日蘭辭典+

28 resultaten voor ‘aanvang’
日蘭辭典 (trefwoord)
yarikake遣掛
(遣り掛け; 遣りかけ) zn. begin o. ¶ 遣掛の begonnen; half afgedaan; onafgedaan; aanvankelijk. ¶ 遣掛ける beginnen; een aanvang maken; bezig zijn met.
hajime
(初め、始め、初) zn. begin o.; aanvang m.; oorsprong m. ¶ 始の eerst; aanvankelijk; oorspronkelijk. ¶ 始に in het begin; in den beginne; aanvankelijk.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <aanvang>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
アルファ arufa (1) alfa; (2) [fig.] alfa; begin; aanvang; eerste; (3) alfa [= onbekende grootheid]; (4) [honkb.;veroud.] alfa [markeert een virtuele overwinning]; (5) [atlet.] alfa [markeert een virtueel record bij het (polsstok)hoogspringen]; (6) iets extra's; extraatje meer
入り iri (1) binnenkomst; intrede; entree; betreding; intocht; inkomst; [Belg.N.] inkom; (2) inhoud; het aanwezig zijn van; aanwezigheid; opkomst; (3) [日;月の] ondergang; (4) begin; aanvang; start; eerste dag; (5) inkomen; inkomsten; oogst; opbrengst; winst; recette; (6) kost; kosten; onkosten; lasten; uitgaven; (7) "aan"-stand; aan; ingeschakeld; (8) met … erin
出出し dedashi begin; start; aanvang
出掛け degake (1) [~に] net voor z'n vertrek; toen iem. net op het punt staat te vertrekken; […への~に] onderweg naar; (2) eerste stap; begin; aanvang; start
de (1) het naar buiten komen; het verschijnen; tevoorschijnkoming; [veroud.] uitkomst; (2) uitloop; opkomst; (3) aanwezigheid; [i.h.b.] het verschijnen op het werk; presentie; (4) [ton.] opkomst; verschijning ten tonele; entree; (5) [geisha-jargon] opwachting bij een klant; bezoek; (6) begin; aanvang; aanzet; aanhef; (7) oorsprong; afkomst; roots; extractie; [onderw.] alma mater; (8) uitsteeksel; [bouwk.] vlucht; (9) [scheepv.] top van de achtersteven; (10) [pregnant] inhoud; waarde
劈頭 hekitou begin; aanvang; start
吹き出し fukidashi (1) tekstballon; balloon; tekstwolkje; (2) aanvang; begin van het windseizoen; (3) uitbarsting
始まり hajimari (1) begin; aanvang; start; opening; [i.h.b.] aanhef; (2) begin; oorsprong; origine; aanzet
始め;初め;始;初 hajime (1) begin; oorsprong; origine; eerste; (2) begin; aanvang; start; opening; [i.h.b.] aanhef; (3) ~ inbegrepen; ~ en anderen; [iedereen;allen enz.] te beginnen met ~
巻頭 kantou (1) [巻物;書物;雑誌の] begin van een boek; eerste gedeelte; (2) begin; aanvang
jo (1) orde; schikking; voorrang; (2) voorwoord; woord vooraf; inleiding; voorbericht; prolegomena; intro; (3) begin; start; opening; aanvang; beginstadium; aanvangsstadium; voorstadium; (4) [Jap.stijll.] jokotoba; (5) [nō-toneel] introductie; [theat.] voorstukje; lever de rideau; (6) afscheidsrede; (a) orde; schikking; (b) begin; start; (c) voorwoord
振り出し furidashi (1) het naar buiten schudden; strooien; (2) strooier; bus; vaatje met doorboord deksel; (3) infusie; aftreksel als geneesmiddel; drankje; infusum; geneesthee; (4) [hand.] emissie; uitgifte; [手形の] trekking; (5) eerste dobbelsteenworp; (6) begin; aanvang; start; aanvangspunt; beginpunt; startpunt
最初 saisho begin; aanvang; start
ho (a) heer; (b) begin; aanvang; (c) uitgestrekt; omvangrijk
発祥 hasshou (1) opkomst; ontstaan; oorsprong; begin; aanvang; (2) [Chin.gesch.] verschijning van een gunstig voorteken dat men keizer zal worden
発端 hottan allereerste; prille begin; grondbegin; aanvang; aanzet; start; oorsprong; origine; beginpunt
発足 hossoku start; aanvang; begin; totstandkoming; [i.h.b.] stichting; [fig.] lancering
着手 chakushu terhandneming; begin; aanvang; aanvaarding
突っ掛け tsukkake (1) geconcentreerde en prompte aanpak; (2) begin; aanvang; (3) [kabuki] tsukkake [soort van orkestmuziek opgevoerd bij de onstuimige opkomst van een hoofdrolspeler]; (4) tsukkake [= soort van sandaal]
tan (1) begin; start; aanzet; (2) [= lengtemaat voor kimonostof] ca. 11 m; (a) strakke vorm; rechtlijnig; (b) uiteinde; (c) begin; aanvang; (d) zaken; dingen; (e) waarachtig; oprecht
hashi (1) uiteinde; einde; tip; staart; (2) rand; kant; boord; zoom; marge; grens; uithoek; hoek; [gew.] uitkant; (3) eindje; fragment; stukje; (4) flard; gedeelte; (5) begin; eerste; (6) [bouwk.] buitenkant; buitenzijde; voor; voorgedeelte; [i.h.b.] straatzijde; straatkant; (7) aanhef; voorwoord; voorbericht; inleiding; (8) aanvang; start; begin; (9) bescheiden positie; status; (10) lagere prostituee; (11) […~に] terwijl; en daarnaast
糸口 itoguchi (1) eind van een draad; (2) begin; start; aanvang; aanzet; (3) aanwijzing; aanduiding; spoor; hint; aanknopingspunt; vingerwijzing; gegeven dat de weg wijst; draad
sou (1) klad; schets; ontwerp; concept; (2) cursief schrift; grasschrift; verkort schrift; (3) cursieve variant van Man'yōgana; (4) [~の] informeel; alledaags; vereenvoudigd; (a) gras; (b) grasrijk; landelijk; (c) geïmproviseerd; eenvoudig; (d) klad; schets; (e) grasschrift; (f) begin; aanvang
萌芽 houga (1) ontspruiting; ontluiking; ontkieming; (2) [fig.] begin; aanvang; teken; aankondiging; voorteken; voorbode; (3) spruit; scheut; uitspruitsel; schoot; kiem; loot; uitloper
起こり okori (1) oorsprong; herkomst; origine; bron; (2) begin; aanvang; start; (3) oorzaak
開始 kaishi begin; aanvang; start; aanzet; [旅行の] aanvaarding
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.41 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 26 treffers (zoekopdracht: 'aanvang'). 
2005-2026