
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
hajime・始
(初め、始め、初) zn. begin o.; aanvang m.; oorsprong m. ¶ 始の eerst; aanvankelijk; oorspronkelijk. ¶ 始に in het begin; in den beginne; aanvankelijk.
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
over:lavendel・ラベンダー
ラベンダー rabendā (1) Lavendel (Lavandula) is een struik (低木, teiboku); is een genus/geslacht (属, zoku) dat 39 bloeiende plantensoorten omvat (bloeiende planten: 被子植物, hishi shokubutsu; soort: 種 shu; diverse soorten: 品種, hinshu); maakt deel uit van de lipbloemenfamilie (Lamiaceae) (シソ科, shiso-ka). (2) kleurnaam voor een kleur paars.
¶ ラベンダー(英: Lavender)は、シソ科の背丈の低い常緑樹である。 Rabendā (ei: Lavender) wa, Shiso-ka no setake no hikui jōryokuju de aru. Lavendel (Engels: Lavender) is een groenblijvende plant van lage hoogte van de lipbloemenfamilie. ¶ 原産は地中海沿岸とされる。 Gensan wa chichūkai engan to sareru. De kusten van de Middellandse Zee worden als plaats van oorsprong beschouwd. [NB en.wikipedia.org poneerde Azië] ¶ ラベンダー色とは薄紫色を意味する。 Rabendā-iro to wa usumurasaki-iro wo imisuru. Lavendel (kleur) betekent lichtpaars (een lichtpaarse kleur). (2012/03/01)
¶ ラベンダー(英: Lavender)は、シソ科の背丈の低い常緑樹である。 Rabendā (ei: Lavender) wa, Shiso-ka no setake no hikui jōryokuju de aru. Lavendel (Engels: Lavender) is een groenblijvende plant van lage hoogte van de lipbloemenfamilie. ¶ 原産は地中海沿岸とされる。 Gensan wa chichūkai engan to sareru. De kusten van de Middellandse Zee worden als plaats van oorsprong beschouwd. [NB en.wikipedia.org poneerde Azië] ¶ ラベンダー色とは薄紫色を意味する。 Rabendā-iro to wa usumurasaki-iro wo imisuru. Lavendel (kleur) betekent lichtpaars (een lichtpaarse kleur). (2012/03/01)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <oorsprong>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
バース baasu (1) [scheepv.] ligplaats; ankerplaats; aanlegplaats; (2) slaapplaats; couchette; [scheepv.] hut; kooi; (3) [たくしーの] standplaats; [ばすの] perron; (4) verzen; dichtwerk; gedichten; poëzie; (5) vers; versregel; dichtregel; (6) geboorte; ontstaan; begin; oorsprong; (7) Bath; (8) Barth; Bass
ルーツ ruutsu (1) wortel; (2) oorsprong; origine; herkomst; (3) roots; afkomst; afstamming
出所;出どころ;出処 dedokoro (1) bron; oorsprong; origine; begin(punt); herkomst; (2) uitgang; uitweg; (3) moment om in actie te komen; om op te treden
出自 shutsuji (1) plaats van herkomst; oorsprong; bakermat; origine; (2) geboorteplaats; afkomst; roots
出 shutsu (1) aanwezigheid; (2) vertrek; verlating; (3) afstammeling; [fig.] zoon; (4) ontsnapping; (5) [bijb.] Exodus; [Hebr.] Sjemot; [afk.] Exod.; [afk.] Ex.; (6) opdringerig; bemoeiziek; vrijpostig; brutaal; (a) uitgaan; eruit gaan; (b) gaan naar; (c) verschijnen; (d) uitblinken; uitmunten; (e) zich voordoen; gebeuren; (f) uitbrengen; naar buiten brengen; (g) betalen; (h) doen verschijnen; laten zien; (i) voortbrengen; (j) oorsprong; herkomst
出 de (1) het naar buiten komen; het verschijnen; tevoorschijnkoming; [veroud.] uitkomst; (2) uitloop; opkomst; (3) aanwezigheid; [i.h.b.] het verschijnen op het werk; presentie; (4) [ton.] opkomst; verschijning ten tonele; entree; (5) [geisha-jargon] opwachting bij een klant; bezoek; (6) begin; aanvang; aanzet; aanhef; (7) oorsprong; afkomst; roots; extractie; [onderw.] alma mater; (8) uitsteeksel; [bouwk.] vlucht; (9) [scheepv.] top van de achtersteven; (10) [pregnant] inhoud; waarde
創始者 soushisha schepper; grondlegger; voortbrenger; oorsprong
原因 genin (1) oorzaak; grondoorzaak; reden; aanleiding; predispositie; (2) factor; medebepalend element; omstandigheid; (3) bron; wortel; origine; oorsprong
原本 genpon (1) oorspronkelijk document; stuk; oorspronkelijke; originele tekst; oertekst; grondtekst; basistekst; brontekst; origineel; archetype; (2) bron; oorsprong; basis; grond; fundament; grondslag; principe
原点 genten (1) beginpunt; begin; bron; oorsprong; uitgangspunt; aanvangspunt; startpunt; vertrekpunt; (2) [meetk.] oorsprong; (3) puntenaantal aan het begin van een spel; puntental waarmee een speler begint
原 gen (1) origineel; oorspronkelijk; oer-; basis-; grond-; (a) vlakte; veld; grasland; braakland; woestenij; (b) bron; begin; oorsprong; (c) basis; (d) [afk.] atoom; kernenergie
因縁 innen (1) lot; lotsbeschikking; lotsbestemming; lotsbesteding; [boeddh.] karma; (2) oorsprong; ontstaan; herkomst; geschiedenis; voorgeschiedenis; (3) lotsverbondenheid; (4) voorwendsel; excuus; smoes tot ruzie
因 in (1) reden; oorzaak; wezen; oorsprong; (2) [boeddh.;Ind.fil.] hetu [= hoofdoorzaak]; (a) gegrond zijn op; steunen op; (b) oorzaak; grond; (c) provincie Inaba
大本 oomoto essentie; wezen; grond; bron; oorsprong; basis
始まり hajimari (1) begin; aanvang; start; opening; [i.h.b.] aanhef; (2) begin; oorsprong; origine; aanzet
始め;初め;始;初 hajime (1) begin; oorsprong; origine; eerste; (2) begin; aanvang; start; opening; [i.h.b.] aanhef; (3) ~ inbegrepen; ~ en anderen; [iedereen;allen enz.] te beginnen met ~
本来 honrai (1) (in het) begin; van huis uit; (van) oorsprong; (in) origine; (in de) eerste plaats; (2) (in de) grond; (in) principe; (in) beginsel; (in) wezen; (3) aanvankelijk; oorspronkelijk; origineel; primair; (4) essentieel; principieel; fundamenteel; wezenlijk; eigenlijk; au fond; per se; op zichzelf; (5) normaliter; (van) nature; ~ van aard; in se; in eigenlijke zin; [i.h.b.] rechtmatig
根元 kongen oorsprong; ontstaan; bron; wortel; oorzaak; [fig.] grond
根底 kontei basis; grond; grondslag; fundament; wortel; oorsprong
根本 konpon origine; ontstaan; oorsprong; wortel; essentie; wezen; basis; fundament; grondslag
根 kon (1) wortel; oorsprong; grondslag; begin; origine; bron; (2) [boeddh.] indriya; ± vermogens; (3) uithouding; volharding; vitaliteit; (4) geslachtsorgaan; [i.h.b.] mannelijk lid; (5) [wisk.] wortel van een vergelijking; (6) [wisk.] wortel; (7) [chem.] radicaal; groep; (a) [biol.] wortel; (b) basis; oorsprong; origine; (c) energie; vermogen; (d) [boeddh.] indriya; (e) [wisk.] wortel
根 ne (1) wortel; (2) grondslag; oorsprong; roots; wortel; basis; oorzaak; (3) wezen; kern; (van) nature; grond; wezenlijke; (4) grond; reden
源 minamoto (1) bron; rivierbron; (2) oorsprong; origine; ontstaan; (3) Minamoto
源流 genryuu (1) bron; oorsprong; rivierbron; bovenloop; (2) [fig.] oorsprong; bron; begin; origine
源 gen (a) waterbron; wel; (b) oorsprong; bron; (c) [Jap.gesch.] Minamoto
由来 yurai (1) oorsprong; origine; ontstaan; bron; herkomst; geschiedenis; genese; (2) oorspronkelijk; aanvankelijk; van in; bij het begin; vanaf het begin; van nature; uit de aard der zaak
発祥 hasshou (1) opkomst; ontstaan; oorsprong; begin; aanvang; (2) [Chin.gesch.] verschijning van een gunstig voorteken dat men keizer zal worden
発端 hottan allereerste; prille begin; grondbegin; aanvang; aanzet; start; oorsprong; origine; beginpunt
縁起 engi (1) origine; herkomst; oorsprong; [m.b.t. tempel] (voor)geschiedenis; (2) voorteken; omen; auspiciën; (3) [boeddhologie] pratītya-samutpāda; (4) [boeddhologie] nidāna
謂れ iware (1) reden; grond; motief; beweegreden; (2) geschiedenis; voorgeschiedenis; herkomst; oorsprong; origine
起 ki (a) opstaan; opstijgen; zich verheffen; (b) aanvangen; starten; (c) begin; oorsprong
起こり okori (1) oorsprong; herkomst; origine; bron; (2) begin; aanvang; start; (3) oorzaak
起因 kiin oorsprong; oorzaak
起源;起原 kigen oorsprong; origine; begin; bron; afkomst
起点 kiten uitgangspunt; aanvangspunt; beginpunt; startpunt; oorsprong; origine; begin
里 sato (1) dorp; gehucht; (2) geboorteland; vaderland; heimat; geboortestreek; geboortegrond; thuis; [veroud.] heim; [veroud.] heem; [w.g.] thuisland; (3) platteland; provincie; landelijk gebied; (4) roots; afkomst; oorsprong; origine; wortels; [inform.] komaf; [fig.] background
首 shu (1) hoofd; kop; (2) hoofd; leider; aanvoerder; (3) kopstuk; aanstoker; bendeleider; (4) begin; oorsprong; (5) [maatwoord voor tanka en Chinese gedichten (Kanshi 漢詩)]
Tijd: 1.41 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 37 treffers (zoekopdracht: 'oorsprong').
2005-2026
