
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
ukeru・受ける
t.w. (1) [受納] ontvangen; nemen. (2) [受止める] pakken; tegenhouden. (3) [檢査] ondergaan; ervaren. (4) [蒙る] krijgen; lijden. (5) [許可等] krijgen; verkrijgen. ¶ 命を受ける bevel krijgen. ¶ 檢査を受ける onderzocht worden. ¶ 罰を受ける gestraft worden. ¶ 俸給を受ける tractement ontvangen. ¶ 治療を受けてゐる onder geneeskundige behandeling.
kuitomeru・食止める
t.w. tegenhouden.
yokuatsu・抑壓
(抑圧) zn. onderdrukking v. ¶ 抑壓する onderdrukken; tegenhouden; weerhouden.
uketomeru・受止める
t.w. afweren; pareeren; tegenhouden.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <tegenhouden>
チェッキする chekkisuru (1) controleren; nakijken; checken; verifiëren; nagaan; afchecken; (2) (nauwlettend) toezien op; op de voet volgen; (zorgvuldig) gadeslaan; (3) aanstrepen; aankruisen; aanvinken; (4) tegenhouden; stuiten; in toom houden; in bedwang houden; [m.b.t. aanval] afslaan; doen stoppen
チェックする chekkusuru (1) controleren; nakijken; checken; verifiëren; nagaan; afchecken; (2) (nauwlettend) toezien op; op de voet volgen; (zorgvuldig) gadeslaan; (3) aanstrepen; aankruisen; aanvinken; aantekenen; aanstippen; (4) tegenhouden; stuiten; in toom houden; in bedwang houden; [m.b.t. aanval] afslaan; doen stoppen
停止させる teishisaseru doen stoppen; doen stilstaan; tegenhouden; aanhouden
制止する seishisuru bedwingen; beteugelen; in toom houden; in bedwang houden; inhouden; onder controle houden; tegenhouden
受ける ukeru (1) ontvangen; krijgen; verkrijgen; verwerven; (2) aanvaarden; aannemen; accepteren; nemen; (3) pakken; tegenhouden; [een bal] vangen; [een slag] pareren; afwenden; (4) [de telefoon] opnemen; beantwoorden; gehoor geven bij het telefoneren; (5) ondergaan; meemaken; ervaren; [誘惑を] op de proef gesteld worden; [試験を] afleggen; [洗礼を] gedoopt worden; (6) [een verlies] lijden; [een verwonding] oplopen; [een belediging] incasseren; moeten verduren; blootgesteld worden aan; onderworpen worden aan; (7) [lessen] nemen; [een opleiding] volgen; genieten; (8) geloven; geloof hechten aan; aannemen; als waar beschouwen; voor zoete koek slikken; als juist aanvaarden; als zo zijnd aanvaarden; (9) staan; gelegen zijn tegenover; uitzicht geven op; gericht zijn naar [een windstreek;ander referentiepunt]; (10) erven; overerven; [eigenschappen] van zijn (voor)ouders meekrijgen; (11) populair worden; aan populariteit winnen; in de smaak vallen; tot de verbeelding spreken; in trek raken; geliefd worden; in zwang raken; aanslaan
受け止める uketomeru (1) [ボールを] vangen; opvangen; onderscheppen; (2) [攻撃を] stuiten; tegenhouden; stoppen; afwenden; afweren; afslaan; weren; pareren; (3) [問題を] aanpakken; tegemoet treden; behandelen; reageren op; (4) [批判を] opnemen; opvatten; oppikken; beschouwen
堪える;怺える koraeru (1) dulden; verdragen; tolereren; verduren; (2) bedwingen; onderdrukken; inhouden; tegenhouden; (3) vergeven; vergiffenis schenken; verschonen; verontschuldigen; lankmoedig zijn; toegevend zijn
塞き止める;堰き止める sekitomeru (1) afdammen; dammen; keren; (2) tegenhouden; inhouden; indammen; bedwingen; intomen; beteugelen; opkroppen; onderdrukken; stuiten; stremmen
妨げる samatageru belemmeren; hinderen; storen; bemoeilijken; obstrueren; [form.] impediëren; verstoren; ophouden; tegenhouden; dwarsbomen; dwars zitten; in de weg staan; blokkeren; beletten; verijdelen; verhinderen; [Belg.N.] vermoeilijken; [i.h.b.] vertragen; stuiten; stremmen
妨害する bōgaisuru storen; verstoren; hinderen; verhinderen; belemmeren; dwarsbomen; tegenhouden; ophouden; in de weg staan; obstrueren; obstructie voeren; plegen; blokkeren; onderbreken; verijdelen; roet in het eten gooien; [uitdr.] stokken in de wielen steken; [uitdr.] een spaak in het wiel steken; [uitdr.] iem. de voet dwars zetten; [uitdr.] iem. in de wielen rijden; [i.h.b.] saboteren; [i.h.b. muz.] jammen
引き止める;引き留める hikitomeru ophouden; beletten (voort) te gaan; tegenhouden; staande houden; [話をしかけて] aanspreken; aanklampen; accosteren; aborderen; [fig.] enteren; [fig.] praaien; [w.g.;inform.] attaqueren; [veroud.;gew.] aanranden
押さえる osaeru (1) onderdrukken; naar beneden drukken; (2) beheersen; bedwingen; (met overmacht) in bedwang houden; eronder houden; (3) tegenhouden; voorkomen; terughouden; (4) arresteren; gevangennemen; in hechtenis nemen; aanhouden; in zijn kraag grijpen; (5) [de oren] dichtstoppen; [met de handen de ogen] bedekken; verbergen; [met de handen het hoofd] vasthouden; [de hand voor de mond] houden; (6) [waar men recht op heeft;een deel van het loon etc.] achterhouden; terughouden; niet geven; onthouden; (7) beslag leggen op [goederen;eigendom;documenten etc.]; gerechtelijk in beslag nemen; confisqueren; (8) grijpen; pakken; nemen; in zijn klauwen krijgen; (9) een voorzichtige raming doen; een voorzichtige schatting maken; behoedzaam begroten; (10) plafonneren; niet hoger laten oplopen dan; [de prijzen] drukken; binnen een bepaalde limiet houden; onder een bepaalde limiet houden
押し止める oshitodomeru tegenhouden; stoppen; staande houden; weerhouden; beletten
控える hikaeru (1) paraat zitten; staan; ter beschikking staan; (2) zich gedeisd houden; op de achtergrond blijven; terughoudend zijn; zich bescheiden opstellen; zich inhouden; gematigd zijn; zich matigen; (3) vlakbij zijn; (4) ophanden zijn; binnenkort gaan gebeuren; imminent zijn; op komst zijn; (5) halt houden; (6) tegenhouden; inhouden; terughouden; weerhouden; ophouden; binnen de perken houden; matig zijn in; (7) beletten; zich onthouden van; afzien van; zich weerhouden van; (8) terugtrekken; (9) in z'n nabijheid hebben; in de buurt hebben; (10) binnenkort te verwachten hebben; (11) opschrijven; neerschrijven; noteren; optekenen; (12) [scheepv.] linksom roeien; (13) trekken
止める todomeru (1) stoppen; tot staan brengen; tegenhouden; onderscheppen; intercepteren; ophouden; beletten verder te gaan; [原級に] doen zittenblijven; (2) laten blijven; laten logeren; verblijf doen houden; (3) achterlaten; nalaten; [記録に] optekenen; vastleggen; registreren; vasthouden; onthouden; bewaren; prenten; (4) handhaven; houden; in stand houden; [原形を] behouden; (5) […に~] beperken; limiteren; binnen de perken houden; in bedwang houden; (6) [心を] concentreren; fixeren; (7) het erbij laten; afbreken; een voortijdig einde maken aan; discontinueren; (8) de genadeslag geven
止める;停める tomeru (1) stoppen; stopzetten; stilleggen; stilhouden; laten stilstaan; stillen; stuiten; tot stilstand brengen; stilzetten; tot staan brengen; parkeren; stallen; [aan de kant enz.] zetten; neerzetten; arrêteren; [de dief enz.] houden; een halt toeroepen; een punt zetten achter ~; een einde maken aan [een ruzie enz.]; ophouden; stremmen; [de aanvoer enz.] staken; afbreken; afsnijden; [een paard enz.] tegenhouden; vasthouden; aanhouden; inhouden; keren; [fig.] afdammen; [m.b.t. geluid;pijn] weren; ophouden; stelpen; (2) [het licht enz.] uitdoen; uitschakelen; [m.b.t. gas;water;radio] uitdraaien; dichtdraaien; afsluiten; uitzetten; afzetten; [de stroom] afbreken; afsnijden; (3) [m.b.t. inflatie enz.] bedwingen; beheersen; afremmen; beteugelen; breidelen; in toom houden; in bedwang houden; intomen; [de groei enz.] belemmeren; (4) beletten; verhinderen; verbieden; voorkomen; ontzeggen; verhoeden
留める tomeru (1) vastmaken; bevestigen; vastzetten; vastbinden; vastklemmen; vasthechten; vastleggen; fixeren; hechten; op z'n plaats houden; [糸を] afhechten; [編み目を] afkanten; [ロープを] vastsjorren; beleggen; seizen; [鋲で] vastkloppen; vastklinken; [釘で] vastnagelen; vastspijkeren; [ピンで] vastpinnen; [ボタンで] dichtknopen; toeknopen; vastknopen; [ホック;かぎで] aanhaken; vasthaken; dichthaken; (2) ophouden; tegenhouden; aanhouden; vasthouden; gevangen houden; in hechtenis houden; in arrest houden; in verzekerde bewaring houden; detineren; [学校で] laten nablijven; laten schoolblijven; (3) [心;気に] denken aan; ernstig overdenken; in acht nemen; acht slaan op; letten op; in gedachten houden; voor ogen houden; rekening houden met; zich aantrekken; aandacht schenken aan; ter harte nemen; indachtig zijn; gedachtig zijn; onthouden; in het hart prenten; in het gemoed prenten; (4) […に目を] de ogen vestigen op
禁 kin (1) verbod; verbodsbepaling; interdict; interdictie; embargo; (a) verfoeien; (b) verbieden; beletten; tegenhouden; (c) keizerlijk paleis; (d) vrijheidsbeperking
迎撃する geigekisuru (1) [mil.] onderscheppen; intercepteren; opvangen; ondervangen; tegenhouden; (2) [bokssp.] counteren; een tegenaanval ondernemen
防止する bōshisuru voorkomen; preveniëren; verhoeden; verhinderen; beletten; tegengaan; tegenhouden; een halt toeroepen; [i.h.b.] bezweren; [風邪を] couperen
阻害する sogaisuru belemmeren; hinderen; storen; blokkeren; beletten; obstrueren; versperren; ophouden; tegenhouden; tegenwerken; bemoeilijken; remmen; vertragen
阻止する;沮止する soshisuru stoppen; tegenhouden; blokkeren; verhinderen; weerhouden; in de weg staan; beletten; stuiten
Tijd: 1.58 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 22 treffers (zoekopdracht: 'tegenhouden').
2005-2026
