RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <contact>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
De weergave van het Japans van de resultaten hieronder is gespeld in een vorm van
waapuro-spelling. De spelling komt overeen met de originele spelling in
hiragana in het Japans. De verschillen met de
Hepburn-spelling van de overige resultaten zijn eenvoudig:
| spelling |
uitspraak |
| uu |
lang aangehouden /oe/ (Hepburn spelling: ū) |
| ou |
lang aangehouden /o/ (Hepburn spelling: ō) |
| (soms, als in 酔う you "dronken zijn") uitspraak: /o/ + /oe/ |
| ei |
lang aangehouden /ee/ (dit is identiek in Hepburn spelling) |
| ha |
/ha/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling) |
| alleen voor het partikel は: uitspraak /wa/ |
| he |
/he/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling |
| alleen voor het partikel へ: uitspraak /e/ |
[verberg]
コンタクト kontakuto (1) contact; verbinding; aanraking; (2) contactlens; [verk.] lens
交わり majiwari (1) omgang; verkeer; betrekking; contact; (2) seks; geslachtsgemeenschap; geslachtsverkeer; vleselijke omgang; seksuele betrekkingen; seksueel contact; (3) [wisk.] doorsnede; doorsnee; intersectie
交信 koushin communicatie; contact; verbinding; correspondentie
交渉 koushou (1) onderhandelingen; besprekingen; discussie; pourparlers; overleg; [i.h.b.] gemarchandeer; [veroud.] negotiatie; (2) relatie; contact; connectie; het iets te maken hebben met; betrekkingen; omgang
交通 koutsuu (1) verkeer; (2) verbinding; connectie; aansluiting; (3) communicatie; contact; uitwisseling van informatie; (4) omgang; het omgaan met mensen; vriendschappelijk verkeer; (5) transport; vervoer; handelsverkeer; handel
交際 kousai omgang; het omgaan met mensen; vriendschappelijk verkeer; contact; vriendschap; kameraadschap
交 kou (1) omgang; betrekking; contact; (2) overgang; wisseling; (a) omgang; betrekking; contact; (b) elkaar kruisen; samenkomen; (c) gemengd raken; mengen; (d) wisselen; ruilen; uitwisselen; (e) leveren; (f) onderling; bij beurten
付き合い tsukiai (1) omgang; verkeer; betrekking; contact; gemeenschap; relatie; gezelschap; vriendschap; anschluss; [i.h.b.] verkering; kennissen; kennissenkring; (2) [meegaan enz. uit] sociale beleefdheid
往復 oufuku (1) het heen en teruggaan; het gaan en komen; (2) correspondentie; briefwisseling; (3) contact; het onderhouden van contact (met elkaar); omgang; verkeer; (4) retourbiljet; retour; retourtje [afkorting van ōfukukippu 往復切符 of ōfukujōshaken 往復乗車券]
往来 ourai (1) heen-en-weergeloop; komen en gaan; verkeer; va-et-vient; passage; [Belg.N.] trafiek; (2) straat; verkeersweg; (3) het opkomen en verdwijnen; (4) omgang; contact; uitwisseling; (5) correspondentie; briefwisseling; (6) [hand.] lichte schommeling; fluctuatie
接触 sesshoku contact; aanraking; voeling; het raken; [wisk.] osculatie
消息 shousoku (1) nieuws; informatie; tijding; bericht; brief; contact; (2) toestand; staat; situatie; conditie; omstandigheden; (3) wederwaardigheden; lotgevallen; gebeurtenissen; ups en downs; wisselvalligheden; (4) aankondiging van de reden van z'n bezoek
縁故 enko (1) bloedband; bloedverwantschap; (2) bloedverwant; verwant; (3) connectie; relatie; band; contact
通じる tsuujiru (1) leiden naar; uitkomen op; voeren naar; gaan naar; in verbinding staan met; lopen naar; doorlopen tot; [m.b.t. transportmiddel] rijden naar; [m.b.t. elektriciteit] stromen; [m.b.t. lift] passeren langs; (2) doordringen (tot); [m.b.t. telefonie] aansluiting; contact; verbinding krijgen met; bereiken; begrepen worden (door); [i.h.b.] geapprecieerd worden; geaccepteerd worden; (3) vertrouwd zijn met; goed op de hoogte zijn van; goed ingelicht zijn over; goed ingevoerd zijn in; goed thuis zijn in; geverseerd zijn in; doorkneed zijn in; bedreven zijn in; goed onderlegd zijn in; bekend zijn met; wegwijs zijn in; (4) in geheime verstandhouding staan met; heimelijk heulen met; konkelen met; samenspannen met; geheime contacten hebben met; in het geheim een (liefdes)verhouding; affaire hebben met; (5) aanleggen; erdoor voeren; erdoor leiden; [stroom enz.] zetten op; (6) verraden aan; doorspelen aan; uitbrengen aan; laten weten
連係 renkei verband; connectie; betrekking; link; contact; relatie
連絡 renraku (1) verbinding; aansluiting; koppeling; schakeling; (2) contact; [m.b.t. leger] liaison; connectie; band; voeling; aanraking; (3) communicatie; correspondentie
音信 onshin bericht; nieuws; tijding; boodschap; (schriftelijk) contact; briefwisseling; correspondentie