
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <schot>
シューティング shūtingu (1) het schieten; (2) [voetb.] schot; trap
シュート shūto [voetb.] schot; [basketb.] worp
ショット shotto (1) [sportt.] schot; trap; (2) [foto.] shot; foto-opname; filmopname; (3) [maatwoord voor een glas whisky puur]
一発 ippatsu (1) schot; salvo; explosie; (2) klap; slag; stoot; (3) [honkb.] homerun; (4) poging; keer; ronde; (5) [inform.] wip; beurt; nummertje
中仕切り nakajikiri (1) tussenwand; scheidswand; afscheidingswand; scheidingswand; tussenschot; schot; scherm; afscheiding; entre-deux; (2) tussentijdse aflossing; kwijting
仕切り shikiri (1) afbakening; grens; grenslijn; afscheiding; scheidingslijn; scheidslijn; demarcatielijn; (2) schot; tussenschot; middelshot; plaat; paneel; scherm; (3) afdeling; sectie; afscheiding; gescheiden ruimte; compartiment; vakje; beschot; (4) afrekening; afsluiting van een rekening; (5) [sumojargon] het zich in (aanvals)positie stellen
射撃 shageki het schieten; het vuren; beschieting; schot
射程 shatei (1) schootsafstand; afstand die een geweerkogel; pijl aflegt; geweerschot; schot; dracht; draagwijdte; (2) [fig.] bereik; reikwijdte
射程距離 shateikyori schootsafstand; schot
発射 hassha (1) schot; vuur; lancering; afvuring; het vuren; het schieten; [veroud.] losbranding; (2) uitzending [van radiogolven]; uitstraling; straling; radiatie; emissie
発砲 happō het afvuren; het vuren; schot
進行 shinkō vooruitgang; voortgang; voortschrijding; vordering; verloop; schot
銃声 jūsei knal; geweerschot; schot; geluid van geweervuur
Tijd: 1.18 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'schot').
2005-2026
