日蘭辭典+

185 resultaten voor ‘maken’
日蘭辭典 (trefwoord)
suruする
i.w. (1) [行ふ] handelen; t.w. doen. t.w. (2) [作る] maken i.w. (3) [價する] kosten.
akuyō惡用
(悪用) zn. misbruik o. ¶ 惡用する misbruiken; misbruik maken van.
amakuchi甘口
zn. vleierij (口上手). ¶ 甘口に乘せる vleien. (俗) opkammen. (俗) lekker maken.
ame
zn. gelei van kleefrijst. ¶ 飴を嘗めさす vleien; lekker maken.
anjiru案じる
t.w. (1) [考へる] denken over; overdenken; nadenken over. (2) [工夫する] t.w. uitdenken; bedenken; verzinnen. (3) [心配する] ongerust zijn over; zich bezorgd maken over. ¶ 案じ煩ふ doodelijk ongerust zijn.
atama
zn. (1) [頭] hoofd o.; kop m. (2) [頭腦] hersens m. (3) [頭初] begin o. (4) [首領] hoofd o.; aanvoerder m. ¶ 頭の天邊から足の爪迄 van top teen. ¶ 頭をはねる commissie nemen op loon, dat men uitbetaalt. ¶ 頭を痛める zich het hoofd breken; zich ongerust maken. ¶ 頭を刈って貰ふ zijn haar laten knippen. ¶ 頭を上げる het hoofd buigen. ¶ 頭がある verstandig. ¶ 頭なき onverstandig; dom; zinneloos.
atatameru溫める
(温める・暖める) t.w. warmen; warm maken; opwarmen (食物を).
atehameru當嵌める
(当て嵌める・当てはめる) t.w. toepassen; geschikt maken voor; passend maken.
ateruあてる
(当てる・當てる) t.w. (1) [命中] raken; treffen. (2) [充當] toewijzen. (3) [曝す] blootstellen aan. (4) [宛に出す] richten tot; adresseeren aan. (5) [解く] raden; gissen. (6) [病氣にする] ziek maken; vergiftigen. (7) [火に當てる] warmen; verwarmen. (8) [成功する] i.w. slagen. (9) [適用する] toepassen; aanwenden. ¶ うまくあてられた goed geraden. ¶ 穴に補布をあてる een stuk inzetten; een scheur herstellen. ¶ 鑛脈に堀り當てる een ader treffen.
ageあげ
t.w. opnaaisel o. ¶ あげをする opnaaisel maken.
jitoku自得
zn. zelfvoldoening v.; zelfingenomenheid v.; zelfgenoegzaamheid v. ¶ 自得する tevreden zijn; zich eigen maken.
akaruku明るく
bw. licht; helder; duidelijk. ¶ 明るくなる dagen (夜が明ける); (通曉する) op de hoogte komen van; bekwaam worden in. ¶ 明るくする licht maken. ¶ ランプを明るくする de lamp opdraaien.
akarumi明るみ
zn. (1) [公明] licht o. (2) [公開] openbaarheid v. ¶ 明るみに出す aan het licht brengen; openbaar maken; publiek maken. ¶ 明るみに出る aan het licht komen; bekend worden.
ningen人間
zn. (1) [] mensch m.; menschelijk wezen o.; schepsel o. (2) [人類] menschheid v. (3) [世間] de wereld v. ¶ 人間時代 het tijdperk van de mensch. ¶ 人間以上の bovenmenschelijk. ¶ 人間らしい menschelijk. ¶ 人間にする een man maken van. ¶ 人間の menschelijk; stervelijk. ¶ 人間嫌ひ menschenhater; misanthroop. ¶ 人間世界 de menchenwereld. ¶ 人間業 menschelijk werk; menschenwerk.
akiraka ni明かに
(明らかに) bw. (1) [明白] duidelijk; blijkbaar; klaarblijkelijk. (2) [輝く] helder. ¶ 明かになる duidelijk worden; blijken. ¶ 明かにする duidelijk maken; ophelderen; te verstaan geven.
yamesaseru止めさせる
i.w. een einde maken aan; zorgen, dat men ophoudt.
yarikake遣掛
(遣り掛け; 遣りかけ) zn. begin o. ¶ 遣掛の begonnen; half afgedaan; onafgedaan; aanvankelijk. ¶ 遣掛ける beginnen; een aanvang maken; bezig zijn met.
de
vz. (1) [時間の場合] in; over; op. (2) [場所の場合] in; op; te. (3) [手段の場合] door; door middel van; per; met. (4) [年齡の場合] op. (5) [材料の場合] van. (6) [乘物の場合] per; met. (7) [價格の場合] voor; tegen. (8) [原因の場合] door; in verband met; naar aanleiding van; wegens. (9) [用語の場合] in. ¶ 一箇月で出來ます het is over een maand klaar. ¶ 銀座で逢ふ in de Ginza elkaar ontmoeten. ¶ 東京in Tokyo. ¶ バタビヤで op Batavia. ¶ の前で voor. ¶ の外で buiten. ¶ ひきで door protectie. ¶ 手紙per brief. ¶ 時間で借りる per uur huren. ¶ 斤で賣る per pond verkoopen. ¶ 廿歳で op zijn twintigste jaar. ¶ 作る van hout maken. ¶ 汽車で per spoor; met den trein. ¶ 一圓で賣る voor een yen verkoopen. tegen een yen verkoopen. ¶ 氣で缺席する wegens ziekte afwezig zijn. ¶ 肺病で死ぬ aan tering sterven. ¶ 蘭語in het Hollandsch.
koshiraeru拵へる

(拵える) t.w. (1) [造る] maken; bereiden; fabriceeren. (2) [建築] bouwen. (3) [捏造] verzinnen. (4) [發明] uitvinden. (5) [飾る] tooien; i.w. toilet maken. ¶ を拵へる gezicht opmaken; grimeeren; kamer optuigen. ¶ 口實を拵へる uitvlucht verzinnen. ¶ で拵へる waaruit wordt sake bereid?

kirei na綺麗な
bn. (1) [立派な] fraai; mooi; keurig. (2) [清潔な] zindelijk; schoon. (3) [潔白な] rein; onschuldig. (4) [完全な] volledig. ¶ 綺麗な mooi meisje. ¶ 綺麗な schoon water; helder water. ¶ 綺麗に mooi; netjes; volledig; geheel. ¶ 綺麗にする verfraaien; mooi maken; schoonmaken; reinigen.
haji
zn. schande v. ¶ 恥を雪ぐ schande uitwisschen. ¶ 恥を知らぬ geen schaamte kennen; schaamteloos. ¶ に恥をかかす iemand beschaamd maken. ¶ 此の恥かきめ foei!; schandelijk!. ¶ 恩惠を乞ふを恥とする ik schaam mij om een gunst te vragen. ¶ 恥をかく schaamte op zich laden. ¶ 恥ぢる zich schamen; beschaamd zijn.
keikaku計畫
(計画) zn. (1) [計畫] plan o.; programma o.; onderneming v. (2) [考へ] overweging v. ¶ 計畫中 in overweging. ¶ 計畫する in overweging nemen; plan maken; ondernemen; entameeren.
chōshō嘲笑
zn. spot m. ¶ 嘲笑する bespotten; uitlachen. ¶ 嘲笑を買ふ zich belachelijk maken; zich bespottelijk maken.
itazuraいたづら
(いたずら, 悪戯, 惡戲, 徒, 徒ら) zn. (1) [惡戲] ondeugendheid v.; kwajongensstreek m. (2) [徒爲] nutteloosheid v. (3) [淫蕩] geiligheid v.; gemeenigheid v.; wulpschheid v. ¶ いたづらな (惡戲な) ondeugend; kwajongensachtig; (徒爲な) nutteloos; noodeloos; (淫蕩な) geil; onzedelijk. ¶ いたづらに (面白半分に) voor de grap; uit gekheid; zoo maar; (徒爲に) vergeefs; nutteloos. ¶ いたづらをする (わるさする) gekheid maken; kwajongensstreek uithalen; stoeien; spelen. ¶ いたづら者 ondeugd; vrouw van losse zeden (不品行な) ¶ 徒になる op niets uitloopen. ¶ いたづら盛り de ondeugende leeftijd. ¶ いたづら兒 ondeugd; kwajongen.
kyōsei矯正
zn. hervorming v.; verbetering v. ¶ 矯正する hervormen; verbeteren; in orde maken. ¶ 矯正院 verbeterhuis. ¶ 矯正術 heilgymnastiek.
shuchō主張
zn. (1) [唱道] pleidooi o.; voorspraak v.; bepleiting v. (2) [持論] opinie o.; meening v. (3) [權利などの] aanspraak v.; bewering v.; handhaving v. (4) [固持] halsstarrigheid v.; volharding v. ¶ 主張する bepleiten; aanspraak maken. ¶ 自説を主張する eigen meening verdedigen; zijn standpunt handhaven. ¶ 無罪を主張する onschuld bepleiten. ¶ 權利を主張する een recht eischen. ¶ 主張者 pleiter; eischer.
kanji感じ
zn. (1) [感覺] gewaarwording v.; gevoel o. (2) [印象] indruk m. (3) [效驗] resultaat o.; effect o. (4) [感應] invloed m. ¶ 感じがなくなる gevoelloos worden. ¶ 感じを與へる een goeden indruk maken. ¶ 好い感じを持って居る welwillende gevoelens koesteren.
mazekaesu雜返す
(混ぜ返す, 雑ぜ返す) t.w. (1) [かき混ぜる] roeren. (2) [嘲弄] verlegen maken; spotten. ¶ を雜返す iemand hoonend in de rede vallen.
chōdo丁度

bw. juist; precies; net. ¶ 丁度其時 juist op dat oogenblik. ¶ 丁度zoo even. ¶ 丁度五時に precies om vijf uur. ¶ 丁度眞中に precies in het midden. ¶ 丁度にして置く een ronde som er van maken.

dame駄目

zn. onmogelijkheid v; nutteloosheid v.; bn. vergeefsch; nutteloos; onbruikbaar; onmogelijk. ¶ 駄目にする bederven; onbruikbaar maken. ¶ 駄目になる mislukken; nutteloos zijn; vergeeefsch zijn. ¶ やって見ても駄目だ we behoeven het niet eens te probeeren. ¶ それは駄目だ dat lukt niet; dat zal niet gaan; dat kan niet; dat mag niet. ¶ もう駄目だ het loopt mis het hem; er is geen hoop meer voor hem. ¶ とても駄目だから諦めなさい daar er toch niets meer aan te doen is, moet er nu maar in berusten.

hatarakasu働かす

i.w. gebruik maken van; i.w. laten werken; vervoegen (動詞を).

hikki筆記

zn. aanteekening v.; notitie v. ¶ 筆記する aanteekeningen maken; opschrijven. ¶ 筆記帳 opschrijfboekje; aanteekenboekje; schrift. ¶ 筆記試驗 schriftelijk examen.

azukaru與る

(与る) i.w. deelnemen aan; te maken hebben met; bemoeienis hebben met. ¶ 馳走に與る deelnemen aan een maaltijd. ¶ 私の與り知ったことではありません het gaat mij niets aan; ik heb er niets mee te maken.

kosekoseこせこせ
bw. pietluttig. ¶ こせこせする pietluttig zijn; zich druk maken over kleinigheden.
kōshi行使
zn. gebruik o.; uitoefening v. ¶ 行使する gebruik maken van; aanwenden; uitoefenen.
kōshō公證

(公証) zn. authentiek bewijs o.; notarieele acte v. ¶ 公證する authentiek maken. ¶ 公證人 notaris.

koshō故障

zn. [障碍] belemmering v.; beletsel o.; moeilijkheid v.; bedrijfsstoring v.(2) [事故] ongeval o. (3) [異議] bezwaar o.; protest o.(4) [破損] schade v. (5) [缺點] gebrek o. ¶ 故障を言ふ, bezwaar maken; protesteeren. ¶ 故障車 onbruikbare wagen; kapotte wagen. ¶ 故 障なく zonder moeilijkheden; glad; zonder bezwaren; vlot.

kōshō交涉

zn. (1) [談合] onderhandeling v.; overleg o. (2) [關係] verband o.; connectie v. ¶ 交渉する onderhandelen; in overleg treden. ¶ 交渉がない het houdt er geenerlei verband mee; het heeft er niets mede te maken.

kōshō高唱

zn. luid gezang o. ¶ 高唱する luid zingen. ¶ 唱道する propaganda maken; luide verkondigen; met nadruk zeggen.

kosoguru擽る

t.w. kittelen; aan het lachen maken.

koto糊塗

zn. lapmiddel o. ¶ 糊塗する oplappen; van lapmiddelen gebruik maken; tijdelijk zich behelpen; een vernisje geven; geen grondige verbetering aanbrengen.

kotogotoshii事事しい

bn. overdreven; omslachtig. ¶ 事事しく騷ぎ立てる onnoodige drukte maken.

koto-ni-suru異にする

i.w. verschillend zijn; anders zijn; onderscheid maken; t.w. onderscheiden. ¶ 待遇を異にする onderscheid maken in de behandeling.

kowagarasu怖がらす

t.w. bang maken; doen schrikken. ¶ 恐がる lafbek; lafaard.

ku

zn. (1) [苦痛] smart v.; leed o. (2) [骨折] zware arbeid m.; moeite v. (3) [心配] ongerustheid v.; zorg v. ¶ 苦になる zorg baren. ¶ 苦にする zich bezorgd maken over; tobben over. ¶ 苦もなく zonder moeite; gemakkelijk.

kubetsu區別

(区別) zn. (1) [差別] onderscheid o.; verschil o. (2) [分類] onderscheiding v.; classificatie v. ¶ 區別を立てる onderscheiden; onderscheid maken. ¶ 區別なく zonder onderscheid; onverschillig. ¶ 區別する onderscheiden; onderscheid maken; verschil maken; classificeeren; indeelen.

kudoku口說く

t.w. (1) [説服] aandringen; dringend verzoeken; trachten te overreden. (2) [女を] het hof maken. (3) [こぼす] zeuren; zaniken.

kumitoru汲取る

t.w. (1) [水など] putten; scheppen. i.w. (2) [推量] veronderstelling maken. (3) [酌量] in de gevoelens verplaatsen; omstandigheden in aanmerking nemen. ¶ 私の心を汲取つて吳れる人はない er is niemand, die zich in mijn gevoelens verplaatsen kan. ¶ 文意を汲取る tusschen de regels lezen.

ku-ni-suru苦にする

i.w. zich verontrusten over; zich bezorgd maken over.

kuraku暗く

bw. duister. ¶ 暗くする verduisteren; donker maken.

kuramasu晦ます

t.w. (1) [目を] om den tuin leiden; in de war brengen; verblinden. i.w. (2) [跡を] het spoor bijster maken. ¶ 晦む verblind zijn (目が).

kuromeru黑める

(黒める) t.w. zwart maken.

kurō苦勞

(苦労) zn. zorg (心配) v.; last m.; moeite v.; zware arbeid. ¶ 苦勞のない onbezorgd; luchthartig. ¶ 御苦勞樣でした dank voor uwe moeite. ¶ 苦勞する zich bezorgd maken; veel moeite doen; worstelen. ¶ 苦勞性の zwaar op de hand; pijnlijk nauwgezet.

kuruwaseru狂はせる

t.w. in de war brengen; dol maken.

kutsurogi寬ぎ

zn. gemak o.; ontspanning v. ¶ 寛ぐ zich op zijn gemak voelen. ¶ 衣を寛げる zijn kleeren losmaken; zich lekker maken. ¶ 打寛いで op zijn gemak; in huiskleeren.

kuttaku屈託

zn. bezorgdheid v.; zorg v.; ergernis v. ¶ 屈託する zich bezorgd maken; zich ergeren; het land hebben.

kuwadateru企てる

i.w. (1) [計畫] plan maken. t.w. (2) [實施] ondernemen; trachten; op touw zetten. i.w. poging doen. ¶ 陰謀を企てる samenspannen; booze plannen smeden.

kyōfu恐怖

zn. vrees v.; ontsteltenis v.; schrik m. ¶ 恐怖する bevreesd zijn; beangst zijn. ¶ 恐怖をす terroriseeren; bevreesd maken; doen ontstellen. ¶ 恐怖政治 schrikbewind.

kyōkaku恐嚇

zn. bedreiging v.; dreigement o. ¶ 恐嚇する dreigen; bedreigen; vrees aanjagen; bang maken.

kyōko鞏固

zn. stevigheid v.; sterkte v.; hechtheid v.; soliditeit v. ¶ 鞏固なる stevig; sterk; hecht; solide. ¶ 鞏固にする stevig maken; versterken.

zu

(図) zn. (1) [地圖] kaart v. (2) [繪圖] teekening v. (3) [圖面] plattegrond m. (4) [思想] doel o. ¶ 第一圖 figuur een; fig. 1. ¶ 横斷圖 dwarse doorsnede; diagram. ¶ 圖で示す grafisch voorstellen; uitteekenen. ¶ 圖を引く teekening maken; kaart teekenen. ¶ 圖に乘る triomfeeren; trotsch zijn op zijn succes. ¶ 圖を知らぬ aanmatigend; onhebbelijk.

zenimōke錢儲

(銭儲) zn. winst v.; verdienste v. ¶ 錢儲する geld verdienen; winst maken.

zareru戲れる

(戯れる) i.w. schertsen; grapjes maken; flirten (女に).

zaisan財產

(財産) zn. bezit o.; bezittingen v.mv.; vermogen o.; eigendommen o.mv.; middelen o.mv. ¶ 無財產者 onbemiddelde. ¶ 財產を有する bemiddeld zijn. ¶ 財產を作る fortuin maken. ¶ 財產分離 scheiding van goederen. ¶ 財產を淸算する boedel afwikkelen. ¶ 財產刑 geldstraf; boete. ¶ 財產權 eigendomsrecht. ¶ 財產目錄 boedelbeschrijving; inventaris van eigendommen. ¶ 財產主 eigenaar. ¶ 財產を相續する eigendommen erven. ¶ 財產稅 vermogensbelasting.

yūran遊覽

(遊覧) zn. pleiziertocht m.; uitstapje o.; reis v. ¶ 遊覽地 geliefde streek voor toeristen. ¶ 遊覽する pleizierreis maken; voor zijn genoegen op reis zijn. ¶ 遊覽案內 gids; reisgids. ¶ 遊覽切符 excursiebiljet; rondreisbiljet. ¶ 遊覽客 toerist; pleizierreiziger. ¶ 遊覽列車 pleiziertrein. ¶ 遊覽船 pleizierjacht; excursieschip.

yūreki遊歷

(遊歴) zn. pleiziertocht m.; reis v. ¶ 遊歷の reizend. ¶ 遊歷する reis maken; reizen. ¶ 遊歷者 toerist; pleizierreiziger.

yūhi雄飛
yosogoto餘所事

(余所事) zn. zaak, waarmede men niets te maken heeft; een ander z’n zaak v.

yosan豫算

(予算) zn. voorafgaande berekening v.; raming v.; schatting v.; begrooting v. ¶ 海軍豫算 begrooting van marine. ¶ 豫算不成立 verwerping der begrooting. ¶ 豫算を立てる begrooting maken. ¶ 豫算案 begrooting; wet op de begrooting.

yorokobashii喜ばしい
yōnashi用なし

zn. geen werk o.; niets te doen. ¶ 君にはもう用なしだ ik wil niets meer met je te maken hebben.

yokoyari橫槍

(横槍) zn. speer van ter zijde; (話の) interruptie v.; inmenging v. ¶ 橫槍を入れる interrompeeren; opmerkingen maken.

yōkō洋行

zn. (1) [外國行] buitenlandsche reis v. (2) [店舖] buitenlandsche firma v. ¶ 洋行する naar het buitenland gaan; buitenlandsche reis maken.

yokodori橫取

(横取) zn. vermeestering v. ¶ 橫取する zich meester maken van; weggappen; graaien.

yōi用意

zn. (1) [支度] voorbereiding v.; toerusting v.; uitrusting v. (2) [用心] voorzorg v.; voorzichtigheid v. ¶ 用意なく onvoorbereid. ¶ 用意なく演説をする voor de vuist spreken. ¶ 用意する gereed maken; toebereidselen maken; zorgen voor. ¶ 飯の用意をする voor het eten zorgen.

yogosu汚す

t.w. bevuilen; vlekken; vuil maken; besmeuren; onteeren; (操を).

yohaku餘白

(余白) zn. opengelaten ruimte v.; marge v. ¶ 餘白に書く op de marge schrijven; kantteekeningen maken.

(1) [用事] zaken v.mv. (2) [役] dienst m.; nut o. (3) [入費] kosten m.mv. ¶ 用を達する zaak afdoen. ¶ 何御用なのですか wat is er van uw dienst? ¶ お前は用がないのか heb je niets te doen? ¶ 用に立てる gebruik maken van. ¶ 用に立つ bruikbaar zijn; nuttig zijn. ¶ 家庭用 huishoudelijk gebruik. ¶ 用を足す zijn behoeften doen. ¶ 用なき (仕事の無い) niets te doen; vrij; (不用な) onnoodig; nutteloos.

yatteruやつてる

i.w. erin slagen; (俗) het 'm leveren; het 'm lappen. ¶ やつと借金せずにやつてます ik lap het 'm maar nauwelijks om geen schulden te maken.

yatsusu窶す

i.w. zich vermommen als. ¶ 身を窶す zich tooien; zich mooi maken. ¶ 支那人に身を窶す zich vermommen als Chinees. ¶ 氣を窶す tobben; zich bezorgd maken.

yatsuatari suru八當りする

(八当りする) i.w. zich woedend maken op; opstuiven tegen.

yakō夜行

zn. nachtelijke tocht m.; nachtreis v. ¶ 夜行する nachtelijken tocht maken; 'snachts reizen. ¶ 夜行列車 nachttrein. ¶ 夜行病 slaapwandelen.

yaku

zn. (1) [官職] ambt o.; post v.; betrekking v. (2) [職務] taak v.; ambtsplicht v.; functie v.; werkkring m. (3) [芝居の] rol v. (4) [效用] nut o. ¶ 役に立つ nuttig; bruikbaar; geschikt. ¶ 役に立てる nuttig gebruik maken van. ¶ 役に立たぬ onbruikbaar; nutteloos; het geeft niets. ¶ 役を勤める functie vervullen; rol spelen; dienst doen als; fungeeren als.

yakimokiやきもき

bw. ongeduldig; zenuwachtig. ¶ やきもきする ongeduldig zijn; zich zenuwachtig maken.

yakamashii喧しい

bn. (1) [騷々しい] lawaaiig; (2) [小言多き] lastig; kijfachtig. (3) [嚴格な] streng. ¶ 食物にやかましい kieskeurig. ¶ 喧しく met veel lawaai; met veel drukte. ¶ 喧しく云ふ zich druk maken. ¶ やかましい靜かにしろ maak toch niet zoo'n lawaai! ¶ やかましい問題 een hevige kwestie. ¶ 稅關で喧しく言ふでせう ik denk, dat je moeilijkheden krijgt met de douane. ¶ 喧し屋 lastige kerel.

wazurai患,煩

zn. (1) [病] ziekte v. (2) [惱み] beproeving v.; bezoeking v.; leed o.; smart v. (3) [面倒] moeilijkheden v.mv. ¶ 煩ふ lijden; zich bezorgd maken; gebukt gaan onder.

wazurawashii煩しい

bn. (1) [厄介な] lastig; hinderlijk; ergerlijk. (2) [繁雜な] ingewikkeld; verward. ¶ 煩はす lastig vallen; hinderen; plagen. ¶ 心を煩はす zich ongerust maken; tobben. ¶ 手を煩す last veroorzaken; hinderen. ¶ 御一報を煩はし度い zou u zoo goed willen zijn mij bericht te zenden?

watari

zn. (1) [渡ること] overtocht m.; overvaart v.; passage v. (2) [舶來] invoer m. (3) [渡板] loopplank v. (4) [直徑] doorsnede v. (5) [交涉] onderhandeling v. ¶ 渡りに船と…¶ する met graagte gebruik maken van. ¶ 渡りをつける tot overeenstemming komen; relatie knoopen.

warai

zn. lach m.; spotlach (嘲笑) m.; glimlach (微笑). ¶ 世人の笑を招く zich belachelijk maken. ¶ 笑出す beginnen te lachen; in lachen uitbarsten (大きな聲で). ¶ 笑顔 lachend gezicht. ¶ 笑事 belachelijks. ¶ 笑草にする belachelijk maken; bespotten. ¶ 笑草になる zich bespottelijk maken; uitgelachen worden. ¶ 笑上戸 iemand, die een vroolijken dronk heeft; goedlachsch iemand.

warawaseru笑はせる

t.w. aan ’t lachen maken; doen lachen; laten lachen.

wakehedate別隔

zn. onderscheid o. ¶ 別隔をする onderscheid maken. ¶ 別隔なく zonder onderscheid.

wakatsu分つ

t.w. verdeelen; splitsen; scheiden; i.w. onderscheid maken.

wabiru侘びる

i.w. het land hebben; zich ongerust maken; niet op zijn gemak zijn; zich eenzaam voelen.

wabi

(詫び) zn. excuus o.; verontschuldiging v.; verzoek om vergiffenis. ¶ 詫狀を出す schriftelijke excuses maken; per brief om verschooning vragen. ¶ 詫びる zich verontschuldigen; verschooning vragen; vergeving vragen; excuses maken.

utsusuうつす

t.w. (1) [謄寫] copieeren; afschrijven. (2) [鏡に] weerspiegelen. (3) [幻燈等で] werpen. (4) [寫] imiteeren; copieeren. (5) [敍景] beschrijven. (6) [病氣を] besmetten. i.w. (7) [寫眞を] fotografeeren; (俗) kiekje maken.

utsu打つ

t.w. (1) [打つ] slaan. i.w. (2) [拍手] (in de handen) klappen. t.w. (3) [發砲] schieten. (4) [攻擊] aanvallen. (5) [鐘を] luiden. (6) [電報を] verzenden. i.w. (7) [博奕] dobbelen. t.w. (8) [網を] werpen; gooien. (9) [碁能] spelen. (10) [鍛へる] harden. (11) [打込む] inslaan. ¶ 釘を打つ spijker inslaan. ¶ 網を打 net werpen. ¶ 太鼓を打つ trommelen. ¶ 仇を討つ zich wreken. ¶ 田を打つ sawah bebouwen. ¶ 幕を打つ tent opslaan. ¶ 手金を打つ handgeld betalen. ¶ もんどり打つ saltomortale maken. ¶ 電報を打つ telegram zenden; telegrafeeren.

uruoi潤、沾

zn. (1) [濕氣] vocht v.; damp m. (2) [利潤] voordeel o. (3) [滋味] bekoring v.; smaak m. ¶ 潤ある voordeelig; gunstig; bekoorlijk; aantrekkelijk; innemend; (潤なき) vervelend; saai. ¶ 潤す(ぬらす) bevochtigen; nat maken; (富ます) verrijken; bevoordeelen; gunst bewijzen (恩澤を受けしむ). ¶ 潤ふ vochtig zijn; voordeel behalen; verdienen; begunstigd worden; gunsten ontvangen.

ureruうれへる

i.w. (1) [憂へる] zich ongerust maken; bevreesd zijn; bezorgd zijn. (2) [愁へる] verdriet hebben; grieven. ¶ 行末を憂へる bezorgd zijn voor de toekomst.

ureshigarase嬉しがらせ

zn. vleierij v.; lekkermakerij v.; mooie praatjes o.mv. ¶ 嬉しがらせる vleien; lekker maken; blij maken. ¶ 嬉しがる blij zijn; zich verheugen. ¶ 嬉しげな blij; verheugd; vergenoegd; vroolijk.

une

zn. dijkje tusschen rijstvelden. ¶ 畦立つ dijkjes maken; ribbels vormen. ¶ 畦のある geribd; geribbeld.

ukyoku紆曲

zn. slingering v.; kronkeling v. ¶ 紆曲せる slingerend; kronkelend; omslachtig. ¶ 紆曲する zich slingeren; zich kronkelen; omweg maken.

ukiagekōji浮上工事

zn. lichtingsarbeid o.; lichtingswerk o. ¶ 浮上げる lichten; weder vlottend maken; uit het water ophalen; (他の部分より高くする) “en reliefbrengen; opwerken.

ukai迂囘

(迂回) zn. omweg m. ¶ 迂囘手段 indirecte methode. ¶ 迂囘運動 omtrekkende beweging. ¶ 迂囘する omweg maken. ¶ 迂囘して langs een omweg; indirect. ¶ 迂囘線 locaalspoorweg.

tsuzuru綴る

t.w. (1) [字を] spellen. (2) [文を] schrijven. (3) [とぢる] inbinden. (4) [縫ふ] naaien. ¶ 詩を綴る dichten; gedicht maken.

tsūzoku通俗

zn. populariteit v.; geschiktheid voor het gewone publiek. ¶ 通俗の populair. ¶ 通俗語 spreektaal; uitdrukking van de dagelijksche omgangstaal. ¶ 通俗化 popularisatie. ¶ 通俗化する populariseeren; bevattelijk maken voor het gewone publiek. ¶ 通俗體 populaire stijl; eenvoudige stijl.

tsūshin痛心

zn. ongerustheid v.; kommer m. ¶ 痛心する zich bezorgd maken; ongerust zijn.

tsura-no-kawa面の皮

zn. gezichtshuid v. ¶ 厚い schaamteloos; onbeschaamd; dikhuidig. ¶ を剝く beschaamd maken; een toontje lager laten zingen. ¶ いいだ wat een mooi figuur sla ik dan!

tsune

zn. normale toestand m.; gewone omstandigheden v.mv. ¶ 常ならぬ ongewoon; abnormaal. ¶ 常とする er een gewoonte van maken; gewoon zijn om. ¶ 常の gewoon; normaal; gebruikelijk. ¶ 常の如く als gewoonlijk. ¶ 常に gewoonlijk; in den regel; meestal. ¶ 世の常 de menschelijke natuur. ¶ 常ならぬ身になる in gezegende omstandigheden zijn; kind verwachten.

tsukuru作る

t.w. (1) [製作] maken; vervaardigen. (2) [構成] vormen. (3) [建設] bouwen. (4) [耕作] bebouwen; bewerken. (5) [培養] verbouwen; telen. ¶ 木で造る van hout maken. ¶ 酒を造る arak stoken; sake brouwen. ¶ 野菜を作る groenten kweeken. ¶ 財產を作る fortuin maken; rijk worden. ¶ 顏を作る toilet maken; zich werven en poeieren. ¶ 列を作る een rij vormen; in ’t gelid gaan staan. ¶ 家庭を作る huishouden opzetten. ¶ 罪を作る zonde begaan.

tsukurou繕ふ

(繕う) t.w. (1) [修繕] herstellen; in orde maken; repareeren; oplappen. (2) [調裝] stellen; regelen. (3) [彌縫] goedpraten; sussen. ¶ 體裁を繕ふ den schijn bewaren. ¶ 著物を繕ふ kleeren lappen.

tsukuridasu作出す

(作り出す) t.w. maken; voortbrengen; produceeren; vervaardigen.

tsukeagaru附上る

(付け上がる) i.w. prat gaan op; zich laten voorstaan op; misbruik maken van.

tsukeiru附入る

(付け入る) i.w. gebruik maken van.

tsukekomu附込む

(付け込む) t.w. (1) [帳簿に] boeken; inboeken. i.w. (2) [弱點に] gebruik maken van; speculeeren op. t.w. (3) [豫約] bespreken; reserveeren. ¶ 無智に附込む speculeeren op iemands onwetendheid.

tsukeru附ける

(付ける) t.w. (1) [接合] bevestigen; hechten; vastmaken. i.w. (2) [裝ふ] uitrusten. t.w. (3) [尾行] volgen. (4) [値を] bieden. (5) [點火] aansteken. ¶ 身に附ける bij zich hebben. ¶ 鈕を附ける knoop aanzetten. ¶ ペン軸にペンを附ける pen in den penhouder steken. ¶ 帳面に附ける inboeken. ¶ 船を棧橋に著ける een schip langszij van de kade brengen. ¶ 煙草を附ける sigaar aansteken. ¶ 電燈を附ける licht aandraaien. ¶ 名を附ける naam geven, noemen. ¶ 人の後を附ける iemands spoor volgen. ¶ 氣を附ける aandacht vestigen; oppassen. ¶ 子供に財產を附ける kapitaal vastzetten op een kind. ¶ 道を附ける weg maken. ¶ 色を附ける kleuren. ¶ 値を附ける bieden voor.

tsukainarasu使馴らす

(使い慣らす) t.w. temmen; gedwee maken; leeren gehoorzamen.

tsūka通貨

zn. gangbare munt v.; circulatie-middel o.; courant geld o.; specie v.; betaalmiddel o. ¶ 通貨本位 muntstandaard; munteenheid. ¶ 通貨單本位制 monometallisme; enkelvoudige muntstandaard. ¶ 通貨膨脹 inflatie. ¶ 通貨にする tot betaalmiddel maken.

tsūjiru通じる

i.w. (1) [通過] passeeren; voorbijgaan. (2) [精通] grondig op de hoogte zijn; t.w. kennen. i.w. (3) [了解] verstaan worden; gangbaar zijn. (4) [姦通] onzedelijke betrekkingen hebben; liaison hebben. (5) [內應] in ’t geheim in verbinding staan t.w. (6) [通過さす] laten passeeren; doorlaten. (7) [連絡] verbinden. (8) [知らす] laten weten; bekend maken. ¶ 都市には鐵道が通じてゐます de voornaamste steden zijn door spoorwegen verbonden. ¶ 蘭語に通じる goed Hollandsch kennen. ¶ 英語の通じない處はない Engelsch wordt overal verstaan. ¶ 敵に通じる in geheime relatie staan met den vijand. ¶ 女と通じる scharrelen met een vrouw. ¶ 橋を通じる door een brug verbinden; brug slaan. ¶ 電流を通じる stroom sluiten. ¶ 意志を通じる bedoeling bekend maken. ¶ 電話が通じない de telefoon geeft geen gehoor.

tsugunai

(償い) zn. vergoeding v.; schadeloosstelling v.; compensatie v.; indemniteit v.; boetedoening (贖罪) v.; zoengeld o. ¶ 償ふ vergoeden; schadeloosstellen; vergoeding geven; boete doen. ¶ 償ひ難き onherstelbaar; niet goed te maken. ¶ 損害を償ふ verlies vergoeden. ¶ 出費を償ふ de kosten dekken; zich bedruipen.

SUPPLEMENT (trefwoord)
-saseru, -seruさせる、せる
(achtervoegsel of hulpwerkwoord) Het achtervoegsel heeft de vorm van -sase na werkwoorden met een klinkeruitgang (dat zijn werkwoorden als 食べる tabe(ru), 見る mi(ru), 出る de(ru)) en de vorm van -ase na werkwoorden werkwoorden met een medeklinkeruitgang (werkwoorden als 呼ぶ yob(u), 知る shir(u)). Onregelmatige vormen: 来る kuru (wordt kosaseru) en する suru (wordt saseru). (Martin:287) (1) (causatief) Iets of iemand maken, dwingen, laten doen. ¶ みんな、も全力でフォローするこのイベントかならず成功させるぞ。 Minna, boku mo zenryoku de forōsuru. Kono ibento kanarazu seikōsaseru zo. Mensen, ik sta volledig achter jullie. We zullen dit evenement beslist tot een succes maken! (TTC) ¶ は冷蔵庫でミルクを凍らせた。 Watashi wa reizōko de miruku wo kooraseta. Ik heb melk in de koelkast laten bevriezen. (ADOBJG) (2) Toestaan te doen; laten doen. ¶ 子供遅くまでで遊ばせておくのはよくないですKodomo wo yoru osoku made soto de asobasete oku no wa yoku nai desu. Het is niet goed om de kinderen tot 's avonds laat buiten te laten spelen. (BJED)
fukuzatsu複雑
zn. (〜な, ~na) adj. complex; gecompliceerd; ingewikkeld; verwikkelingen in de omstandigheden, structuur of relaties van een zaak; door verwikkelingen niet eenvoudig uit de leggen of te begrijpen; moeilijk; niet oppervlakkig; bewerkelijk. ¶ 複雑炭水化物って何か知ってますか。 Fukuzatsu tansui kabutsu tte nani ka shittemasu ka. Weet je iets van complexe koolhydraten? (TTC) ¶ 女は仕事のことを尋ねられると、「私の仕事複雑なので一言では要約できません」と言った。 Kanojo wa shigoto no koto wo tazunerareru to, ‘Watashi no shighoto wa fukuzatsu na no de, hitokoto de wa yōyaku dekimasen’ to itta. Toen haar werd gevraagd naar haar werk zei ze ‘Aangezien mijn werk ingewikkeld is kan ik het niet in een enkel woord samenvatten’. (TTC) ¶ が事態を複雑にした。 Kare no uso ga jitai wo fukuzatsu ni shita. Zijn leugen maakte de zaak ingewikkeld. (TTC) ¶ 脳の構造は複雑だ。 Nō no kōzō wa fukuzatsu da. De structuur van het brein is complex. (TTC)
jibun de自分で
(frase) zelf; persoonlijk; in eigen persoon; eigenhandig. ¶ 夕飯は自分で作りました。 Yūhan wa jibun de tsukurimashita. Ik heb zelf avondeten gemaakt. ¶ 女が自分で書いたはずはない。 Kanojo wa jibun de kaita hazu wa nai. Ze kan het niet zelf geschreven hebben. ¶ それは、自分で作ったの? Sore wa, jibun de tsukutta no? Heb je het zelf gemaakt? NB De constructie met 自分で is een van de weinige in het Japans die een meervoudsvorm vraagt. ¶ なぜ、彼らが自分たち家庭から離れていくのか。 Naze, karera ga jibuntachi no katei kara hanarete iku no ka. Waarom is het dat ze hun eigen familie verlaten? (blog) (TTC) (yamasv)
mukeikaku無計画
(zn., -na adj.) zonder plan; klakkeloos; ondoordacht; willekeurig. ¶ 自分の無計画さに腹立ててる Jibun no mukeikakusa ni haradatete’ru Ik wordt boos om m’n ondoordachtheid. (twitter) ¶ 無計画で描いた。 なんだこりゃ Mukeikaku de egaita. Nan da korya Zonder plan getekend. Wat is dit? (twitter) ¶ 遠くにに出てみよう!あえて無計画に! Tōku ni tabi ni dete miyō! Aete mukeikaku na tabi ni! Laten we een verre reis maken! Gewaagd zonder plan op reis! (twitter)
jidori自撮り
(zn,suru-ww) Afgeleid van 自分撮り jibundori. Selfie; zelfie; zelfportret. ¶ 自撮りする jidorisuru een selfie nemen [maken]. ¶ 可愛い自撮りありがと(*^^*) Kawaii jidori arigato (*^^*) Bedankt voor je schattige zelfie (*^^*) ¶ 自撮りしてみた Jidorishite mita Ik heb een zelfie geprobeerd; poging tot een zelfie. (twitter)
kyū
(na-adj) (1) plotseling; plots; opeens; onverwacht. ¶ 急にがブレーキをかけたので、フロントガラスにをぶつけた。 Kyū ni kare ga burēki wo kaketa no de, furontogurasu ni atama wo butsuketa. Omdat hij plotseling op de rem trapte stootte ik mijn hoofd tegen het voorraam. ¶ 急な客が来たので、そのテレビ番組が見れなかった。 Kyū na kyaku ga kita no de, sono terebi bangumi ga mirenakatta. Omdat ik onverwacht bezoek had kon ik dat programma niet kijken. (2) urgent; dringend. ¶ 急な用事〔急用〕が出来て、パーティに行けなくなった。ごめんなさい。 Kyū na yōji [kyūyō] ga dekite, pāti ni ikenaku natta. Omdat zich een urgente zaak voordeed kon ik niet naar het feestje gaan. ¶ この事態は急を要する Kono jitai wa kyū wo yōsuru De situatie is urgent. ¶ これは急を要する事態だ。 Kore wa kyū wo yōsuru jitai da. Dit is een urgente situatie. (3) snel; woest (water). ¶ 急なで泳ぐのは大変危険だ。 Kyū na kawa de oyogu no wa taihen kiken da. Het is enorm gevaarlijk om in een snelstromende rivier te zwemmen. ¶ 彼女は急に老け込んできた。 Kanojo wa kyū ni fukekonde kita. Ze werd snel oud. (4) steil (helling); scherp (bocht). ¶ 急な坂 Kyū na saka. Een steile helling; Een plotse daling. ¶ 道路はそこで急な右カーブになっている。 Dōro wa soko de kyū na migi kābu ni natte iru. De weg maakt daar een scherpe bocht naar rechts. (TTC) (yamasv)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <maken>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
お世辞を言う osejiwoiu iem. een complimentje geven; maken; iem. complimenteren; iem. een vleiende opmerking maken; complimenteus zijn; vleien; zoete broodjes bakken; een wit voetje trachten te halen; stroop smeren
エラーをする eraawosuru een fout begaan; maken; falen; de fout in gaan; zich vergissen; verknoeien
スマッシュする sumasshusuru [sportt.] een smash geven; maken; smashen
乱す;紊す midasu (1) verstoren; storen; in de war brengen; maken; in wanorde brengen; verwarren; verfomfaaien; slordig maken; (2) in verwarring brengen; van z'n stuk brengen; confuus maken; z'n aplomb doen verliezen; van de wijs brengen; (3) [風紀を] bederven; ondermijnen; verpesten
仕出す shidasu (1) beginnen te doen; aanvangen; aan de slag gaan met; starten met; (2) [料理を] cateren; maaltijden verzorgen; leveren; verschaffen; aan huis bezorgen; diners uitzenden; (3) vervaardigen; uitvinden; scheppen; creëren; in het leven roepen; instellen; (4) [身代を] verwerven; opbouwen; maken; (5) klaarspelen; voor elkaar krijgen; klaarkrijgen; gedaan krijgen; bewerkstelligen; tot stand brengen; uitvoeren
仕立てる;為立てる shitateru (1) [服を] maken; naaien; (2) gereedmaken; in gereedheid brengen; (3) opleiden; scholen; (4) voorstellen als; laten doorgaan voor; uitgeven voor
作る tsukuru (1) maken; vervaardigen; aanmaken; aanbrengen; vormen; [巣;機会;船を] bouwen; assembleren; fabriceren; in elkaar zetten; [区;庭を] aanleggen; [料理を] bereiden; klaarmaken; (2) [田を] bebouwen; cultiveren; [学生;教員を] opleiden; [性格を] ontwikkelen; vormen; opbouwen; (3) telen; kweken; verbouwen; (4) produceren; voortbrengen; [予算を] opstellen; opmaken; [文書;俳句を] schrijven; [計画;詩歌を] smeden; [楽曲を] componeren; (5) scheppen; [先例を] creëren; vormen; formeren; samenstellen; [新政府を] constitueren; [会社を] stichten; oprichten; vestigen; [時間;資金を] vrijmaken; [しわ;にきび;たこを] krijgen; (6) [口実を] verzinnen; fabriceren; kunstmatig vormen; construeren; [笑顔を] forceren; affecteren; faken; (7) [雄鶏が時を] kraaien
作成する;作製する sakuseisuru maken; opmaken; opstellen; vormen; aanmaken; [りすとを] aanleggen; vervaardigen; ontwerpen; formuleren; schrijven; bereiden; voorbereiden; [jur.] verlijden
saku (1) werk; stuk; werkstuk; product; gewrocht; voortbrengsel; maaksel; (2) [landb.] het bebouwen; het bewerken; bouw; verbouw; cultuur; bewerking; grondbewerking; teelt; (3) [landb.] oogst; opbrengst; productie; teelt; geteelde; (4) [landb.] rug tussen twee ploegvoren; (a) maken; fabriceren; opzettelijk doen; (b) product; werk; (c) graan; teelt; oogst; (d) tot bloei brengen; bevordering; (e) [afk.] provincie Mimasaka 美作
修理する shuurisuru repareren; herstellen; maken; nazien; kalfaten; opknappen; opnieuw in goede staat brengen; [uitdr.] op de helling nemen
修繕する shuuzensuru herstellen; repareren; maken; opknappen; opnieuw in goede staat brengen; nazien; [uitdr.] op de helling nemen; [靴を] verstellen; lappen; [網;釜を] boeten
停止する teishisuru (1) stoppen; stopzetten; een einde maken aan; opschorten; (tijdelijk) verbieden; [営業;支払いを] staken; onderbreken; buiten werking stellen; schorsen; suspenderen; [i.h.b.] onder embargo leggen; (2) stoppen; tot stilstand komen; een stop maken; halt houden; maken; [えんじんが] afslaan
停車する teishasuru (1) [m.b.t. wagen;spoorwagen] tot stilstand brengen; (doen) stoppen; halt doen houden; (2) [m.b.t. wagen;spoorwagen] stoppen; tot stilstand komen; een stop maken; halt houden; maken; aandoen; (3) [m.b.t. verkeersreglement] stilstaan
円を描く enwoegaku een cirkel beschrijven; maken; trekken; een kring beschrijven; circulair
出す dasu (1) te voorschijn halen; uithalen; eruit halen; [gew.;お酒を〜] ophalen; naar buiten brengen; uitnemen; [とらんぷの札を〜] uitspelen; opspelen; zetten; [外に] uitlaten; buitenlaten; [水を〜] openzetten; laten lopen; lozen; (2) uitsteken; [旗を〜] uithangen; (3) uiten; slaken; [音;さいんを〜] geven; maken; produceren; (4) publiceren; uitgeven; uitbrengen; op de markt brengen; uitvaardigen; openbaren; tonen; [i.h.b.] onthullen; ontbloten; laten blijken; aan de dag leggen; tentoonspreiden; uitstallen; etaleren; (5) serveren; [料理を〜] opdienen; voorschotelen; te berde brengen; aankomen met; komen aanzetten met; leveren; afleveren; verschaffen; opgeven; verstrekken; aanbieden; presenteren; uitreiken; [証を〜] aanvoeren; (6) insturen; inzenden; inleveren; indienen; [新人選手を〜] inzetten; (7) sturen; zenden; afvaardigen; verzenden; opsturen; versturen; (8) uitsturen; uitzenden; [がすを〜] uitstoten; emitteren; [熱を〜] ontwikkelen; (9) doen vertrekken; [船を〜] uitzetten; [列車を〜] inleggen; (10) betalen; opbrengen; (11) veroorzaken; opleveren; voortbrengen; geven; [すぴーどを〜] halen; opdrijven; (12) [店;支店を〜] openen; beginnen; (13) […~] naar buiten …; uit-; (14) […~] beginnen te …; het op een … zetten
制作する seisakusuru (1) maken; produceren; voortbrengen; (2) uitbrengen; [i.h.b.] op de planken brengen; producen
創作する sousakusuru (1) creëren; scheppen; maken; voortbrengen; [i.h.b.] schrijven; (2) fabriceren; verzinnen; verdichten; uit zijn duim zuigen; uit zijn mouw schudden
創造する souzousuru scheppen; creëren; in het leven roepen; maken; het aanzijn geven; [lit.t.] in het aanzijn roepen; tot aanzijn roepen
口説く kudoku (1) ompraten; inpraten op; overreden; (met gevlei; lieve woordjes) overhalen; aanpraten; brengen tot; (2) versieren; het hof maken; voor zich trachten te winnen; avances doen; maken
失敗する shippaisuru mislukken; falen; mislopen; misgaan; afketsen; geen succes hebben; niet slagen; het er slecht afbrengen; er slecht afkomen; [試験に] niet halen; zakken voor; afgaan; echec lijden; floppen; [劇が] vallen; fiasco lijden; er niets van terecht brengen; miskleunen; blunderen; een stommiteit begaan; zich lelijk vergissen; een stomme fout begaan; maken; in de fout gaan; een misstap doen; [uitdr.] een bok schieten; maken; [uitdr.] een flater slaan; begaan; [fig.] zich vergalopperen; [uitdr.;Barg.] een zeperd halen
工作する kousakusuru (1) maken; vervaardigen; (2) bouwen; construeren; (3) manoeuvreren; aanleggen; zich in bochten wringen; kunstgrepen; handgrepen uitvoeren
建てる tateru bouwen; construeren; optrekken; oprichten; in elkaar zetten; maken; [i.h.b.] aanleggen
形作る katachizukuru (1) zich vormen; vorm aannemen; krijgen; (2) vormen; modelleren; vorm geven; maken
形成する keiseisuru vormen; formeren; maken; vorm; gestalte geven
後始末をする atoshimatsuwosuru […の~] afhandelen; afwikkelen; afdoen; afwerken; in orde brengen; maken; regelen; opruimen
成功する seikousuru (1) slagen; succes hebben; boeken; resultaat hebben; vrucht dragen; lukken; het er goed afbrengen; goed uitvallen; (wel) gelukken; goed aflopen; reüsseren; het voor elkaar krijgen; goed bezig zijn; (2) het (waar) maken; opgang maken; vorderingen maken; het ver brengen; vooruitkomen; carrière maken; arriveren; [ている;fig.] binnen zijn
抗議する kougisuru protesteren; protest aantekenen; bezwaar hebben; maken; tegenwerpingen maken
拵える koshiraeru (1) maken; in elkaar steken; fabriceren; knutselend maken; vervaardigen; bereiden; in elkaar flansen; (2) bouwen; construeren; opbouwen; optrekken; (3) voorbereiden; prepareren; arrangeren; toebereiden; toebereidselen treffen; zich klaarmaken voor; zich gereedmaken voor; (4) inzamelen; ophalen; vergaren; verschaffen; voorzien; leveren [Het lijdend voorwerp van dit werkwoord is meestal een woord dat naar geld;financiële middelen;fondsen;etc. verwijst.]; (5) verzinnen; uitvinden; verdichten; fingeren; bedenken; uitdenken; fantaseren; uit zijn duim zuigen; (6) zich opkleden; zich mooi aankleden; zijn beste kleren aantrekken; zijn beste pak aantrekken; (7) zijn toilet maken; zich opknappen; zich mooi maken; make-up aanbrengen; het uiterlijk verzorgen
挑む idomu (1) [戦い;試合を] uitdagen tot; (2) [強敵に] de handschoen toewerpen; het opnemen tegen; [登頂に] aandurven; trotseren; tarten; als uitdaging accepteren; [難問に] aanpakken; [世界記録に] aanvallen; een poging doen tot; beproeven; (3) [女に~] toenadering zoeken tot; avances doen; maken; verleiden; zich opdringen; [i.h.b.] tot seks dwingen; (4) wedijveren; rivaliseren; elkaar naar de kroon steken
揃える soroeru (1) (tot een geheel) samenbrengen; (een complete verzameling ~) bijeenbrengen; (al de ~) bijeenzoeken; volledig verzamelen; assorteren; bij elkaar krijgen; bijeenhalen; een volledige collectie ~ aanleggen; (2) in orde schikken; op volgorde leggen; ordenen; rangschikken; [i.h.b.] klaarzetten; [i.h.b.] netjes achterlaten; (3) uniformeren (qua ~); gelijk(vormig) maken; harmoniseren; juist stellen; [i.h.b.;drukk.] uitvullen; [i.h.b.] uitlijnen; [fig.] stroomlijnen; (4) completeren; volledig; voltallig maken; vervolledigen; aanvullen
撮影する satsueisuru (1) een foto nemen; maken; fotograferen; op de foto zetten; plaatjes schieten; [Belg.N.] trekken; (2) filmen; een filmopname maken; opnemen
整理する seirisuru (1) ordenen; regelen; (rang)schikken; in orde brengen; maken; orde scheppen; brengen in; inrichten; reguleren; redderen; beredderen; arrangeren; klaren; [fig.] op een rijtje zetten; organiseren; [i.h.b.] classificeren; [journal.] persklaar maken; [journal.] redigeren; (2) stroomlijnen; efficiënter maken; orde op zaken stellen (binnen); in het reine brengen; opruimen; opknappen; aan kant maken; opredderen; schoon schip maken (met); grote schoonmaak houden; saneren; [i.h.b.] herstructureren; [i.h.b.] reorganiseren; (3) wegwerken; wegdoen; afhandelen; disponeren; beschikken; van de hand doen; zich ontdoen van; [m.b.t. boedel] liquideren; [m.b.t. schulden] afdoen; [m.b.t. schulden] vereffenen; [m.b.t. schulden] consolideren; [euf.;m.b.t. personeel] afslanken; [euf.;m.b.t. personeel] laten afvloeien; [fig.] besnoeien; [fig.] inkrimpen
文句を言う monkuwoiu (1) klagen; z'n beklag doen; reclameren; mopperen; zeuren; kankeren; queruleren; (2) bezwaar hebben; maken; tegenwerpingen maken; z'n afkeuring laten blijken; (3) vitten; aanmerkingen maken; iets aan te merken hebben op; bevitten; bedillen; bekritiseren
新造する shinzousuru (1) een nieuw … bouwen; construeren; vormen; creëren; maken; (2) [語を] verzinnen; uitvinden
構成する kouseisuru (1) maken; vormen; bouwen; construeren; samenstellen; constitueren; (2) organiseren; op poten zetten; op touw zetten
済ませる sumaseru (1) afmaken; afwerken; afdoen; afronden; ten einde brengen; beëindigen; een einde maken aan; korte metten maken met; (2) betalen; voldoen; vereffenen; delgen; aflossen; afbetalen; restitueren; amortiseren; aanzuiveren; (3) zich behelpen; het moeten doen; het kunnen stellen; toekunnen; het kunnen rooien; zich redden; rondkomen met; (4) afhandelen; afwikkelen; afdoen; regelen; in orde brengen; maken; voor elkaar brengen; oplossen; zijn beslag geven; [安く~] er goedkoop afkomen
漉き suki (1) [紙の] het scheppen; maken; vervaardigen; (2) [海苔の] het oogsten
漉く suku (1) [紙を] scheppen; maken; vervaardigen; (2) [海苔を] oogsten
jun (a) nat worden; maken; (b) winst; gewin; baat; profijt; voordeel; gunst; (c) bekoren; sieren
点ける tsukeru aandoen; aansteken; ontsteken; [火を] aanmaken; maken; [電灯を] doen branden; [たばこに火を] opsteken; [らじおを] aanzetten; laten spelen; [がすを] het gas aansteken; de gaskraan opendraaien
生成する seiseisuru (1) ontstaan; zich vormen; tot stand komen; (2) scheppen; maken; vormen; creëren; genereren; tot stand brengen
生産する seisansuru produceren; voortbrengen; opleveren; maken; [i.h.b.] fabriceren
異論を唱える ironwotonaeru […に~] bezwaar hebben; maken; aantekenen tegen; bezwaren opperen; tegenwerpingen maken; scrupules hebben; aanvechten; betwisten
直す naosu (1) [m.b.t. fout] goedmaken; herstellen; [pregn.] maken; redresseren; corrigeren; verbeteren; ophalen; rechtzetten; rechttrekken; rechtbreien; rectificeren; in de juiste stand zetten; in orde brengen; opknappen; bijwerken; [een euvel;gebrek e.d.] verhelpen; [zich;iem. een gewoonte enz.] afleren; afhelpen (van); (2) herstellen; repareren; maken; opknappen; helen; kalfaten; kalfateren; (3) wijzigen; veranderen; herzien; hervormen; omzetten; transponeren; ombuigen; omschakelen; converteren; omwisselen; (4) vertalen; overbrengen; overzetten; (5) verheffen tot; transcenderen; doen rijzen tot; promoveren tot; (6) opnieuw ~; nog eens ~; van voren af aan ~; over-; her-; re-; om- [aangesloten op de ren'yōkei van dōshi]
知らせる shiraseru doen; laten weten; bekendmaken; boodschappen; waarschuwen; aankondigen; notificeren; notifiëren; inlichten; informeren; onderrichten (van); berichten; melden; aanmelden; mededelen; meedelen; vertellen; op de hoogte stellen (van); kenbaar maken; te kennen geven; [Belg.N.] verwittigen; in kennis stellen (van); ter kennis brengen (van); kennis geven (van); bericht geven; sturen; zenden; [lit.t.] kondschappen; [veroud.;lit.t.] konden; [arch.] kond doen; maken; aangifte doen (van); aangeven; verwittigen (over); rapporteren; aanzeggen; aanzegging; aanzeg doen
空ける akeru (1) [穴を] maken; boren; (2) [道を] vrijmaken; [席を] ruimen; [部屋を] ontruimen; wegtrekken; verhuizen; (3) [ー行を] openlaten; [間を] vrijlaten; blank laten; leeg laten; (4) uitruimen; leeghalen; [鍋;皿;盃を] legen; ledigen; leegmaken; uitlegen; (5) [時間を] maken; vrijmaken; [部屋を] vrijhouden; openhouden; reserveren; beschikbaar houden; (6) [家を] niet thuis zijn; van huis weg zijn; niet aanwezig zijn; [veroud.] uithuizig zijn
ritsu (a) opstaan; (b) oprichten; maken; vastleggen; vaststaan; (c) beginnen; (d) bestaan; (e) bekleding met een waardigheid; investituur; (f) driedimensionaal; derdemachts-
結ぶ;掬ぶ musubu (1) binden; verbinden; vastbinden; dichtbinden; [紐を〜]knopen; dichtknopen; vastknopen; vastleggen; vastmaken; samenbrengen; voegen; samenvoegen; verenigen; aanbinden; aaneenvoegen; aaneensluiten; aansluiten; aaneenschakelen; koppelen; samenkoppelen; in verband brengen; relateren; (2) vormen; maken; [vrucht] dragen; [vriendschap enz.] sluiten; [betrekkingen enz.] aanknopen; [een coalitie enz.] aangaan; [de handen enz.] ineenslaan; [een contract enz.] afsluiten; (3) beëindigen; besluiten; afsluiten; (4) (掬ぶ) met de handen [water enz.] scheppen; met de handen opscheppen; (5) [実を〜] vruchten dragen
網を編む amiwoamu netten breien; boeten; maken
綴る tsuzuru (1) binden; rijgen; verbinden; aaneenrijgen; (2) schrijven; opstellen; maken; samenstellen; (3) spellen
繕う tsukurou (1) herstellen; repareren; maken; verstellen; oplappen; lappen; stoppen; opkalefateren; (2) in orde brengen; rechttrekken; fatsoeneren; (3) verbloemen; verdoezelen; [体裁を;手前を] redden
製作する seisakusuru (1) vervaardigen; fabriceren; produceren; maken; aanmaken; voortbrengen; opleveren; (2) uitbrengen; [i.h.b.] op de planken brengen; producen
製造する seizousuru vervaardigen; fabriceren; produceren; maken; aanmaken; voortbrengen; opleveren
認める shitatameru (1) neerschrijven; opschrijven; optekenen; schrijven; noteren; op papier zetten; brengen; opstellen; maken; (2) eten; nuttigen; (3) ordenen; schikken; (4) voorbereiden; (5) [hofdamesjargon] koken
誤る;謬る ayamaru (1) een fout; vergissing; misstap; uitglijder begaan; een fout; vergissing maken; zich vergissen; zich verkijken; zich verrekenen; falen; [form.] dwalen; feilen; in de fout gaan; [Belg.N.] zich mispakken; [gall.] zich abuseren; (2) zich vergissen in ~; zich verkijken op ~; verkeerd; slecht doen aan; een verkeerd(e) ~ maken; de verkeerde ~ nemen; kiezen; (3) ~ op het verkeerde; slechte pad brengen; ~ de verkeerde weg doen opgaan; inslaan; ~ op het verkeerde spoor brengen
調 chou (1) [ritsuryō] chō [= belasting in natura;bestaande uit handwerk;lokale producten e.d.]; (2) [muz.] toonaard; toonsoort; tonaliteit; (3) [gagaku] klanksoort; (4) [sugoroku] doublet [= gelijke ogen voor iedere steen]; (5) -stijl; -manier; -wijze; -register; (a) evenwicht; proportie; afstemmen; (b) tempo; stemming; (c) timbre; register; (d) [muz.] toonaard; (e) onderzoeken; (f) maken; bereiden; regelen; (g) [ritsuryō] chō-belasting
造る tsukuru (1) maken; [m.b.t. huizen;schepen enz.] bouwen; construeren; [wijk;tuin enz.] aanleggen; (2) scheppen; creëren; [m.b.t. alcoholica] brouwen; [m.b.t. geld] slaan; aanmaken; [m.b.t. klokken;kanonnen] gieten; [m.b.t. neologismen] verzinnen; uitvinden; smeden
選択する sentakusuru kiezen; uitkiezen; selecteren; uitzoeken; opteren; een keuze doen; maken; verkiezen
音を立てる otowotateru geluid voortbrengen; maken; zich hoorbaar maken; klinken; kik geven
顰める shikameru [顔を] fronsen; vertrekken; tot rimpels samentrekken; grimassen; grimassen trekken; maken; bekken trekken; trekkebekken; [Belg.N.] smoelen; muilen trekken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.72 sec. jiten.nl: 125 treffers, warandict: 60 treffers (zoekopdracht: 'maken'). 
2005-2026