
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
ageru・擧げる、上げる
(上げる・挙げる・揚げる) t.w. (1) [旗を] hijschen. (2) [位を] bevorderen. (3) [擧示] opnoemen; geven; noemen. (4) [成績] opbrengen. (5) [進呈] aanbieden; geven. (6) [終了する] eindigen; afmaken. ¶ 本を讀みあげる een boek uitlezen. ¶ 此本をあげました ik heb dit boek uit. (7) [聲を] zijn stem verheffen. (8) [錨を] het anker lichten. (9) [增加] verhoogen. ¶ 賃金を上げる het loon verhoogen. (10) [式を] vieren. (11) [煎る] braden.
kusshi・屈指
zn. aftelling op de vingers. ¶ 屈指の op den voorgrond staand; voornaamste; aanzienlijk; uitstekend. ¶ 屈指する opnoemen; op de vingers aftellen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <opnoemen>
上げる ageru (1) heffen; opheffen; omhoogheffen; verheffen; oprichten; tillen; optillen; omhoogtillen; omhoogbrengen; liften; verhogen; eleveren; [凧を] oplaten; opsteken; [棚に] leggen op; opleggen; [帆を] hijsen; ophijsen; omhooghijsen; opbrengen; opvissen; [碇を] lichten; hieuwen; [陸に] landen; aan land zetten; [顔を] opkijken; (2) loven; prijzen; roemen; huldigen; ophemelen; hoog opgeven van; (3) opvoeren; doen toenemen; optrekken; opjagen; opdrijven; [温度を] hoger zetten; [スピードを] vergroten; (4) bevorderen; promoveren; (5) overgeven; braken; opgeven; kotsen; vomeren; over z'n nek gaan; [gew.] opbrengen; (6) [客を] binnenlaten; inlaten; brengen; leiden naar; geleiden; (7) [学校へ] op school doen; (8) geven; aanbieden; toedienen; offreren; schenken; voorzetten; [娘を] wegschenken; (9) offeren; ten offer brengen; (10) overhandigen; ter hand stellen; reiken; overreiken; (11) ten einde brengen; afdoen; afwerken; volbrengen; voltooien; (12) klaarspelen; gedaan weten te krijgen; (13) [式を] houden; vieren; celebreren; fêteren; (14) [例を] geven; vermelden; noemen; aanhalen; citeren; aanvoeren; leveren; opnoemen; opsommen; opgeven; opvissen; (15) [子を] krijgen; [母が] het leven schenken; baren; [父が] verwekken; (16) verbeteren; ontwikkelen; ontplooien; (17) [髪を] doen; opmaken; opsteken; kappen; (18) aanhouden; pakken; oppakken; vatten; inrekenen; snappen; in hechtenis nemen; in de kraag grijpen; arresteren; (19) [芸者を] bestellen; laten komen; erbij halen; uitnodigen; ontbieden; engageren; (20) frituren; in kokend vet bakken; braden; [gew.] fritten; (21) [結果を] behalen; bereiken; verkrijgen; verwerven; realiseren
並べる naraberu (1) naast elkaar plaatsen; dicht bij elkaar zetten; zij aan zij leggen; juxtaponeren; (2) rijen; in; op een rij plaatsen; een rij; rijen doen vormen; schikken; (in een rij) opstellen; (op een rij) zetten; [stoelen e.d.] klaarzetten; [op een (speel)bord] plaatsen; (3) iets naast iets anders stellen; vergelijken; opwegen; (4) aan een stuk door [praten;klagen enz.]; [klachten;gebreken enz.] opnoemen; opsommen
列挙する rekkyosuru opsommen; opnoemen; specificeren
挙げる ageru (1) [式を] houden; organizeren; vieren; (2) [例として] geven; vermelden; noemen; aanhalen; citeren; quoten; aanvoeren; leveren; opnoemen; opsommen; opgeven; opvissen; (3) [腕を] opsteken; [頭を] oprichten; (4) [委員に] benoemen; aanstellen; (5) verenigen; samenbrengen; verenen; (6) [子を] krijgen; hebben; (7) arresteren; aanhouden; inrekenen; oppakken
Tijd: 1.26 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 4 treffers (zoekopdracht: 'opnoemen').
2005-2026
