8) [krijsend geluid van een adelaar;havik]
チーフ chīfu baas; chef; hoofd
トップ toppu (1) top; piek; spits; hoofd; kop; [m.b.t. wedstrijd] leiding; (2) [m.b.t. krant] stuk waarmee de krant opent; leader; ankeiler; hoofdbericht; hoofdpunt; [m.b.t. Japanse krantenopmaak] rechterbovenhoek; (3) hoogste versnelling; (4) [m.b.t. kledingstuk] top(je); bovenstuk(je); (5) [text.] lont; voorgaren
ヘッド heddo (1) hoofd; (2) verstand; (3) kop; bovenste gedeelte; (4) hoofd; baas; meerdere; chef; leider; (5) [テープ・レコーダー;ビデオ・レコーダーの] kop; opnamekop; wiskop; (6) [バットの] uiteinde; [ゴルフ・クラブの] blad; clubhoofd; clubhead
メイン mein (1) Mayne; (2) Maine; (3) hoofd-; voornaamste
メーン mēn (1) Mayne; (2) Maine; (3) hoofd-; voornaamste
一席 isseki (1) [宴会;茶事の~] een sessie; partijtje; (2) [演説;講談;落語の~] een opvoering; vertelling; (3) eerste plaats; positie; ereplaats; hoofd; kop
主たる shutaru belangrijkste; voornaamste; hoofd-
主な omona voornaamste; belangrijkste; hoofd-; principale
主席 shuseki (1) toppositie; top; (2) hoofd; leider; deken; [onderw.] primus; (3) [Chin.pol.] voorzitter; (4) hoofd-; eerstaanwezend …; [muz.] eerste …
主幹 shukan hoofd; chef; [i.h.b.] hoofdredacteur
主要 shuyō voornaamst; belangrijkst; hoofd-; sleutel-; principaal; primair; kardinaal; (meest) vooraanstaand
主要な shuyōna voornaamst; belangrijkst; hoofd-; sleutel-; principaal; primair; kardinaal; (meest) vooraanstaand
令 rei (1) bevel; order; (2) regel; wet; (3) [Meiji-periode] gouverneur; prefect (1871-1886); (4) [Kamakura-periode] subhoofd van het Mandokoro 政所; (5) [ritsuryō] kwartiermeester; wijkmeester; buurtmeester; (6) [Chin.gesch.] gouverneur; prefect; (a) opdragen; bevelen; order; (b) regel; wet; (c) hoofd; chef; (d) goed; gelukkig; (e) [uit respect voor andermans familie]
修練長 shūrenchō [chr.] hoofd; overste van een seminarie; regent; preses
兄 konokami (1) oudste zoon; eerstgeboren zoon; (2) oudere broer; zus; (3) oudere; ouder iemand; (4) clanhoofd; (5) hoofd; aanvoerder; leider
先頭 sentō hoofd; kop; het voorste; spits; [i.h.b.] leiding; vooraan
先 saki (1) (puntig) uiteinde; eind; punt; spits; tip(je); top(je); [m.b.t. processie enz.] kop; hoofd; (2) toekomst; wat komen moet; wat te wachten staat; vooruitzicht; aspect; verschiet; wat de toekomst in petto heeft; [fig.] voorland; (3) vervolg; wat volgt; wat later komt; volgende gebeurtenis; (4) wat verder; wat voorop; (5) plaats van bestemming; -bestemming; (6) wederpartij; (onderhandelings)partner; de ander; (7) [attr.] vorig; voormalig; vroeger; voorgaand; voorafgaand
前 mae (1) voor; voren; (2) voorkant; front; voorzijde (van een lichaam); [i.h.b.] borststuk; (3) voorstuk; voorste deel; kop; hoofd; (4) confrontatie; het onder ogen hebben; (5) [in] aanwezigheid [van]; [in het] bijzijn [van]; [in het] aanschijn [van]; [in het] aangezicht [van]; [ten] overstaan [van]; tegenover ~; tegen ~; (6) geleden; tevoren; terug; voor; voorheen; vroeger; voordien; (7) (onmiddellijk) voorafgaand (aan); voor; vorig; voormalig; voorgaand; bovenstaand; eerder; eerstgenoemd (van twee); (8) eerdere veroordeling; (9) in overeenstemming met; zoals ~ [(arch.) in de constructie ~ no mae ~の前]; (10) Vrouwe ~ [(arch.) in de constructie ~ no mae ~の前;suffix ter betiteling van een adellijke dame]; (11) [wordt gevoegd achter een meishi of een dōshi in de ren'yōkei;geeft een zekere portie aan]; (12) -heid [suffix dat de hoedanigheid van het grondwoord (steeds een menselijke eigenschap) benadrukt]
基幹 kikan (1) pijler; kern; hart; basis; (2) hoofd-; basis-; kern-; sleutel-
基本的 kihonteki fundamenteel; grond-; elementair; basis-; basaal; hoofd-; [veroud.] fondamenteel
大い ōi (1) groot; (2) geweldig; enorm; buitengewoon; ontzaglijk; fantastisch; prima; (3) [~…] hoofd-; top-; hoogste in rang; eerstaanwezend …; (4) [~…] senior; oudere; met hogere anciënniteit
大人 otona (1) volwassene; volwassen mens; volwassen persoon; volwassen man; volwassen vrouw; meerderjarige; (2) hoofd; aanvoerder; oudste; overste; deken
官 tsukasa (1) overheidsdienst; dienst; (2) overheidsdienaar; ambtenaar; (3) ambt; betrekking; post; (4) hoofdzaak; het voornaamste; (5) hoofd; chef; directeur
崎;埼;岬;碕 saki (1) kaap; landtong; hoek; voorgebergte; hoofd; tandjoeng; (2) uitloper
本 hon (1) boek; boekdeel; werk; lectuur; (2) tekstboekje; libretto; script; scenario; draaiboek; (3) dit ~; deze ~; onderhavig ~; gegeven ~; voorliggend ~; ~ in kwestie; de betreffende ~; de bedoelde ~; de betrokken ~; de bewuste ~; de desbetreffende ~; (4) hoofd-; voornaamste ~; belangrijkste ~; (5) echt ~; gewoon ~; normaal ~; (6) [maatwoord voor langgerekte;staafvormige voorwerpen]; (7) [maatwoord voor het aantal verbindingen van openbaar vervoer]; (8) [maatwoord voor films]; (9) [eenheid die een beslissende score bij een honkbal-;judo- of kendo-wedstrijd aangeeft]
棟梁 tōryō (1) vorst en balken [hoofddelen van een dakconstructie]; (2) [Jap.gesch.] gouverneur; (3) hoofd; leider; aanvoerder; chef; baas; voorman; (4) ploegbaas; [i.h.b.] meester-timmerman
正 sei (1) correctheid; juistheid; (2) het officiële; (3) hoofd; overste; (4) [wisk.] positief; groter dan nul zijn; (5) [nat.] positief geladen zijn; (6) [fil.] these; (7) tien tot de veertigste macht; (a) correct; juist; (b) verbeteren; corrigeren; (c) regelmatig zijn; (d) precies; exact; (e) jaarbegin; nieuwjaar; (f) belangrijkste; hoofd; (g) wezenlijk; legitiem; (h) chef; (i) [wisk.] positief; groter dan nul zijn
立て tate (1) beginsel; leidraad; bedoeling; (2) regel; bepaling; (3) banket; party; (4) traktatie; (5) hoofd-; voornaamste …; (6) pas ge-…; vers ge-…; (7) [maatwoord voor een reeks opeenvolgende nederlagen]
第一 daīchi (1) belangrijkste ~; voornaamste ~; grootste ~; hoofd-; primair; ~ nummer een; leidend; (2) eerst(e); aanvangs-; begin-; (3) in de eerste plaats; om te beginnen; in eerste instantie; ten; als eerste; primo; voorop; bovenal; vooral; vóór alles; in elk geval; eigenlijk
筆頭 hittō (1) eerste op een lijst; naam bovenaan op een lijst; (2) punt van een pen; (3) hoofd; leider
総 sō algemeen; algemene ~; totaal; totale ~; volledig(e) ~; generaal; generale ~; gezamenlijk(e) ~; collectief; collectieve ~; bruto ~; opper-; hoofd-
脳 nō (1) [anat.] hersenen; hersens; brein; cerebrum; (2) brein; hersens; hoofd; verstand
表題 hyōdai titel; naam; opschrift; hoofd; kop; hoofding; superscriptie; headline
見出し midashi (1) opschrift; titel; rubriek; kop; hoofd; hoofding; hoofdje; kopje; [jur.] intitulé; (2) inhoudsopgave; index; register; (3) ingang; lemma; artikel; titelwoord; trefwoord; steekwoord
責任者 sekininsha verantwoordelijke; hoofd; chef
身代わり migawari (1) plaatsvervanging; vervanging; substitutie; (2) plaatsvervanger; plaatsvervuller; substituant; remplaçant; substituut; [filmk.] stand-in; double; (3) zondebok; kop-van-jut; hoofd-van-jut
酋長 shūchō (1) opperhoofd; stamhoofd; hoofd; (2) chef; leider; baas; voorman
長 osa hoofd; chef; leider; aanvoerder
長 chō (1) hoofd; chef; baas; leider; oudste; aanvoerder; meerdere; meester; directeur; voorzitter; patroon; president; principaal; (2) meerdere in jaren; (3) het beste (onder ~); sterk punt; gunstig element; goede eigenschap; fort; kwaliteit; voordeel; merites; (4) [muz.] majeur; dur
院長 inchō [病院;少年院の] directeur; directrice; [学院の] rector; rectrix; rectrice; hoofd; [修道院の] overste; abt; abdis
隊長 taichō (1) [mil.] commandant; bevelhebber; (2) leider; hoofd; chef; aanvoerder; kapitein
項目 kōmoku (1) hoofd; hoofding; titel; (2) artikel; clausule; afzonderlijke bepaling in een contract; (3) item; artikel; punt; ingang; lemma; [予算~] post; (4) [maatwoord voor artikels;items]
頭株 atamakabu leider; leidsman; leidende figuur; leidinggevend persoon; [政党の] partijleider; [会社の] hoofd; directeur
頭脳 zunō (1) brein; hersens; hersenen; (2) brein; hoofd; verstand; geest; intellect; (3) brein; knappe kop
頭角 tōkaku hoofd
頭 atama hoofd; [釘の] kop
頭 kashira (1) hoofd; kop; (2) hoofdhaar; (3) begin; kop; (4) chef; baas; leider; boss; hoofd; aanvoerder; voorman; ploegbaas; (5) hoofd; kop van een pop; poppenkop; (6) [nō-jargon] langharige pruik; (7) [nō-jargon] aanhef van een stuk; (8) degenknop; knop aan zwaardgevest; (9) radicaal in het topdeel van een kanji; (10) [maatwoord voor mensen;dieren]; (11) [maatwoord voor boeddhistische beelden]; (12) [maatwoord voor leiders (i.h.b. generaals;daimyō)]; (13) [maatwoord voor eboshi-hoofddeksels]
首席 shuseki (1) [onderw.] voorste bank; eerste plaats; [meton.] eerste; beste leerling van de klas; primus; (2) eerste rang; belangrijkste plaats; hoofd; deken; doyen
首班 shuhan hoofd; chef; leider; [内閣の] premier; minister-president; eerste minister
首長 shuchō (1) hoofd; leider; hoofdman; (2) bestuurder; bewindsman; (3) emir; sjeik; vorst
首領 shuryō bendeleider; bendehoofd; leider; hoofd; chef; aanvoerder
首;頸 kubi (1) hals; nek; (2) hoofd; (3) kraag; (4) hals van een fles; (5) ontslag
首 shu (1) hoofd; kop; (2) hoofd; leider; aanvoerder; (3) kopstuk; aanstoker; bendeleider; (4) begin; oorsprong; (5) [maatwoord voor tanka en Chinese gedichten (Kanshi 漢詩)]
Tijd: 1.21 sec. jiten.nl: 38 treffers, warandict: 56 treffers (zoekopdracht: 'hoofd').
2005-2026
