日蘭辭典+

19 resultaten voor ‘trillen’
日蘭辭典 (trefwoord)
yure搖れ
zn. schok m.; slingering v.; schudding v. ¶ 揺れる schokken; schommelen; slingeren; schudden; trillen.
soyogu戰ぐ
(戦ぐ) i.w. (1) [が] zuchten; suizen. (2) [が] ritselen; trillen; ruischen.
wananaku戰慄く

(戦慄く) i.w. sidderen; trillen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <trillen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
おどおどする odoodosuru (1) bangig zijn; bedeesd zijn; beschroomd zijn; schuchter zijn; verlegen zijn; timide zijn; bevangen zijn; bleu zijn; schroomvallig zijn; schuw zijn; blohartig zijn; vreesachtig zijn; angsthazerig zijn; bangelijk zijn; (2) beven van angst; schrik; bibberen; sidderen; trillen
がたつく gatatsuku (1) kletteren; rammelen; ratelen; klepperen; kleppen; klateren; (2) sidderen; beven; rillen; huiveren; trillen; bibberen; (3) wiebelen; wankelen; gammel zijn; krakkemikkig; krikkemikkig zijn; wankelbaar zijn
びくつく bikutsuku (1) trillen; beven; (2) sidderen; huiveren; bang zijn; in angst zitten
ぴくぴく pikupiku [~動く] trillen; trekken; krampachtig bewegen
ぶれる bureru (1) trillen; heen en weer bewegen; schommelen; wiebelen; [発言が] onstandvastig zijn; (2) [foto.] bewegen; onscherp zijn (door trillingen)
囀る saezuru (1) kwetteren; tjilpen; tjirpen; sjilpen; kwelen; trillen; zingen; schetteren; piepen; (2) kletsen; babbelen; kwebbelen; snateren; kwekken; klepperen; kleppen; klessebessen; ratelen; rammelen; rebbelen; [fig.] kakelen; [Belg.N.] tateren; [inform.] wauwelen; [Barg.] poekelen
戦く ononoku huiveren; sidderen; beven; rillen; bibberen; trillen
戦慄く wananaku (1) huiveren; sidderen; rillen; beven; bibberen; trillen; (2) [声;楽器の音が] vibreren; trillend klinken; (3) kreuken; kreukelen; krullen; (4) woelen; ritselen
振動する shindousuru trillen; oscilleren; vibreren; pulseren; slingeren
揺らぐ yuragu (1) trillen; beven; [枝が] zwaaien; [ろうそくの火が] flakkeren; flikkeren; (2) wankelen; onvast worden
揺らめく yurameku trillen; flakkeren; flikkeren; pinkelen; heen en weer bewegen
揺り動く yuriugoku heen en weer bewegen; op en neer gaan; zwiepen; slingeren; schommelen; deinen; trillen
揺れる yureru (1) beven; trillen; schudden; deinen; wiegen; wiebelen; [m.b.t. zeewier] golven; schokken; horten; [m.b.t. trein] hotsen; slingeren; schommelen; zwaaien; [m.b.t. schip] rollen; [m.b.t. schip] stampen; op en neer gaan; [m.b.t. kaarslicht] flakkeren; (2) wankelen; schudden [op zijn grondvesten]; in beroering zijn; in opschudding verkeren; in rep en roer zijn; (3) aan het wankelen raken; weifelen; onzeker zijn; in dubio staan
発振する hasshinsuru [nat.] oscilleren; trillen; (heen en weer) slingeren; schommelen
身振いする miburuisuru rillen; huiveren; sidderen; beven; trillen; bibberen
震える furueru (1) beven; trillen; lillen; vibreren; resoneren; [muz.;veroud.] trembleren; [muz.] tremuleren; (2) huiveren; bibberen; rillen; sidderen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.4 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'trillen'). 
2005-2026