
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <opdoen>
メイクする meikusuru make-up aanbrengen; opdoen; make-uppen; schminken; maquilleren; opmaken; grimeren
メークする mēkusuru make-up aanbrengen; opdoen; make-uppen; schminken; maquilleren; opmaken; grimeren
付く;附く tsuku (1) plakken; (eraan) (vast)zitten; (eraan) (vast)hangen; steken (op); kleven (aan); aansluiten op; zich vastzetten (in; aan); [湯垢が] aanslaan; blijven; [m.b.t. sporen;litteken] achterblijven; erbij inbegrepen zijn; uitgerust zijn met; (2) volgen; vergezellen; achterna zitten; gaan; aan zijn zijde staan hebben; escorteren; [i.h.b.] partij kiezen; trekken voor; aan de zijde gaan staan van; (3) [m.b.t. vermogen;gewoonte;naam;idee enz.] krijgen; [energie;kennis;ervaring enz.] opdoen; verwerven; eigen worden; te beurt vallen; [癖が] een gewoonte aannemen; aankweken; ontwikkelen; zich een gewoonte aanwennen; [喫煙の癖が] zich het roken aanwennen; (4) geluk hebben; fortuinlijk zijn; het treffen; [het iem.] meezitten; goed gaan; boffen; mazzelen; [inform.] zwijnen; [inform.] sloffen; (5) zijn beslag vinden; uitgemaakt raken; in orde raken; geregeld raken; [m.b.t. contact;connectie] tot stand komen; [m.b.t. wegen;infrastructuur] aangelegd worden; (6) [m.b.t. prijskaartje] hangen aan; [goedkoper;duurder enz.] uitvallen; neerkomen op [x euro enz.]
付ける;附ける tsukeru (1) bevestigen aan; aanbrengen; aanleggen; vasthechten; vastmaken; [役馬を] spannen voor; aanhechten; hechten; [翻訳を] toevoegen; [×印を] aankruisen; [印を] afdrukken; [器具を] installeren; monteren aan; aanleggen; [接着剤で] plakken; [バター;クリーム;ジャムを] smeren; [しみを] maken; aanmaken op; (2) [傷;跡を] achterlaten; nalaten; (3) zich eigen maken; aanleren; zich verwerven; [習慣を] zich aanwennen; [力を] opdoen; (4) [乳母を] engageren; aannemen; in de arm nemen; (5) [注意;目を] vestigen op; [犯人;車を] schaduwen; volgen; (6) [条件を] opleggen; [疑問符;コメント;注文を] plaatsen; zetten; [名;味を] geven; [実;利子を] dragen; [点を] toekennen; (7) [料理を] opdienen; serveren; [仕事に片を] regelen; afdoen; afhandelen; zijn beslag geven; voor elkaar brengen; (8) [正札を] hechten; [値を] voorzien van; stellen op; (9) opschrijven; opnemen; noteren; aantekenen; boeken; [日記を] bijhouden; houden; (10) [手を] beginnen met; aanvangen; [連絡を] opnemen; [火を] aanleggen; in brand steken
差す sasu (1) schijnen; lichten; gloeien; stralen; (2) [m.b.t. blos enz.] te voorschijn komen; over zich krijgen; zich manifesteren; (3) [m.b.t. boze macht enz.] varen in; [form.] vaardig worden over; (4) gieten; schenken; uitschenken; inschenken; serveren; vullen; [m.b.t. oogdruppels e.d.] toedienen; (5) aanbrengen; opdoen; [m.b.t. olie] smeren; (6) toevoegen; bijvoegen; erbij doen; (7) [m.b.t. paraplu e.d.] opsteken; omhoogbrengen; omhoogsteken; omhoog houden; (8) [m.b.t. zwaard] aangorden; aandoen; (9) [scheepv.] voortbomen; doen varen; doen voortbewegen; [w.g.;lit.t.] doen reilen; (10) [m.b.t. borrel] aanbieden; bieden; schenken; offreren
感染する kansensuru (1) aangestoken worden; besmet worden; geïnfecteerd raken; oplopen; opdoen; vatten; (2) (negatief) beïnvloed raken; (slechte; besmettelijke) invloed ondergaan
注す sasu (1) gieten; schenken; uitschenken; inschenken; vullen; [m.b.t. oogdruppels e.d.] toedienen; (2) aanbrengen; opdoen; [m.b.t. olie] smeren
消耗する shōmōsuru verbruiken; opgebruiken; opteren; verteren; opmaken; uitputten; uitmergelen; slijten; (doen) wegteren; [Belg.N.] opdoen; [i.h.b.] uitteren
点す sasu (1) [紅;口紅を] aanbrengen; opdoen; [油を] smeren; [目薬を] druppelen; toedienen; [水を] gieten; (2) annoteren; glosseren; van verklarende aantekeningen voorzien
獲得する kakutokusuru verkrijgen; verwerven; behalen; bekomen; winnen; halen; [inform.] scoren; [m.b.t. kennis] opdoen; [form.] acquireren; in de wacht slepen; [veroud.] erlangen
積む tsumu (1) zich op(een)hopen; zich op(een)stapelen; zich accumuleren; zich samenpakken; (2) stapelen; opstapelen; ophopen; accumuleren; op een hoop leggen; tassen; [m.b.t. geld] neertellen; (3) laden; opladen; beladen; inladen; bevrachten; bepakken; [scheepv.] stouwen; [comp.] uitrusten [met hardware enz.]; (4) [m.b.t. fortuin] vergaren; [m.b.t. ervaring] opdoen; [m.b.t. cultuur;geestelijke bagage;verdienste enz.] verwerven; [veroud.] opgaren
蓄える;貯える takuwaeru (1) sparen; opsparen; besparen; wegleggen; opzijleggen; opslaan; inslaan; potten; oppotten; bewaren; een voorraad … aanleggen; in voorraad nemen; vergaren; bijeensparen; bijeenhouden; [i.h.b.] hamsteren; (2) zich eigen maken; verwerven; opdoen; (3) [髭を] laten staan; laten groeien; [scherts.] fokken
被る kaburu (1) [帽子を] opzetten; opdoen; dragen; (2) [罪を] op zich nemen; (3) bedolven raken onder; (4) falen; (5) [泥を] het vuile werk; smerige karweitje opknappen voor; de kar trekken; zich voor iemands karretje laten spannen; de kastanjes voor een ander uit het vuur halen; slepen; de schuld op zich nemen; er voor een ander opdraaien
設ける mōkeru (1) voorbereiden; klaarmaken; gereedmaken; in gereedheid brengen; voorzien in; plannen; (2) aanmaken; opstellen; ontwerpen; vormen; oprichten; opzetten; organiseren; op touw zetten; inrichten; stichten; vestigen; instellen; (3) [妻;夫;義理の親;子供を] krijgen; (4) [病気を] oplopen; opdoen; [gew.] halen; (5) [利潤を] behalen; genieten; oogsten
貰う morau (1) krijgen; ontvangen; verkrijgen; bekomen; verwerven; behalen; boeken; scoren; in ontvangst nemen; winnen; [in zijn gezin] opnemen; [tot vrouw] nemen; tot zijn eigendom maken; [een infectie] opdoen; oplopen; (2) laten ~; doen ~; gedaan krijgen
買い込む kaikomu (1) inslaan; (grote hoeveelheden) in voorraad aankopen; kopen; een voorraad aanleggen; groot inkopen; hamsteren; en gros; in het groot afnemen; opslaan; opdoen; opleggen; (2) erkennen; (3) omkopen
Tijd: 1.66 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'opdoen').
2005-2026
