
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
hana・鼻
zn. neus m.; slurf (象の) v.; snuit (豚などの) m.; snot (洟) o. ¶ 洟を垂らす een loopende neus hebben; een snotneus hebben. ¶ 鼻をかむ den neus snuiten. ¶ 鼻を鳴らす snuiven; snotteren. ¶ とんがり鼻 spitse neus; puntneus. ¶ 獅子鼻 stompe neus; platte neus; mopsneus. ¶ 鼻先で vlak voor zijn neus. ¶ 鼻元思案 niet verder zien, dan zijn neus lang is. ¶ 鼻をつんとする den neus ophalen voor. ¶ 鼻が利く een goeden neushebben. ¶ 話が鼻にかゝる hij spreekt door den neus. ¶ 鼻に掛ける trotsch zijn op, zich beroemen op. ¶ 鼻で笑ふ ironisch lachen; sarcastisch lachen. ¶ 鼻をあかす iemand beschaamd maken. ¶ 鼻につく zich ergeren aan.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <snot>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
洟 hana neusvocht; snot; [vulg.] neuzevet
鼻水 hanamizu neusvocht; snot; vocht uit de neus
鼻汁 hanajiru neusvocht; snot; [vulg.] neuzevet
鼻糞 hanakuso neusvuil; snot; snottebel; pijp; podde; [inform.] purk; [vulg.] neuzevet; [gew.] aap; [gew.] bullebak; [gew.] mom; [gew.] wolf
Tijd: 1.45 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 4 treffers (zoekopdracht: 'snot').
2005-2026
