日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘tegenpartij’
日蘭辭典 (trefwoord)
aite相手
zn. (1) [同僚] medewerker m.; makker; kameraad m. (2) [先方] tegenpartij v.; tegenstander m. ¶ 相手なき onvergelijkelijk; zonder weerga. ¶ 相手をする gezelschap houden. ¶ 相手方 (法) andere partij; partij ten andere.
kōtekishu好敵手

zn. waardige tegenpartij v.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <tegenpartij>
他方 tahō andere kant; tegenpartij
先方 sakikata partner; tegenpartij; wederpartij; comparant ter andere zijde; [i.h.a.] hij; zij; ze
先方 senpō (1) partner; tegenpartij; wederpartij; comparant ter andere zijde; [i.h.a.] hij; zij; ze; [postwezen] ontvanger; bestemmeling; (2) [~に] vooruit; voorop; voor de boeg; (3) bestemming; eindpunt; [i.h.b.] reisbestemming; reisdoel
sen (1) [~の] vorig; (2) voorheen; eertijds; vroeger; (3) voorbeurt; (4) [go;shōgi] het eerst moeten uitspelen; aan de voorhand zijn; zitten; (5) [ここを~と] erop of eronder; alles of niets; (a) voorst; meest vooruit; (b) voorafgaand; voorgaand; (c) het initiatief nemen; pionier; (d) vooraf; op voorhand; (e) vroeger; eerder; tevoren; (f) vorig; (g) tegenpartij
反対者 hantaisha opponent; opposant; tegenstander; tegenstrever; tegenpartij; antagonist; vijand
向こう mukou (1) overzijde; overkant; tegenoverliggende kant; gindse kant; gene zijde; overluchtse streken; buitenland; (2) wederpartij; tegenpartij; partij; partner; hij; zij; ze; (3) plaats van bestemming; (4) aanstaande; komende; eerstkomende; volgende
向こうの mukouno (1) ginds; [arch.] gene; het; de … daarginder; (2) tegenoverliggend; tegenoverstaand; tegen-; over-; (3) zijn; haar; hun; … van de wederpartij; tegenpartij
向こう側 mukōgawa (1) overkant; overzijde; andere kant; gindse kant; gene zijde; overstaande zijde; tegenzijde; (2) tegenpartij; wederpartij
強豪 kyōgō (1) formidabele sterkte; superkracht; (2) zeer sterke speler; tegenstander; ploeg; tegenpartij; grootmacht
敵側 tekigawa vijandelijke zijde; kant van de vijand; tegenpartij
敵対者 tekitaisha tegenstander; vijand; antagonist; tegenstrever; tegenpartij; opponent; opposant; bestrijder
teki (1) vijand; antagonist; tegenwerker; tegenstrever; (2) tegenstander; tegenpartij; tegenspeler; opponent; opposant; tegenkandidaat; (3) rivaal; mededinger; concurrent
kata (1) beslag; inordebrenging; regeling; (2) één van een paar; de; het andere van een paar; weerga; wederpartij; tegenpartij; (3) een kant; een zijde
相手 aite (1) partner; (2) wederpartij; (3) tegenpartij; opponent; (4) gelijke; tegenhanger; partuur
相手方 aitekata partner; [i.h.b.] gesprekspartner; tegenpartij; tegenstander; tegenstrever; opponent; wederpartij; partij ter andere zijde
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.52 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'tegenpartij'). 
2005-2026