日蘭辭典+

39 resultaten voor ‘voordeel’
日蘭辭典 (trefwoord)
eikyū永久
zn. voortduur m.; permanentie; eeuwige duur m.; ¶ 永久瓦斯 permanent gas.¶ 永久permanent; eeuwigdurend. ¶ 永久の眠 de eeuwige slaap. ¶ 永眠不滅 onvernietigbaarheid; onverwoestbaarheid. ¶ 永久利益 blijvend voordeel.
eru得る
t.w. (1) [獲得] krijgen; verkrijgen; i.w. slagen. (2) [可能] i.w. kunnen; in staat zijn. ¶ 得らるべき verkrijgbaar. ¶ の信用を得る iemand’s vertrouwen winnen. ¶ 利益を得る voordeel hebben van. ¶ 日沒辛うじてことを得たり wij slaagden erin nog juist voor donker de plaats te bereiken.
kane
zn. (1) [屬] metaal o. (2) [錢] geld o. ¶ 儲ける geld verdienen. ¶ に困って居る in geldverlegenheid zijn. ¶ ばなれが好い royaal zijn. ¶ ある goed bij kas zijn; geld hebben. ¶ なる voordeelig zijn; windstgevend. ¶ する te gelde maken; voordeel trekken uit. ¶ goud regeert de wereld. ¶ さへあれば飛ぶも落される goud is de sleutel, die op alle sloten past.
ichiri-ichigai一利一害
zn. voordeel en nadeel; er is geen roos zonder doorn.
furi浮利
zn. toevallig voordeel o.; niet door inspanning verkregen winst v.
kanemōke金儲け

zn. voordeel o.; winst v. ¶ 金儲けをする winst maken; geld verdienen. ¶ 金儲けが旨い handig geld weten te verdienen.

kusuri

(薬) zn. (1) [醫藥] geneesmiddel o.; medicijn v. (2) [化學的藥品] chemicaliën v.mv. (3) [釉藥] glazuur o.; email o. (4) [火藥] kruit o. (5) [有益] voordeel o.; goed o. ¶ 運動は身體に藥だ sport is goed voor de gezondheid. ¶ 一に養生二に藥 voorkomen is beter dan genezen. ¶ 藥屋 apotheker. ¶ 藥指 ringvinger.

kyō-eki共益

zn. wederzijdsch voordeel o.; algemeen belang o.; gemeenschappelijke winst v.

yūri有利

zn. voordeel o. ¶ 有利な voordeelig; winstgevend. ¶ 有利に met voordeel.

yūeki有益

zn. nut o.; voordeel o. ¶ 有益なる nuttig; voordeelig; heilzaam.

wari

zn. (1) [割合] verhouding v.; koers m. (2) [利益] voordeel o.; winst v. (3) [比較] vergelijking v. (4) [割當] aandeel o. (5) [比率] percentage v. ¶ 俸給割で naar verhouding van het salaris. ¶ 年一割の利息 tien percent rente per jaar. ¶ 割に合はぬ niet winstgevend zijn; geen voordeel opleveren; niet betalen. ¶ 五割引 50% reductie. ¶ 年の割に丈夫 kras voor zijn leeftijd. ¶ 一時間九哩の割で走る negen mijl per uur loopen. ¶ 割に betrekkelijk; in aanmerking nemend, dat…… ¶ 雨が降つた割には可なりの聽衆でした voor zulk regenweer was de zaal goed bezet.

uruoi潤、沾

zn. (1) [濕氣] vocht v.; damp m. (2) [利潤] voordeel o. (3) [滋味] bekoring v.; smaak m. ¶ 潤ある voordeelig; gunstig; bekoorlijk; aantrekkelijk; innemend; (潤なき) vervelend; saai. ¶ 潤す(ぬらす) bevochtigen; nat maken; (富ます) verrijken; bevoordeelen; gunst bewijzen (恩澤を受けしむ). ¶ 潤ふ vochtig zijn; voordeel behalen; verdienen; begunstigd worden; gunsten ontvangen.

tsugō都合

(都合) zn. (1) [便宜] gemak o.; voordeel o. (2) [事情] omstandigheden v.mv.; situatie v. (3) [場合] gelegenheid v. (4) [機會] geschikte gelegenheid v. bw. (5) [合計] totaal. ¶ 雙方に都合が好い voordeelig voor beide partijen. ¶ 都合により wegens omstandigheden. ¶ 其の時の都合で al naar het dan uitkomt. ¶ 都合次第に zoodra het schikt. ¶ 都合を待つ goede gelegenheid afwachten. ¶ 都合惡しき ongelegen; ongunstig. ¶ 都合よき gelegen; geschikt; gunstig. ¶ 都合よく gelukkig; het trof goed, dat..... ¶ 都合する schikken; regelen; regeling treffen.

SUPPLEMENT (trefwoord)
uitspraak

(znw, de)
(1) (uitspraak van een woord) hatsuon 発音. ¶ Als ik een fout maak in de uitspraak, verbeter mij dan alsjeblieft. Dou ka hatsuon de ayamari ga attara naoshite kudasai. どうか発音で誤りがあったら直してください
(2) (accent) namari なまり [訛り] ¶ Hij is een buitenlander, zoals duidelijk is aan zijn uitspraak. Namari kara akiraki de aru you ni, kare wa gaikokujin da. なまりから明らかであるように、外国人だ。
(3) (een bewering) shuchou 主張. ¶ Het is belangrijk om erop te wijzen dat de uitspraak die hij deed ongefundeerd is. Kare no shuchou ni wa konkyo ga nai koto ni chuui suru koto ga juuyou de aru. 主張には根拠ないこと注意することが重要である。
(4) (in sport) hantei 判定. ¶ De aanvoerder protesteerde bij de scheidsrechter tegen de uitspraak. Kyapten wa sono hantei ni taishite refurii ni kougi shita. キャプテンはその判定に対してレフリーに抗議した。
(5) (juridisch) senkoku 宣告; shinpan 審判; hanketsu 判決. ¶ De uitspraak was in het voordeel van de gedaagde. Hanketsu wa hikoku ni yuuri datta. 判決は被告に有利だった。(TTP)

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <voordeel>
アドバンテージ adobantēji [sportt.] advantage; voordeel
プラス purasu (1) optelling; additie; (2) positief; boven het vriespunt; boven nul; (3) pluspunt; voordeel; plus; profijt; winst; (4) [pregn.] pluspool; anode; elektropositief ~; (5) plusteken; plusje; kruis; (6) [pregn.] positieve reactie [op een medische test enz.]
メリット meritto (1) verdienste; merite; voordeel; voor; voors; (2) verdienstelijkheid; (3) Merritt
便宜 bengi gemak; conveniëntie; geschiktheid; comfort; gerieflijkheid; gerief; voorziening; accommodatie; faciliteit; voordeel
利得 ritoku (1) winst; baat; profijt; voordeel; opbrengst; (2) [elektr.] versterking; versterkingsfactor
利点 riten voordeel; pluspunt; aanwinst; punt in het voordeel; winstpunt; [fig.] troef
利益 rieki (1) winst; winstje; profijt; gewin; baten; opbrengst; vruchten; [fin.] return; verdienste; [Lat.] lucrum; (2) voordeel; nut; nuttigheid; baat; belang; [veroud.] avance; [veroud.] oorbaar
ri (1) winst; opbrengst; profijt; (2) geschiktheid; opportuniteit; (3) voordeel; nut; (4) rente; interest; intrest; (a) scherp; snedig; scherpzinnig; schrander; (b) geschikt; passend; nuttig; voordelig; (c) winst; baat; buit; (d) rente; interest
前部 zenbu voorste gedeelte; voorste; eerste deel; voordeel; vooreinde; [隊列の] voorste gelederen; gelid
kai zin; nut; waarde; voordeel; resultaat; succes
勝手 katte (1) keuken; (2) toestand waarin iem. verkeert; iems. omstandigheden; (3) gemak; gelegenheid; comfort; gerief; gerieflijkheid; voordeel; [i.h.b.] eigenbelang; (4) plaatselijke gesteldheid; lokale omstandigheden; inrichting; (5) zelfzuchtig; egoïstisch; eigengerechtig; solistisch; eigengereid
役得 yakutoku extra verdienste; voordeel; inkomen; supplementair inkomen; neveninkomsten; toevallige ambtsvoordelen; extra's; extraatjes; bijkomende voordeeltjes; profijtjes; emolumenten; accidentiën; franje-inkomen
toku (1) winst; gewin; baat; [Lat.] lucrum; (2) voordeel; belang; profijt; nut; (3) [boeddh.] prāpti [= handhaving van verworvenheden]; (3) winstgevend; voordelig; economisch; profitabel; profijtelijk; gunstig; lonend; lucratief; renderend; nuttig; rendabel; nut; (a) in handen krijgen; (b) verdienen; winst; (c) begrijpen
旨み;旨味 umami (1) smaak; (2) smaakmaker; umami; natriumglutamaat; glutamaat; ve-tsin; (3) smakelijkheid; charme; pit; aantrekkelijkheid; het boeiende ervan; (4) flair; handigheid; kunstigheid; (5) voordeel; profijt; baat; winst; iets lucratiefs; percentje
潤う uruou (1) nat worden; vochtig worden; bevochtigd worden; (2) profiteren van; voordeel; profijt trekken van; voordeel halen uit; voordeel verwerven; hebben van; welvaren bij; de vruchten plukken van; de weldaad ondervinden van; baat hebben bij; begunstigd worden; (3) in betere toestand raken; opknappen; opluiken; opleven
jun (a) nat worden; maken; (b) winst; gewin; baat; profijt; voordeel; gunst; (c) bekoren; sieren
tame (1) belang; behoeve; bestwil; voordeel; profijt; (2) voor; ten behoeve van; ten dienste van; ten gerieve van; ten voordele van; -halve; [i.h.b.] ter ere van [meestal voorafgegaan door een taigen + の;が;of volgend op een yōgen in de rentaikei]; (3) voor; om; tot; opdat; ter wille van; omwille van; teneinde; met het oog op; met het doel; het idee; de bedoeling; het oogmerk om [meestal voorafgegaan door een taigen + の;が;of volgend op een yōgen in de rentaikei]; (4) wegens; door; bij; vanwege; uit; om reden dat; aangezien; omdat; tengevolge van; ingevolge; als gevolg van; krachtens; op grond van; uit hoofde van; doordat; [veroud.] alzo; [arch.] doordien; [i.h.b.] dankzij; [i.h.b.] te wijten aan [meestal voorafgegaan door een taigen + の;が;of volgend op een yōgen in de rentaikei]; (5) voor; met betrekking tot; in verband met [meestal voorafgegaan door een taigen + の;が;of volgend op een yōgen in de rentaikei]
特典 tokuten (1) speciale regel; (2) speciale ceremonie; (3) speciale behandeling; privilege; voorrecht; gunst; voordeel; faciliteit; [veroud.] privilegie; (4) [maatwoord voor privileges;voorrechten]
甲斐 kai (1) zin; nut; waarde; voordeel; resultaat; succes; (2) [Jap.gesch.] de provincie Kai; (3) de stad Kai
eki baat; nut; voordeel; winst
kusuri (1) geneesmiddel; medicijn; medicament; artsenij; (2) scheikundige stoffen; chemicaliën; (3) glazuur; email; (4) buskruit; kruit; (5) voordeel; nut; heil; baat; goed; (6) greintje; grein; beetje; kleine hoeveelheid
kai zin; nut; waarde; voordeel; resultaat; succes
都合 tsugō (1) geschiktheid; moment; gelegenheid; gemak; conveniëntie; voordeel; belang; (2) redenen; omstandigheden; (3) in totaal; alles bij elkaar; alles samen; alles erop en eraan; welgeteld; in summa; in toto
長所;長処 chōsho (1) sterk punt; sterke kant; zijde; goede; beste eigenschap; kwaliteit; fort; het voor; gunstig element; plus; (2) verdienste; merite; (3) voordeel; pluspunt; winstpunt; aanwinst; [fig.] troef; [gew.;veroud.] avantage
chō (1) hoofd; chef; baas; leider; oudste; aanvoerder; meerdere; meester; directeur; voorzitter; patroon; president; principaal; (2) meerdere in jaren; (3) het beste (onder ~); sterk punt; gunstig element; goede eigenschap; fort; kwaliteit; voordeel; merites; (4) [muz.] majeur; dur
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.53 sec. jiten.nl: 14 treffers, warandict: 25 treffers (zoekopdracht: 'voordeel'). 
2005-2026