日蘭辭典+

29 resultaten voor ‘rand’
日蘭辭典 (trefwoord)
gairin外輪
zn. wielbeslag o.; band om een wiel; scheprad (汽船の) o. ¶ 外輪船 raderboot
haji
zn. rand m. kant m.
naminami to波々と
bw. boordevol; tot aan den rand.
fuchi
(縁) zn. (1) [] kant m. rand (、際、崖) m. (2) [額、枠] lijst v. ¶ 一枚の boordevol. ¶ 附ける in een lijst zetten. ¶ 頁の marge; kantlijn.
usuberi薄緣

(薄縁) zn. mat met rand.

tsume

(詰め) zn. (1) [詰込] vulling v.; prop v. (2) [將棋の] schaakmat o. (3) [終端] uiteinde v.; rand m.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <rand>
ランド rando (1) land; (2) Land; Edwin Herbert [= Amerikaans uitvinder;1909-1991]; (3) Rand; Paul [= Amerikaans grafisch ontwerper;1914-1996]; (4) Rand; Sally [= Amerikaans karakterdanseres en actrice;1904-1979]; (5) Landes [= Frans departement]; (2) rand [= munteenheid van de Republiek Zuid-Afrika]
周囲 shūi (1) omtrek; omvang; circumferentie; [i.h.b.] taille; [meetk.] perimeter; (2) omgeving; entourage; environment; omstreek; environs; buurt; periferie; rondte; rand; [i.h.b.] iems. naasten; [attr.] omliggend; [attr.] omgevend; [attr.] omgelegen; [attr.] omringend
周辺 shūhen rand; randgebied; omgeving; omstreken; periferie; omtrek; buurt; rondte; [i.h.b.] buitenwijken; voorsteden
zai (1) platteland; land; country; boerenland; mediene; [Belg.N.;spreekt.] buiten; [Belg.N.] boerenbuiten; (2) buitenwijken; randwijken; buitengebied; randgebied; randgemeenten; rand; buitenkant; periferie; voorsteden; (3) aanwezigheid; het er-zijn; het zich-bevinden; (4) gelegen in; gesitueerd in; zich bevindend in; verblijvend in; wonend in; residerend in; aanwezig in
外れ hazure (1) rand; zoom; buitenwijk; randgebied; periferie; (2) niet in de prijzen vallend lot; niet; (3) misser; (4) misoogst; slechte oogst; [w.g.] wanoogst; (5) teleurstelling
尾根道 onemichi richelpad; weg langs een richel; rand
fuku (1) hangrol; (2) [maatwoord voor hangrollen;kakemono's]; (a) breedte; omvang; (b) rand; boord; (c) hangrol
waku (1) raam; raamwerk; kozijn; lijst; kader; omlijsting; rand; (2) omtreklijn; omlijning; contour; [記事の] kader; (3) limiet; grens; begrenzing; beperking; (4) quota; contingent; (maximum; geplafonneerd) aantal; (5) spoel; klos; (6) [maatwoord voor kaders;lijsten;ramen]; (7) [maatwoord voor starthokken of -boxen bij paardenrennen;hondenrennen enz.]
町外れ machihazure rand; randgebied; buitenwijken; periferie van de stad
hashi (1) uiteinde; tip; top; punt; spits; eind; (2) kant; boord; rand; zoom; uithoek; uiterste; buitenrand; buitenkant; grens; (3) stukje; flard; snipper; splinter
hashi (1) uiteinde; einde; tip; staart; (2) rand; kant; boord; zoom; marge; grens; uithoek; hoek; [gew.] uitkant; (3) eindje; fragment; stukje; (4) flard; gedeelte; (5) begin; eerste; (6) [bouwk.] buitenkant; buitenzijde; voor; voorgedeelte; [i.h.b.] straatzijde; straatkant; (7) aanhef; voorwoord; voorbericht; inleiding; (8) aanvang; start; begin; (9) bescheiden positie; status; (10) lagere prostituee; (11) […~に] terwijl; en daarnaast
ha (1) rand; kant; boord; zoom; zijde; (2) rest; wat overblijft; (a) rand; rest
fuchi rand; boord; zoom; kant; randje; zijkant; buitenkant; bovenrand; [i.h.b.] oever; [i.h.b.] montuur; [fig.;lit.t.] trans
heri (1) rand; uiterste; (2) [帽子の] rand; boord; zoom; [紙面の] marge; [道路の] berm; [織物の] zelfkant; boordsel; (3) [astron.] schijfrand; rand; (4) [biol.] limbus
gen (1) [scheepv.] boord; scheepsboord; zijde; zij; scheepszijde; (2) [plantk.] [花弁の] rand; boord; zoom; limbus; (a) scheepsboord
袂;手本 tamoto (1) [着物の] mouwslip; (2) [山の] voet; (3) [橋の] rand; nabijheid; buurt
詰め tsume (1) pakking; dichting; (2) opvulling; vulling; (3) uiteinde; rand; (4) thee-assistent; (5) eindfase; eindstadium; slotfase; finale; slotzetten; [i.h.b. shōgi] schaakmat; (6) [cul.] nitsume [= dikke;zoete palingsaus]; (7) jonge twintigster
rin (1) wiel; rad; (2) ring; krans; kring; (3) bloemkroon; [i.h.b.] bloeiende bloem; (4) [muz.] rinnote-aanslag [= afwisselend trage en snelle aanslag op de koto]; (5) boord aan de hals; mouwen of panden van kledingstukken; (6) [scheepv.] stapel; (7) [boeddh.] cakraratana [= wiel als liturgisch instrument]; (8) [boeddh.] dharmacakra [= wiel van de dharma]; (9) [maatwoord voor wielen]; (10) [maatwoord voor ringen;kransen;kringen]; (11) [maatwoord voor bloesems;bloemen;bloemkransen]; (a) wiel; rad; (b) rand; (c) omloop; ronde; (d) [boeddh.] cakra; [i.h.b.] vijf elementen; (e) bloem
辺縁 hen'en omranding; rand
近郊 kinkō voorsteden; buitenwijken; randgemeenten; randgebied; randwijken; rand; omstreken; buitengebied; buitenkant; omgeving; periferie
郊外 kōgai voorstad; buitenwijken; omgeving van een stad; rand
鍔;鐔 tsuba (1) stootplaat; tsuba; (2) [帽子の] rand; (3) [techn.] halskraag; flens
kiwa (1) (steile) rand; uiterste; kant; [niet alg.] boord; (2) tijd
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.24 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'rand'). 
2005-2026