日蘭辭典+

93 resultaten voor ‘laten’
日蘭辭典 (trefwoord)
arayuru有らゆる
(凡ゆる) bn. alle; geheel. ¶ 有らゆる人 alle menschen; iedereen. ¶ 有らゆる處 overal. ¶ 有らゆる手段を盡す niets onbeproefd laten.
atama
zn. (1) [頭] hoofd o.; kop m. (2) [頭腦] hersens m. (3) [頭初] begin o. (4) [首領] hoofd o.; aanvoerder m. ¶ 頭の天邊から足の爪迄 van top teen. ¶ 頭をはねる commissie nemen op loon, dat men uitbetaalt. ¶ 頭を痛める zich het hoofd breken; zich ongerust maken. ¶ 頭を刈って貰ふ zijn haar laten knippen. ¶ 頭を上げる het hoofd buigen. ¶ 頭がある verstandig. ¶ 頭なき onverstandig; dom; zinneloos.
akasu明す
(明かす) t.w. (1) [告げる] openbaren; vertellen. (2) [夜を明す] den geheelen nacht opblijven. (3) [隙かす] openlaten; ruimte laten.
akirameru諦る
(諦める) i.w. berusten in; genoegen nemen met; zich neerleggen bij; (放棄) hoop opgeven; hoop laten varen.
yariba遣場
(遣り場) zn. plaats voor een ding. ¶ 遣場に困る ik weet niet, waar ik er mee blijven moet; ik weet niet waar ik het laten zal.
yarippanashi遣放し
(遣りっ放し) zn. niet-afdoening v. ¶ 遣放しにする niet afdoen; onvoltooid laten liggen. ¶ 遣放しの slordig; niet accuraat.
yarisugosu遣過ごす
(遣り過ごす) t.w. voor laten gaan; laten passeeren. ¶ 機會を遣過ごす gelegenheid laten voorbijgaan.
ii善、好、良、宜い
bn. (1) [良い] goed. (2) [美い] mooi; fraai. (3) [香、] lekker; aangenaam. (4) [比較して] beter; verkieselijk. i.w. (5) [許可] mogen. telw. (6) [十分] genoeg. ¶ いい事を話して上げよう ik heb je goed nieuws te vertellen. ¶ 彼女は仲々姿がいい zij is een mooi meisje. ¶ 天氣がいい het is mooi weer; het is lekker weer. ¶ 此の花は香が良い deze bloem ruikt lekker. ¶ 氣持ちが好い ik voel mij lekker; ik ben goed geluimd. ¶ 今朝は氣持ちが少し良い ik voel me wat beter van morgen. ¶ は梨子より林檎の方が好い ik houd meer van appels dan van peren. ¶ 彼が早く癒ればいい ik hoop, dat hij gauw beter wordt. ¶ 君は何時行ってもいい ge moogt gaan, wanneer ge wilt. ¶ 笑ったっていいぢゃないか waarom zou ik niet lachen?; mag ik soms niet lachen? ¶ 何かそれに良い藥はありませんか is daar een geneesmiddel tegen?; is er een middel, dat daar goed voor is? ¶ 明日は來なくてもいい je behoeft morgen niet te komen; niet noodig, dat je morgen komt. pp それは無くてもいい het is niet noodig; ik heb het niet noodig. ¶ それでいい laat maar; het is al genoeg.
damaru默る

(黙る) i.w. zwijgen. ¶ 默って zwijgend; zonder iets te zeggen. ¶ 默って居て zonder iets te doen; zonder een hand uit te steken. ¶ 默れ zwijg!; hou je mond!; stilte! ¶ こんなをされては默って居れぬ ik kan dat niet op me laten zitten.

tatakai
(戦い、闘い、鬪ひ) zn. strijd m.; (合戰) gevecht o.; slag m.; (戰役) oorlog m.; krijg m.; (競爭) wedkamp m.; wedstrijd m. ¶ 戰を始める strijd beginnen; vijandelijkheden openen. ¶ 戰を宣する oorlog verklaren. ¶ 戰をする oorlog voeren. ¶ 戰好きの oorlogzuchtig; strijdlustig. ¶ 戰利あり overwinning behalen. ¶ 戰ふ vechten; strijden; kampen. ¶ 自由に戰ふ strijden voor de vrijheid. ¶ 誘惑と戰ふ strijden tegen de verleiding. ¶ 困難と戰ふ moeilijkheden bestrijden. ¶ 鬪はす laten vechten. ¶ 論を鬪はす argumenteeren; argumenten aanvoeren.
kakeruかける
(掛ける, 懸ける) (1) [吊す] ophangen; hangen. (2) [計量する] wegen. (3) [かけ渡す] bouwen; leggen; slaan. (4) [果す] opleggen; heffen. (5) [心配を] veroorzaken; bezorgen. (6) [, 時間を] besteden. (7) [錠を] sluiten. (8) [乘ずる] vermenigvuldigen. (9) [注ぎかける] besprenkelen. i.w. (10) [腰を] gaan zitten. t.w. (11) [を放す] in brand steken. (12) [掛を] afbetalen. (13) [交尾さす] laten paren. (14) [著せる] aankleeden; bekleeden met. (15) [上へ廣げる] overdekken met; overspreiden. (16) [鑑定に] onderwerpen aan. ¶ 電話線をかける telefoon aanleggen. ¶ 刷毛をかける afborstelen. ¶ かける vier met drie vermenigvuldigen. ¶ 電報をかける telegram zenden; telegrafeeren. ¶ 電話を掛ける telefoneeren; opbellen. ¶ 醫者かける dokter consulteeren. ¶ 氣に掛ける ter harte nemen. ¶ 問を掛ける vraag richten tot. ¶ 思を掛ける verliefd worden op. ¶ 讀み掛ける beginnen te lezen. ¶ に掛ける op het vuur zetten.
raireki來歷
(来歴) zn. levensloop m.; geschiedenis v.; carriere v. ¶ まづ其の來歷を聞かう laten wij eerst hooren, hoe het gebeurd is.
iya嫌、厭
zn. afkeer m.; ergernis v.; verveling v. ¶ 嫌な onaangenaam; ergerlijk; vervelend. ¶ 嫌な stank. ¶ いやな天氣 beroerd weer. ¶ 嫌な beroerde vent; lamme vent. ¶ 厭になる iets moede zijn; het land hebben aan. ¶ 貸して呉れ嫌か leen me wat, of wil je het niet? ¶ 嫌ですよ laat dat toch!; je hindert me; niet doen!
kami
zn. haar o. ¶ の房 haarlok. ¶ を結ぶ het haar opdoen. ¶ 解く het haar los laten hangen. ¶ を刈る het haar laten knippen. ¶ 逆立つ de haren te berge gerezen.
mottainai勿體ない
(勿体ない) bn. (1) [不敬] oneerbiedig. (2) [過分] te goed; te mooi; meer dan men verdient. zn. (3) [無駄] zonde; bn. oneconomisch. ¶ 神佛に對して勿體ない heilig schennend. ¶ そんなを戴いては勿體ない het geschenk is veel te mooi voor mij. ¶ こんなに廣い地所を遊ばして置くとは勿體ない het is zonde zoo’n groot stuk land ongebruikt te laten liggen.
kosasu來さす
t.w. laten komen; doen komen. [m.]
kōshin後進

zn. (1) [後輩] jongeren m.mv.; nakomelingen v. mv. (2) [逆進] achterwaartsche gang m. ¶ 船を後進させる het schip achteruit laten gaan.

kōshoku公職

zn. openbaar ambt o. ¶ 公職を汚す zijn ambt schande aandoen; zich laten omkoopen.

kosu濾す

t.w. filtreeren; laten doortrekken.

kuchibashiru口走る

t.w. zich laten ontvallen; er uitflappen.

kuchi-ni-suru口にする

t.w. (1) [言ふ] spreken; zeggen. (2) [食ふ] eten. (3) [飮む] drinken. ¶ 思はず口にする laten ontglippen.

kudasu下す、降す

t.w. (1) [おろす] neerlaten; naar beneden laten gaan. (2) [與へる] geven; schenken. (3) [命令] uitvaardigen. (4) [敵を] ten onder brengen. i.w. (5) [腹を] purgeeren; laxeeren. ¶ 讀み下す doorlezen. ¶ 書き下す neerschrijven. ¶ 品質を下す kwaliteit verminderen. ¶ 川に筏を下す een vlot de rivier laten afzakken.

kumiawaseru組合せる

t.w. (1) [綜合する] dooreenvlechten. (2) [組合す] samenvoegen. (3) [取組ます] tegen elkaar laten kampen. ¶ 組合せ文字 monogram. ¶ 商品を組合せて送る een assortiment van artikelen zenden.

kunren訓練

zn. oefening v.; exercitie v. ¶ 訓練する oefenen; drillen; africhten; laten exerceeren. ¶ 訓練された geoefend; gedrild.

kurikuriくりくり

bw. rond. ¶ 頭をくりくりと剃る het hoofd kaal laten scheren.

kusarasu腐らす

t.w. bederven; doen rotten. ¶ 氣を腐らす ontmoedigd zijn; den moed laten zinken.

kushi suru騙使する
kutsuju屈從

(屈従) zn. nederigheid v.; slaafschheid v.; onderworpenheid v. ¶ 屈從する zich onderwerpen; slaafs toegeven; zich laten trappen.

kuwaseru食せる

i.w. (1) [食物を] te eten geven; voeren met; voeden met. (2) [扶養する] in het onderhoud voorzien van; zorgen voor. t.w. (3) [欺く] bedriegen; erin laten loopen. ¶ 笠聲を食せる een vuistslag geven.

zurasuずらす

t.w. laten glijden; laten glippen.

zonbun存分

bw. naar hartelust; zonder zich te beperken. ¶ 存分に泣く tranen den vrijen loop laten. ¶ 思ふ存分つた次 zooveel als ik maar kon.

zanpatsu散髮

(散髪) zn. haarknippen o. ¶ 散髮に行く zijn haren gaan laten knippen.

zannyū竄入

zn. wijk v.; vlucht naar een neutrale haven. ¶ 竄入する in een neutrale haven vluchten; zich laten interneeren. ¶ 竄入軍艦 geïnterneerd oorlogschip.

yurumeru緩める

t.w. (1) [繩等を] losmaken; vieren. (2) [速力を] verlangzamen; vertragen. (3) [稀薄] verdunnen. ¶ 手を緩める loslaten; laten schieten; houvast verliezen. ¶ 心を緩める aandacht laten verslappen. ¶ 罰を緩める straf verlichten. ¶ 腹を緩める purgeeren; laxeeren. ¶ 手綱を緩める teugels vieren. ¶ 緩み verslapping; vertraging; vermindering van spanning; verlichting; verzachting. ¶ 緩む losraken; slapper worden; minder worden; vertraagd worden; verzacht worden. ¶ 腹が緩む loslijvig zijn; diarrhee hebben.

yosu止す

i.w. ophouden; uitscheiden; nalaten; niet meer doen; laten. ¶ 止せ laat dat!; niet doen!; doe dat niet; scheid ermee uit; houd op!

yosetsukeru寄附ける

t.w. laten naderen. ¶ 寄附けぬ op een afstand houden.

yobiyoseru呼寄せる

t.w. bij elkaar roepen; laten komen. ¶ 手紙で人を呼寄せる per brief iemand oproepen.

yobu呼ぶ

t.w. roepen; laten halen; uitnoodigen; veroorzaken (引起す).

yobimukaeru呼迎へる

t.w. halen; laten roepen. ¶ 醫者を呼迎へる dokter laten halen.

yasumaseru休ませる

t.w. laten rusten; i.w. rust gunnen; vacantie geven; vrijaf geven.

yakisugiru燒過ぎる

(焼過ぎる) t.w. te lang laten bakken; te donker afdrukken (寫眞を).

wasuremono忘物

zn. vergeten dingen o.mv. ¶ 忘物をする iets vergeten; iets laten liggen.

warawaseru笑はせる

t.w. aan ’t lachen maken; doen lachen; laten lachen.

utsumukini俯向に

bw. ondersteboven; met het gezicht naar den grond; voorover. ¶ 俯向に倒れる voorover vallen. ¶ 俯向の neergeslagen; voorovergebogen. ¶ 俯向く het hoofd laten hangen; de oogen neerslaan.

utsusu移す

t.w. (1) [移轉] verplaatsen; overbrengen; transporteeren. (2) [液體] overgieten; schenken. (3) [時を] verliezen; laten voorbijgaan. ¶ 移し得る roerend; verplaatsbaar. ¶ 視線を移す de oogen richten op.

uragoshi裏漉

zn. vergiet v.; vergiettest v. ¶ 裏漉にかける afgieten; laten uitdruipen.

uramuうらむ

i.w. (1) [怨む] wrok koesteren; vijandig gezind zijn; t.w. kwalijk nemen; haten. (2) [憾む] betreuren; i.w. spijt hebben. ¶ 無情を怨む zich ergeren over iemand’s hardvochtigheid. ¶ 機を失したるを恨む ik heb het land, dat ik de gelegenheid voorbij heb laten gaan.

unten運轉

(運転) zn. werking v.; beweging v.; loopen o.; circulatie v.; gang m. ¶ 運轉資本 kapitaal in circulatie; vlottend kapitaal. ¶ 運轉して居る aan den gang zijn; in beweging zijn; loopen. ¶ 運轉を止める stopzetten; stoppen. ¶ 運轉する drijven; laten loopen; behandelen; loopen; in beweging zijn. ¶ 資本を運轉する kapitaal gebruiken. ¶ 運轉臺 voordalcon van de tram. ¶ 電車運轉系統 tramdienst; loop der trams. ¶ 運轉力 beweegkracht. ¶ 運轉士 stuurman. ¶ 一等運轉士 eerste officier. ¶ 運轉手 chauffeur; motordrijver; bestuurder van de tram; motorist.

un-en雲烟

zn. wolken en rook. ¶ 雲烟過眼視する geen aandacht schenken aan; onopgemerkt laten voorbijgaan.

unadareru項垂れる

i.w. het hoofd laten hangen.

ukaberu浮べる

t.w. (1) [水に] laten drijven; laten varen. (2) [涙を] in de oogen krijgen. i.w. (3) [思浮べる] zich herinneren. ¶ 船を浮べる gaan roeien.

uchisuteru打捨てる

t.w. aan zijn lot overlaten; i.w. zich niet bemoeien met; de handen aftrekken van; t.w. in eigen sop laten gaarkoken.

uchimorasu討洩らす

t.w. laten ontsnappen; i.w. niet erin slagen om te dooden.

tsuya

(艶) zn. glans m.; luister m. ¶ 艶を掛ける laten glanzen; doen glimmen. ¶ 艶ある glanzend; glimmend. ¶ 艶のある聲 welluidende stem; aangenaam geluid. ¶ 艶種 amourette (佛語). ¶ 光澤出しする glanzen; pollijsten. ¶ 艶革 verlakt leer. ¶ 艶革靴 lakschoenen. ¶ 艶消しの mat. ¶ 艶消硝子 matglas. ¶ 艶々した glanzend; helder; (顔色) frisch; gezond.

tsuru吊る

t.w. ophangen; laten hangen. ¶ 首を吊る zich ophangen.

tsutae

(伝) zn. overlevering v.; traditie v.; legende v. ¶ 傳へる (傳授) mededeelen; laten weten; overleveren (傳移); overbrengen (傳達); doorzenden (傳送). ¶ 父より子に傳へる van vader op zoon overleveren. ¶ 私より宜しくとお傳へ下さい doe hem mijn hartelijke groeten. ¶ 財產を傳へる fortuin nalaten.

tsurisageru吊下げる
tsura-no-kawa面の皮

zn. gezichtshuid v. ¶ 厚い schaamteloos; onbeschaamd; dikhuidig. ¶ を剝く beschaamd maken; een toontje lager laten zingen. ¶ いいだ wat een mooi figuur sla ik dan!

tsukusu盡す

(尽くす) t.w. (1) [消費] verbruiken; opgebruiken; uitputten. (2) [果す] volbrengen; vervullen; voleindigen; voltooien. i.w. (3) [盡力する] zich inspannen. ¶ 喰ひ盡す opeten. ¶ 國の爲に盡す zijn krachten geven aan het vaderland. ¶ 深切を盡す zich uitputten in vriendelijkheid. ¶ 百方手を盡す geen middel onbeproefd laten. ¶ 己の分を能く盡す zijn taak goed volbrengen. ¶ 言語に盡し難き onbeschrijfelijk.

tsuku撞く

t.w. luiden; laten klinken. ¶ 球を撞く biljarten.

tsukiateru突當てる

(突き当てる) t.w. laten botsen. ¶ 自動車を壁に突當てる auto tegen een muur aan sturen.

tsukeagaru附上る

(付け上がる) i.w. prat gaan op; zich laten voorstaan op; misbruik maken van.

tsuke

(付け) zn. (1) [勘定書] rekening v. (2) [日附] datum m. ¶ 附で買ふ op rekening koopen; laten opschrijven. ¶ 日本附の御手紙 uw brief van heden.

tsūkan通觀

(通観) zn. blik m.; beschouwing o. ¶ 通觀する beschouwen; blik slaan; oog laten gaan over.

tsukau使ふ

(使う) t.w. (1) [使用] gebruiken; aanwenden. (2) [雇使] in dienst nemen. (3) [消費] verteren; verbruiken. ¶ 鋏を使ふ schaar gebruiken. ¶ 石運びに使ふ steenen laten sjouwen. ¶ 人を酷く使ふ menschen afbeulen. ¶ 金を……¶ に使ふ geld uitgeven voor; geld besteden aan. ¶ 蘭語を使ふ in ’t Hollandsch zeggen; Hollandsch praten.

tsukaisugiru使過ぎる

t.w. (1) [使過ぎる] te veel gebruiken. (2) [過勞] te hard laten werken; afbeulen. ¶ 身體を使過ぎる zich overwerken.

tsukamasu摑す

(掴ます) t.w. laten vasthouden; in de handen stoppen; smeren (賄賂を).

tsūjiru通じる

i.w. (1) [通過] passeeren; voorbijgaan. (2) [精通] grondig op de hoogte zijn; t.w. kennen. i.w. (3) [了解] verstaan worden; gangbaar zijn. (4) [姦通] onzedelijke betrekkingen hebben; liaison hebben. (5) [內應] in ’t geheim in verbinding staan t.w. (6) [通過さす] laten passeeren; doorlaten. (7) [連絡] verbinden. (8) [知らす] laten weten; bekend maken. ¶ 都市には鐵道が通じてゐます de voornaamste steden zijn door spoorwegen verbonden. ¶ 蘭語に通じる goed Hollandsch kennen. ¶ 英語の通じない處はない Engelsch wordt overal verstaan. ¶ 敵に通じる in geheime relatie staan met den vijand. ¶ 女と通じる scharrelen met een vrouw. ¶ 橋を通じる door een brug verbinden; brug slaan. ¶ 電流を通じる stroom sluiten. ¶ 意志を通じる bedoeling bekend maken. ¶ 電話が通じない de telefoon geeft geen gehoor.

tsūgau番ふ

i.w. bij elkaar behooren; een paar vormen; (つるむ) paren met; dekken. ¶ 牝馬を番はせる een merrie laten dekken.

SUPPLEMENT (trefwoord)
-saseru, -seruさせる、せる
(achtervoegsel of hulpwerkwoord) Het achtervoegsel heeft de vorm van -sase na werkwoorden met een klinkeruitgang (dat zijn werkwoorden als 食べる tabe(ru), 見る mi(ru), 出る de(ru)) en de vorm van -ase na werkwoorden werkwoorden met een medeklinkeruitgang (werkwoorden als 呼ぶ yob(u), 知る shir(u)). Onregelmatige vormen: 来る kuru (wordt kosaseru) en する suru (wordt saseru). (Martin:287) (1) (causatief) Iets of iemand maken, dwingen, laten doen. ¶ みんな、も全力でフォローするこのイベントかならず成功させるぞ。 Minna, boku mo zenryoku de forōsuru. Kono ibento kanarazu seikōsaseru zo. Mensen, ik sta volledig achter jullie. We zullen dit evenement beslist tot een succes maken! (TTC) ¶ は冷蔵庫でミルクを凍らせた。 Watashi wa reizōko de miruku wo kooraseta. Ik heb melk in de koelkast laten bevriezen. (ADOBJG) (2) Toestaan te doen; laten doen. ¶ 子供遅くまでで遊ばせておくのはよくないですKodomo wo yoru osoku made soto de asobasete oku no wa yoku nai desu. Het is niet goed om de kinderen tot 's avonds laat buiten te laten spelen. (BJED)
mamaママ
(1) mama; mam; mams; mammie; moeder. NB evenals in het Nederlands wordt ‘mama’ in het Japans vooral gebruikt door kinderen voor ‘moeder’ en door volwassenen om zichzelf of een andere moeder aan te duiden aan kinderen; tevens komt het ook voor dat ‘mama’ gebruikt wordt door volwassenen om hun moeder aan te spreken of aan te duiden, maar veel minder vaak. (2) titel voor de eigenares van een bar. ¶ ママのお手伝いをしたって? Mama no otetsudai wo shita tte? Heb jij mammie geholpen? (TTC) ¶ 宿題をやってから、私はママとおしゃべりした。 Shukudai wo yatte kara, watashi wa mama to oshaberishita. Nadat ik m’n huiswerk gedaan had heb ik met mam gebabbeld. (TTC) ¶ ママ、パパの書斎はパパに掃除してもらったらどうなの。 Mama, papa no shosai wa papa ni sōjishite morattara dō na no. Mam, waarom laat je pappa zelf zijn studeerkamer niet schoonmaken? (TTC) どこの国でも、何時の時代でも、子供は親の価値観を見習って育つものである。いわゆる「教育ママ」の教育に対する考え方が、子供を精神的にいびつに育ててしまっていると指摘する声もある。 Doko no kuni de mo, itsu no jidai de mo, kodomo no oya no kachikan wo minaratte sodatsu mono de aru. Iwayuru ‘kyōiku mama’ no kyouiku ni taisuru kangaegata ga, kodomo wo seishinteki ni ibitsu ni sodatete shimatte iru to shitekisuru koe mo aru. Het is van alle tijden en plaatsen dat kinderen hun waarden ontlenen aan hun ouders. Er zijn evenwel ook mensen aangeven dat de opvattingen van de zogeheten ‘kyōiku mama’ (onderwijs mama’s) over onderwijs, kinderen een opvoeding bezorgen die mentaal verwrongen is. (TTC)
de wa nai kaではないか
(frase) In de spreektaal tevens ja nai ka じゃないか. Terwijl de wa nai / ja nai eenvoudigweg de voorafgaande stelling ontkent (kare wa nihonjin de wa nai 彼は日本人ではない ‘hij is geen Japanner’) is de wa nai ka / ja nai ka bevestigend op een suggestieve manier. ¶ 彼は日本人ではないかと思う。Kare wa nihonjin de wa nai ka to omou. ‘Ik denk dat hij een Japanner is’ ‘Is hij niet gewoon een Japanner? ’Letterlijker: ‘Ik vraag me af of hij niet een Japanner is.’ ¶ 彼は食べたのではないかと思う。 Kare wa tabeta no de wa nai ka to omou. ‘Ik denk dat hij het opgegeten heeft.’ ¶ 腱鞘炎ではないかと思うのです。 Kenshōen de wa nai ka to omou no desu. ‘Ik denk dat ik een peesontsteking heb.’ ‘Ik vraag me af of ik geen peesontsteking heb.’ ¶ 面倒が起こるのではないかと私は恐れている。 Mendō ga okoru no de wa nai ka to watashi wa osorete iru.Ik ben bang dat het leidt tot problemen.’ ¶ 女は彼が寂しく思い忘れられてしまうのではないかと思ったのです。 Kanojo wa kare ga sabishiku omoiwasurerarete shimau no de wa nai ka to omotta no desu. ‘Ze dacht dat hij zich misschien alleen en vergeten zou voelen.’
Net als in het Nederlands, kan zo’n vorm verrassing uitdrukken. ¶ これは、私の車じゃないか! Kore wa, watashi no kuruma ja nai ka! ‘Hee, is dit niet mijn auto!’ ¶ 田中さんじゃないか!久しぶり。 Tanaka-san ja nai ka! Hisashiburi. ‘Hee, Tanaka. Lang geleden dat ik je heb gezien!’ ‘Als dat Tanaka niet is! Lang geleden man!’
Het kan ook gebruikt worden voor een aansporing of uitnodiging, wat ook op die manier niet onbekend is in het Nederlands. ¶ 飲みに行こうじゃないか。 Nomi ni ikō ja nai ka. ‘Laten we iets gaan drinken.’ Letterlijker: ‘Zullen we niet iets gaan drinken?’ ¶ ゲームで遊ぼうじゃないか。 Geemu de asobō ja nai ka. ‘Laten we gaan gamen.’ (yamasv) (TTC)


RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <laten>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
せる seru (1) [causatief flexiemorfeem] doen; laten; ertoe brengen; maken dat; [i.h.b.] dwingen; (2) […せていただく;せてもらう] [flexiemorfeem dat de toegesprokene eert voor het mogen stellen van een handeling]; (3) […せられる;せたもう] [honoratief flexiemorfeem]
上昇させる;上升させる joushousaseru escaleren; opdrijven; omhoogdrijven; laten; doen stijgen; omhoog doen gaan; doen klimmen; doen opgaan
任せる;委せる makaseru (1) overlaten aan; toevertrouwen; overgeven [in iemands handen]; opdragen; belasten [met een taak enz.]; [in iemands handen enz.] bevelen; overdragen; ter beschikking stellen; (2) laten; overlaten aan
nin (1) opdracht; taak; missie; plicht; verantwoordelijkheid; (2) ambt; positie; betrekking; post; (a) opdragen; met een taak belasten; (b) overheidsambt; functie; (c) overlaten; laten
会わせる awaseru laten; doen ontmoeten; in contact brengen; samenbrengen; voorstellen aan; laten kennismaken met
放置する houchisuru (1) (alleen) laten; met rust laten; zich niet bemoeien met; laten begaan; laten betijen; z'n vrije loop laten; maar laten zitten; laten staan; onbeheerd; onbewaakt achterlaten; laten rondslingeren; (2) in de steek laten; aan zijn lot overlaten; laten zitten; [gew.] plakken; veronachtzamen; geen acht slaan op; verwaarlozen; laten sloffen
断つ tatsu (1) breken; snijden; afsnijden; afbreken; afhakken; doorsnijden; doorhakken; (2) staken; uitscheiden met; stoppen met; ophouden met; verbreken; laten; niet langer doen; opgeven; [悪習;麻薬を] afkicken; (3) [電流を] uitschakelen; uitdraaien; afzetten; [接続を] afkoppelen
止す yosu ophouden (met); stoppen met; uitscheiden (met); kappen (met); nokken met; (achterwege) laten; opgeven
歩かせる arukaseru (1) laten; doen lopen; [犬を] geleiden; uitlaten; (2) [honkb.] een vrije loop geven; toestaan
泳がせる oyogaseru (1) laten; doen zwemmen; (2) [hengelsport] [魚を~] in het water teruggooien; (3) [体を~] uit evenwicht brengen; (4) vrijlaten
浮かす ukasu (1) laten; doen drijven; drijvend houden; reliëf geven; doen uitkomen; (2) [腰を~] zich verheffen; van z'n zetel opstaan; (3) [費用を~] kosten doen teruglopen; uitsparen; bezuinigen op; (4) opwekken; opvrolijken
略す ryakusu (1) afkorten; inkorten; verkorten; bekorten; abbreviëren; vereenvoudigen; (2) achterwege laten; weglaten; laten; laten vallen; overslaan; afzien van; omitteren
略する ryakusuru (1) afkorten; inkorten; verkorten; bekorten; abbreviëren; vereenvoudigen; (2) achterwege laten; weglaten; laten; laten vallen; overslaan; afzien van; omitteren
発散する hassansuru (1) uitwasemen; afgeven; laten; [m.b.t. stoom] afblazen; [m.b.t. woede] afreageren; ventileren; (2) stralen; uitstralen; (3) [natuurk.;wisk.] divergeren
示す shimesu (1) tonen; laten zien; te zien geven; vertonen; [jur.] overleggen; [jur.] produceren; [m.b.t. voorbeeld;voorwaarde;bewijs] geven; [i.h.b.] bewijzen; (2) laten; doen blijken; tentoonspreiden; te kennen geven; aan de dag leggen; kenbaar; duidelijk maken; uiten; blijk geven; betonen; tot uitdrukking brengen; (3) wijzen; aanwijzen; aanduiden; aangeven; duiden; aantonen; indiceren; beduiden
置く;措く;擱く oku (1) plaatsen; zetten; leggen; stellen; installeren; (2) laten liggen; achterlaten; (3) laten; zo laten; toelaten; toestaan; (4) oprichten; vestigen; instellen; stichten; grondvesten; openen; houden; (5) bewaren; opslaan; stockeren; conserveren; houden; een voorraad vormen; (6) (措く) uitzonderen; terzijde leggen; (7) erbij laten; er zich verder niet meer mee bemoeien; (8) tewerkstellen; werk geven; in dienst hebben; [bedienden] houden; (9) huisvesten; logeren; logies verlenen; (10) aanstellen als; [een persoon] in een zekere functie plaatsen; benoemen; (11) [soldaten] posteren; legeren; plaatsen; opstellen; (12) een tussenruimte laten; een tijdsinterval laten; tijd tussen laten; afscheiden; op een afstand houden [zie ook het suffix -oki 置き]; (13) verpanden; belenen; in onderpand geven; (14) [m.b.t. een laagje goud;zilver etc.] voorzien; beleggen; bekleden; vergulden; verzilveren; (15) [m.b.t. dauw;rijp;rijm;nachtvorst etc.] zich vormen; (16) iets op voorhand doen; iets alvast doen [na een て-vorm van een werkwoord]; (17) (擱く) stoppen met schrijven; de pen neerleggen; een brief afsluiten
解き放す tokihanasu vrijlaten; loslaten; losmaken; in vrijheid stellen; laten; bevrijden; vrijmaken
解き放つ tokihanatsu vrijlaten; loslaten; losmaken; in vrijheid stellen; laten; bevrijden; vrijmaken
負わせる owaseru belasten; beladen; bezwaren; laten; doen dragen; opleggen; op zich doen nemen; [責任を] aansprakelijk stellen; [罪を] schuiven op; verwijten; aanwrijven; ten laste leggen; in de schoenen schuiven; [傷を] toebrengen; toedienen
貰う morau (1) krijgen; ontvangen; verkrijgen; bekomen; verwerven; behalen; boeken; scoren; in ontvangst nemen; winnen; [in zijn gezin] opnemen; [tot vrouw] nemen; tot zijn eigendom maken; [een infectie] opdoen; oplopen; (2) laten ~; doen ~; gedaan krijgen
面目を失う menbokuwoushinau z'n gezicht verliezen; afgaan; gezichtsverlies lijden; inleveren; z'n prestige verliezen; van z'n reputatie inboeten; [Belg.N.] van z'n pluimen verliezen; laten
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.42 sec. jiten.nl: 72 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'laten'). 
2005-2026