日蘭辭典+

11 resultaten voor ‘ergeren’
日蘭辭典 (trefwoord)
zannen殘念
(残念) zn. spijt m.; leedwezen o.; ergernis v. ¶ 殘念がら spijt hebben; het land hebben; zich ergeren; betreuren. ¶ 殘念ながら tot mijn spijt; ik betreur het, dat ....... ; jammer; helaas; tot mijn leedwezen. ¶ 殘念な betreurenswaardig. ¶ 殘念なだ hoe jammer !; wat spijt me dat !
ki
(気) zn. (1) [力] geest m.; hart o.; ziel v. (2) [質] karakter o. (3) [分] humeur o.; stemming v. (4) [傾向] neiging v.; geneigdheid v. (5) [注意] zorg v.; aandacht v. (6) [呼吸] adem m. (7) [空] lucht v.; atmosfeer v. (8) [蒸] damp m.; uitwaseming v.(9) [香] smaak m.; geur m. (10) [精] ether m. ¶ がある lust hebben; geneigd zijn. ¶ がさす ongerust zijn. ¶ が狂ふ gek worden. ¶ が違って居る niet goedwijs zijn. ¶ がふれる buiten zich zelven zijn; niet wel bij het hoofd zijn. ¶ が長い geduldig. ¶ が拔けた afgetrokken; verstrooid. ¶ が塞ぐ somber gestemd zijn; tobben; (俗) in de put zitten. ¶ が詰まる benauwd zijn. が進む volgaarne; van ganschen harte. ¶ が進まぬ geen zin hebben. ¶ が立って居る opgewonden zijn.¶ が向く geneigd zijn; lust hebben. ¶ が濟まぬ niet op zijn gemak zijn. ¶ が重くなる gedrukt zijn; somber zijn. ¶ が遠くなる bewusteloos worden; bezwijmen; flauw vallen. ¶ が咎める niet op zijn gemak zijn; zelfverwijt gevoelen. ¶ に病む ongerust zijn. ¶ ....... するになる er toe komen om; lust krijgen om. ¶ に障る hinderen; ergeren. ¶ の強い stoutmoedig; dapper. ¶ の弱い slap. ¶ の合った gelijkgezind; sympathiek. ¶ のない zouteloos; laf. ¶ の小さい kleinmoedig.¶ の狹い bekrompen; kleinzielig. ¶ 樹の大きい grootmoedig; edelmoedig (寬大); moedig. ¶ の早い driftig; opvliegend. ¶ の好い goedhartig. ¶ の利いた behendig; knap. ¶ 變り易い wispelturig. ¶ を揉む tobben; zich bezorgd maken.¶ をゆるす aandacht laten verslappen; niet goed opletten. ¶ を勵ます moedvatten. ¶ を晴らす zich ontspannen. ¶ を養ふ geest voedenを失ふ flauw vallen; bewusteloos worden; bezwijmen; bewustzijn verliezen. ¶ を探る polsen. ¶ を變へる van opinie veranderen. ¶ を配る zijn aandacht gevestigd houden op; (俗) in de gaten houden. ¶ を持つ (心をかける) zich wijden aan.¶ を長くする geduld oefenen. ¶ を拔く verslappen. ¶ を落ちつける zijn gedachten verzamelen; tot zich zelven komen. ¶ を落す den moed verliezen; den moed laten zinken. ¶ を負ふ zich laten voorstaan op; prat gaan op. ¶ を惡くする kwalijk nemen. ¶ 人のを惡くする iemand’s gevoelens kwetsen. ¶ を利かせる een wenk begrijpen. ¶ を廻す achterdocht koesteren. ¶ を附ける goed opletten; oppassen. ¶ を附け pas op !; geef acht ! (號令). ¶ は心 neem den wil voor de daad; waardeer de goede bedoeling. ¶ 何のもなしに zonder eenige (kwade) bedoeling. ¶ に懸けるな trek je er niets van aan ! ¶ あとでがついた later viel mij in ....... . ¶ が濟んだ het is mij een pak van het hart.
hana
zn. neus m.; slurf (象の) v.; snuit (などの) m.; snot (洟) o. ¶ 洟を垂らす een loopende neus hebben; een snotneus hebben. ¶ 鼻をかむ den neus snuiten. ¶ 鼻を鳴らす snuiven; snotteren. ¶ とんがり鼻 spitse neus; puntneus. ¶ 獅子鼻 stompe neus; platte neus; mopsneus. ¶ 鼻先で vlak voor zijn neus. ¶ 鼻元思案 niet verder zien, dan zijn neus lang is. ¶ 鼻をつんとする den neus ophalen voor. ¶ 鼻が利く een goeden neushebben. ¶ 話が鼻にかゝる hij spreekt door den neus. ¶ 鼻に掛ける trotsch zijn op, zich beroemen op. ¶ 鼻で笑ふ ironisch lachen; sarcastisch lachen. ¶ 鼻をあかす iemand beschaamd maken. ¶ 鼻につく zich ergeren aan.
kuttaku屈託

zn. bezorgdheid v.; zorg v.; ergernis v. ¶ 屈託する zich bezorgd maken; zich ergeren; het land hebben.

yowarasu弱らす

t.w. verzwakken; hinderen; storen; ergeren.

urusagaru煩がる

i.w. uit zijn humeur zijn; zich ergeren.

urameshii怨めしい

bn. ergerlijk; hatelijk. ¶ 怨めしく思ふ wrok koesteren; zich ergeren.

uramuうらむ

i.w. (1) [怨む] wrok koesteren; vijandig gezind zijn; t.w. kwalijk nemen; haten. (2) [憾む] betreuren; i.w. spijt hebben. ¶ 無情を怨む zich ergeren over iemand’s hardvochtigheid. ¶ 機を失したるを恨む ik heb het land, dat ik de gelegenheid voorbij heb laten gaan.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ergeren>
悩ます nayamasu (1) pijnigen; pijn doen lijden; kwellen; (2) last bezorgen; lastig vallen; [veroud.] belasten; [veroud.] beladen; ontrieven; overlast aandoen; vervelen; hinderen; irriteren; ergeren; plagen
苛立たせる iradataseru irriteren; prikkelen; ergeren; tergen; sarren; treiteren; in het harnas jagen; tegen de haren in strijken; boos maken; opjuinen; vexeren
荒立てる aradateru (1) boos maken; in het harnas jagen; ergeren; tergen; provoceren; op stang jagen; [声を] woedend z'n stem verheffen; (2) verergeren; ingewikkelder maken; compliceren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.51 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 3 treffers (zoekopdracht: 'ergeren'). 
2005-2026