日蘭辭典+

15 resultaten voor ‘afgang’
日蘭辭典 (trefwoord)
kudashi下し

zn. stoelgang m.; afgang m. ¶ 下しをかける purgeeren; laxeeren. ¶ 下しぐすり purgeermiddel; laxeermiddel.

yōben用便

zn. afgang m.; stoelgang m.; ontlasting v. ¶ 用便する afgaan; behoeften doen.

tsūji通じ

zn. (1) [便通] ontlasting v.; afgang m.; stoelgang m. (2) [感應] uitwerking v. ¶ 通じがある ontlasting hebben; afgaan. ¶ 通じが止まる geconstipeerd zijn. ¶ 通じ藥 purgeermiddel; laxeermiddel.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <afgang>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
しくじり shikujiri (1) mislukking; afgang; flop; (2) blunder; miskleun; flater
へま hema blunder; flater; stommiteit; miskleun; flop; afgang; stommigheid; enormiteit; knoeiwerk; geknoei; gaffe; bévue; [inform.] uitglijer; [Belg.N.;inform.] kemel; [Belg.N.;inform.] uitschuiver; [Belg.N.] hoofdvogel; [fig.] bok; [gew.] geep; [gew.] hoogvogel; [gew.] oppergaai
ドロップ doroppu (1) [cul.] drops; drups; suikerballetje met vruchtensmaak; (2) [honkb.] drop; (3) [studentent.] het zakken voor een examen; onvoldoende; afgang; [Belg.N.] buis; (4) val; achteruitgang; daling
便 ben (1) gemak; gerief; conveniëntie; gelegenheid; gerieflijkheid; comfort; faciliteit; accommodatie; voorziening; (2) excreten; [i.h.b.] feces; poep; excrement; ontlasting; stoelgang; afgang; [med.] dejectie; [kindert.] bah
坂道 sakamichi aflopende weg; hellende weg; helling; afgang
失態 shittai blamage; afgang; blunder; flater; misstap; faux pas; beschamende; pijnlijke vergissing
失敗 shippai mislukking; misser; misslag; misgreep; vergissing; flop; afgang; sof; echec; fiasco; debâcle; bévue; blunder; flater; miskleun; stommiteit; [inform.] uitglijer; [Barg.] raggeling; [Barg.] zeperd
排便 haiben ontlasting; stoelgang; defecatie; afgang; [veroud.] stoel
排泄;排洩 haisetsu (1) lozing; afscheiding; uitscheiding; (2) excretie; afgang; ontlasting; uitdrijving; extrusie
排泄物 haisetsubutsu (1) ontlasting; afgang; excrementen; uitwerpselen; fecaliën; feces; (2) excretie; uitscheiding; excretieproducten; uitscheidingsproducten; excreten
斜面 shamen helling; glooiing; schuinte; afgang; hellend oppervlak; hellend vlak
退場 taijou (1) [ton.] het aftreden; afgang; het (uit protest) opstappen; (2) [sportt.] veldverlating; (3) [regieaanwijzing] exit; af; [verzameln.] exeunt
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.42 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'afgang'). 
2005-2026