
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
sorou・揃ふ
(揃う) i.w. (1) [一致] het eens zijn; overeenstemen. (2) [集る] vergaderen; bijeenkomen. (3) [整ふ] volledig zijn; geordend zijn; in orde zijn. ¶ 揃った compleet; volledig; geordend. ¶ 揃はぬ onvolledig; niet compleet; niet in orde. ¶ 人數は皆揃ひましたか zijn wij compleet? zijn wij voltallig? ¶ 兄弟三人揃ひも揃って alle drie broers; de broers, alle drie.
zenzu・全圖
(全図) zn. volledige kaart v.
zenyaku・全譯
(全訳) zn. volledige vertaling v.
zenshō・全勝
zn. volledige overwinning v.
zenshū・全集
zn. volledige werken o.mv.; volledige verzameling v.
zentai・全體
(全体) zn. (1) [全部] geheel o.; al o.; totaal o. bw. (2) [元來] van nature; uit den aard der zaak; uiteraard. (3) [概して] over het algemeen; in algemeenen zin. ¶ 全體の volledig; totaal; al; geheel. ¶ 歐洲全體に in geheel Europa; overal in Europa. ¶ これで全體です dat is alles. ¶ 全體何が欲しいのだらう wat wil hij toch? ¶ 全體誰の許を受けてそんなことをした wie heeft je in godsnaam vergunning gegeven zoo iets te doen?
zen-onkai・全音階
zn. volledige toonladder v.
zenden・全傳
(全伝) zn. volledige levensbeschrijving v.; complete biografie v.
zenbi・全備
zn. complete uitrusting v.; volledige installatie v. ¶ 全備する geheel uitgerust; gereed voor gebruik.
tsutsumu・包む
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <volledig>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
きっぱりと kipparito (1) kordaat; ronduit; stellig; beslist; uitdrukkelijk; resoluut; (2) helemaal; volledig; compleet; eens en voorgoed; definitief
ころり korori (1) [~と倒れる;横になる] rollend; vlijend; (2) [~と負ける;だます] gemakkelijk; moeiteloos; zomaar; al te snel; (3) [~と変わる] compleet; radicaal; volledig; [~と忘れる] helemaal; glad; [Belg.N.] rats; [異性に~と参る] tot over zijn oren; volkomen; halsoverkop; (4) [~と死ぬ] plotseling; onverwacht; zomaar; pardoes; (5) [muntw.] honderd mon; (6) cholera
さっぱり sappari (1) verschrikkelijk; echt erg; (2) keurig; net; netjes; [gew.] deftig; (3) verfrist; opgefrist; opgeknapt; opgekikkerd; [i.h.b.] opgelucht [i.c.m. shita した]; (4) openhartig; vrijmoedig; oprecht; frank; rechtuit; rondborstig [i.c.m. shita した]; (5) [m.b.t. culinaria] eenvoudig; licht gekruid [i.c.m. shita した]; (6) compleet; totaal; helemaal; in het geheel; volkomen; volledig; gans [i.c.m. to と]
すっかり sukkari volledig; helemaal; (in zijn) geheel; [form.] gans; integraal; compleet; in zijn totaliteit; volkomen; onverdeeld; ten volle; volmaakt [tevreden;gelukkig enz.]; totaal; grondig; volop
そっくり sokkuri (1) geheel; al; volledig; helemaal; totaal; compleet; in zijn geheel; totaliteit; met ~ en al; intact; integraal; zoals het is; (2) precies lijken op; als twee druppels water lijken op; sprekend lijken op; iem. gelijken op een prik; in alles lijken op; het evenbeeld zijn van; precies; exact; net; op-en-top
とことん tokoton (1) [~まで] tot het allerlaatste; bittere einde; all the way; (2) volkomen; geheel; ten volle; à fond; helemaal; volledig; [Belg.N.] van naaldje tot draadje
コンプリート konpuriito compleet; volledig; voltallig
一々 ichiichi (1) een voor een; (2) alles; elk afzonderlijk; alles zonder uitzondering; iedereen; (3) in detail; in bijzonderheden; volledig; volkomen
一に itsuni puur; exclusief; uitsluitend; louter; volledig; geheel en al; enkel en alleen; slechts
一円 ichien (1) heel het gebied; de hele regio; (2) één yen; (3) Ichien; (4) integraal; volledig; helemaal; geheel; (5) [~…ない] helemaal; absoluut; volstrekt … niet
上から下まで uekarashitamade van boven tot onder; grondig; volledig
丸々;〇〇 marumaru (1) lege plek; blanco gedeelte; opengelaten plaats; leeg gelaten passage; (2) ene; een zeker(e); niet nader genoemd(e); (3) vol; bol; rond; mollig; bolrond; (4) volledig; compleet; volkomen; helemaal; geheel en al; totaal
丸々と marumaruto (1) vol; bol; rond; mollig; bolrond; (2) volledig; compleet; volkomen; helemaal; geheel en al; totaal
丸ごと marugoto volledig; integraal; in zijn geheel; met hom en kuit; met alles erop en eraan; [veroud.] gans en al
全く mattaku (1) geheel; geheel en al; heel; volledig; helemaal; straal; absoluut; volstrekt; rechtaf; volkomen; puur; totaal; volslagen; door en door ~; [attr.] ~ in het kwadraat; hartstikke; op-en-top; compleet; ten enenmale; ganselijk; gladweg; vlak; [volkst.] helendal; (2) werkelijk; inderdaad; waarlijk; echt; zonder meer; regelrecht; hoe ~!
全幅 zenpuku (1) totale; volle breedte; (2) [luchtv.] spanwijdte; vleugelspan; vleugelspanning; (3) [~の] al; volledig; algeheel; gans; absoluut; compleet
全然 zenzen (1) helemaal niet; in het geheel niet; niet in het minst; geringste; absoluut niet; volstrekt niet; hoegenaamd niet; in genen dele [i.c.m. negatie]; (2) heel; erg; zeer; verschrikkelijk [in informeel taalgebruik]; (3) compleet; volstrekt; totaal; geheel; helemaal; geheel en al; volkomen; volslagen; volledig; op-en-top; in alle opzichten; door en door [affirmatief en nadrukkelijk]
全納する zennousuru volledig; integraal betalen; afbetalen; afdoen; voldoen; volstorten
全部 zenbu (1) geheel; al; algeheel; alle; alles; totaal; [inform.] het hele zootje; de hele mikmak; de hele bende; [attr.] compleet; (2) volledig; allemaal; algeheel; heel; totaal; volkomen; in alle opzichten; onverdeeld; [arch.] gans
全 zen (1) volledige; complete; integrale; voltallige versie; (2) in totaal (… boekdelen); alles bij elkaar (… banden); (3) alle …; hele …; gehele …; volledige …; complete …; al-; alles-; omn-; pan-; pant-; panto-; (a) gaaf; heel; volledig; intact; (b) al; alles; geheel; compleet; (c) voltooien; vervolmaken
却 kyaku (a) zich terugtrekken; (b) afwijzen; verwerpen; (c) wegruimen; verwijderen; (d) compleet; helemaal; volledig; geheel en al …
去る saru (1) verlaten; weggaan (bij; van); vertrekken (bij; van; uit); ervandoor gaan; [gew.] aangaan; ertussenuit knijpen; opstappen; heengaan (van); heenlopen; [i.h.b.] sterven; scheiden (van; uit); [m.b.t. echtgenoot;echtgenote] zich laten scheiden van; zich verwijderen van; aflopen van; weglopen van; verdwijnen; wegkomen; zich wegscheren; [veroud.] zich wegpakken; [inform.] opdonderen; [inform.] ophoepelen; [inform.] opflikkeren; [inform.] oprukken; [w.g.] opdoeken; [studentent.] opzooien; [uitdr.] zich uit de voeten maken; (2) achter zich laten; op [x uur afstand enz.] liggen; afliggen van; verwijderd liggen van; (3) wijken; afnemen; wegtrekken; verdwijnen; overgaan; eindigen; ophouden te bestaan; aflopen; ten einde lopen; voorbijgaan; vergaan; (4) [m.b.t. seizoen;tijdruimte] verstrijken; voorbijgaan; vergaan; [i.h.b.] voorbijvliegen; verlopen; passeren; [fig.] omgaan; [fig.] omlopen; [fig.] omkomen; (5) verwijderen; afhalen; weghalen; wegwerken; uithalen; wegnemen; afdoen; afnemen; verbannen; zich af maken van; (6) zich ontdoen van; bannen; uitbannen; afzetten (van); laten varen; (7) [m.b.t. baan] opgeven; stoppen met; [m.b.t. ambt] neerleggen; verlaten; opzeggen; afstand doen van; bedanken voor; vaarwelzeggen; [m.b.t. toneel] afgaan (van); (8) totaal ~; volledig ~; compleet ~; geheel en al ~; volkomen ~ [voorafgegaan door een ren'yōkei]; (9) jongstleden; [afk.] jl.; laatstleden; [afk.] ll.; ~ dezer; vorige ~; verleden ~; gepasseerde ~
完 kan (1) einde; slot [bij eind van een boek of film]; (a) compleet; volledig; (b) voltooien; afmaken; besluiten
完全な kanzenna perfect; compleet; volledig; integraal; volkomen; volslagen; volstrekt; totaal; gaaf; ongeschonden; volmaakt; afgerond; intact
完全に kanzenni perfect; compleet; volledig; geheel; van a tot z; integraal; volkomen; volmaakt; volslagen; volstrekt; absoluut; totaal; afgerond; intact; ongeschonden; [w.g.] restloos
完納する kannousuru integraal; volledig; tot de laatste cent betalen; volstorten
宛ら sanagara (1) onveranderd; intact; status quo; als tevoren; (2) integraal; onverkort; volledig; (3) net; precies; als ware; (4) toch; desondanks; ondanks dat
尽く;悉く kotogotoku integraal; volledig; helemaal; allemaal; geheel; algeheel; heel; totaal; volkomen; [arch.] gans
徹底的 tetteiteki doortastend; grondig; ingrijpend; diepgaand; volledig; intensief; volkomen; terdege; door en door; verregaand; drastisch; radicaal
思いっ切り omoikkiri (1) heftig; hevig; krachtig; energiek; (2) afschuwelijk; afgrijselijk; vreselijk; verschrikkelijk; ontzettend; gruwelijk; (3) naar hartelust; zonder zich te beperken; (4) met alle macht; uit alle macht; (5) grondig; door en door; compleet; volledig
思い切り;思いきり omoikiri (1) berusting; gelatenheid; geestestoestand waarbij men alle hoop opgegeven heeft; het afzien van iets; (2) besluit; beslissing; voornemen; (3) heftig; hevig; krachtig; energiek; (4) afschuwelijk; afgrijselijk; vreselijk; verschrikkelijk; ontzettend; gruwelijk; (5) naar hartelust; zonder zich te beperken; (6) met alle macht; uit alle macht; (7) grondig; door en door; compleet; volledig
揃える soroeru (1) (tot een geheel) samenbrengen; (een complete verzameling ~) bijeenbrengen; (al de ~) bijeenzoeken; volledig verzamelen; assorteren; bij elkaar krijgen; bijeenhalen; een volledige collectie ~ aanleggen; (2) in orde schikken; op volgorde leggen; ordenen; rangschikken; [i.h.b.] klaarzetten; [i.h.b.] netjes achterlaten; (3) uniformeren (qua ~); gelijk(vormig) maken; harmoniseren; juist stellen; [i.h.b.;drukk.] uitvullen; [i.h.b.] uitlijnen; [fig.] stroomlijnen; (4) completeren; volledig; voltallig maken; vervolledigen; aanvullen
根刮ぎ nekosogi (1) ontworteling; rooiing; (2) uitroeiing; eradicatie; extirpatie; (3) met wortel en al; radicaal; geheel en al; volledig
残らず nokorazu al; alles; helemaal; heel; geheel; compleet; volledig; exhaustief; integraal; uitputtend; één en al; geheel en al; stuk voor stuk; tot de laatste [man;cent;druppel enz.]; zonder uitzondering; [arch.] gans
洗い浚い araizarai geheel en al; totaal; volledig; alles zonder uitzondering; zonder enig voorbehoud; van a tot z; van het begin tot het einde; [Belg.N.] van naaldje tot draadje
百パーセント hyakupaasento honderd procent; percent; 100%; geheel; helemaal; ten volle; volledig
細大漏らさず saidaimorasazu tot de kleinste details; tot in de finesses; tot in de kleinste kleinigheden; zeer gedetailleerd; volledig; haarfijn; uitvoerig; met alle bijzonderheden
総じて soujite (1) globaal; ruim genomen; in; over 't algemeen; ruwweg; over het geheel genomen; alles bij elkaar; (2) geheel; integraal; volledig; compleet
総て;全て;凡て;渾て;惣て;都て subete (1) al; alles; allemaal; [attr.] heel; [attr.] geheel; [attr.] gans; (2) al; alles; allemaal; (3) volledig; helemaal; integraal
見事;美事 migoto (1) mooi; prachtig; fraai; keurig; excellent; schitterend; fantastisch; magnifiek; briljant; voortreffelijk; uitstekend; heerlijk; meesterlijk; reuze; (2) volkomen; volslagen; volledig; compleet; helemaal; afgerond; totaliter
遺憾なく ikannaku (1) rijkelijk; ruimschoots voldoende; ten volle; geheel en al; (2) volledig; perfect; onberispelijk
遺漏なく irounaku (1) zonder mankeren; haperen; probleemloos; foutloos; gesmeerd; vlot; niets te wensen overlatend; (2) grondig; volledig; uitputtend; diepgaand; nauwgezet; zorgvuldig
Tijd: 1.61 sec. jiten.nl: 25 treffers, warandict: 42 treffers (zoekopdracht: 'volledig').
2005-2026
