日蘭辭典+

129 resultaten voor ‘geven’
日蘭辭典 (trefwoord)
an-anri no暗々裏の
(暗々裏・暗々裡) bn. stilzwijgend; stil; indirect. ¶ 暗々裏に承諾する stilzwijgende toestemming geven. ¶ 暗々裏に彼に辭職すべく諷した hij kreeg een wenk om zijn ontslag te nemen.
anshi暗示
zn. (1) [示唆] wenk m. (2) [諷示] insinuatie v. ¶ 暗示する een wenk geven; insinueeren; Noot: Momenteel is ‘anji’ als uitspraak voor 暗示 gebruikelijker.
ataeru與へる
(与える) t.w. (1) [贈與] ten geschenke geven; schenken. (2) [授與] geven; verleenen; toestaan. (3) [分與] uitdeelen. (4) [供給] verschaffen. (5) [蒙らす] bezorgen; geven;
ate
(宛て) zn. (1) [宛名] adres o. ¶ 宛の geadresseerd aan; aan de order van (小切手の); geconsigneerd aan (貨物). (2) [各々] vmw. elk. ¶ 一人三つ宛やった ik heb er elk drie gegeven. ¶ 一哩一圓宛に拂った ik heb een yen per mijl betaald. (3) [抵當] onderpand o.
ageru擧げる、上げる
(上げる挙げる揚げる) t.w. (1) [旗を] hijschen. (2) [位を] bevorderen. (3) [擧示] opnoemen; geven; noemen. (4) [成績] opbrengen. (5) [進呈] aanbieden; geven. (6) [終了する] eindigen; afmaken. ¶ 本を讀みあげる een boek uitlezen. ¶ 此本をあげました ik heb dit boek uit. (7) [を] zijn stem verheffen. (8) [錨を] het anker lichten. (9) [增加] verhoogen. ¶ 賃金を上げる het loon verhoogen. (10) [式を] vieren. (11) [煎る] braden.
aizu合圖
(合図) zn. teeken o.; sein o. ¶ 合圖する een teeken geven; een sein geven.
akiraka ni明かに
(明らかに) bw. (1) [明白] duidelijk; blijkbaar; klaarblijkelijk. (2) [輝く] helder. ¶ 明かになる duidelijk worden; blijken. ¶ 明かにする duidelijk maken; ophelderen; te verstaan geven.
yarisugiru遣過ぎる
(遣り過ぎる) t.w. te veel doen; te veel geven; i.w. te ver gaan.
yaritori遣取
(遣り取り) zn. geven en nemen; ruilen o. ¶ 書面の遣取 briefwisseling; correspondentie.
yaruやる
(遣る; やる) t.w. (1) [與へる] geven; schenken. (2) [爲す] doen; verrichten. (3) [送る] zenden. ¶ 旨く遣る goed doen; netjes doen. ¶ 手紙を遣る brief sturen. ¶ 祝儀を遣る fooi geven. ¶ 醫者をやる dokters praktijk uitoefenen. ¶ やつて見る probeeren. ¶ 日本語をやる Japansch studeeren. ¶ 酒をやる van drank houden; drinken.
dake
(だけ) bw. (1) [ばかりのみ] alleen maar; slechts; niet meer dan. (2) [相當價値] ter waarde van; een hoeveelheid van; ten minste (少なくも). (3) [程度、範圍] zoo ver als......; hoe meer ...... hoe meer (……すれば其れ). ¶ のペンは是か zijn dit al de pennen uit de doos? ¶ 今度は勘辨してやる voor dezen keer zal ik het door de vingers zien. ¶ 三切手を三下さい geef mij voor drie yen postzegels van drie cent ¶ 彼は知らせねばならぬ hij althans dient te worden ingelicht. ¶ 自由愛する壓世を憎む hij haat verdrukking evenzeer als hij de vrijheid liefheeft. ¶ 高ければ高いよくなる hoe duurder het is hoe beter de kwaliteit. ¶ 軍人zooals een goed soldaat betaamt.
omou思ふ
(思う) i.w. (1) [考へる] denken. (2) [沈思] peinzen. t.w. (3) [志す] bedoelen. (4) [希望] hopen. (5) [懸念] vreezen. (6) [觀察] beschouwen. (7) 感ずる (8) [想像] veronderstellen. (9) [信じる] gelooven. (10) [豫期] verwachten. (11) [愛情] liefhebben. i.w. (12) [追想] zich herinneren. ¶ 思ふに mij dunkt. ¶ いゝと思ふ goed vinden. ¶ 正しいと思ふする doen, wat men meent, dat recht is. ¶ 何とも思はぬ niets geven om; zich niets aantrekken van. ¶ 我子を思ふ verlangen naar zijn kind.
sasageru捧げる
t.w. (1) [捧持] omhoog houden. (2) [奉る] aanbieden. ¶ 君國に生命を捧げる zijn leven geven voor het vaderland. ¶ 捧げ銃 presenteert ’t geweer.
inken引見
zn. onderhoud o.; audientie v. ¶ 引見する gehoor verleenen; onderhoud toestaan; audientie geven.
tsukkomi ni突込みに
(突っ込む) bw. in het groot. ¶ 突込む prikken; steken in. ¶ 水中に突込む onderdompelen; in het water steken. ¶ 一本突込んで遣る flink standje geven.
imashimeru戒る
(戒める) t.w. (1) [戒告] waarschuwing v. (2) [譴責] vermanen; vermaning geven; () standje geven.
shikaru叱る
i.w. standje geven; t.w. berispen. ¶ 叱れる standje krijgen; berispt worden.
kaiko解雇

zn. ontslag o. ¶ 解雇を求める ontslag vragen. ¶ 解雇する ontslag geven; ontslaan.

azukeru預ける

t.w. (1) [委託] toevertrouwen; opdragen; overlaten. (2) [銀行に] deponeeren; op deposito zetten. ¶ 荷物預ける bagage in bewaring geven; bagage als passagiersgoed verzenden (旅客荷として送る).

kotae

(答え) zn. (1) [返答] antwoord o. (2) [解答] uitkomst v.; antwoord o.; oplossing v. (3) [效用] resultaat o.; uitwerking v. ¶ 答へる antwoorden; beantwoorden; antwoord geven. ¶ に答へて in antwoord op.... ¶ 身體にこたへる van invloed zijn op de gezondheid.

koto糊塗

zn. lapmiddel o. ¶ 糊塗する oplappen; van lapmiddelen gebruik maken; tijdelijk zich behelpen; een vernisje geven; geen grondige verbetering aanbrengen.

kubari配り

zn. uitdeeling v.; verdeeling v. ¶ 配り番 beurt om te geven. ¶ 配牌 presenteren, welke worden uitgedeeld.

kō-zuru講ずる

i.w. (1) [講議] college geven. t.w. (2) [練習] bestudeeren. (3) [工夫] verzinnen; ontwerpen.

kudasaru下さる

t.w. (1) [與へる] geven; schenken. (2) [依賴の意] zoo goed zijn om; zoo vriendelijk zijn; de welwillendheid hebben. (3) [敬意として] u verwaardigen; mij de eer aandoen; als het u belieft; geliefen. ¶ 何か下さい geef mij iets. ¶ 此金は私に下さるのですか is dit geld voor mij bestemd? ¶ 聞いて下さい luister eens. ¶ 今少しお待ち下さい wees zoo goed nog even te wachten.

kudasu下す、降す

t.w. (1) [おろす] neerlaten; naar beneden laten gaan. (2) [與へる] geven; schenken. (3) [命令] uitvaardigen. (4) [敵を] ten onder brengen. i.w. (5) [腹を] purgeeren; laxeeren. ¶ 讀み下す doorlezen. ¶ 書き下す neerschrijven. ¶ 品質を下す kwaliteit verminderen. ¶ 川に筏を下す een vlot de rivier laten afzakken.

kurawasu食はす

t.w. (1) [與食] eten geven; t.w. voeden; voeren. i.w. (2) [打つ] een klap geven. t.w. (3) [誘惑ふ] overhalen; verleiden. ¶ 食はすに利を以てす overhalen door mooie beloften.

kureruくれる

t.w. geven; verleenen. ¶ 暇をくれる ontslaan. ¶ 聞かしてくれ給へ vertel het mij. ¶ 靴を出して吳れ zet mijn schoenen buiten.

kushin苦心

zn. (1) [心配] zorg v. (2) [努力] moeite v.; inspanning v. ¶ 苦心する zich inspannen; zich veel moeite geven.

kuwaeru加へる

t.w. (1) [附加] bijvoegen; toevoegen; vermeerderen. (2) [合計する] optellen. (3) [養らす] geven; toedienen. (4) [算入] mederekenen; meetellen. ¶ 速力を加へる snelheid vergrooten. ¶ 但書を加へる clausule eraan toevoegen. ¶ 人に侮辱を加へる iemand beleedigen. ¶ 君を加へて十五人だ met u medegerekend zijn het vijftien personen. ¶ 加ふるに bovendien.

kuwaseru食せる

i.w. (1) [食物を] te eten geven; voeren met; voeden met. (2) [扶養する] in het onderhoud voorzien van; zorgen voor. t.w. (3) [欺く] bedriegen; erin laten loopen. ¶ 笠聲を食せる een vuistslag geven.

kyōben敎鞭

(教鞭) zn. tucht v.; onderwijs o.; onderricht o. ¶ 敎鞭を執る les geven; onderwijzen.

kyōju敎授

(教授) zn. (1) [敎へる事] onderricht o.; college o.; les v. (2) [人] professor m.; leeraar m.; docent m. ¶ 大學敎授 hoogleeraar. ¶ 敎授する les geven; onderwijs geven; college geven (大學で). ¶ 敎授團 faculteit.

kyokkai曲解

zn. gedwongen uitlegging v.; vergezochte interpretatie v. ¶ 曲解する gedwongen uitlegging geven; bevooroordeelde lezing geven.

zui-i隨意

(随意) zn. vrije wil m.; vrijheid om te handelen; vrijwilligheid v.; optie (任意) v. ¶ 隨意の vrijwillig. ¶ 隨意に zooals men wil; naar eigen keuze; vrijelijk. ¶ 人の隨意に任す aan iemand overlaten; de vrije beschikking geven. ¶ 隨意科 facultatief leervak. ¶ 御隨意に召上れ bedien u zelf; neem waar ge trek in hebt.

zōshin贈進

(贈進) zn. schenking v.; gift v. ¶ 贈進する schenken; geven; begiftigen met; verleenen.

zōyo贈與

(贈与) zn. gift v.; schenking v. ¶ 贈與する geven; schenken. ¶ 贈與者 gever; schenker.

zenken全權

(全権) zn. absolute macht v.; algeheele volmacht v. ¶ 全權を委任する generale volmacht geven. ¶ 全權委任狀 generale volmacht. ¶ 特命全權公使 buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister.

yuzuru讓る

(譲る) i.w. (1) [讓步] toegeven. (2) [劣る] de mindere zijn; zich gewonnen geven. t.w. (3) [讓渡] overdragen; afstaan. (4) [讓る] verkoopen. ¶ 位を讓る afstand doen van den troon. ¶ 權利を讓る rechten afstaan. ¶ 店を讓る winkel overdoen. ¶ 一歩讓らぬ geen duimbreed wijken. ¶ 誰にも讓らない bij niemand achterstaan.

yūyo猶豫

(猶予) zn. (1) [延期] vertraging v.; uitstel o. (2) [躊躇] aarzeling v. ¶ 猶豫する uitstel geven; aarzelen.

yūkoku諭告

zn. raad m.; advies o.; vermaning v. ¶ 諭告する raad geven; vermanen.

yorokobashii喜ばしい
yome

zn. bruid v.; jonge vrouw v.; schoondochter (息子の妻) v. ¶ 嫁を取る gaan trouwen. ¶ 嫁にやる uithuwelijken; ten huwelijk geven.

yokosu遣す

t.w. zenden; overhandigen (渡す); geven.

yokoku豫告

(予告) zn. voorafgaande kennisgeving v. ¶ 豫告する vooraf kennis geven; vooruit mededeelen.

yokin預金

zn. gedeponeerd geld o.; geld in deposito; deposito o. ¶ 定期預金 vast deposito; deposito op vasten termijn. ¶ 預金する deponeeren; in deposito geven. ¶ 預金票 depositobewijs. ¶ 預金勘定 deposito rekening.

yōdate用立

zn. financieele hulp v. ¶ 用立てる leenen; helpen; in bruikleen geven.

yobare呼ばれ

zn. feest o.; fuif v.; uitnoodiging v. ¶ お呼ばれをする een feest geven; receptie houden.

yatara ni矢鱈に

bw. zonder onderscheid; in het wild; onmatig; zonder zich rekenschap te geven. ¶ 誰とでも矢鱈に交際を求める met iedereen aanknopen. ¶ 矢鱈に本を讀む rijp en groen lezen.

yasumaseru休ませる

t.w. laten rusten; i.w. rust gunnen; vacantie geven; vrijaf geven.

yasumeru休める

i.w. (1) [休息] rust geven. t.w. (2) [安心] geruststellen. i.w. (3) [休止] pauzeeren; rust houden. ¶ 骨を休める rusten van den arbeid. ¶ 體を休める rust nemen.

yado宿

zn. (1) [住家] huis o.; woning v. (2) [宿屋] herberg v.; hotel o. (3) [良人] man m. ¶ 宿なき dakloos. ¶ 宿を取る logeeren; verblijven; wonen. ¶ 宿を貸す logies verleenen; een onderdak geven.

waribiki割引

zn. reductie v.; korting v.; disconto o.; aftrek m. ¶ 割引を與へる korting verleenen. ¶ 二割引 20% korting. ¶ 割引値段 verlaagde prijzen. ¶ 割引する korting geven; reductie geven. ¶ 銀行割引 bankdisconto. ¶ 割引旅行 goedkoope excursie. ¶ 割引歩合 disconto. ¶ 割引時間 uren, waarop de tramvracht lager is. ¶ 割引手形 gedisconteerde wissel. ¶ 割引して聞く onder reserve aanvaarden; niet alles gelooven, wat men vertelt.

wariate割當

(割当) zn. toewijzing v.; aandeel o. ¶ 割當てる toewijzen; toebedeelen; aandeel geven; geven; aanwijzen.

wakedori分取

zn. aandeel o.; verdeeling v. ¶ 分取にする ieder zijn deel geven.

wakeru分ける

t.w. (1) [分割] verdeelen; deelen. (2) [分配] toebedeelen; uitdeelen. (3) [骨牌札を] geven. (4) [引分ける] scheiden. (5) [撰り分け] uitzoeken; sorteeren. ¶ 金額を分ける bedrag verdeelen. ¶ 人と物を分ける iets met iemand deelen. ¶ 髮を眞中から分ける scheiding in het midden dragen.

uwabe上邊

(上辺) zn. buitenkant m.; oppervlakte v.; uiterlijk o. ¶ 上邊を飾る goed voorkomen geven; den schijn redden. ¶ 上邊の uiterlijk; schijnbaar; aan de oppervlakte; voor den schijn. ¶ 上邊だけの友達 een vriend in schijn.

utsuru映る

i.w. (1) [投影] beeld geven; weerspiegelen; zich afteekenen. (2) [調和する] harmonieeren; goed passen bij; goed staan. ¶ 月が水に映つてゐる de maan weerspiegelt zich in het water. ¶ 人の影が障子に映つてゐる men ziet een menschelijke schaduw op de schuifdeur. ¶ 寫眞はよく寫つてゐる het is een goede fotografie.

undō運動

zn. (1) [運轉] beweging v. (2) [身體の] lichaamsoefening v.; sport v. (3) [散步] wandeling v. ¶ 運動に出掛ける een beetje beweging gaan nemen; een eindje omstappen. ¶ 運動する in beweging zijn; beweging nemen; zich bewegen; bewegen; (奔走) zich moeite geven voor. ¶ 投票を得る爲區內を運動する een district bewerken om stemmen te krijgen. ¶ 運動服 sportcostuum; trui. ¶ 運動場 sportterrein. ¶ 運動家 athleet. ¶ 運動會 sportvereeniging (協會); gymnastiek-uitvoering (學校等の). ¶ 運動量 vaart; snelheid; beweegkracht. ¶ 運動性 bewegelijkheid. ¶ 運動者 agitator; verkiezingsagent (選擧の); propagandist. ¶ 運動神經 bewegingszenuw.

umu生む

t.w. (1) [子を] baren. (2) [生產] voortbrengen; produceeren. (3) [卵を] leggen. ¶ 魚卵を生む kuit schieten. ¶ 男子を產む bevallen van een zoon; jongen ter wereld brengen. ¶ 利子を產む rente geven; interest opbrengen. ¶ 生みの母 eigen moeder; echte moeder.

ukeau請合ふ

t.w. (1) [引受ける] op zich nemen. i.w. (2) [保證] borgstaan voor; instaan voor; t.w. waarborgen; garandeeren. ¶ 正直なる事を請合ふ instaan voor de eerlijkheid. ¶ 三年間もつ事は請合ひます wij garandeeren dit voor drie jaar; wij geven drie jaar garantie. ¶ 請合つて本當です het is heusch waar.

ugatsu穿つ

t.w. (1) [掘る] graven; boren. i.w. (2) [眞相を] juist beeld geven; spijker op den kop slaan. t.w. (3) [着ける] aantrekken. ¶ 靴を穿つ schoenen dragen.

uchikeshi打消し

zn. ontkenning v.; loochening v. ¶ 打消しの言葉 ontkenning; ontkennende uitdrukking. ¶ 打消す ontkennen; loochenen; tegenspreken; “dementi” geven.

tsūshin通信

zn. bericht o.; correspondentie v.; mededeeling v. ¶ 通信する bericht zenden; correspondentie inzenden; verslag geven. ¶ 通信掛 correspondent; verslaggever. ¶ 通信簿 schoolrapport. ¶ 通信敎授 onderricht per brief. ¶ 通信局 directie der post en telegrafie. ¶ 通信線 communicatielijn. ¶ 通信員 correspondent. ¶ 通信社 nieuwsbureau. ¶ 通信紙 carte de correspondance (佛語). ¶ 通信手 clerk van het postkantoor; postcommies.

tsuraate面當

(面当て) zn. hatelijkheid v.; insinuatie v.; steek onder water. ¶ 面當の insinueerend. ¶ 面當に om te insinueeren; bij wijze van insinuatie; om zijn ergernis te luchten; bij wijze van hatelijkheid. ¶ 面當を言ふ hatelijkheid zeggen; steek onder water geven.

tsumaranai詰らない

bn. (1) [價値無き] nutteloos; waardeloos; tot niets nut. (2) [けちな] onbeduidend; mieserig. (3) [無趣味] onbelangrijk; niet interessant. (4) [馬鹿げた] dwaas; zinneloos. ¶ 詰らない奴 een vent van niets. ¶ 詰らない本 onbeduidend boek. ¶ 詰らぬ事に騷ぐ zich opwinden over een kleinigheid. ¶ 人生を詰らなく思ふ het leven moede zijn; niets meer om het leven geven.

tsukusu盡す

(尽くす) t.w. (1) [消費] verbruiken; opgebruiken; uitputten. (2) [果す] volbrengen; vervullen; voleindigen; voltooien. i.w. (3) [盡力する] zich inspannen. ¶ 喰ひ盡す opeten. ¶ 國の爲に盡す zijn krachten geven aan het vaderland. ¶ 深切を盡す zich uitputten in vriendelijkheid. ¶ 百方手を盡す geen middel onbeproefd laten. ¶ 己の分を能く盡す zijn taak goed volbrengen. ¶ 言語に盡し難き onbeschrijfelijk.

tsūkoku通告

zn. kennisgeving v.; bekendmaking o.; mededeeling v. ¶ 通告する kennis geven; mededeelen; berichten.

tsuku附く

i.w. (1) [附着] kleven; plakken; blijven vastzitten. (2) [味方する] de zijde kiezen van; meegaan met. (3) [價する] waard zijn. t.w. (4) [習癖が] aannemen; i.w. zich aanwennen. i.w. (5) [火が] vlam vatten. t.w. (6) [痕が] achterlaten. (7) [利息が] opbrengen; opleveren. ¶ 惡錢身に附かず gestolen goed gedijt niet. ¶ 肉が附く dik worden. ¶ 敵方に附く overloopen naar den vijand. ¶ 一つが十錢につく ze kosten 10 sen per stuk. ¶ 惡い癖はつき易い slechte gewoonten worden gemakkelijk aangeleerd. ¶ 著物に火がついた zijn kleeren vlogen in brand. ¶ 電氣がついて居る het electrisch licht is aan. ¶ 年七分の利が附く 7% per jaar interest geven. ¶ 床に足跡がつく voetstappen op den vloer achterlaten.

tsukejie附智慧

zn. nageprate wijsheid v.; idee van een ander. ¶ 附智慧をする aansporen; raad geven; op het idee brengen; wenk geven.

tsukeru附ける

(付ける) t.w. (1) [接合] bevestigen; hechten; vastmaken. i.w. (2) [裝ふ] uitrusten. t.w. (3) [尾行] volgen. (4) [値を] bieden. (5) [點火] aansteken. ¶ 身に附ける bij zich hebben. ¶ 鈕を附ける knoop aanzetten. ¶ ペン軸にペンを附ける pen in den penhouder steken. ¶ 帳面に附ける inboeken. ¶ 船を棧橋に著ける een schip langszij van de kade brengen. ¶ 煙草を附ける sigaar aansteken. ¶ 電燈を附ける licht aandraaien. ¶ 名を附ける naam geven, noemen. ¶ 人の後を附ける iemands spoor volgen. ¶ 氣を附ける aandacht vestigen; oppassen. ¶ 子供に財產を附ける kapitaal vastzetten op een kind. ¶ 道を附ける weg maken. ¶ 色を附ける kleuren. ¶ 値を附ける bieden voor.

tsukawasu遣はす

(遣わす) t.w. zenden; sturen; geven (與へる).

tsukai使

(使い) zn. boodschap v.; (使者) boodschapper m.; looper m.; bode m. & v. ¶ 使を以て per bode. ¶ 使をする boodschap doen. ¶ 使の者に御返事御渡し下され度候 verzoeke uw antwoord aan brenger mede te geven.

tsugunai

(償い) zn. vergoeding v.; schadeloosstelling v.; compensatie v.; indemniteit v.; boetedoening (贖罪) v.; zoengeld o. ¶ 償ふ vergoeden; schadeloosstellen; vergoeding geven; boete doen. ¶ 償ひ難き onherstelbaar; niet goed te maken. ¶ 損害を償ふ verlies vergoeden. ¶ 出費を償ふ de kosten dekken; zich bedruipen.

SUPPLEMENT (trefwoord)
hoshū補習
(zn; -suru ww.) Het geven van onderwijs buiten de reguliere schooltijden voor het bijbrengen van extra kennis; aanvullend onderwijs; aanvullende les; bijles. ¶ 補習する hoshūsuru bijles geven; aanvullend onderwijs geven. ¶ 補習教育 hoshū kyōiku aanvullend onderwijs; voortgezet onderwijs. ¶ 先生も連休をエンジョイしたかったが、どっかの6人組の補習やら準備やらで連休無かったぞ! Sensei mo renkyū wo enjoi shitakatta ga, dokka no roku-ningumi no hoshū yara junbi yara de renkyū nakatta zo! Ik had ook van de vakantieperiode willen genieten, maar door aanvullende lessen, voorbereidingen en wat al niet voor een zekere ploeg van zes personen had ik helemaal geen vakantie! (TTC)
kan-suru, kan-su冠する、冠す
(schrijftaal) (tw) (1) iets omschrijven of een naam geven; een naam of label toevoegen [geven; toekennen] aan; bestempelen (als). ¶ 写真はソ連の首都の名を冠したモスクワである。(1941年沈没) Shashin wa so-ren no shuto no na wo kanshita Mosukuwa de aru. (1941-nen chinbotsu) [Het schip in] de foto is de Moskou, genoemd naar de hoofdstad van de Sovjet-Unie (gezonken 1941). (twitter) (2) een kroon plaatsen op; kronen. → 冠 kanmuri
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <geven>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
お中元 ochuugen midjaarsgeschenk; geschenk dat mensen midden in het jaar (tussen 1 en 15 juli) geven
一発食らわす ippatsukurawasu iemand slaan met de vuist; iemand een opstopper verkopen; iemand een dreun verkopen; geven; iemand ervanlangs geven; klappen uitdelen
上がる agaru (1) [段を] opgaan; oplopen; opkomen; [坂を] opklimmen; beklimmen; [二階に] naar boven gaan; komen; (2) [幕が] opgaan; [遮断機が] omhooggaan; [狼煙;花火が] opstijgen; omhoogstijgen; de lucht in gaan; omhoogvliegen; [煙が] optrekken; [火の手が] oplaaien; [旗が] in top gaan; gehesen worden; [表彰の額が] opgehangen worden; [馬が] steigeren; [髪が] recht overeind gaan staan; te berge rijzen; [神が] opvaren; verrijzen; ten hemel klimmen; [声が] zich verheffen; geslaakt worden; [歓声が] weerklinken; [名が] beroemd worden; (3) [草が] uit de grond komen; uitkomen; opgroeien; opschieten; oprijzen; omhoogrijzen; opwassen; kiemen; (4) [水から] uit het water komen; [風呂;湯から] uit (het) bad komen; [陸に] op het droge komen; aan land gaan; landen; (5) [事実が] aan het licht komen; aan de dag komen; aan de oppervlakte komen; bovenkomen; gevonden worden; blijken; zich voordoen; zich manifesteren; optreden; [証拠が] voorhanden komen; [成果が] resultaat opleveren; [効果が] effect sorteren; uitwerking hebben; (6) [物価;血圧;気温が] stijgen; oplopen; opslaan; klimmen; toenemen; hoger worden; [econ.] aantrekken; [程度が] aan kracht winnen; verhevigen; groter worden; groeien; aangroeien; vermeerderen; [右肩が] hoger uitkomen; (7) [初舞台で] flippen; panikeren; de kluts kwijtraken; van de wijs raken; [Belg.N.] de trac in z'n lijf krijgen; (8) [利益が] opbrengen; opleveren; afwerpen; geven; afkomen; voortkomen; (9) [地位が] promotie maken; promoveren; klimmen; opklimmen; bevorderd worden; zich opwerken; (10) [成績;腕前が] verbeteren; vooruitgang boeken; [男ぶりが] er knapper op worden; opknappen; [意気が] opleven; opkikkeren; opgemonterd raken; opfleuren; [調子が] op dreef komen; op gang komen; in de stemming raken; (11) [大学に] aan de universiteit komen; [学校に] voor het eerst naar school gaan; beginnen; overgaan; (12) [座敷に] binnengaan; binnenkomen; binnentreden; ingaan; [舞台に] op het toneel komen; ten tonele komen; op het toneel verschijnen; opgaan; optreden; [妓楼に] bezoeken; naar de hoeren gaan; [お屋敷に] in dienst gaan; (13) [京都で] naar het noorden gaan; noordwaarts reizen; noordelijk trekken; [田舎から] naar het stedelijk gebied gaan; naar de grote stad; hoofdstad overkomen; [大阪で] naar het kasteel gaan; (14) teruggaan in tijd; opklimmen; dateren van; uit; (15) [仕事が] ten einde komen; afkomen; klaarkomen; gereedkomen; voltooid worden; afraken; (16) [双六;とらんぷ;まーじゃんで] winnen; uit zijn; (17) [雨が] ophouden; optrekken; [夕立が] wegtrekken; overgaan; [脈;月経;つわりが] stoppen; aflopen; [乳が] minder melk beginnen geven; aflaten; [ばってりーが] het laten afweten; leeglopen; (18) [魚;貝;虫が] sterven; [草木が] afsterven; verdorren; verwelken; [蚕が] zich verpoppen; beginnen te spinnen; (19) [商売が] kwakkelen; sukkelen; (20) [犯人が] gearresteerd worden; gevat worden; aangehouden worden; ingerekend worden; gesnapt worden; opgepakt worden; (21) [領地;役目が] verbeurdverklaard worden; geconfisqueerd worden; (22) [お灯明が] geofferd worden; gebracht worden; geschonken worden; (23) [貴人の膳が] afgeruimd worden; (24) [天ぷらが] gefrituurd worden; gebakken worden; (25) [hum.] gaan; op bezoek gaan; komen; z'n opwachting maken bij; langsgaan; langskomen; (26) [hon.] eten; drinken; nemen; nuttigen; gebruiken; (27) […~] klaar-; af-; gereed-; (28) […~] hevig …; intens …; compleet …; (29) […~] [krachtterm]
上げる ageru (1) heffen; opheffen; omhoogheffen; verheffen; oprichten; tillen; optillen; omhoogtillen; omhoogbrengen; liften; verhogen; eleveren; [凧を] oplaten; opsteken; [棚に] leggen op; opleggen; [帆を] hijsen; ophijsen; omhooghijsen; opbrengen; opvissen; [碇を] lichten; hieuwen; [陸に] landen; aan land zetten; [顔を] opkijken; (2) loven; prijzen; roemen; huldigen; ophemelen; hoog opgeven van; (3) opvoeren; doen toenemen; optrekken; opjagen; opdrijven; [温度を] hoger zetten; [すぴーどを] vergroten; (4) bevorderen; promoveren; (5) overgeven; braken; opgeven; kotsen; vomeren; over z'n nek gaan; [gew.] opbrengen; (6) [客を] binnenlaten; inlaten; brengen; leiden naar; geleiden; (7) [学校へ] op school doen; (8) geven; aanbieden; toedienen; offreren; schenken; voorzetten; [娘を] wegschenken; (9) offeren; ten offer brengen; (10) overhandigen; ter hand stellen; reiken; overreiken; (11) ten einde brengen; afdoen; afwerken; volbrengen; voltooien; (12) klaarspelen; gedaan weten te krijgen; (13) [式を] houden; vieren; celebreren; fêteren; (14) [例を] geven; vermelden; noemen; aanhalen; citeren; aanvoeren; leveren; opnoemen; opsommen; opgeven; opvissen; (15) [子を] krijgen; [母が] het leven schenken; baren; [父が] verwekken; (16) verbeteren; ontwikkelen; ontplooien; (17) [髪を] doen; opmaken; opsteken; kappen; (18) aanhouden; pakken; oppakken; vatten; inrekenen; snappen; in hechtenis nemen; in de kraag grijpen; arresteren; (19) [芸者を] bestellen; laten komen; erbij halen; uitnodigen; ontbieden; engageren; (20) frituren; in kokend vet bakken; braden; [gew.] fritten; (21) [結果を] behalen; bereiken; verkrijgen; verwerven; realiseren
下さる kudasaru (1) geven; schenken; (2) eten; drinken; (3) zo goed zijn te ~; zo vriendelijk zijn te ~; de welwillendheid hebben om ~
下される kudasareru (1) geven; schenken; (2) eten; drinken; (3) zo goed zijn te ~; zo vriendelijk zijn te ~; de welwillendheid hebben te ~
下す;降す kudasu (1) neerlaten; laten zakken; strijken; (2) geven; schenken; verlenen; toekennen; (3) [命令を] uitvaardigen; [判決を] uitspreken; vellen; strijken; [結論を] trekken; (4) [自ら手を] doen; uitvoeren; verrichten; (5) [おなかを] buikloop; diarree hebben; [虫を] wormen hebben; (6) [敵を] verslaan; winnen van; overwinnen; kloppen
与える ataeru (1) geven; verlenen; toekennen; begiftigen; verstrekken; aandoen; bedelen; [影響を〜] uitoefenen; invloed hebben op
yo (a) partner worden; zich aansluiten bij; (b) betrokken raken; (c) geven; verlenen
yo (1) ik; (2) mezelf; mijzelf; (3) yo ☳☷ [Ch.: yù (verheugenis);één van de 64 hexagrammen;samengesteld uit de trigrammen donder (bovenaan) en aarde (onderaan)]; (a) geven; (b) vooraf; op voorhand; van tevoren; (c) vrolijker worden; zich verheugen; (d) talmen; treuzelen; (e) ik; (f) [afk.] provincie Iyo 伊予
付与する;附与する fuyosuru geven; schenken; toekennen; verlenen; bekleden met; begiftigen met; uitreiken
fu (a) overhandigen; geven; schenken; (b) hechten; bevestigen; zich vastzetten; (c) sturen; zenden; bezorgen; (d) aan een ander overlaten; toevertrouwen
休める;息める yasumeru (1) laten rusten; rust gunnen; geven; laten uitrusten; ontspannen; (2) terzijde leggen; er even mee ophouden; [inform.] nokken met; onderbreken; staken; op een laag; klein pitje zetten; aan de spijker hangen; (3) [畑を] braak; woest laten liggen; braken; onbebouwd laten; [gew.] vagen; [gew.] laten vogelweide liggen
供与する kyouyosuru geven; verschaffen; leveren; bezorgen; toekennen; voorzien van; schenken; verlenen
催す moyoosu (1) aandrang hebben tot; [眠気が] een aanvechting hebben van; tot; zich manifesteren; (2) teweegbrengen; opwekken; wekken; prikkelen; zich … voelen; [便意を] aandrang hebben; voelen; (3) [会を] houden; geven; organiseren; beleggen; bijeenroepen; samenroepen; convoceren
出す dasu (1) te voorschijn halen; uithalen; eruit halen; [gew.;お酒を〜] ophalen; naar buiten brengen; uitnemen; [とらんぷの札を〜] uitspelen; opspelen; zetten; [外に] uitlaten; buitenlaten; [水を〜] openzetten; laten lopen; lozen; (2) uitsteken; [旗を〜] uithangen; (3) uiten; slaken; [音;さいんを〜] geven; maken; produceren; (4) publiceren; uitgeven; uitbrengen; op de markt brengen; uitvaardigen; openbaren; tonen; [i.h.b.] onthullen; ontbloten; laten blijken; aan de dag leggen; tentoonspreiden; uitstallen; etaleren; (5) serveren; [料理を〜] opdienen; voorschotelen; te berde brengen; aankomen met; komen aanzetten met; leveren; afleveren; verschaffen; opgeven; verstrekken; aanbieden; presenteren; uitreiken; [証を〜] aanvoeren; (6) insturen; inzenden; inleveren; indienen; [新人選手を〜] inzetten; (7) sturen; zenden; afvaardigen; verzenden; opsturen; versturen; (8) uitsturen; uitzenden; [がすを〜] uitstoten; emitteren; [熱を〜] ontwikkelen; (9) doen vertrekken; [船を〜] uitzetten; [列車を〜] inleggen; (10) betalen; opbrengen; (11) veroorzaken; opleveren; voortbrengen; geven; [すぴーどを〜] halen; opdrijven; (12) [店;支店を〜] openen; beginnen; (13) […~] naar buiten …; uit-; (14) […~] beginnen te …; het op een … zetten
割愛 katsuai (1) verbreking van de genegenheid; gehechtheid; (2) het met spijt achterwege laten; weglaten; overslaan; het met tegenzin afstand doen van; het ongaarna laten varen; het met tegenzin opgeven; (3) het met spijt cadeau doen; het met moeite schenken; geven; afstaan; (4) [sericultuur] het scheiden van parende zijdevlinders
割愛する katsuaisuru (1) met spijt achterwege laten; weglaten; overslaan; met tegenzin afstand doen van; ongaarna laten varen; met tegenzin opgeven; (2) met spijt cadeau doen; met moeite schenken; geven; afstaan
参らせる mairaseru (1) vellen; afmaken; overwinnen; verslaan; kloppen; eronder krijgen; aan het kortste eind doen trekken; (2) [hum.] schenken; aanbieden; geven; aanreiken; (3) [hum.] […参らせる] doen; verrichten
反論する hanronsuru repliceren; van repliek dienen; weerwoord geven; weerwerk leveren; tegenspel leveren; geven; bieden; terugslaan op; een tegenpunt maken; een tegenargument stellen; aanvoeren; weerleggen; refuteren; tegenspreken; ontzenuwen
号令する goureisuru (het) bevel; commando geven; bevelen; commanderen; gebieden; instructie(s) geven; instrueren; gelasten; dicteren; een order geven; [w.g.] orderen
名乗る nanoru (1) zich identificeren; zich voorstellen; [名を] z'n naam zeggen; geven; opgeven; (2) zich legitimeren; z'n identiteit bewijzen; zich bekendmaken; (3) zich noemen; zich uitroepen tot; een naam aannemen; een titel voeren; (4) [虫;鳥が] geluid maken; (5) bij uitroep venten; roepend aankondigen; uitroepen
呈す teisu (1) aanbieden; bieden; presenteren; geven; [書を] sturen; (2) tonen; tentoonspreiden; vertonen; laten zien; bieden; opleveren; tentoonspreiden; [色を] aannemen
呈する teisuru (1) aanbieden; bieden; presenteren; geven; [書を] sturen; (2) tonen; tentoonspreiden; vertonen; laten zien; bieden; opleveren; tentoonspreiden; [色を] aannemen
呉れる kureru (1) geven; schenken; aanbieden; cadeau doen; verlenen [aan een persoon die met de spreker samenvalt;tot de groep van de spreker behoort;of waarmee de spreker zich identificeert]; (2) zo vriendelijk zijn te ~; de moeite doen te ~ [na de て-form van een werkwoord;voor een persoon die met de spreker samenvalt;tot de groep van de spreker behoort;of waarmee de spreker zich identificeert]
宛てがう ategau (1) aanbrengen; aanleggen; zetten; leggen; houden aan; (2) toewijzen; aanwijzen; toekennen; toebedelen; bestemmen; reserveren; (3) geven; voorzien van; leveren; verschaffen; verlenen; aanreiken; bezorgen; aan de hand doen; [仕事を] gunnen; (4) voor iem. uitkiezen
寄贈する kizousuru aanbieden; schenken; ten geschenke geven; geven; bijdragen; contribueren; doneren; beschenken; begiftigen; doteren
寄越す;遣す yokosu (1) sturen; zenden; afzenden; oversturen; overzenden; toesturen; toezenden; doen toekomen; overbrengen; overhandigen; geven; overgeven; (2) [aangehecht aan de ren'yōkei + て]
寄進する kishinsuru [rel.] schenken; bijdragen; geven; doneren; offeren
差し上げる sashiageru (1) opheffen; opsteken; omhoogbrengen; omhoog heffen; omhoog steken; omhoog houden; omhoog doen; ten hemel heffen; verheffen; (2) geven; aanbieden; schenken; [w.g.] reiken
御呉れる okureru (1) geven; verlenen; (2) […ておくれ] [drukt een verzoek uit]
手渡す tewatasu overhandigen; overdragen; overleveren; overgeven; overreiken; aanreiken; [w.g.] reiken; ter hand stellen; geven; aangeven; afgeven
投与する touyosuru (1) [薬を] toedienen; geven; (2) toewerpen
持たせる motaseru (1) doen hebben; laten hebben; doen beschikken over; geven; (2) doen brengen; laten bezorgen; (3) laten meegaan; doen duren; laten voortduren; aanhouden; (4) voor zijn rekening doen nemen; laten betalen; [de kosten] doen dragen
ju overhandigen; geven
授ける sazukeru (1) geven; verlenen; toekennen; uitreiken; bekleden met; begiftigen; bedelen; gunnen; toedienen; [終油の秘蹟を] van de laatste sacramenten voorzien; bedienen; [Belg.N.] berechten; [洗礼を] dopen; (2) onderrichten; onderwijzen; geven; doceren; instrueren
掻い遣る kaiyaru (1) wegduwen; wegvegen; wegwissen; wegstrijken; (2) geven; (3) laten gaan; doen gaan; sturen; zenden; laten vertrekken; wegsturen
施す hodokosu (1) geven; verlenen; [恩恵を] bewijzen; [注釈を] voorzien van; [面目を] aandoen; (2) uitvoeren; doen; [手段を] aanwenden; [策を] (onder)nemen; treffen; [洗礼を] toedienen
検疫する kenekisuru in quarantaine houden; plaatsen; geven
物する monosuru (1) zijn; zich bevinden; (2) gaan; komen; (3) [euf.] het doen; seks hebben; (4) zeggen; (5) schrijven; (6) eten; (7) geven; (8) [傑作を] maken; [ー句;歌を] plegen; (9) verduisteren; stelen; achteroverdrukken
献金する kenkinsuru geld contribueren; schenken; geven; bijdragen; doneren; geldelijk steunen; een bijdrage leveren
生じる shoujiru (1) gebeuren; zich voordoen; plaatsvinden; plaatshebben; voorvallen; voorkomen; ontstaan; optreden; opduiken; opkomen; zich vormen; zich ontwikkelen; voortkomen; voortspruiten; spruiten (uit); uitgaan van; resulteren (uit); (2) uitkomen; kiemen; opschieten; opgroeien; opkomen; ontstaan; ontkiemen; ontspruiten; ontluiken; uitbotten; germineren; [arch.] opwassen; [w.g.] ontgroeien; uitlopen; uitschieten; uit de grond schieten; [i.h.b.] wortel schieten; (3) teweegbrengen; veroorzaken; verwekken; doen ontstaan; scheppen; wekken; geven; creëren; voortbrengen; dragen; opleveren; opbrengen; afwerpen; genereren; resulteren (in); [fig.] baren; [i.c.m. 電気を] opwekken; produceren
生ずる shouzuru (1) gebeuren; zich voordoen; plaatsvinden; plaatshebben; voorvallen; voorkomen; ontstaan; optreden; opduiken; opkomen; zich vormen; zich ontwikkelen; voortkomen; voortspruiten; spruiten (uit); resulteren (uit); (2) uitkomen; kiemen; opschieten; opgroeien; opkomen; ontstaan; ontkiemen; ontspruiten; ontluiken; uitbotten; germineren; [arch.] opwassen; [w.g.] ontgroeien; uitlopen; uitschieten; uit de grond schieten; [i.h.b.] wortel schieten; (3) teweegbrengen; veroorzaken; verwekken; doen ontstaan; scheppen; wekken; geven; creëren; voortbrengen; opleveren; opbrengen; afwerpen; genereren; resulteren (in); [fig.] baren; [i.c.m. 電気を] opwekken; produceren
発する hassuru (1) vertrekken uit; verlaten; (2) verschijnen; zich voordoen; optreden; gebeuren; voortkomen; voortspruiten; ontspringen; voortspringen; komen uit; uitgaan van; voortvloeien uit; emaneren uit; afkomstig zijn van; z'n oorsprong vinden; (3) ontstaan; tot stand komen; (4) teweegbrengen; veroorzaken; doen ontstaan; beginnen; starten; lanceren; (5) voortbrengen; geven; opleveren; afgeven; afscheiden; verspreiden; uitstoten; uitzenden; uitvaardigen; verstrekken; (6) uiten; uitbrengen; van zich doen uitgaan; formuleren; (7) afvuren; afschieten; (8) sturen; afzenden; afvaardigen
立てる tateru (1) rechtop zetten; overeind zetten; opzetten; oprichten; opstellen; opslaan; opsteken; planten; [i.h.b.] stichten; [耳を] spitsen; (2) voordragen; [候補者として] voorstellen; aanstellen als; tot; installeren als; [王位に] plaatsen; benoemen tot; [証人を] oproepen; [代役を] opvoeren; (3) [計画;規則を] maken; opstellen; ontwerpen; uitwerken; [目標を] stellen; [誓いを] afleggen; [意義を] opperen; [記録を] vestigen; (4) veroorzaken; teweegbrengen; [物音を] maken; [声を] verheffen; (een kik) geven; [湯気;煙を] afgeven; [埃を] opjagen; [噂を] de wereld insturen; (5) [門;戸;雨戸;障子を] sluiten; dicht doen; (6) [茶を] zetten; [i.h.b.] een theeceremonie uitvoeren; (7) respecteren; iem. in zijn waarde laten; [i.h.b.] steunen; [i.h.b.] bijstaan; (8) enthousiast …; geestdriftig … [aangesloten op de ren'yōkei]
kyuu (a) toebedelen; uitdelen; (b) geven; (c) bezoldiging; (d) zorgen voor
融通する yuuzuusuru geld lenen; een lening verstrekken; geld voorschieten; krediet verlenen; geven
装う yosou opdienen; opscheppen; serveren; opdissen; geven
賦与する fuyosuru begiftigen; schenken; geven; voorzien van; bekleden
贈る okuru (1) schenken; ten geschenke geven; geven; aanbieden; (2) verlenen; [een prijs;onderscheiding;rang etc.] toekennen; uitreiken; uitdelen; decoreren
贈与する zouyosuru schenken; geven; doneren
述べる;宣べる;陳べる noberu verklaren; vermelden; noemen; zeggen; uiten; geven; uiteenzetten; stellen; [z'n gedachten enz.] uitdrukken; [z'n medeleven enz.] betuigen; onder woorden brengen; aangeven; verslag uitbrengen; melden; uitspreken; [de waarheid enz.] spreken; vertellen; [omstandig;in het kort enz.] verhalen; gewagen
配る;賦る kubaru (1) uitdelen; ronddelen; distribueren; (2) toebedelen; geven; als deel toewijzen; (3) bezorgen; leveren; bestellen; afleveren; afgeven; (4) rondkijken; om zich heen kijken; (5) voorzichtig zijn; behoedzaam zijn; (6) aandacht schenken aan; interesse tonen voor
飲ませる nomaseru (1) doen drinken; laten drinken; te drinken geven; drenken; (2) op een drankje trakteren; een drankje aanbieden; op wijn onthalen; (3) [薬を] toedienen; geven; doen innemen; (4) [毒を] vergiftigen; vergeven; vergif toedienen; ingeven; (5) [乳を] zogen; borstvoeding geven; de borst geven
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.46 sec. jiten.nl: 75 treffers, warandict: 54 treffers (zoekopdracht: 'geven'). 
2005-2026