日蘭辭典+

24 resultaten voor ‘gave’
日蘭辭典 (trefwoord)
atae
(与え) zn. gift v.; gave v. ¶ 天の與 zegening des Hemels.
sainō才能
zn. talent o.; gave v.; geschiktheid v.; ¶ 才能ある begaafd; talentvol; geschikt; bekwaam.
tenpu天賦
zn. talent o.; gave v.; ingeboren natuur v. ¶ 天賦の ingeboren; aangeboren; inherent; van nature; natuurlijk.
tashinami
(嗜み) zn. (1) [嗜好] smaak m. (2) [心掛] bezonnenheid v. (3) [愼み] zelfbeheersching v. (4) [技藝] ontwikkelde gave v. ¶ 嗜よき zedig; wel opgevoed; beschaafd.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gave>
お布施 ofuse offerande; offergave; offer; gave
供養 kuyō (1) [boeddh.] pūjanā; offerande; offer; gave; (2) [boeddh.] boeddhistische dienst; [i.h.b.] dienst voor een overledene; zielmis; zielenmis; (3) [boeddh.] het ontvangen van aalmoezen door een priester; monnik
力量 rikiryō aanleg; talent; gave; begaafdheid; kwaliteiten; capaciteiten; bekwaamheid; vermogen; capabiliteit
器物 utsuwamono (1) recipiënt; vat; (vergaar)bak; container; (2) talent; gave; begaafdheid; aanleg; kaliber; (3) [muz.] muziekinstrument; instrument; [lit.t.] speeltuig
器量 kiryō (1) talent; vermogen; capaciteit; gave; bekwaamheid; kaliber; formaat; (2) [女性の] uiterlijk; voorkomen; looks; trekken; gelaatstrekken; gezicht; (3) [男性の] reputatie; verdienste; eer; goede naam
寄贈 kizō schenking; gift; gave; donatie; geschenk; bijdrage; contributie; dotatie
寄進 kishin [rel.] schenking; bijdrage; gift; gave; donatie; offer
布施 fuse (1) [boeddh.] dāna; liefdadigheid; bedeling; offerande; offergave; offer; gave; gift; (2) [boeddh.] dāna; prediking; verkondiging; (3) [boeddh.] dāna; verlossing van angst; (4) Fuse [= deelgemeente van de stad Higashiōsaka 東大阪]
御飾り okazari (1) [正月の] nieuwjaarsversiering; [i.h.a.] versiering; (2) [rel.] offerande; offer; gave; [i.h.b.] kagamimochi
才能 sainō (1) talent; gave; begaafdheid; aanleg; bekwaamheid; (2) getalenteerd (zijn)
施物 semotsu aalmoes; gave; liefdegave; kleinigheid
施物;施し物 hodokoshimono aalmoes; gave; liefdegave; kleinigheid
本領 honryō (1) talent; gave; begaafdheid; capaciteit; competentie; kunnen; specialiteit; (2) functie; kerntaak; branche; terrein; gebied; competentiesfeer; (3) [gesch.] erfgebied; erfgrond; erfland; kernland
献金 kenkin (1) bijdrage; gift; gave; geldschenking; schenking; donatie; dotatie; vrijwillige contributie; (2) [rel.] collecte; offer; offergeld; offergift; offerpenning; offergave; offerande
生まれ付き umaretsuki (1) aangeboren eigenschap; hoedanigheid; neiging; begaafdheid; gave; karakter enz.; aanleg; [veroud.] ingeborenheid; (2) [~の] aangeboren; natuurlijk; ingeboren; ingeschapen; inherent; intrinsiek; (3) van nature; van geboorte; van de geboorte af
筋;条 suji (1) vezel; draad; [oneig.] zeen; [oneig.] pees; [oneig.] spier; (2) ader; (3) aanleg; talent; gave; (4) lijn; streep; voor; vore; (5) [geneal.] lijn; linie; afstamming; afkomst; komaf; descendentie; bloed; (6) draad; plot; intrige; verwikkeling; rode draad; verhaallijn; (7) rede; logica; ratio; zinnigheid; (8) [確かな;信頼すべき~] zijde; bron; kringen; (9) traject; tracé; (10) [囲碁;将棋の] cruciale zet; (11) [maatwoord voor langgerekte objecten zoals rivieren;obi's;lijnen;rookkolommen;wegen enz.]
貢献 kōken bijdrage; gave; diensten
shi (1) kapitaal; vermogen; geldmiddelen; fondsen; (2) materiaal; (3) kwaliteiten; aanleg; talent; gave; begaafdheid; capaciteit; vermogen; aard; karakter; (a) kapitaal; geldmiddelen; (b) materiaal; (c) eigenschap; aard; (d) helpen; (e) kapitalist
賦与 fuyo begiftiging; schenking; gave; gift
贈り物 okurimono geschenk; cadeau; presentje; gift; gave
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.25 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 20 treffers (zoekopdracht: 'gave'). 
2005-2026