日蘭辭典+

22 resultaten voor ‘afkomst’
日蘭辭典 (trefwoord)
shussho出所
zn. afkomst v.; herkomst v.; oorsprong m. ¶ 語の出所 afleiding van een woord. ¶ 報告の出所 bron van informatie.
umare

zn. (1) [出生] geboorte v. (2) [出生地] geboorteplaats v. (3) [家系] afkomst v. (4) [うまれつき] aard m.; inborst v. ¶ 生れよき van goede familie. ¶ 生れ落ちた時から sinds zijn geboorte.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <afkomst>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ルーツ ruutsu (1) wortel; (2) oorsprong; origine; herkomst; (3) roots; afkomst; afstamming
出自 shutsuji (1) plaats van herkomst; oorsprong; bakermat; origine; (2) geboorteplaats; afkomst; roots
de (1) het naar buiten komen; het verschijnen; tevoorschijnkoming; [veroud.] uitkomst; (2) uitloop; opkomst; (3) aanwezigheid; [i.h.b.] het verschijnen op het werk; presentie; (4) [ton.] opkomst; verschijning ten tonele; entree; (5) [geisha-jargon] opwachting bij een klant; bezoek; (6) begin; aanvang; aanzet; aanhef; (7) oorsprong; afkomst; roots; extractie; [onderw.] alma mater; (8) uitsteeksel; [bouwk.] vlucht; (9) [scheepv.] top van de achtersteven; (10) [pregnant] inhoud; waarde
同系 doukei [geneal.] dezelfde lijn; linie; afstamming; stam; afkomst
家柄 iegara (1) status; aanzien; prestige van een familie; (2) afstamming; herkomst; afkomst; (3) voorname; deftige; achtbare; respectabele; aanzienlijke familie; goede komaf
家系 kakei stamlijn; geslachtslijn; lijn; afstammingslijn; afstamming; afkomst
toko (1) plaats; plek; (2) huis; thuis; (3) familie; afkomst; (4) moment; (5) geval; (6) […がとこ] ten bedrage van
氏素性 ujisujou familiale achtergrond; afkomst
uji (1) achternaam; familienaam; geslachtsnaam; (2) afkomst; afstamming; komaf; origine; geboorte
流れ nagare (1) stroom; verloop; vloed; gang; sliert; (2) stroming; school; afstamming; afkomst; (3) afterpartygangers; (4) zwerftocht; omzwerving; dwaaltocht; peregrinatie; (5) afgelasting; annulering; (6) verbeuring; verbeurdverklaring; verval; (7) helling; schuining
生まれ;生れ umare (1) geboorte; (2) afkomst; afstamming; geslacht; familie; (3) karakter; aard; inborst; natuur; (4) geboorteplaats
shou (1) leven; (2) cash; (3) afkomst; geboorte; (4) sprekend gelijkend; (a) leven; (b) levend wezen; (c) baren; geboren worden; (d) kiemen; opgroeien; (e) onbewerkt; rauw
san (1) het baren; het bevallen; bevalling; baring; partus; verlossing; geboorte; [fig.] kraambed; (2) bakermat; geboorteplaats; origine; afkomst; afstamming; [fig.] wieg; (3) product; [m.b.t. personen] een geboren …; [fig.;m.b.t. personen] zoon; dochter van …; ingeborene van …; (4) fortuin; vermogen; rijkdom; bezit; middelen; (5) made in …; vervaardigd in …; afkomstig uit …; uit …; van … afkomst; van …; … van geboorte; geboortig van; uit; … van origine; van … bodem; (a) baren; een kind ter wereld brengen; (b) voortbrengen; product; (c) vermogen; bezit
筋;条 suji (1) vezel; draad; [oneig.] zeen; [oneig.] pees; [oneig.] spier; (2) ader; (3) aanleg; talent; gave; (4) lijn; streep; voor; vore; (5) [geneal.] lijn; linie; afstamming; afkomst; komaf; descendentie; bloed; (6) draad; plot; intrige; verwikkeling; rode draad; verhaallijn; (7) rede; logica; ratio; zinnigheid; (8) [確かな;信頼すべき~] zijde; bron; kringen; (9) traject; tracé; (10) [囲碁;将棋の] cruciale zet; (11) [maatwoord voor langgerekte objecten zoals rivieren;obi's;lijnen;rookkolommen;wegen enz.]
系統 keitou (1) systeem; stelsel; bestel; geordend geheel; (2) de bodemgesteldheid; de geologische kenmerken van een bepaalde ondergrond; de gesteldheid van de grond; de aard van de bodem; de geologie van een bepaalde bodem; (3) afstamming; afkomst; stamboom; geslachtslijst; genealogie; (4) [plantk.;dierk.] taxonomie; de leer van de biologische systematiek; (5) [taalk.] taalgenealogie; de afstamming van een taal; de genetische verwantschap van talen met andere talen; (6) een politieke partij; een partij; een politieke vereniging; een factie; een agerende politieke beweging; (7) de bron van een epidemie; de haard van een besmettelijke ziekte; de haard van een volksziekte
素生;素性;素姓;種姓 sujou (1) afkomst; geboorte; afstamming; familie; huize; komaf; origine; descendentie; (2) identiteit; wie men is en waar men vandaan komt; (3) (iems.) verleden; achtergrond; antecedenten; voorgeschiedenis; [fig.] vorig leven
血統 kettou afstamming; bloed; geslacht; bloedverwantschap; afkomst; komaf; origine; descendentie; afstammingslijn; bloedlijn; familielijn
起源;起原 kigen oorsprong; origine; begin; bron; afkomst
身分 mibun (1) positie; omstandigheden; (2) rang; stand; klasse; (sociale) status; (maatschappelijk) aanzien; (3) afkomst; [高い~] geboorte; identiteit
sato (1) dorp; gehucht; (2) geboorteland; vaderland; heimat; geboortestreek; geboortegrond; thuis; [veroud.] heim; [veroud.] heem; [w.g.] thuisland; (3) platteland; provincie; landelijk gebied; (4) roots; afkomst; oorsprong; origine; wortels; [inform.] komaf; [fig.] background
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.42 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 20 treffers (zoekopdracht: 'afkomst'). 
2005-2026