日蘭辭典+

49 resultaten voor ‘bekwaam’
日蘭辭典 (trefwoord)
akarui明るい
bn. (1) [明るい] licht; helder. ¶ に明るい goed op de hoogte van; bekwaam in. ¶ ......に明るい人 deskundige. (2) [潔白な] onschuldig.
akaruku明るく
bw. licht; helder; duidelijk. ¶ 明るくなる dagen (夜が明ける); (通曉する) op de hoogte komen van; bekwaam worden in. ¶ 明るくする licht maken. ¶ ランプを明るくする de lamp opdraaien.
yarite遣手
(遣り手) zn. (1) [仕手] maker m.; dader m. (2) [與へる人] gever m.; schenker m. (3) [手腕家] bekwaam man m. (4) [妓樓の] hoerenwaardin v.
tasshana達者な
bn. (1) [壯健] gezond; stevig; sterk; kras (老人の). (2) [巧者] bekwaam. ¶ 口が達者である goed kunnen praten. ¶ 達者に蘭語を話す vloeiend Hollandsch spreken.
nōryoku能力
zn. bekwaamheid v.; geschiktheid v.; (法) bevoegdheid v.; competentie v. ¶ 能力ある bekwaam; geschikt; bevoegd; competent; in staat zijn; kunnen; vermogen. ¶ 能力喪失 desqualificatie; verlies eener bevoegdheid.
sainō才能
zn. talent o.; gave v.; geschiktheid v.; ¶ 才能ある begaafd; talentvol; geschikt; bekwaam.
dekiru出來る
(出来る) i.w. (1) [仕上がる] gereed zijn; voltooid zijn. (2) [製造] gemaakt zijn; vervaardigd zijn. (3) [生長] groeien. (4) [出産] geboren zijn. (5) [發生] voorkomen; gebeuren; voortspruiten uit. (6) [熟達] bekwaam zijn in; goed kennen. (7) [能] kunnen; in staat zijn. ¶ 出來るなら zoo mogelijk. ¶ 出來るだけ zoo veel mogelijk. ¶ 出來る限りで met alle macht. ¶ 御飯が出來ました het eten is klaar. ¶ 此の卓子は能く出來て居る deze tafel is goed gemaakt. ¶ 松はことによく出來る denneboomen groeien hier goed. ¶ コレラ患者に出來た er is een geval van cholera aan boord voorgekomen. ¶ 蘭語出來る hij kent Hollandsch. ¶ 十步くことが出來る tien mijl kunnen lopen.
hataraki

(働き) zn. (1) [勞働] arbeid m.; werk o.; verrichting v. (2) [才能] bekwaamheid v.; geschiktheid v.; talent o. (3) [功績] verdienste v. (4) [骨折] inspanning v. (5) [動作] actie v. (6) [運轉] beweging v. ¶ 働者 bekwaam man; energiek persoon.

kōsha巧者
zn. knapheid v.; bekwaamheid v. ¶ 巧者な knap; bekwaam; handig.
yūi有爲

(有為) zn. bekwaamheid v. ¶ 有爲の bekwaam; kundig; geschikt.

yoku-suru良くする

i.w. bekwaam zijn in.

umai旨い

bn. (1) [美味な] lekker; smakelijk. (2) [上手な] knap; bekwaam. (3) [成功] uitstekend; tw. mooi zoo!; goed zoo!; bravo! bn. (4) [利得] voordeelig. ¶ 旨い物 lekkernij. ¶ 旨い趣向 gelukkig idee. ¶ 話をするのが旨い goed kunnen vertellen. ¶ うまく行けば als het goed gaat; als het meeloopt. ¶ 旨い汁を吸ふ het leeuwenaandeel nemen.

udekiki腕利

zn. bekwaam man m.

SUPPLEMENT (trefwoord)
sugoi凄い
(すごい、スゴイ) bn. (1) afschrikwekkend; benauwend; gruwelijk; huiveringwekkend. ¶ すごいにらむ sugoi me de niramu met een ijselijke blik aanstaren; met een schrikaanjagende blik aankijken. (2) ongewoon; verbazend; opmerkelijk; bewonderenswaardig; geweldig; excellent; fameus; fantastisch; ongelooflijk; ongehoord; verbluffend. ¶ すごい腕前 sugoi udemae opvallend bekwaam. ¶ はすごい知識を持ったです。すなわち、生き字引ですKare wa sugoi chishiki wo motta hito desu. Sunawachi, ikijibiki desu. Hij beschikt over ongelooflijke kennis. Hij is een levende encyclopedie. (TTC) ¶ 姉さんはすごい美人だ。 Kare no neesan wa sogoi bijin da. Zijn zus is een opmerkelijke schoonheid. (TTC) (tevens als uitroep van bewondering of emotie) ¶ へー、キーボード見ないで文字打てるんだ。スゴイわねー。♀ Hèè? kiiboodo minaide moji uterun da. Sugoi wa nèè. Hé, jij kunt tikken zonder te kijken naar het toetsenbord. Cool zeg! (TTC) (3) (zowel in negatieve als positieve zin) in ongewone mate; excessief; extreem; vreselijk; bovenmatig; ontstellend; ontzettend; uiterst; verdomd; zeer; erg; groot (aantal). 半時間ほどすごい土砂降りだった。Hanjikan hodo sugoi doshaburi datta. Een half uur lang hadden we een vreselijke stortregen; Het was een ontzettende stortbui van een half uur. (TTC) bw. ¶ 今日はすごく暑いKyō wa sugoku atsui. Het is vandaag vreselijk warm. (TTC) ¶ が光に対してすごく敏感なのですMe ga hikari ni taishite sugoku binkan na no desu. Mijn ogen zijn enorm gevoelig voor licht. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bekwaam>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
いずれ劣らぬ izureotoranu even goed; bekwaam; capabel; niet voor elkaar onderdoen; aan elkaar gewaagd zijn; tegen elkaar opgewassen zijn; gelijkwaardig
プロフェッショナル purofesshonaru (1) professional; professioneel beoefenaar; beroeps; vakman; deskundige; (2) professioneel; vakkundig; bekwaam
一端 ippashi (1) [~の] redelijk; vrij goed; behoorlijk; kundig; capabel; bekwaam; vaardig; competent; volleerd; (2) zoals de meesten; zoals de doorsnee mensen
上手な jouzuna goed (in); vaardig; bedreven; behendig; kundig; knap; meesterlijk; deskundig; vakkundig; bekwaam; sterk; ervaren; habiel; handig; geverseerd; onderlegd; [Belg.N.;niet alg.] beslagen
上手 jouzu (1) expert (in); deskundige; meester; vakkundige; kenner; baas; piet; [inform.] kei; [inform.] kraan; (2) vleierij; mooipraterij; flemerij; (3) goed (in); vaardig; bedreven; behendig; kundig; knap; meesterlijk; deskundig; vakkundig; bekwaam; sterk; ervaren; habiel; handig; geverseerd; onderlegd; [Belg.N.;niet alg.] beslagen
ue (1) bovenste gedeelte; bovenkant; bovendeel; (2) gebied boven iets; (3) top van een berg; bovenverdieping van een huis; (4) superioriteit; summum; het beter zijn in iets; het meer getalenteerd zijn in iets; het meer begaafd zijn in iets; het kundiger zijn in iets; autoriteit; (5) superieure positie; hoge(re) rang; betere stand; betere maatschappelijke positie; (6) keizer; vorst; soeverein; (7) hoger; (8) in leeftijd ouder; (9) superieur; hoger in rang; hoger qua maatschappelijke positie; (10) goed; beter; kundig(er); begaafd(er); (meer) getalenteerd; bekwaam; bedreven; capabel; (11) bovenop; als klap op de vuurpijl; op de koop toe; behalve; (12) na; achter; als resultaat van; ten gevolge van; als uitkomst van; (13) wat betreft; (14) nu dat; nadat; (15) aangezien
器用 kiyou (1) slimheid; vaardigheid; bekwaamheid; handigheid; (2) bekwaam; handig; behendig; bijdehand; vernuftig
器用な kiyouna bekwaam; handig; behendig; bijdehand; vernuftig
堪能 tannou (1) voldaanheid; (2) voldoening; verzadiging; bevrediging; tevredenstelling; (3) meesterlijk bedreven; vakkundig; volleerd; vaardig; deskundig; bekwaam; competent
巧い umai bekwaam; capabel; getalenteerd; knap; bedreven; behendig; vaardig; vakkundig; deskundig; kundig
巧み takumi vakkundig; ervaren; deskundig; kundig; bekwaam; vaardig; slagvaardig; bedreven; goed; onderlegd; handig; behendig; ingenieus; vernuftig; kunstig; knap; slim; vindingrijk; spitsvondig; listig; sluw
巧みな takumina vakkundig; ervaren; deskundig; kundig; bekwaam; vaardig; slagvaardig; bedreven; goed; onderlegd; handig; behendig; ingenieus; vernuftig; kunstig; knap; slim; vindingrijk; spitsvondig; listig; sluw
巧みに takumini vakkundig; deskundig; kundig; bekwaam; vaardig; slagvaardig; bedreven; handig; behendig; vernuftig; kunstig; knap; fijntjes; slim; vindingrijk; spitsvondig; listig; sluw
巧妙 koumyou ingenieus; vernuftig; vindingrijk; bekwaam; kundig; deskundig; capabel; vakkundig; handig; vlug; behendig; ervaren; vaardig; knap; slim; intelligent; schrander; scherpzinnig; uitgeslapen; [pej.] doortrapt; sluw; slinks; gewiekst; uitgekookt; geraffineerd; leep; pienter; geslepen; bedreven; [i.h.b.] vingervlug; kundig; kien
巧妙な koumyouna ingenieus; vernuftig; vindingrijk; bekwaam; kundig; deskundig; capabel; vakkundig; handig; vlug; behendig; ervaren; vaardig; knap; slim; intelligent; schrander; scherpzinnig; uitgeslapen; [pej.] doortrapt; sluw; slinks; gewiekst; uitgekookt; geraffineerd; leep; pienter; geslepen; bedreven; [i.h.b.] vingervlug; kundig; kien
巧妙に koumyouni bekwaam; handig; behendig; kundig; kunstig; ingenieus; vernuftig; vindingrijk; knap; intelligent; scherpzinnig; schrander; bijdehand; slim; tactisch; beleidvol; met tact en beleid; gevat; slagvaardig; sluw; spitsvondig; uitgekiend; bekeken; op slimme wijze; fijntjes
手腕のある shuwannoaru bekwaam; capabel; kundig; competent; gekwalificeerd
手際良く tegiwayoku vakkundig; kundig; deskundig; professioneel; meesterlijk; bekwaam; capabel; efficiënt; vaardig; handig; behendig; knap; elegant; slim; tactvol; kies; fijnzinnig
才能のある sainounoaru getalenteerd; talentrijk; talentvol; begaafd; begiftigd; begenadigd; gezegend; kundig; bekwaam
敏腕 binwan (1) bekwaamheid; competentie; vakkundigheid; behendigheid; bedrevenheid; vaardigheid; kundigheid; (2) bekwaam; competent; vakkundig; behendig; bedreven; vaardig; kundig
有能 yuunou bekwaam; competent; capabel; kundig
有能な yuunouna bekwaam; competent; capabel; kundig
然るべき shikarubeki (1) geëigend; aangewezen; passend; gepast; toepasselijk; juist; geschikt; bekwaam; behoorlijk; (2) […て~] voordehandliggend; terecht; logisch; billijk; vanzelfsprekend; [Belg.N.] evident; (3) voorbestemd; gedoodverfd; te verwachten; (4) mogelijk; aannemelijk; plausibel; (5) voortreffelijk; uitstekend; prima; degelijk
熟練した jukurenshita vakkundig; kundig; vaardig; bedreven; geschoold; onderlegd; ervaren; bekwaam; deskundig; [Belg.N.;niet alg.] beslagen
熟達した jukutatsushita bedreven; vakkundig; deskundig; vaardig; kundig; bekwaam; onderlegd; ervaren
甲斐性のある kaishounoaru zelfredzaam; weerbaar; in staat op eigen benen te staan; competent; bekwaam; ondernemend; vindingrijk
甲斐甲斐しい kaigaishii (1) behendig; vaardig; efficiënt; vlot; bekwaam; (2) toegewijd; nauwgezet; ijverig; diligent; naarstig; vlijtig; (3) effectief; succesvol; afdoend; doeltreffend; (4) betrouwbaar; serieus; consciëntieus; vertrouwenswaardig; vertrouwenswaard
美味い;上手い umai (1) (meestal 美味い) smakelijk; lekker; fijn; (2) (meestal 上手い) bekwaam; capabel; getalenteerd; knap; bedreven; (3) uitstekend; uitmuntend; voortreffelijk; (4) succesvol; bevredigend; gelukkig; veelbelovend; voordelig; (5) Mooi zo!; Goed zo!; Bravo!; Puik!; Puik werk!
能力のある nouryokunoaru bekwaam; kundig; capabel; knap; competent; deskundig; bevoegd; geschikt
腕利きの udekikino kundig; bekwaam; capabel; bedreven; vaardig; competent; vakbekwaam; deskundig
達者 tassha (1) meester; expert; deskundige; vakman; specialist; kenner; (2) goed; knap; sterk; thuis in; vaardig; bedreven; behendig; deskundig; doorkneed; geverseerd; vertrouwd; ervaren; kundig; vakkundig; bekwaam; capabel; geroutineerd; routineus; habiel; (3) uitstekend; prima; fris en gezond; tiptop; kerngezond; fit; kranig; kras; fiks; flink; springlevend; (4) gewiekst; leep; bijdehand; gehaaid; uitgekookt
適任 tekinin (1) aangewezen persoon; juiste man; vrouw; (2) geschikt; passend; gepast; geknipt; geëigend; uit het goede hout gesneden; bekwaam; competent; gekwalificeerd
適当 tekitou (1) geschiktheid; gepastheid; toepasselijkheid; (2) gepast; geschikt; doelmatig; bekwaam; passend; voegzaam; toepasselijk; geëigend; aangewezen; adequaat; treffend; juist; billijk; (3) gepast; juist schikkend; niet overdreven; vrijblijvend; neutraal
適格 tekikaku (1) competentie; bevoegdheid; geschiktheid; kwalificatie; adequatie; capabiliteit; bekwaamheid; habiliteit; capaciteit; (2) bevoegd; competent; geschikt; capabel; adequaat; gekwalificeerd; gerechtigd; bekwaam; habiel
鮮やか azayaka (1) klaar; scherp; helder; hel; duidelijk; intens; geprononceerd; fel; levendig; sprekend; sterk uitkomend; schel; knal-; hard-; (2) bedreven; handig; kundig; deskundig; vakkundig; capabel; bekwaam; vaardig; behendig; slim; kunstig; prima; (3) prachtig; fraai; mooi; knap; schitterend; stralend; briljant; (4) vers; fris; fleurig
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.61 sec. jiten.nl: 14 treffers, warandict: 35 treffers (zoekopdracht: 'bekwaam'). 
2005-2026