日蘭辭典+

40 resultaten voor ‘middel’
日蘭辭典 (trefwoord)
yakuji藥餌
(薬餌) zn. medicijn o.; geneesmiddel o. ¶ 藥餌に親しむ gewend zijn een middel te gebruiken .
michi道、路
zn. (1) [道路] weg m. (2) [方法] middel o.; uitweg m.; methode v. (3) [道程] afstand m. (4) [道德] zedelijk beginsel o.; de rechte weg. ¶ 道で onderweg. ¶ に途がない geen andere keuze hebben; er niets anders op weten. ¶ 道に從ふ het rechte pad volgen; de deugd betrachten. ¶ 道を教へる den weg wijzen. ¶ 途を拓く een weg banen. ¶ 其の道の者 een man van het vak; een deskundige; een specialiteit. ¶ 道ならぬ onzedelijk. ¶ 道案内 gids. ¶ 路傍に langs den weg.
shikata仕方
zn. (1) [方法] methode v.; manier v. (2) [手段] middel o. ¶ 仕方ない er is niets aan te doen. ¶ ……するより仕方ない er zit niets anders op, dan om……. ¶ 仕方を示す wijzen, hoe iets gedaan moet worden. ¶ 仕方話 gebarentaal.
teguchi手口
zn. manier v.; methode v.; middel o.
mushikudashi蟲下し
(虫下し) zn. wormdrijvend middel o.
koshi
zn. lendenen v.mv.; middel o.; heup v.; steel (¶ コツ ¶ プの) m. ¶ 腰¶ の低い nederig; beleefd. ¶ 腰¶ を掛ける gaan zitten. ¶ 腰¶ を折る ontmoedigd zijn.
koshinawa腰繩

zn. touw om het middel.

kuchisugi口過ぎ

zn. middel van bestaan; broodwinning v. ¶ 口過する zijn brood verdienen.

kuchū驅蟲

(駆虫) zn. wormverdrijving v.; verdelging van insecten. ¶ 驅蟲藥 wormdrijvend middel; wormpoeier; insectenpoeier.

kufū工夫

zn. (1) [考案] vinding v. (2) [手段] middel o.; methode v. (3) [計畫] plan o. ¶ 工夫する middel bedenken; methode vinden; een plan bedenken.

kuihagureru食ひはぐれる
kumen工面

zn. middel o.; plan v.; methode v. ¶ 金を工面する middelen beramen; zich geld weten te verschaffen.

-zukudeづくで

bw. door middel van; dank zij; ten gevolge van; op grond van. ¶ 勉强づくで door ijverige studie.

zaisan財產

(財産) zn. bezit o.; bezittingen v.mv.; vermogen o.; eigendommen o.mv.; middelen o.mv. ¶ 無財產者 onbemiddelde. ¶ 財產を有する bemiddeld zijn. ¶ 財產を作る fortuin maken. ¶ 財產分離 scheiding van goederen. ¶ 財產を淸算する boedel afwikkelen. ¶ 財產刑 geldstraf; boete. ¶ 財產權 eigendomsrecht. ¶ 財產目錄 boedelbeschrijving; inventaris van eigendommen. ¶ 財產主 eigenaar. ¶ 財產を相續する eigendommen erven. ¶ 財產稅 vermogensbelasting.

yūiitsu唯一

zn. eenheid v. ¶ 唯一の eenig; uitsluitend; enkel. ¶ 唯一の手段 het eenige middel. ¶ 唯一神敎 monotheïsme.

yoke

zn. beschutting v.; bescherming v.; schuilplaats v.; middel tegen o. ¶ 風除 beschutting tegen den wind. ¶ 魔除 amulet tegen booze geesten.

yobō豫防

(予防) zn. voorkoming v.; voorbehoeding v.; voorzorg v. ¶ 豫防の preventief. ¶ 豫防する voorkomen; beletten; voorzorg nemen tegen; zorgen dat niet; tegengaan. ¶ 豫防注射 prophylactische inspuiting; inenting tegen. ¶ 豫防法 voorzorgsmaatregel; voorbehoedmiddel. ¶ 豫防劑 voorbehoedmiddel; prophylactisch middel.

tsukusu盡す

(尽くす) t.w. (1) [消費] verbruiken; opgebruiken; uitputten. (2) [果す] volbrengen; vervullen; voleindigen; voltooien. i.w. (3) [盡力する] zich inspannen. ¶ 喰ひ盡す opeten. ¶ 國の爲に盡す zijn krachten geven aan het vaderland. ¶ 深切を盡す zich uitputten in vriendelijkheid. ¶ 百方手を盡す geen middel onbeproefd laten. ¶ 己の分を能く盡す zijn taak goed volbrengen. ¶ 言語に盡し難き onbeschrijfelijk.

tsukegusuri附藥

(付け薬) zn. smeersel o.; middel voor uitwendig gebruik.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <middel>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ねた neta (1) materiaal; stof; ingrediënt; (2) fonds; middel; instrument; (3) gegevens; data; informatie; materiaal; (4) goed; waar; spul; artikel; product; (5) apparaat; mechaniek; toestel; instrument; (6) [volkst.] bewijs; spoor; bewijsmateriaal; (7) [Jap.barg.] maaltijd; maal; eten; voedsel; (8) [cul.] sushi-ingrediënt; [i.h.b.] vis
ウェスト wesuto (1) middel; taille; lende; leest; (2) [scheepv.] kuil; middendek; (3) bloes; keursje; lijfje; (4) verspilling; verkwisting; (5) afvalproduct; afval; (6) [honkb.] waste ball; waste pitch
ウエスト uesuto (1) middel; taille; lende; leest; omtrek; (2) bloes; keursje; lijfje; (3) [scheepv.] kuil; middendek; (4) verspilling; verkwisting; (5) afvalproduct; afval; (6) [honkb.] waste ball; waste pitch; (7) westen; (8) West; Simon [= Brits filmregisseur;geb.1961]
ウエストライン uesutorain middel; taille
ミドル midoru (1) midden-; middel-; (2) middelbare leeftijd
リソース risoosu (1) hulpbron; hulpmiddel; middel; (2) [comp.] resource
工夫 kufuu (1) vinding; ontdekking; uitvinding; (2) plan; schema; (3) middel; methode; (4) goed idee
手口 teguchi (1) methode; werkwijze; manier; middel; techniek; truc; modus operandi; manoeuvre; (2) koper; verkoper bij een transactie
手段 shudan middel; hulpmiddel; redmiddel; weg; maatregel; stap; instrument; medium; expediënt; [fig.] wapen
te (1) hand; [volkst.] jat; [inform.] klauw; krauwel; [Barg.] fietsen; (2) arm; (3) poot; [i.h.b.] voorpoot; (4) handvat; oor; (5) [meton.] hand; arbeidskracht; kracht; hulpkracht; hulp; helper; (6) [meton.] iems. handen; iems. bezit; (7) handschrift; schrift; (8) middel; truc; foefje; manoeuvre; techniek; (9) verwonding; wond; (10) [将棋の] zet; (11) [とらんぷの] hand; kaarten; (12) richting; kant; zijde; (13) soort; slag; merk; (14) vaardigheid; bekwaamheid; (15) betrekking; band; (16) hand-; handgemaakt; handgemaakte …; (17) hand-; meeneem-; (18) [~keiyōshi;keiyōdōshi] [beklemtonend voorvoegsel]; (19) in de richting van …; -waarts; (20) [noemt een zekere kwaliteit]; (21) [RYK~] -er [achtervoegsel waarmee nomina agentis gevormd worden]; (22) [maatwoord voor shogi-;schaakzetten]
ryou (1) materiaal; middel; (a) -kosten; -geld; -tarief; -recht; -last; -loon; -bijdrage
方法 houhou (1) methode; wijze; weg; procedé; manier; [Lat.] modus; middel; het hoe; trant; maatregel; beleid; stap; (2) [maatwoord voor methodes]
方策 housaku (1) plan; maatregel; beleid; middel; manier; oplossing; (2) [maatwoord voor plannen;maatregelen]
方角 hougaku (1) windstreek; windrichting; hemelstreek; hoek; (2) ligging; positie; oriëntatie; (3) richting; (4) middel; instrument
為ん方 senkata manier; wijze waarop men te werk moet gaan; aangewezen methode; middel
真ん中;真中 mannaka (1) midden; centrum; middelpunt; hart; middel-; (2) precies in het midden; halverwege ~
koshi (1) heup; lende; lendenstreek; middel; zij; taille; onderrug; lage rug; (2) taille van een kledingstuk; deel van een kledingstuk dat het middel omgeeft; (3) onderstuk; onderdeel; benedenste gedeelte; benedengedeelte; (4) poten; onderstel (van een meubelstuk); (5) onderflank van een berg; (6) onderstuk van een helm; (7) derde vers; regel van een tanka; (8) veerkracht; draagkracht; viscositeit; elasticiteit; [cul.] beet (van pasta); (9) souplesse; scheurvastheid van papier; stoffen; (10) …houding; …pose; (11) [maatwoord voor omgegorde zwaarden;hakama;om de heupen gebonden voorwerpen]; (12) [maatwoord voor gekokerde pijlen]
sube middel; methode; wijze; manier; werkwijze; kunst
ro (a) weg; pad; (b) reis; tocht; (c) logica; (d) middel; connecties; (e) positie
途方 tohou (1) middel; methode; weg; stappen; maatregelen; aanpak; (2) rede; logica
道;路;途;径 michi (1) weg; baan; route; straat; (2) reis; reisroute; koers; tocht; (3) zeden; juist gedrag; ware pad; pad der deugd; plicht; gerechtigheid; (4) leer; juiste weg [van het boeddhistische geloof enz.]; (5) methode; middel; stap; uitweg; manier; kunst; (6) onderwerp; materie; terrein; branche; vakgebied; (7) loop; gang; proces
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.7 sec. jiten.nl: 19 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'middel'). 
2005-2026