日蘭辭典+

24 resultaten voor ‘eenheid’
日蘭辭典 (trefwoord)
tan-itsu單一
(単一) zn. enkelvoudigheid v.; eenvoud o. ¶ 單一の enkel; eenig; eenvoudig; uitsluitend. ¶ 單一化 vereenvoudiging; unificatie.
itchi一致
zn. (1) [協同] samenwerking v.; eendracht v. (2) [同意] eensgezindheid v. (3) [統一] eenheid v. (4) [調和] harmonie v. (5) [符合] aanpassing v.; overeenstemming v.¶ 一致の eendrachtig; eensgezind. ¶ 一致して gezamenlijk; als een-man. ¶ 一致する zich aansluiten; zich vereenigen; overeenstemmen met; harmonieeren.
kuraidori位取り

zn. eenheid (單位) v.; graad m.

yūiitsu唯一

zn. eenheid v. ¶ 唯一の eenig; uitsluitend; enkel. ¶ 唯一の手段 het eenige middel. ¶ 唯一神敎 monotheïsme.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <eenheid>
ユニット yunitto (1) eenheid; onderdeel; afdeling; unit; blok; (2) [maatwoord voor onderdelen;afdelingen;eenheden]
一位;イチイ ichī (1) (alleen 一位) eerste plaats; eerste rang; kop; toppositie; top; nummer één; (2) (alleen 一位) [rekenk.] eenheid; eenheden; (3) (alleen イチイ) [plantk.] Japanse taxus; Taxus cuspidata
一体性 ittaisei eenheid; het één zijn
一体 ittai (1) (één) lichaam; eenheid; (2) standbeeld; sculptuur; (3) stijl; vorm; trant; (4) [in combinatie met een vraagwoord] in hemelsnaam; in godsnaam; verdorie; nu eigenlijk; (5) om de waarheid te zeggen; per slot van rekening; strikt genomen
一本 ippon (1) één langwerpig; staafvormig voorwerp; [木~] één boom; [竹~] één bamboeplant; [髪の毛~] één haartje; [針~] één naald; [刀~] één zwaard; [扇~] één waaier; [壜~] één fles; [白墨~] één krijtje; [鉛筆~] één potlood; (2) [m.b.t. boekwerk] één exemplaar; (3) [m.b.t. kendo;judo] één vol punt; ippon; (4) eenheid; één lijn; (5) volledig opgeleide geisha; (6) touché!; ippon!
一致 itchi (1) samenwerking; eendracht; (2) eensgezindheid; (3) eenheid; (4) harmonie; (5) aanpassing; overeenstemming; (6) eendrachtig; (7) eensgezind; (8) harmonieus; evenwichtig
一途 itto (1) rechte weg; enige weg; een manier; een methode; (2) een richting; een koers; vaste lijn; (3) eenheid
itsu (1) één; (2) eenheid; geheel; gelijkheid; (3) een en ander; iets anders; (a) één; (b) eerste; (c) bundeling; verenigen; (d) puur; exclusief; (e) een of ander; (f) gering
刻み kizami (1) het snijden; hakken; kerven; slijpen; (2) kerf; insnijding; inkeping; keep; snede; (3) kerftabak; gekorven tabak; (4) [kabuki] ritmisch geklepper met klaphoutjes; (5) moment; periode; (6) klasse; rang; (7) interval; eenheid; segment
単一性 tan'itsusei het één zijn; eenheid; uniciteit; uniteit
単位 tan'i (1) eenheid; unit; onderdeel; (2) studie-eenheid; studiepunt; credit; studie-uur
合体 gattai unie; fusie; eenheid; eenwording; combinatie; vereniging; integratie; samensmelting; amalgamatie; [biol.] conjugatie
同一 dōitsu (1) gelijkheid; identiteit; eenheid; (2) gelijk; identiek; één en dezelfde; (precies) hetzelfde; (geheel) dezelfde; precies eender
同一性 dōitsusei identiteit; gelijkheid; eenheid; overeenkomst; volmaakte gelijkenis; uniformiteit
団結 danketsu vereniging; gemeenschap; eenheid; samenhang; eendracht; solidariteit
keta (1) balk; bint; spant; gebint; draagbalk; dwarsbalk; [橋の] geheel van dwarsbalken; stel dwarsbalken; [船の] ra; loodrecht op de mast staand rondhout; (2) [そろばんの] riggel; regel; (3) eenheid; plaats (van een cijfer binnen een getal); positie; aantal cijfers (in een getal); kolom; (4) schaal; verhoudingsmaatstaf; (5) [maatwoord voor cijfers]
結束 kessoku verbondenheid; eenheid; uniteit; unie
統一 tōitsu (1) eenheid; samenhang; het één zijn; (2) eenmaking; vereniging; unificatie; uniëring; het één maken; [m.b.t. prijzen] standaardisering
纏まり matomari (1) eenheid; coherentie; consistentie; samenhang; cohesie; (2) regeling; beslag; oplossing; afronding; slotsom; conclusie; besluit; akkoord
調和 chōwa harmonie; overeenstemming; eenstemmigheid; overeenkomst; congruentie; eenheid; [fig.] akkoord; samenstemming
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.53 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 20 treffers (zoekopdracht: 'eenheid'). 
2005-2026