日蘭辭典+

8 resultaten voor ‘gepeupel’
日蘭辭典 (trefwoord)
zappai雜輩

(雑輩) zn. bende van aanhangers; naloopers m.mv.; gepeupel, dat een leider volgt.

waiwaiわいわい

bw. met veel lawaai. ¶ わいわい連 het gepeupel.

ugō烏合

zn. bende v.; gepeupel o. ¶ 烏合の ordeloos; wanordelijk. ¶ 烏合の衆 ordelooze bende; gespuis; Jan Rap en zijn maat.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gepeupel>
下衆;下種;下主;下司 gesu (1) gemene; minne kerel; boer; kinkel; boerenkinkel; lomperd; lomperik; lummel; pummel; vlegel; [min.] proleet; [volkst.] hufter; [inform.] vlerk; [scheldw.] heikneuter; [veroud.] kleinhans; [gew.] kalf; [gew.] kneukel; (2) [verzameln.] lieden van laag allooi; lagere volksklassen; slecht volk; klootjesvolk; tuig; gemeen; plebs; gepeupel; gespuis; grauw; schorem; canaille; gajes; gebroed; janhagel; racaille; rapaille; tinnef; [Belg.N.] crapuul; [inform.] falderappes; (3) gemeen; laag; ordinair; min; plat; vulgair; grof; onbehouwen; boers; lomp; plebejisch
世俗 sezoku (1) aardse; wereldse; wereldlijke dingen; (2) wereld; gepeupel; gemeen; gewone volk; massa; vulgus; grauw
大衆 taishū grote publiek; men; menigte; massa; gemene; gewone volk; publiek in het algemeen; gepeupel
有象無象 uzōmuzō (1) [boeddh.] vormhebbendheid en vormeloosheid; fenomenen en waarheid; sad-asat; bhava-abhava; (2) het gepeupel; het plebs; het grauw; [veroud.] het gemene volk; massa; meute; gepeupel; janhagel
雑人 zōnin (1) persoon van lage komaf; mens van nederige afkomst; de gemene man; (2) [Heian-gesch.] horige; (3) [Kamakura-gesch.] gemeen; lagere volksklassen; geringe lieden; gepeupel
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.91 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 5 treffers (zoekopdracht: 'gepeupel'). 
2005-2026