
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
yangotonaki・やんどとなき
bn. verheven; aanzienlijk; hoog in rang; nobel; adellijk; Noot: Kennelijke vergissing in origineel. Bedoeld zal zijn: やんごとなき
ken-yō・顯要
(顕要) zn. voornaamheid v. ¶ 顯要の op den voorgrond tredend; voornaam.
tattoi・貴い
(尊い) bn. (1) [尊敬すべき] eerbiedwaardig; achtenswaardig. (2) [高貴の] aanzienlijk; hoog; nobel; adellijk. (3) [貴重の] waardevol; kostbaar.
kusshi・屈指
zn. aftelling op de vingers. ¶ 屈指の op den voorgrond staand; voornaamste; aanzienlijk; uitstekend. ¶ 屈指する opnoemen; op de vingers aftellen.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kanroku・貫禄
De waardigheid, de stijl etc. die mensen van iemand ervaren door zijn of haar houding of figuur; het gezag of gewicht dat iemand heeft; prestige; status; autoriteit; overwicht; aanzien; tegenwoordigheid; voorkomen; ernst. ¶ 貫禄のある kanroku no aru gewichting; belangrijk; aanzienlijk; gerespecteerd; vooraanstaand; prominent; notabel. ¶ 貫禄がついた kanroku ga tsuita (idem.) ¶ 君は課長としての貫禄がないね。 Kimi wa kachō to shite no kanroku ga nai ne. Je mist de autoriteit van een afdelingshoofd.; Je hebt niet het gezag van een afdelingshoofd.; Je hebt voor een afdelingshoofd niet genoeg aanzien. (TTC)
NB het woord 貫禄 kanroku verwees oorspronkelijk naar (de omvang van) het salaris van een samurai in dienstbetrekking, en afgeleid daarvan zijn belangrijkheid.
NB het woord 貫禄 kanroku verwees oorspronkelijk naar (de omvang van) het salaris van een samurai in dienstbetrekking, en afgeleid daarvan zijn belangrijkheid.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <aanzienlijk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ぐっと gutto (1) met een uiterste krachtsinspanning; uit alle macht; met inzet van alle krachten; met een flinke haal; (2) in één slok; in één teug; (3) nog een graadje -er; aanzienlijk; aanmerkelijk; behoorlijk
ちょっとした chottoshita (1) onbenullig; onbelangrijk; onbeduidend; onbetekenend; te verwaarlozen; licht; gering; klein; (2) behoorlijk; niet onaardig; verdienstelijk; flink; aanzienlijk; respectabel; best een goed ~
めっきり mekkiri opvallend; behoorlijk; opmerkelijk; beduidend; aanzienlijk; (heel) erg ~
ヘヴィ hevuxi (1) inspanning; krachtinspanning; effort; [sportt.] sprintje; (2) zwaar; veel wegend; (3) zwaar; hevig; erg; aanzienlijk; lastig; moeilijk; (4) intens; inspannend
一段 ichidan (1) een trap; een trede; een sport; een niveau; (2) een fragment; een passage; een alinea; een paragraaf; (3) [~と] meer; nog een beetje …er; een graadje …er; aanzienlijk
一角 hitokado (1) een zaak; een domein; (2) [~の] uitzonderlijk; buitengewoon; bijzonder; uitstekend; (3) [~の] behoorlijk; aanzienlijk; degelijk; fatsoenlijk; adequaat; echt; (4) betamelijk; behoorlijk; nogal; flink
中々 nakanaka (1) nogal; best wel; eerder; knap; vrij; (2) [i.c.m. een negatie] niet zomaar; niet zo makkelijk; niet direct; (3) redelijk; behoorlijk; aanzienlijk; aardig; flink; -er dan verwacht; (4) bravo!; hulde! [bijvalsbetuiging;vaak geuit door toeschouwers van kyōgen-drama]
余程 yohodo behoorlijk; heel wat; zeer; erg; nogal; best wel; danig; vrij; voor een groot deel; ver; aanzienlijk; aanmerkelijk; flink; veel; [Belg.N.;niet alg.] een pak
傑出した kesshutsushita prominent; vooraanstaand; eminent; uitstekend; uitmuntend; voornaam; aanzienlijk; voortreffelijk; opvallend; markant; opmerkelijk; bijzonder
可成の kanarino behoorlijk; redelijk; tamelijk; vrij wat; een stuk; aanzienlijk; aanmerkelijk; beduidend; considerabel; flink; comfortabel; fiks; fors; gevoelig; respectabel; niet gering; geruim; niet onaardig; aardig; niet onverdienstelijk
可成;可也 kanari nogal; tamelijk; aanzienlijk; redelijk; aardig ~; vrij ~; behoorlijk ~; geducht
名士 meishi vooraanstaand; belangrijk; beroemd; welbekend; prominent; aanzienlijk; eminent; voornaam man; man van aanzien; gewicht; belang; betekenis; naam; man met een reputatie; belangwekkend figuur; bekendheid; beroemdheid; vermaardheid; notabele; waardigheidsbekleder; coryfee; vedette; kanon; kopstuk; klinkende naam; hoge heer; grote meneer; geweldige
多分 tabun (1) waarschijnlijk; wellicht; allicht; misschien; denkelijk; vermoedelijk; wel; (2) veel; heel wat; ruim voldoende; in ruime; hoge; grote; sterke; belangrijke mate; genoeg; ruimschoots; rijkelijk; niet afgemeten; grotendeels; [form.] grotelijks; (3) royaal; gul; flink; fors; ferm; ruim; mild; rijkelijk; omvangrijk; aanzienlijk
多大の tadaino heel veel; heel wat; aanzienlijk; een grote hoeveelheid; aanmerkelijk; considerabel; een hoop; [m.b.t. verliezen] zwaar; ernstig
大分 daibun veel; een hoop; nogal wat; heel wat; flink wat; aardig wat; niet weinig; tal van; ettelijke; een heleboel; behoorlijk; aanzienlijk; aanmerkelijk; beduidend; ruimschoots; substantieel
大分 daibu veel; een hoop; nogal wat; heel wat; flink wat; aardig wat; niet weinig; tal van; ettelijke; een heleboel; behoorlijk; aanzienlijk; aanmerkelijk; beduidend; ruimschoots; substantieel
大幅 oohaba (1) dubbele breedte; wijdte; (2) [Jap.snit] stuk stof van 72 cm breed; [i.h.a.] stuk stof van 140 cm breed; (3) dubbelbreed; dubbelwijd; (4) groot; omvangrijk; aanzienlijk; ruim; fors; beduidend; aanmerkelijk; substantieel
相当 soutou (1) passend; geschikt; gepast; evenredig; voegzaam; geëigend; toepasselijk; in aanmerking komend; doelmatig; berekend op; (2) behoorlijk; flink; heel; redelijk; aardig; aanmerkelijk; merkelijk; aanzienlijk; beduidend; considerabel; (3) behoorlijk; flink; heel; redelijk; aardig; tamelijk; aanmerkelijk; merkelijk; aanzienlijk; considerabel; nogal wat; best wel; vrij
相当な soutouna (1) passend; geschikt; gepast; evenredig; voegzaam; geëigend; toepasselijk; in aanmerking komend; doelmatig; berekend op; (2) behoorlijk; flink; heel; redelijk; aardig; aanmerkelijk; merkelijk; aanzienlijk; considerabel
相当に soutouni behoorlijk; flink; heel; redelijk; aardig; tamelijk; aanmerkelijk; merkelijk; aanzienlijk; beduidend; considerabel; nogal wat; best wel; vrij
秀でた hiideta uitmuntend; uitstekend; voortreffelijk; excellent; eminent; uitblinkend; voornaam; aanzienlijk; superieur; prominent; [m.b.t. voorhoofd] hoog
著しく ichijirushiku (1) opmerkelijk; opvallend; merkelijk; uitgesproken; prominent; (2) aanzienlijk; aanmerkelijk; considerabel; significant
著名な chomeina beroemd; bekend; welbekend; prominent; vooraanstaand; aanzienlijk; eminent; vermaard; befaamd; illuster; gerenommeerd; fameus; gevierd; roemrucht; roemruchtig
著名人 chomeijin vooraanstaand; prominent; belangrijk; aanzienlijk; voornaam; gedistingeerd figuur; persoon van aanzien; beroemdheid
貴族的 kizokuteki aristocratisch; edel; nobel; adellijk; deftig; aanzienlijk; voornaam; patricisch
貴 ate (1) mijn vader; (2) hoogstaand; hoogverheven; gedistingeerd; voornaam; aanzienlijk; edel; adellijk; nobel; aristocratisch; (3) elegant; sierlijk; bevallig; fijn; verfijnd
重大 juudai zwaar; ernstig; belangrijk; serieus; groot; zwaarwegend; gewichtig; van levensbelang; kritiek; cruciaal; aanzienlijk; aanmerkelijk; erg
重立った;主立った omodatta vooraanstaand; voornaam; belangrijk; gewichtig; aanzienlijk; prominent; eminent; opmerkelijk; opvallend
随分 zuibun (1) kras; sterk; wat (een ~); [iron.] fraai; (2) zeer; erg; heel; uiterst; uitermate; buitengewoon; hoogst; verschrikkelijk; vreselijk; (3) behoorlijk; aanzienlijk; aanmerkelijk; beduidend; fors; flink; knap; merkelijk; een stuk; heel; nogal; aardig wat; considerabel
高い takai (1) hoog; [背が〜] groot; lang; rijzig; scheutig; (2) hoog; schel; schril; schetterig; snerpend; hard; luid; doordringend; (3) alom bekend; welbekend; (4) hooggeplaatst; aanzienlijk; voornaam; (5) verheven; hooggestemd; nobel; edel; hoogstaand; (6) hooghartig; laatdunkend; superieur; trots; [fig.] opgeblazen; uit de hoogte; (7) hoog in prijs; duur; prijzig; kostbaar; duurkoop; aan de prijs; hoog genoteerd; expensief; [gew.] kostelijk; [Barg.] jouker; [Barg.] branderig
Tijd: 1.71 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 30 treffers (zoekopdracht: 'aanzienlijk').
2005-2026
