
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (titelwoord)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <生>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
生 shou (1) leven; (2) cash; (3) afkomst; geboorte; (4) sprekend gelijkend; (a) leven; (b) levend wezen; (c) baren; geboren worden; (d) kiemen; opgroeien; (e) onbewerkt; rauw
生 sei (1) leven; (2) leven; bestaan; (3) ik [(♂) persoonlijk voornaamwoord van de eerste persoon mannelijk enkelvoud in de bescheidenheidsvorm]
生 nama (1) lef; brutaliteit; vrijpostigheid; onbeschaamdheid; insolentie; schaamteloosheid; impertinentie [verkorting van namaiki 生意気]; (2) tapbier; tappils; bier van het vat; bier uit de tap [verkorting van namabīru 生びーる]; (3) contanten; klinkende munt; contant geld; baar geld; gereed geld; gerede penningen [verkorting van gennama 現生]; (4) rauw; ongekookt; (au) naturel; ongebakken; onbereid; niet gaar; [m.n. van brandhout] groen; [m.n. van uitzending;optreden] live; [m.n. van manuscript] origineel; [m.n. van grondstof] onbewerkt; ruw; ongeraffineerd; [van mening] spontaan; [van informatie] eerstehands; (5) groen; onrijp; onervaren; onbedreven; ongeoefend; primitief; (6) half-; would-be ~ [prefix voor yōgen;ren'yōkei-vormen en meishi]
Tijd: 1.18 sec. jiten.nl: 1 treffer, warandict: 3 treffers (zoekopdracht: '生').
2005-2026
