日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘enkel’
日蘭辭典 (trefwoord)
ashikubi足首
zn. enkel m.
tan-itsu單一
(単一) zn. enkelvoudigheid v.; eenvoud o. ¶ 單一の enkel; eenig; eenvoudig; uitsluitend. ¶ 單一化 vereenvoudiging; unificatie.
tada
(ただ、唯、徒、但、常) bw. (1) [單に] alleen maar; slechts. (2) [排他的に] uitsluitend. (3) [無駄に] te vergeefs. (4) [無代] voor niets; om niet; gratis. ¶ 只の enkel; uitsluitend; (無料な) vrij; gratis; gewoon (通常の). ¶ ただ一つの eenig. ¶ 徒人 een gewone man. ¶ 唯の一夜に in een enkelen nacht.
kubi

zn. nek m.; hals m.; hoofd (頭) o. ¶ 德利の首 hals van een flesch. ¶ 手首 pols. ¶ 足首 enkel. ¶ 首を振る het hoofd schudden. ¶ 首を切る onthoofden. ¶ 首になる ontslagen worden. ¶ 首にする ontslaan.

kurubushi

zn. enkel m.

yūiitsu唯一

zn. eenheid v. ¶ 唯一の eenig; uitsluitend; enkel. ¶ 唯一の手段 het eenige middel. ¶ 唯一神敎 monotheïsme.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <enkel>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
きり kiri (1) […~] [partikel dat begrenzing;afperking uitdrukt] enkel; slechts; alleen; uitsluitend; de hele tijd; (2) […~…ない] [partikel dat een finaliteit uitdrukt] de laatste keer dat; sedert; sinds; van … af; (3) […~…ない] [partikel dat exclusiviteit;een maximum uitdrukt] niet meer dan
しか shika […~] slechts; enkel; alleen maar
たった tatta slechts; alleen (maar); (nog) maar; enkel; niet meer dan
のみ nomi (1) [drukt beperking uit] enkel; alleen; alleen maar; slechts; puur; (2) [drukt bijzondere nadruk uit]; (3) [drukt in zinsfinale positie een concluderende uitspraak met gevoelsnadruk uit] maar; louter; gewoon; niets dan
ばっかし bakkashi [spreekt.] [drukt beperking uit] enkel; slechts; louter
アンクル ankuru (1) horlogeanker; anker; (2) oom; [Belg.N.] nonkel; (3) enkel
オンリー onrii (1) [Jap.gesch.] prostituee die ten tijde van de Amerikaanse bezetting met slechts één specifieke buitenlandse klant betrekkingen onderhield; (2) slechts; alleen maar; enkel
シングル shinguru (1) [sportt.] enkel; [i.h.b. tennis] enkelspel; (2) eenpersoonskamer; (3) jas; jasje met één rij knopen
シングルス shingurusu [sportt.] enkel; [i.h.b. tennis] enkelspel
一つ;1つ hitotsu (1) één; eentje; [per] stuk; (2) enkel ~; slechts ~; alleen ~; [met negatie] zelfs geen ~ [suffix dat het voorafgaande substantief beperkt of beklemtoont]; (3) één en hetzelfde; één en dezelfde; een geheel; iets eenders; (4) ten eerste; primo; om te beginnen [gebruikt bij het opgeven van één uit meerdere alternatieven]; (5) eens (even); eens (effen); (6) alstublieft; alsjeblieft [als lichte aandrang bij een verzoek]
一介 ikkai (1) [~の] slechts; alleen maar; niet meer dan; enkel; louter en alleen; (2) [~の] onbeduidend; onbetekenend; onbelangrijk; onaanzienlijk; simpel; eenvoudig
僅か;纔か wazuka (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; luttel; greintje; ietwat; enigermate; enigszins; (2) gering; klein; licht; schaars; karig; amper; nauwelijks; maar net; ternauwernood; (3) krap; nauw; eng; (4) slechts; maar; enkel
単なる tannaru louter; maar; zomaar een ~; eenvoudig; gewoon; enkel; zonder meer; je reinste; regelrecht
単に tanni slechts; alleen (maar); maar; enkel; louter; zonder meer; niet meer dan; niets dan; simpelweg; eenvoudigweg; blotelijk
単独の tandokuno enkel; eenpersoons; eenmans-; solo-; individueel; afzonderlijk; onafhankelijk
tan enkel-; enkelvoudig ~; eenvoudig ~
只管 hitasura (1) vurig; volijverig; ijverig; hartstochtelijk; ingespannen; vurig; fervent; (2) uitsluitend; enkel
唯の tadano (1) slechts; louter; enkel; maar; alleen (maar); (2) gewoon; alledaags; normaal; algemeen; gebruikelijk; doodgewoon; niet bijzonder; gangbaar; banaal; triviaal; modaal; doorsnee; ordinair; (3) gratis; kosteloos; vrij
唯一の yuiitsuno de; het enige; enkel; uniek; exclusief
唯;只;常;徒 tada (1) enkel; uitsluitend; puur; zuiver; enig; [inform.] enigst; (2) slechts; louter; enkel; maar; alleen (maar); (3) zo maar; zonder meer; zonder reden; (4) alleen; maar; echter; het enige is; dat; (5) gewoon; alledaags; normaal; algemeen; gebruikelijk; doodgewoon; niet bijzonder; gangbaar; banaal; triviaal; modaal; doorsnee; ordinair; (6) gratis; kosteloos; zonder kosten; vrij; voor niets; belangeloos; franco; [i.h.b.] ongestraft; [i.h.b.] straffeloos
本の honno slechts; maar; enkel; louter; niet meer dan
許り bakari (1) […~] [drukt een beperking;begrenzing uit] slechts; alleen maar; enkel; (2) […~] [drukt een benadering uit] zo'n …; zowat …; ongeveer …; omtrent …; rond de …; om en bij de …; … of zo; (3) […たばかりに] [drukt met nadruk een reden uit] door; wegens; (4) […(ぬ/ん)ばかり] [drukt een toestand uit die elk moment kan gebeuren] op het punt …; (5) […たばかり] [drukt een handeling uit die pas voltooid is] net; pas; juist; (6) […とばかり/とばかりに] [drukt een beklemtoning uit]
足首 ashikubi [anat.] enkel
kurubushi [anat.] enkelbot; enkel; malleolus; sprongbeen; kootbeen
高が takaga hoogstens; hooguit; op z'n best; slechts; louter; enkel; alleen maar; niet meer dan
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.38 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 25 treffers (zoekopdracht: 'enkel'). 
2005-2026