
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
kusuri・藥
(薬) zn. (1) [醫藥] geneesmiddel o.; medicijn v. (2) [化學的藥品] chemicaliën v.mv. (3) [釉藥] glazuur o.; email o. (4) [火藥] kruit o. (5) [有益] voordeel o.; goed o. ¶ 運動は身體に藥だ sport is goed voor de gezondheid. ¶ 一に養生二に藥 voorkomen is beter dan genezen. ¶ 藥屋 apotheker. ¶ 藥指 ringvinger.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <genezen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
休む;息む yasumu (1) uitrusten; rusten; pauzeren; pauze houden; uitblazen; uitpuffen; op adem komen; rust houden; pozen; verpozen; er [een uurtje] uit breken; (2) slapen; gaan slapen; naar bed gaan; zich ter ruste begeven; zich te bed begeven; zich te bed leggen; zich ter ruste leggen; onder de wol kruipen; zijn bed opzoeken; het bed in rollen; erin duiken; erin gaan; [veroud.;bijbelt.] zich bedden; (3) wegblijven van; niet aanwezig zijn; niet verschijnen; niet bijwonen; afwezig zijn; absent zijn; niet opdagen; [m.b.t. een les] laten vallen; [m.b.t. een college] missen; [m.b.t. een les] overslaan; ontbreken [op de vergadering]; thuis blijven; vrijaf nemen; vrij nemen; een vrije dag opnemen; er even tussenuit gaan; [gezegd van winkel] gesloten zijn; [学校を] de school verzuimen; van school wegblijven; niet naar school gaan; zijn kat sturen; spijbelen; flansen; [Belg.N.] brossen; (4) [werk] onderbreken; [zijn werk] afbreken; neerleggen; ophouden [met werken]; stoppen; uitscheiden met; (af)nokken met; beëindigen; kappen; [zijn activiteiten tijdelijk] staken; tijdelijk een eind maken aan; (5) tot stilstand komen; ophouden; stilstaan [b.v. machines]; braak liggen; buiten bedrijf zijn; (6) herstellen [van een ziekte]; genezen; er weer bovenop komen; herstellen; weer bijkomen; de oude worden; weer gezond worden; aansterken
回春する kaishunsuru (1) jonger worden; zich verjongen; (2) genezen; zich herstellen; recupereren
快気する kaikisuru genezen; herstellen; recupereren; gewond worden; opknappen; opmonteren; bijkomen
怠る;惰る okotaru (1) veronachtzamen; verwaarlozen; laten sloffen; geen acht slaan op; nalatig zijn in; nalaten; verzuimen; tekortschieten in; de hand lichten met; achterwege blijven met; achterwege laten; (2) [病気が] beteren; helen; aan de beterende hand zijn; genezen
治す naosu genezen; beter maken; er door halen; opknappen; cureren; helen; verhelpen; remediëren; afhelpen (van); afleren; doen herstellen; gezond maken; oplappen
治る naoru herstellen [van een ziekte e.d.]; beteren; opknappen; genezen; weer beter worden; er weer bovenop komen; [m.b.t. zieke] vooruitgaan; [m.b.t. zieke] ophalen; zich hernemen; aan de beterhand zijn; helen; recupereren; [w.g.] convalesceren
治 ji (a) orde handhaven; besturen; (b) genezen
治 chi (1) regering; bestuur; (2) tijd van vrede; (a) orde handhaven; besturen; (b) genezen
癒える ieru (1) [病が] genezen; beter worden; beteren; [傷が] helen; dichtgaan; (2) [悲しみ;苦しみ;痛みが] slijten; afnemen
癒す iyasu (1) [傷を] laten helen; helen; genezen; beter maken; cureren; boeten; remediëren; [苦しみ;悩みを] balsemen; [ほーむしっくを] afhelpen; (2) [渇きを] laven; lessen; verslaan; [飢えを] stillen
落とす otosu (1) laten vallen; neergooien; naar beneden gooien; droppen; (2) verliezen; zonder dat men er zich van bewust is iets laten vallen; al gaande ongemerkt laten vallen; kwijtraken; (3) [een vlek] verwijderen; uitwassen; wegwassen; [een baard] afscheren; wegscheren; afschrapen; wegschrapen; (4) innemen; veroveren; doen vallen; bemachtigen; zich meester maken van; (5) weglaten; schrappen; ontdoen van; laten uitvallen; (6) zachter gaan praten; [zijn stem] verstillen; verzachten; [zijn blik] naar de beneden richten; [zijn blik] naar de grond richten; [zijn blik] neerslaan; (7) (zich) verlagen; zich vernederen; degraderen; ontaarden; in waarde verminderen; [het vertrouwen] verliezen; (8) verslechteren; slechter maken; (9) [een duivel;een kwade geest etc.] uitdrijven; [een ziekte;een kwaal etc.] verdrijven; genezen; (10) afdingen; afbieden; pingelen; (11) [een persoon] laten ontsnappen; laten ontkomen; laten vluchten; (12) vangen; in de val laten lopen; te pakken krijgen; (13) [een kandidaat] verwerpen; niet selecteren; niet slagen [voor een examen]; (14) [m.b.t. rakugo 落語] [een verhaal] tot een komisch einde brengen; [een verhaal] eindigen met een rake opmerking; (15) [een schaduw] werpen
Tijd: 1.57 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'genezen').
2005-2026
