
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
totō・徒黨
(徒党) zn. kliek v.; bende v.; aanhang m. ¶ 徒黨心 partijgeest; kuddegeest; kliekgeest.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bende>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ギャング gyangu (1) gangster; (2) gang; bende
一党 ittou (1) bende; kliek; gezelschap; (2) [pol.] een partij; (3) [Jap.gesch.] samoeraiclan
一味する ichimisuru klieken; samenklieken; een kliek; bende; coterie (gaan) vormen
一味 ichimi (1) bende; gang; kliek; coterie; troep; stelletje; zootje; (2) één smaak; (3) [Chin.geneesk.] één geneesmiddel; (4) [boeddh.] ekarasa [= gelijkheid van Boeddha's leer]
一団 ichidan bende; groep; troep; gezelschap; kring; stel; partij; korps; [m.b.t. boeven] gang; [inform.] zootje
一群 ichigun groep; schare; schaar; gezelschap; troep; bende; kudde; [鳥の] vlucht; [犬の] meute
仲間;中間 nakama (1) maat; partner; metgezel; genoot; makker; kameraad; gezel; compeer; compagnon; collega; deelgenoot; vriend; medestander; [inform.] kornuit; [fig.] gildebroeder; [fig.] medespeler; (2) gezelschap; compagnonschap; confrérie; groep; coterie; incrowd; bende; kring; club; consorten; stelletje; gang; [fig.] gilde; [inform.] kliek; (3) soortgenoot; slag
山 yama (1) berg; gebergte; beboste bergen; bergwoud; bergbos; [vliegert.] knots; (2) aardhoop; aardverhoging; terp; (kunstmatige) heuvel; ophoging; hoogte; [Mal.] boekit; (3) begraafplaats; kerkhof; tumulus; (keizerlijke) grafheuvel; grafterp; (4) mijn; kolenmijn; (5) hoop; stapel; tas; portie; [m.b.t. fruit] partij; [m.b.t. hooi] mijt; [m.b.t. steenslag] kits; [m.b.t. vlas] schelf; [m.b.t. slagroom] toef; zwelling (ten gevolge van een cauterisatiebehandeling); (6) top; bovendeel [bv. bol van een hoed;kop van een schroef;knop op een helm]; (7) hoogtepunt; climax; piek; uitschieter; spits; toppunt; apogeum; zenit; ontknoping [van een stuk]; apotheose; [m.b.t. vertoning] klapstuk; summum; culminatiepunt; keerpunt; uur van de waarheid; moment suprême; finest hour; momentum; beslissend ogenblik; het beste dat men kan doen; (8) wissel op de toekomst; speculatie; giswerk; gok [bv. op de gok blokken]; de sprong [wagen]; sprong in het duister; ongewisse; waagstuk; gissing; bluf; humbug; schijnvertoon; bombast; (9) hevigheid; intensiteit; ergheid; (10) massa; boel; bende; groot aantal; drom; menigte; (11) rots; toeverlaat; idool; voorbeeld; (12) praalwagen in de vorm van een berg; (13) valkuil om evers of herten te vangen; (14) lichtekooi; prostituee; (15) voorraadtekort [i.h.b. tekort aan levensmiddelen]; het uitverkocht zijn; het niet voorhanden zijn; (16) slangwoord voor "misdrijf"; (17) naam voor de Enryakuji 延暦寺 op de Hieizan 比叡山; [i.h.b.] de Hieizan; (18) [maatwoord voor bergen;en i.h.b. bergbossen en mijnen]; (19) [maatwoord voor een voorgeschotelde portie;stapeltje fruit enz.]; (a) berg-; wilde … [voorvoegsel aan een planten- of dierennaam dat aangeeft dat het de wilde variëteit of bergsoort van het grondwoord betreft]; (b) [schertsend;vrijwel betekenisloos achtervoegsel bij bepaalde werkwoorden en adjectieven;werd in de Edo-tijd onder bon-vivants gebruikt]
徒 to (1) persoon; individu; (2) bende; kliek; (a) te voet gaan; (b) bezitloosheid; (c) lediggang; nietsdoen; nutteloosheid; (d) gezelschap; kliek; (e) leerling; discipel; (f) gevangenisstraf
族 yakara (1) geslacht; clan; familie; [Barg.;volkst.] troep; (2) kliek; clique; coterie; partij; bende; gang; [pej.] zootje; stelletje
暴力団 bouryokudan gang; bende; boevenbende; gangsterbende; gewelddadige organisatie; groep; [i.h.b.] misdaadsyndicaat
混乱 konran verwarring; verwarde toestand; wanorde; chaos; ongeordendheid; ordeloosheid; verschrikkelijke rommel; bende; keet; troep; zooi; baaierd; maalstroom
片割れ kataware (1) fragment; brokstuk; stuk; scherf; (2) lid van een groep; kliek; bende; kompaan; metgezel; medestander; [i.h.b.] medeplichtige; handlanger
組 kumi (1) klas (in een school); (2) gezelschap; groep; ploeg; team; bende; (3) set; paar; pak; assortiment; (4) (in de boekdrukkunst) het letterzetten; (5) [maatwoord voor klassen;groepen]
群れ mure groep; menigte; drom; schare; gezelschap; bende; horde; troep; meute; kudde; drift; kolonie; roedel; school; toom; vlucht; zwerm; tros; stoet; hoop; pak; kluit; rist; [lit.t.;scherts.] heer
群 mura (1) groep; menigte; drom; schare; bende; troep; kudde; zwerm; tros; hoop; pak; (2) [maatwoord voor bossen;struikgewas]; (3) [maatwoord voor een pol;dot;klomp planten]; (4) [maatwoord voor grote groepen;massa's]; (a) groep; troep; hoop; pak
連中 renjuu (1) gezellen; metgezellen; maten; kameraden; groep; bende; volkje; partij; (2) [muz.;theat.] gezelschap; groep; formatie; [veroud.] troep; (3) [muz.;theat.] fan; vaste bezoeker; vast publiek
連 ren (1) [paardenloterij] quinella; (2) gezelschap; bende; coterie; partij; aanhang; [Belg.N.] compagnie; metgezellen; maten; kameraden; (3) [plantk.] tribus; (4) en cie.; en co.; cum suis; [afk.] c.s.; (5) riem; [i.h.b.] 1.000 vel papier; [i.h.b.] 100 stuks karton; (6) [handelsmaat voor cellofaan: 500 m²]; (7) [maatwoord voor rijgsels;strengen;snoeren]; (8) [maatwoord voor risten (gedroogde) eetwaar]; (9) [maatwoord voor vlechtwerk]; (10) [maatwoord voor haviken;valken]; (a) op rijen staan; plaatsen; rijgen; opeenvolgen; betrekking hebben; (b) blijven duren; telkens herhalen; voortzetten; (c) gezelschap; bende; (d) bond; verbond
隊 tai (1) groep; bende; geleding; (2) [mil.] brigade; corps; wapen; troep; troepen; (3) [ritsuryō] militaire eenheid ter grootte van 50 man; (a) corps; troep; (b) gelid; rot
集団 shuudan groep; massa; collectiviteit; groepering; collectief; bende; horde
Tijd: 1.4 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 20 treffers (zoekopdracht: 'bende').
2005-2026
