
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
zetsumetsu・絶滅
zn. vernietiging v.; uitroeiing v. ¶ 絶滅する vernietigen; uitroeien; verdwijnen; uitsterven.
usureru・薄れる
i.w. flauwer en flauwer worden; geleidelijk verdwijnen.
useru・失せる
i.w. (1) [消失] verdwijnen. (2) [紛失] verloren raken. ¶ 出て失せろ donder op!
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verdwijnen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
去る saru (1) verlaten; weggaan (bij; van); vertrekken (bij; van; uit); ervandoor gaan; [gew.] aangaan; ertussenuit knijpen; opstappen; heengaan (van); heenlopen; [i.h.b.] sterven; scheiden (van; uit); [m.b.t. echtgenoot;echtgenote] zich laten scheiden van; zich verwijderen van; aflopen van; weglopen van; verdwijnen; wegkomen; zich wegscheren; [veroud.] zich wegpakken; [inform.] opdonderen; [inform.] ophoepelen; [inform.] opflikkeren; [inform.] oprukken; [w.g.] opdoeken; [studentent.] opzooien; [uitdr.] zich uit de voeten maken; (2) achter zich laten; op [x uur afstand enz.] liggen; afliggen van; verwijderd liggen van; (3) wijken; afnemen; wegtrekken; verdwijnen; overgaan; eindigen; ophouden te bestaan; aflopen; ten einde lopen; voorbijgaan; vergaan; (4) [m.b.t. seizoen;tijdruimte] verstrijken; voorbijgaan; vergaan; [i.h.b.] voorbijvliegen; verlopen; passeren; [fig.] omgaan; [fig.] omlopen; [fig.] omkomen; (5) verwijderen; afhalen; weghalen; wegwerken; uithalen; wegnemen; afdoen; afnemen; verbannen; zich af maken van; (6) zich ontdoen van; bannen; uitbannen; afzetten (van); laten varen; (7) [m.b.t. baan] opgeven; stoppen met; [m.b.t. ambt] neerleggen; verlaten; opzeggen; afstand doen van; bedanken voor; vaarwelzeggen; [m.b.t. toneel] afgaan (van); (8) totaal ~; volledig ~; compleet ~; geheel en al ~; volkomen ~ [voorafgegaan door een ren'yōkei]; (9) jongstleden; [afk.] jl.; laatstleden; [afk.] ll.; ~ dezer; vorige ~; verleden ~; gepasseerde ~
失踪する shissousuru vermist raken; worden; verdwijnen
失 shitsu (1) verlies; (2) vergissing; misser; (3) gebrek; tekortkoming; (4) [honkb.] veldfout; fout; (a) verliezen; kwijtraken; verdwijnen; (b) onwillekeurig lossen; (c) fout; misser; vergissing
晴れる;霽れる hareru (1) opklaren; ophelderen; ophalen; [van mist] optrekken; wegtrekken; ophouden [met regenen enz.]; [gew.;m.b.t. weer] opschonen; verdwijnen; [van gevoelens e.d.] wijken; oplossen; ophouden; (2) opgeruimder worden; bijtrekken; opmonteren; opkikkeren; beter gehumeurd worden; (3) [verdenking;zonden e.d.] kwijtraken; gezuiverd worden van; vrijgepleit worden
朽ちる kuchiru (1) vergaan; verteren; verrotten; vermolmen; verweren; [jachtt.] verloederen; (2) vergaan; verdwijnen; verloren gaan; (3) [fig.] ondergaan; sterven in de anonimiteit
沈む shizumu (1) zinken; verzinken; vergaan; wegzinken; verdwijnen; (2) wegzakken; zakken; verzakken; inzakken; ineenzakken; (3) [m.b.t. zon;maan] ondergaan; dalen; (4) in de put raken; terneergeslagen raken; down raken; neerslachtig worden; gedeprimeerd raken; ontmoedigd raken; zwaarmoedig worden; moedeloos worden; tot zwaarmoedigheid vervallen; (5) [m.b.t. mahjong e.d.] lager scoren dan de beginstand; (6) [m.b.t. bokser] neergaan; tegen de vlakte gaan; kennismaken met het canvas; tegen het canvas gaan
没する bossuru (1) [日が] ondergaan; (2) verdwijnen; opgaan; [船が] verzinken; (3) sterven; heengaan; overlijden; (4) doen verdwijnen; doen opgaan in; verzwelgen; (5) aanslaan; in beslag nemen; confisqueren; (6) negeren; miskennen; verloochenen
消える kieru (1) [火が] uitgaan; doven; uitdoven; uitpieteren; verglimmen; [lit.t.] verblinken; [veroud.] uitblaken; [w.g.] verdoven; (2) [雪が] smelten; wegsmelten; dooien; (3) verdwijnen; uit het zicht verdwijnen; [fig.] in rook; damp opgaan; [fig.] verdampen; zich oplossen; vervagen; verijlen; [雲が] wegdrijven; [痛みが] wijken; geleidelijk minder worden; minderen; slijten; [望みが] vervliegen; [音が] wegsterven; versterven; [veroud.] verklinken; [gew.] verhelmen; [泡が] uiteenspatten; (4) uitsterven; ophouden te bestaan; [噂が] overwaaien; voorbijgaan; [鉱脈が] uitgeput raken; (5) wegslijten; afslijten; uitslijten
消え去る kiesaru weggaan; verdwijnen; vervagen; wegzakken; wegvallen; wegsterven; uitsterven; [希望が] vervliegen; [Belg.N.] wegdeemsteren
消滅する shoumetsusuru uitsterven; ophouden te bestaan; uitgewerkt raken; verdwijnen; [jur.] vervallen; tenietgaan; verlopen; nietig worden; ongeldig worden; verstrijken; [m.b.t. zonde] uitgeboet worden
滅ぶ horobu (1) vallen; ten onder gaan; te gronde gaan; ondergaan; ten val komen; tenietgaan; verwoest; vernietigd worden; vergaan; vervallen; het afleggen; verloren gaan; teloorgaan; (2) uitsterven; uitgeroeid worden; het erbij inschieten; ophouden te bestaan; verdwijnen
潜る moguru (1) duiken; onderduiken; kopje-onder gaan; in de diepte schieten; zich bergen onder; schuilgaan; (2) wegduiken; verdwijnen; zich verbergen in; zich verstoppen; zich schuilhouden; zich verschuilen
無くなる nakunaru verdwijnen; zoekraken; verloren gaan; [inform.] foetsie raken; [form.] teloorgaan; blijven; weggaan; wijken; [van lust;zin e.d.] vergaan; [van moed;hoop enz.] ontvallen; tenietgaan; kwijtraken; opraken; zonder (~) komen te zitten; opgaan; ophouden (te bestaan); wegsterven; versterven; ter ziele gaan; overgaan; eindigen; komen te vervallen; [veroud.;lit.t.] verzwinden
落ち着く;落着く ochitsuku (1) kalmeren; bedaren; zijn kalmte herwinnen; het hoofd koel proberen te houden; (2) zich vestigen in; gaan wonen in; een vaste stek vinden in; (3) [m.b.t. pijn] ophouden; wegebben; verdwijnen; [m.b.t. onlusten;rellen;gespannen situatie;verwarring etc.] bedaren; tot kalmte komen; luwen; stiller worden; (4) stabiliteit vinden; zijn evenwicht vinden; een standvastige positie verwerven; instabiliteit overwinnen; (5) in overeenstemming zijn met; harmoniëren met; passen bij; (6) een vaste en onveranderlijke vorm aannemen; uitkristalliseren; een stabiele vorm aannemen; een definitieve gestalte krijgen; niet meer aan veranderingen onderhevig raken
行く;往く;逝く yuku (1) gaan; zich bewegen naar; zich begeven; stevenen; koersen; koers zetten; aangaan op; tijgen; varen; treden; trekken; [m.b.t. wegen] leiden; voeren; (2) komen; aankomen; arriveren; bereiken; bezoeken; aandoen; langskomen; (3) langsgaan; passeren; voorbijgaan; vlieden; vervlieden; verstrijken; verlopen; langskomen; langstrekken; voorbijlopen; wegstromen; vlieten; overwaaien; verdwijnen; (4) heengaan; sterven; verscheiden; verlaten; vertrekken; weggaan; afreizen; afvaren; (5) [als bruid;schoonzoon;adoptiekind enz.] toetreden tot haar; zijn nieuwe familie; (6) genoegen vinden; tevreden zijn; vergenoegd zijn; (7) vooruitgaan; vorderen; voortgaan; opschieten; gedaan worden; uitgevoerd worden; toegepast worden; vallen; uitvallen; uitpakken; aflopen; (8) ontstaan; opleveren; resulteren in; brengen; (9) komen; klaarkomen; [volkst.] aan zijn gerief komen; een orgasme krijgen; afgaan; [volkst.;m.b.t. mannen] schieten; (10) blijven ~ [drukt voortduring;voortgang van een handeling of toestand uit]
解ける tokeru (1) losraken; losgaan; loskomen; loslaten; [i.h.b.] tornen; (2) wijken; slinken; verdwijnen; overgaan; opgehelderd raken; uit de wereld raken; (3) opgeheven raken; ontheven raken; komen te vervallen; [束縛が] vallen; bevrijd raken van; (4) zich ontspannen; [警戒が] verslappen; (5) opgelost raken; [数学の問題が] uitkomen; (6) [雪;氷が] smelten; versmelten; dooien; ontdooien
隠滅する inmetsusuru (1) verdwijnen; (2) tenietdoen; doen verdwijnen en vernietigen; verbergen; achterhouden
Tijd: 1.45 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'verdwijnen').
2005-2026
