
蘭
典
日蘭辭典+
zn. onmogelijkheid v; nutteloosheid v.; bn. vergeefsch; nutteloos; onbruikbaar; onmogelijk. ¶ 駄目にする bederven; onbruikbaar maken. ¶ 駄目になる mislukken; nutteloos zijn; vergeeefsch zijn. ¶ やって見ても駄目だ we behoeven het niet eens te probeeren. ¶ それは駄目だ dat lukt niet; dat zal niet gaan; dat kan niet; dat mag niet. ¶ 彼はもう駄目だ het loopt mis het hem; er is geen hoop meer voor hem. ¶ とても駄目だから諦めなさい daar er toch niets meer aan te doen is, moet er nu maar in berusten.
i.w. gebruik maken van; i.w. laten werken; vervoegen (動詞を).
zn. aanteekening v.; notitie v. ¶ 筆記する aanteekeningen maken; opschrijven. ¶ 筆記帳 opschrijfboekje; aanteekenboekje; schrift. ¶ 筆記試驗 schriftelijk examen.
(公証) zn. authentiek bewijs o.; notarieele acte v. ¶ 公證する authentiek maken. ¶ 公證人 notaris.
zn. lapmiddel o. ¶ 糊塗する oplappen; van lapmiddelen gebruik maken; tijdelijk zich behelpen; een vernisje geven; geen grondige verbetering aanbrengen.
bn. overdreven; omslachtig. ¶ 事事しく騷ぎ立てる onnoodige drukte maken.
i.w. verschillend zijn; anders zijn; onderscheid maken; t.w. onderscheiden. ¶ 待遇を異にする onderscheid maken in de behandeling.
(区別) zn. (1) [差別] onderscheid o.; verschil o. (2) [分類] onderscheiding v.; classificatie v. ¶ 區別を立てる onderscheiden; onderscheid maken. ¶ 區別なく zonder onderscheid; onverschillig. ¶ 區別する onderscheiden; onderscheid maken; verschil maken; classificeeren; indeelen.
t.w. (1) [水など] putten; scheppen. i.w. (2) [推量] veronderstelling maken. (3) [酌量] in de gevoelens verplaatsen; omstandigheden in aanmerking nemen. ¶ 私の心を汲取つて吳れる人はない er is niemand, die zich in mijn gevoelens verplaatsen kan. ¶ 文意を汲取る tusschen de regels lezen.
bw. duister. ¶ 暗くする verduisteren; donker maken.
zn. bedreiging v.; dreigement o. ¶ 恐嚇する dreigen; bedreigen; vrees aanjagen; bang maken.
(図) zn. (1) [地圖] kaart v. (2) [繪圖] teekening v. (3) [圖面] plattegrond m. (4) [思想] doel o. ¶ 第一圖 figuur een; fig. 1. ¶ 横斷圖 dwarse doorsnede; diagram. ¶ 圖で示す grafisch voorstellen; uitteekenen. ¶ 圖を引く teekening maken; kaart teekenen. ¶ 圖に乘る triomfeeren; trotsch zijn op zijn succes. ¶ 圖を知らぬ aanmatigend; onhebbelijk.
(財産) zn. bezit o.; bezittingen v.mv.; vermogen o.; eigendommen o.mv.; middelen o.mv. ¶ 無財產者 onbemiddelde. ¶ 財產を有する bemiddeld zijn. ¶ 財產を作る fortuin maken. ¶ 財產分離 scheiding van goederen. ¶ 財產を淸算する boedel afwikkelen. ¶ 財產刑 geldstraf; boete. ¶ 財產權 eigendomsrecht. ¶ 財產目錄 boedelbeschrijving; inventaris van eigendommen. ¶ 財產主 eigenaar. ¶ 財產を相續する eigendommen erven. ¶ 財產稅 vermogensbelasting.
zn. groote sprong m. ¶ 雄飛する grooten sprong doen; plotseling een heel eind vooruitkomen; plotseling carrière maken.
(予算) zn. voorafgaande berekening v.; raming v.; schatting v.; begrooting v. ¶ 海軍豫算 begrooting van marine. ¶ 豫算不成立 verwerping der begrooting. ¶ 豫算を立てる begrooting maken. ¶ 豫算案 begrooting; wet op de begrooting.
zn. (1) [外國行] buitenlandsche reis v. (2) [店舖] buitenlandsche firma v. ¶ 洋行する naar het buitenland gaan; buitenlandsche reis maken.
zn. (1) [支度] voorbereiding v.; toerusting v.; uitrusting v. (2) [用心] voorzorg v.; voorzichtigheid v. ¶ 用意なく onvoorbereid. ¶ 用意なく演説をする voor de vuist spreken. ¶ 用意する gereed maken; toebereidselen maken; zorgen voor. ¶ 飯の用意をする voor het eten zorgen.
(1) [用事] zaken v.mv. (2) [役] dienst m.; nut o. (3) [入費] kosten m.mv. ¶ 用を達する zaak afdoen. ¶ 何御用なのですか wat is er van uw dienst? ¶ お前は用がないのか heb je niets te doen? ¶ 用に立てる gebruik maken van. ¶ 用に立つ bruikbaar zijn; nuttig zijn. ¶ 家庭用 huishoudelijk gebruik. ¶ 用を足す zijn behoeften doen. ¶ 用なき (仕事の無い) niets te doen; vrij; (不用な) onnoodig; nutteloos.
zn. nachtelijke tocht m.; nachtreis v. ¶ 夜行する nachtelijken tocht maken; 'snachts reizen. ¶ 夜行列車 nachttrein. ¶ 夜行病 slaapwandelen.
zn. (1) [官職] ambt o.; post v.; betrekking v. (2) [職務] taak v.; ambtsplicht v.; functie v.; werkkring m. (3) [芝居の] rol v. (4) [效用] nut o. ¶ 役に立つ nuttig; bruikbaar; geschikt. ¶ 役に立てる nuttig gebruik maken van. ¶ 役に立たぬ onbruikbaar; nutteloos; het geeft niets. ¶ 役を勤める functie vervullen; rol spelen; dienst doen als; fungeeren als.
bw. ongeduldig; zenuwachtig. ¶ やきもきする ongeduldig zijn; zich zenuwachtig maken.
bn. (1) [騷々しい] lawaaiig; (2) [小言多き] lastig; kijfachtig. (3) [嚴格な] streng. ¶ 食物にやかましい kieskeurig. ¶ 喧しく met veel lawaai; met veel drukte. ¶ 喧しく云ふ zich druk maken. ¶ やかましい靜かにしろ maak toch niet zoo'n lawaai! ¶ やかましい問題 een hevige kwestie. ¶ 稅關で喧しく言ふでせう ik denk, dat je moeilijkheden krijgt met de douane. ¶ 喧し屋 lastige kerel.
zn. lach m.; spotlach (嘲笑) m.; glimlach (微笑). ¶ 世人の笑を招く zich belachelijk maken. ¶ 笑出す beginnen te lachen; in lachen uitbarsten (大きな聲で). ¶ 笑顔 lachend gezicht. ¶ 笑事 belachelijks. ¶ 笑草にする belachelijk maken; bespotten. ¶ 笑草になる zich bespottelijk maken; uitgelachen worden. ¶ 笑上戸 iemand, die een vroolijken dronk heeft; goedlachsch iemand.
zn. onderscheid o. ¶ 別隔をする onderscheid maken. ¶ 別隔なく zonder onderscheid.
t.w. verdeelen; splitsen; scheiden; i.w. onderscheid maken.
(詫び) zn. excuus o.; verontschuldiging v.; verzoek om vergiffenis. ¶ 詫狀を出す schriftelijke excuses maken; per brief om verschooning vragen. ¶ 詫びる zich verontschuldigen; verschooning vragen; vergeving vragen; excuses maken.
t.w. (1) [打つ] slaan. i.w. (2) [拍手] (in de handen) klappen. t.w. (3) [發砲] schieten. (4) [攻擊] aanvallen. (5) [鐘を] luiden. (6) [電報を] verzenden. i.w. (7) [博奕] dobbelen. t.w. (8) [網を] werpen; gooien. (9) [碁能] spelen. (10) [鍛へる] harden. (11) [打込む] inslaan. ¶ 釘を打つ spijker inslaan. ¶ 網を打 net werpen. ¶ 太鼓を打つ trommelen. ¶ 仇を討つ zich wreken. ¶ 田を打つ sawah bebouwen. ¶ 幕を打つ tent opslaan. ¶ 手金を打つ handgeld betalen. ¶ もんどり打つ saltomortale maken. ¶ 電報を打つ telegram zenden; telegrafeeren.
zn. (1) [濕氣] vocht v.; damp m. (2) [利潤] voordeel o. (3) [滋味] bekoring v.; smaak m. ¶ 潤ある voordeelig; gunstig; bekoorlijk; aantrekkelijk; innemend; (潤なき) vervelend; saai. ¶ 潤す(ぬらす) bevochtigen; nat maken; (富ます) verrijken; bevoordeelen; gunst bewijzen (恩澤を受けしむ). ¶ 潤ふ vochtig zijn; voordeel behalen; verdienen; begunstigd worden; gunsten ontvangen.
zn. dijkje tusschen rijstvelden. ¶ 畦立つ dijkjes maken; ribbels vormen. ¶ 畦のある geribd; geribbeld.
zn. slingering v.; kronkeling v. ¶ 紆曲せる slingerend; kronkelend; omslachtig. ¶ 紆曲する zich slingeren; zich kronkelen; omweg maken.
zn. populariteit v.; geschiktheid voor het gewone publiek. ¶ 通俗の populair. ¶ 通俗語 spreektaal; uitdrukking van de dagelijksche omgangstaal. ¶ 通俗化 popularisatie. ¶ 通俗化する populariseeren; bevattelijk maken voor het gewone publiek. ¶ 通俗體 populaire stijl; eenvoudige stijl.
zn. ongerustheid v.; kommer m. ¶ 痛心する zich bezorgd maken; ongerust zijn.
zn. normale toestand m.; gewone omstandigheden v.mv. ¶ 常ならぬ ongewoon; abnormaal. ¶ 常とする er een gewoonte van maken; gewoon zijn om. ¶ 常の gewoon; normaal; gebruikelijk. ¶ 常の如く als gewoonlijk. ¶ 常に gewoonlijk; in den regel; meestal. ¶ 世の常 de menschelijke natuur. ¶ 常ならぬ身になる in gezegende omstandigheden zijn; kind verwachten.
t.w. (1) [製作] maken; vervaardigen. (2) [構成] vormen. (3) [建設] bouwen. (4) [耕作] bebouwen; bewerken. (5) [培養] verbouwen; telen. ¶ 木で造る van hout maken. ¶ 酒を造る arak stoken; sake brouwen. ¶ 野菜を作る groenten kweeken. ¶ 財產を作る fortuin maken; rijk worden. ¶ 顏を作る toilet maken; zich werven en poeieren. ¶ 列を作る een rij vormen; in ’t gelid gaan staan. ¶ 家庭を作る huishouden opzetten. ¶ 罪を作る zonde begaan.
(作り出す) t.w. maken; voortbrengen; produceeren; vervaardigen.
(付け込む) t.w. (1) [帳簿に] boeken; inboeken. i.w. (2) [弱點に] gebruik maken van; speculeeren op. t.w. (3) [豫約] bespreken; reserveeren. ¶ 無智に附込む speculeeren op iemands onwetendheid.
(付ける) t.w. (1) [接合] bevestigen; hechten; vastmaken. i.w. (2) [裝ふ] uitrusten. t.w. (3) [尾行] volgen. (4) [値を] bieden. (5) [點火] aansteken. ¶ 身に附ける bij zich hebben. ¶ 鈕を附ける knoop aanzetten. ¶ ペン軸にペンを附ける pen in den penhouder steken. ¶ 帳面に附ける inboeken. ¶ 船を棧橋に著ける een schip langszij van de kade brengen. ¶ 煙草を附ける sigaar aansteken. ¶ 電燈を附ける licht aandraaien. ¶ 名を附ける naam geven, noemen. ¶ 人の後を附ける iemands spoor volgen. ¶ 氣を附ける aandacht vestigen; oppassen. ¶ 子供に財產を附ける kapitaal vastzetten op een kind. ¶ 道を附ける weg maken. ¶ 色を附ける kleuren. ¶ 値を附ける bieden voor.
(使い慣らす) t.w. temmen; gedwee maken; leeren gehoorzamen.
zn. gangbare munt v.; circulatie-middel o.; courant geld o.; specie v.; betaalmiddel o. ¶ 通貨本位 muntstandaard; munteenheid. ¶ 通貨單本位制 monometallisme; enkelvoudige muntstandaard. ¶ 通貨膨脹 inflatie. ¶ 通貨にする tot betaalmiddel maken.
i.w. (1) [通過] passeeren; voorbijgaan. (2) [精通] grondig op de hoogte zijn; t.w. kennen. i.w. (3) [了解] verstaan worden; gangbaar zijn. (4) [姦通] onzedelijke betrekkingen hebben; liaison hebben. (5) [內應] in ’t geheim in verbinding staan t.w. (6) [通過さす] laten passeeren; doorlaten. (7) [連絡] verbinden. (8) [知らす] laten weten; bekend maken. ¶ 都市には鐵道が通じてゐます de voornaamste steden zijn door spoorwegen verbonden. ¶ 蘭語に通じる goed Hollandsch kennen. ¶ 英語の通じない處はない Engelsch wordt overal verstaan. ¶ 敵に通じる in geheime relatie staan met den vijand. ¶ 女と通じる scharrelen met een vrouw. ¶ 橋を通じる door een brug verbinden; brug slaan. ¶ 電流を通じる stroom sluiten. ¶ 意志を通じる bedoeling bekend maken. ¶ 電話が通じない de telefoon geeft geen gehoor.
(償い) zn. vergoeding v.; schadeloosstelling v.; compensatie v.; indemniteit v.; boetedoening (贖罪) v.; zoengeld o. ¶ 償ふ vergoeden; schadeloosstellen; vergoeding geven; boete doen. ¶ 償ひ難き onherstelbaar; niet goed te maken. ¶ 損害を償ふ verlies vergoeden. ¶ 出費を償ふ de kosten dekken; zich bedruipen.
Tijd: 1.72 sec. jiten.nl: 125 treffers, warandict: 60 treffers (zoekopdracht: 'maken').
