
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
hibō・誹謗
zn. laster m. ¶ 誹謗する belasteren; bekladden.
zanso・讒訴
zn. valsche beschuldiging v.; valsche aanklacht v. ¶ 讒訴する valsch beschuldigen; belasteren.
zanbu・讒誣
zn. valsche beschuldiging v.; laster m.; valsche aantijging v. ¶ 讒誣する valsch beschuldigen; belasteren.
zanbō・讒謗
zn. laster m. ¶ 讒謗の lasterlijk. ¶ 讒謗する belasteren; bekladden; lasterlijk aantijgen. ¶ 讒謗者 lasteraar; kwaadspreker.
zangen・讒言
zn. valsche beschuldiging v.; lasterlijke aantijging v.; laster m. ¶ 讒言する belasteren; bekladden; valsch beschuldigen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <belasteren>
中傷する chūshōsuru lasteren; belasteren; kwaadspreken; bekladden; zwartmaken; schandaliseren; calumniëren; diffameren; defameren
傷付ける kizutsukeru (1) verwonden; blesseren; bezeren; kwetsen; een wond; wonden toebrengen aan; bewerken; toetakelen; (2) beschadigen; schade berokkenen; toebrengen; aantasten; krassen maken; bekrassen; bekerven; een barst; een kerf; barsten; kerven maken in; (3) [fig.] grieven; krenken; kwetsen; kneuzen; deren; afbreuk doen aan; schaden; [名声を~] bekladden; belasteren; bezwadderen
冒涜する;冒瀆する bōtokusuru ontheiligen; schenden; ontwijden; profaneren; desacraliseren; belasteren; lasterlijk spreken (over); [i.h.b.] godslasterlijk spreken (over); blasfemeren; lasteren; lasteringen uiten (over); [i.h.b.] godslasteringen uiten (over); onteren; [fig.] ontadelen; spotten (met)
悪し様に言う ashizamanīu [人を~] kwaadspreken van; ongunstig; smadelijk spreken over; afgeven op; zwartmaken; belasteren; verguizen
毀損する kisonsuru (1) beschadigen; schade berokkenen; toebrengen; toetakelen; (2) [名誉を] aantasten; schaden; in diskrediet brengen; te schande maken; belasteren
Tijd: 1.24 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 5 treffers (zoekopdracht: 'belasteren').
2005-2026
