日蘭辭典+

16 resultaten voor ‘knippen’
日蘭辭典 (trefwoord)
atama
zn. (1) [頭] hoofd o.; kop m. (2) [頭腦] hersens m. (3) [頭初] begin o. (4) [首領] hoofd o.; aanvoerder m. ¶ 頭の天邊から足の爪迄 van top teen. ¶ 頭をはねる commissie nemen op loon, dat men uitbetaalt. ¶ 頭を痛める zich het hoofd breken; zich ongerust maken. ¶ 頭を刈って貰ふ zijn haar laten knippen. ¶ 頭を上げる het hoofd buigen. ¶ 頭がある verstandig. ¶ 頭なき onverstandig; dom; zinneloos.
kami
zn. haar o. ¶ の房 haarlok. ¶ を結ぶ het haar opdoen. ¶ 解く het haar los laten hangen. ¶ を刈る het haar laten knippen. ¶ 逆立つ de haren te berge gerezen.
zanpatsu散髮

(散髪) zn. haarknippen o. ¶ 散髮に行く zijn haren gaan laten knippen.

yubihajiki指彈

(指弾) zn. knip m. ¶ 指彈する met de vingers knippen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <knippen>
カットする kattosuru (1) knippen; kappen; (2) [宝石を] snijden; (3) [sportt.] kappen; snijden; afsnijden; onderscheppen; effect geven; meegeven; een kapbeweging maken; (4) [filmk.] cutten; snijden en lassen; (5) inkorten; verkorten; couperen; weglaten; doorstrepen; doorhalen; schrappen; (6) verminderen; verlagen; reduceren; beperken; inkrimpen; korten; besnoeien; bezuinigen
切る kiru (1) knippen; afsnijden; afknippen; [先端を] afknotten; [アキレス腱を] scheuren; (2) fijnhakken; in stukjes snijden; (3) omhakken; (4) (een relatie) afbreken; (5) bekritiseren; (6) pauseren; stoppen; afbreken; (7) kaarten mengen; (8) de weg oversteken; (9) (het licht) uitdraaien; (de tv) uitzetten; (10) (een kraan) dichtdraaien; (11) (aan een stuur) draaien; (12) (de telefoon) ophangen
刈り込む karikomu snoeien; besnoeien; knotten; afknotten; [芝生を] maaien; [毛を] bijknippen; knippen; trimmen; scheren
刈る karu knippen; maaien; afsnijden; snoeien; scheren; [m.b.t. judo] vegen
弾く hajiku (1) [m.b.t. knikker;munt] schieten; wegschieten; wegknippen (met de vingers); knippen; wegtikken; tikken; knikkeren; betokkelen; tokkelen; (2) afstoten; doen afstuiten; (3) [m.b.t. telraam] bedienen; telschijfjes doen verspringen; [i.h.b.] op het telraam rekenen; berekenen
押し殺す oshikorosu (1) dooddrukken; [シラミを] knippen; knappen; (2) [笑い;咳を] onderdrukken; bedwingen; inhouden; in toom houden
瞬く matataku (1) knipogen; knipperen; knippen; pinken; wenken; (2) flikkeren; twinkelen; fonkelen
瞬く mabataku (1) knipogen; knipperen; knippen; pinken; wenken; (2) flikkeren; twinkelen; fonkelen
sai (a) stof snijden; knippen; (b) het goede van het kwade scheiden; scheidsrechteren; (c) uiterlijk voorkomen; (d) naaiwerk; snit en naad; (e) [afk.;jur.] rechtbank
裁つ tatsu snijden; knippen
裁断する;截断する saidansuru (1) snijden; knippen; (2) een oordeel vellen; oordelen; uitmaken; beslissen
鳴らす narasu (1) laten klinken; (laten) luiden; laten horen; laten weerklinken; [m.b.t. trompet;fluitje e.d.] blazen op; bespelen; spelen op; toeteren op; laten schallen; laten galmen; doen schetteren; kletteren met; [m.n. een sirene] doen loeien; [de trompet;klaroen enz.] steken; [m.n. de trommel] roeren; slaan; [m.b.t. bel] rinkelen met; doen rinkelen; doen tingelen; doen klingelen; [m.b.t. klok] kleppen; doen beieren; [m.b.t. glazen] klinken met; [m.n. vingers] laten kraken; [m.n. zweep] laten knallen; [met z'n vingers] knippen; [in de handen;met een zweep enz.] klappen; [met de lippen] smakken; [met de tong enz.] klakken; [de oren] doen tuiten; [m.b.t. blaren enz.] doen ruisen; doen suizen; (2) zich beroemd maken; zich bekend maken; naam maken; (3) uiten; uitspreken; uiting geven aan; ventileren; luchten
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.77 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'knippen'). 
2005-2026