
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
yakuhō・藥包
(薬包) zn. patroon v.; kardoes v.; patroonhuls v.
aya・綾
ayame・綾目
onjin・恩人
zn. weldoener m. ¶ 彼は私にとっては恩人です ik heb veel verplichting aan hem.
yakkyō・藥莢
(薬莢) zn. patroon v. ¶ 藥莢入れ patroontasch.
SUPPLEMENT (trefwoord)
shiiteki・恣意的
(na-adj) een handelswijze waarbij men niet gehinderd wordt door overwegingen van logica; eigenzinnig; willekeurig; lukraak; arbitrair. ¶ 恣意的な判断 shiiteki na handan een willekeurige beslissing ¶ 規則を恣意的に運用する kisoku wo shiiteki ni un'yōsuru regels lukraak toepassen ¶ ある目的や思想を持った人間が恣意的にツイートをまとめると、本来の発言者の意図とは正反対になることもあるっていう良い見本 Aru mokuteki ya shisō wo motta ningen ga shiiteki ni tsuiito wo matomeru to, honrai no hatsugensha no ito to wa seihantai ni naru koto mo aru tte iu ii mihon Een fraai patroon is dat het ook voorkomt dat wanneer mensen met een bepaald doel of bepaalde ideeën lukraak tweets bij elkaar harken ze lijnrecht tegenover de intentie van de oorspronkelijke twitteraar kunnen komen te staan. (twitter)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <patroon>
カートリッジ kātorijji (1) pick-upelement; element; geluidskop; (2) patroon; patroonhuls; hagelpatroon; jachtpatroon; schietpatroon; cartouche; [gew.] kardoes; (3) inktpatroon; cartridge; vulling; [シャープ・ペンシル;ボールペンの] stift; (4) [録音テープの] cassette; houder
タイプ taipu (1) schrijfmachine; tikmachine; typemachine; [w.g.] typewriter; (2) type; soort; model; patroon; slag; genre; (3) -type; -achtig; (4) [maatwoord voor types;soorten]
ディザイン dizain (1) ontwerp; design; vormgeving; creatie; (2) dessin; patroon; tekening; (3) het ontwerpen
デザイン dezain (1) ontwerp; design; vormgeving; creatie; (2) dessin; patroon; tekening; (3) het ontwerpen
パターン patān (1) patroon; manier; leest; wijze; [fig.] stramien; (2) patroon; mal; model; vorm; (3) patroon; dessin; tekening; motief; ontwerp; plan; (4) [maatwoord voor patronen]
パトロン patoron (1) patroon; beschermheer; beschermer; begunstiger; bevorderaar; steuner; (2) patroon; patroonhuls
モチーフ mochīfu (1) [kunst] motief; gegeven (van een kunstwerk); (2) [muz.] motief; figuur; thema; (3) dessin; patroon
主人 shujin (1) heer (des huizes); huisheer; pater familias; gezinshoofd; (2) baas; meester; mijnheer; meneer; [m.b.t. zaak] patroon; chef; principaal; [i.h.b.] waard; [i.h.b.] hospes; (3) echtgenoot; man; (4) gastheer
主 aruji (1) heer des huizes; huisheer; meester; [arch.] mijnheer; (2) baas; chef; patroon; (3) landsheer; landsvorst; vorst; prins; (4) gastheer
亀鑑 kikan model; voorbeeld; patroon; standaard; richtsnoer; toonbeeld; paradigma; [veroud.;gew.] schampeljoen; schabeljoen; schampseljoen; schapseljoen
保護者 hogosha behoeder; beschermer; beschermheer; protector; hoeder; bewaarder; voogd; curator; patroon; schutsheer; begunstiger
典型 tenkei model; toonbeeld; voorbeeld; patroon; type; prototype; de … zelve; [in uitdr.] leest
卵;玉子 tamago (1) ei; [i.h.b.] kippenei; [kindert.] tikkenei; [volkst.] patroon; [vulg.] neukpatroon; [魚の] kuit; [虱の] neet; [蛙の] rit; [牡蠣の] zaad; [蛇の] broed; (2) […の~] in de dop; in spe; toekomstig; aankomend; ontluikend; in wording
図形 zukei (1) tekening; patroon; diagram; (2) [wisk.] figuur
図柄 zugara patroon; dessin; tekening; figuur
型 kata (1) gietvorm; vorm; smeltvorm; matrijs; mal; matrix; (2) model; toonbeeld; voorbeeld; (3) stijl; vorm; mode; (4) patroon; tekening; (5) kata [van judo of karate]; de zuiverste vorm van budo-technieken uitgevoerd volgens vaste regels; (6) traditie; basis; vaste regel; formaliteit
守護神 shugoshin (1) schutsgod; beschermgod; patroon; genius; (2) schutsgodin; beschermgodin; patrones
守護聖人 shugoseijin beschermheilige; patroonheilige; schutspatroon; patroon
弾薬筒 dan'yakutō patroonhuls; patroon; kardoes; cartouche
後援者 kōensha aanhanger; medestander; steuner; patroon; fan; [sportt.] supporter; [verzameln.] aanhang; achterban; backing
文様;紋様 mon'yō patroon; dessin; tekening; motief
文 mon (1) [muntw.] mon [= duizendste deel van een kan 貫]; (2) mon [= schoen-;kousenmaat;ca. 2,4 cm]; (3) schriftteken; karakter; (4) tekst; geschrift; (5) spreuk; bezwering; (6) patroon; dessin; tekening; motief; (a) patroon; dessin; tekening; motief; (b) schriftteken; karakter; (c) geschrift; (d) documenten; archiefstukken; (e) letterkundig; cultureel; onderwijskundig gebied
旦那;檀那 danna (1) meester; heer; baas; mijnheer; meneer; (2) iems. echtgenoot; iems. man; (3) mainteneur; beschermheer; patroon; (4) [als aanspreektitel] mijnheer; meneer
旦那さん dannasan (1) meester; heer; baas; mijnheer; meneer; (2) echtgenoot; man; (3) mainteneur; beschermheer; patroon; (4) mijnheer; meneer
旦那様 dannasama (1) meester; heer; baas; mijnheer; meneer; (2) echtgenoot; man; (3) mainteneur; beschermheer; patroon; (4) mijnheer; meneer
柄 gara (1) patroon; design; (2) lichaamsbouw; (3) karakter; (4) (iemands) natuur
様式 yōshiki (1) stijl; vorm; (2) wijze; manier; patroon
模様 moyō (1) patroon; dessin; tekening; motief; (2) aanzicht; voorkomen; aanblik; indruk; teken; toestand; gesteldheid; omstandigheden; stand van zaken
氏神 ujigami beschermgod; schutspatroon; patroon; clangod; [i.h.b.] genius loci
玉;珠 tama (1) edelsteen; gemme; juweel; kleinood; [verzameln.] bijouterie; [fig.] sieraad; [fig.] pronkstuk; [fig.] prachtstuk; [fig.] prachtexemplaar; [fig.] dot; (2) rond; bolvormig voorwerp; bol; sfeer; [ビリヤードの] biljartbal; (3) [i.h.b.] muntstuk; [inform.;mv.] ballen; (4) drup; druppel; traan; [汗の] parel; (5) kraal; balletje; (6) [眼鏡の] lens; (7) bal; testikel; testis; [volkst.] patroon; [vulg.] kloot; (8) bal; [野菜の] krop; [ウールの] knot; kluwen; knoedel; (9) meisje (van plezier); snoesje; (10) schoonheid; lekker ding; stuk; dier; kanjer; spetter; brok; [inform.] stoot; [inform.] poes; [slang] schat; [slang] babe; (11) [maatwoord voor ronde;bolvormige voorwerpen]
社長 shachō directeur; bedrijfshoofd; bedrijfschef; bedrijfsleider; bestuursvoorzitter; president; patroon; CEO
紋;文 mon (1) patroon; dessin; tekening; motief; (2) familiewapen; geslachtswapen; stamwapen; wapen; wapenschild; schild
絵柄 egara patroon; dessin; tekening
綾 aya (1) patroon; weefpatroon; dessin; motief; figuur; (2) [i.h.b.] gekeperd patroon; keperverband; dwarsgestreept patroon; visgraatmotief; (3) [taalk.] stijlfiguur; stijlversiering; stijl; beeld; bloemrijke; figuurlijke uitdrukking; trope; troop; (4) complexe verwikkeling; plot; intrige; complicatie; (5) [beurst.] kleine fluctuatie; technische verandering; (6) gedessineerde stof; [i.h.b.] keperstof; keperweefsel; gekeperd weefsel; keper; (7) afneemspel; afneemspelletje; kop-en-schotelschemerlamp; (8) [text.] leesroede; (9) onderscheid; verschil
薬包 yakuhō (1) patroon; patroonhuls; huls; (2) poederzakje
見本 mihon (1) monster; staal; proef; proeve; specimen; sample; proefexemplaar; proefmonster; bemonsterde offerte; (2) toonbeeld; schoolvoorbeeld; model; patroon; prototype
親分 oyabun baas; chef; leider; aanvoerder; leidende figuur; patroon
親方 oyakata (1) meester; patroon; baas; coach; (2) [aanspreekvorm] chef; (3) [sumō-jargon] senior; (4) leider; voorman; (5) pleegouder; voogd; (6) oudere broer; [i.h.a.] senior
象 zō (1) [dierk.] olifant; [inform.] jumbo; [veroud.;lit.t.] elefant; Elephantidae; (a) olifant; slurfdieren; (b) vorm; patroon; afbeelding; (c) inlegsel; inlegwerk
贔屓 hīki (1) begunstiging; favoritisme; patronage; bevoorrechting; bevoordeling; voortrekkerij; vriendjespolitiek; partijdigheid; (2) patroon; beschermheer; beschermvrouw; beschermer; begunstiger; sympathisant; fan; supporter
遠山 tōyama (1) verre berg; gebergte in de verte; (2) patroon; motief van bergen in de verte; (3) [theeceremonie] tōyama-decoratie; (4) [theeceremonie] tōyama-aspatroon; (5) Tōyama
長 chō (1) hoofd; chef; baas; leider; oudste; aanvoerder; meerdere; meester; directeur; voorzitter; patroon; president; principaal; (2) meerdere in jaren; (3) het beste (onder ~); sterk punt; gunstig element; goede eigenschap; fort; kwaliteit; voordeel; merites; (4) [muz.] majeur; dur
雇い主 yatoinushi werkgever; baas; patroon
雛型 hinagata (1) model; schaalmodel; maquette; miniatuur; (2) monster; staal; specimen; exemplaar; (3) formaat; voorgeschreven vorm; patroon
Tijd: 1.6 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 44 treffers (zoekopdracht: 'patroon').
2005-2026
